random
Wetenschappelijk

Hits: 736
Geplaatst
door: ME-gids
op: 6 mrt 2016
Bijgewerkt: 6 mrt 2016
Bron: ME/cvs Vereniging

Genetische variatie bij ME/cvs


Er is enig bewijs dat ME/cvs erfelijk zou kunnen zijn. Zo hebben eerste graad familieleden van ME/cvs-patiënten een hoger risico op het ontwikkelen van de ziekte. Bij veel complexe ziekten zijn er de laatste jaren veel nieuwe inzichten gekomen in de onderliggende genetica door Genome Wide Association Studies (GWAS).

Er is eerder zo’n onderzoek gedaan naar ME/cvs, waarbij veertig ME/cvs-patiënten en veertig gezonde controles werden onderzocht op 1.16.204 SNPs (Single Nucleotide Polymorphism). Daarbij vielen met name drie interessante variaties op: twee in een gen dat betrokken is bij verschillende neurologische aandoeningen zoals autisme en schizofrenie en een variatie in een gen dat mogelijk betrokken is bij de biologische klok die het slaap-waakritme regelt.



Bij een screening van deze veertig ME/cvs-patiënten en veertig gezonde proefpersonen werden toen 442 SNPs geïdentificeerd die significant anders waren bij ME/cvs-patiënten dan bij de gezonde proefpersonen.

De pilootstudie waar deze samenvatting over gaat, werd bij 80 ME/cvs-patiënten en 38 gezonde proefpersonen uitgevoerd. Hun DNA werd gescreend op 906.600 SNPs en voor de SNPs die significant anders waren bij de patiënten werd gekeken in (de buurt van) welk gen ze zaten. Men vond 407 kandidaat SNPs die in verband konden worden gebracht met ME/cvs. Er werden o.a. SNPs gevonden in T-cel receptor loci, een glutamaat neurotransmitter receptor, immunoglobuline loci en in een verwant gen van het al eerder genoemde gen wat betrokken is bij neurologische aandoeningen als autisme en schizofrenie.

Meer dan 96% van de significante SNPs zijn gelokaliseerd in DNA regio’s die niet coderen voor genen. Dit betekent zeker niet dat die SNPs geen oorzaak kunnen zijn van ME/cvs, 90% van de SNPs die betrokken zijn bij auto-immuunziekten bevinden zich in zulke niet coderende gebieden op het DNA.

In de thymus worden steeds nieuwe T-cellen gemaakt die nieuwe antigenen van pathogenen kunnen herkennen. Maar soms worden er ook T-cellen gemaakt die lichaamseigen cellen herkennen en voor pathogeen aanzien en die de controle van de thymus hiertegen ontsnappen, wat kan leiden tot auto-immuunziekten. SNPs in die T-cel receptoren worden vaker in verband gebracht met auto-immuunziekten. Dat er SNPs in T-cel receptoren in verband worden gebracht met ME/cvs, kan bewijs zijn dat er ook auto-immuunproblemen zijn bij deze ziekte.

Dit is een samenvatting van het artikel ´Genome-wide association analysis identifies genetic variations in subjects with myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome’ geschreven door Schlauch, Khaiboullina, De Meirleir, Rawat, Petereit, Rizvanov, Blatt, Mijatovic, Kulick, Palotás en Lombardi.

Bron volledige artikel: http://www.nature.com/tp/journal/v6/n2/full/tp2015208a.html

© Samenvatting ME/cvs Vereniging

Verklarende woordenlijst

Genome Wide Association Study (GWAS): onderzoek naar veel voorkomende genetische varianten in verschillende individuen om te kijken of een variant geassocieerd kan worden met een eigenschap/ziekte.

Immunoglobulinen: antilichamen, eiwitten die lichaamsvreemde stoffen herkennen en onschadelijk maken

Loci: plaatsen op chromosomen die door bepaalde genen worden ingenomen

Neurotransmitters: overdrachtsstoffen/signalen bij de impulsoverdracht van zenuwimpulsen

Nucleotiden: bouwstenen van het DNA en het RNA.

receptoren: eiwitten in het celmembraan of binnen in de cel die signalen van binnen en buiten de cel kunnen herkennen en doorgeven

Single Nucleotide Polymorphism: variatie in het DNA die één nucleotide lang is, zodat bij verschillende mensen op dezelfde plaats in het genoom een andere nucleotide voor komt.

T-cellen: afweercellen die specifieke niet-lichaamseigen stoffen herkennen en afbreken.


Genome-wide association analysis identifies genetic variations in subjects with myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome

KA Schlauch, SF Khaiboullina, KL De Meirleir, S Rawat, J Petereit, AA Rizvanov, N Blatt, T Mijatovic, D Kulick, A Palotás and VC Lombardi

Translational Psychiatry (2016)

Abstract

Myalgic encephalomyelitis, also known as chronic fatigue syndrome or ME/CFS, is a multifactorial and debilitating disease that has an impact on over 4 million people in the United States alone. The pathogenesis of ME/CFS remains largely unknown; however, a genetic predisposition has been suggested.

In the present study, we used a DNA single-nucleotide polymorphism (SNP) chip representing over 906,600 known SNPs to analyze DNA from ME/CFS subjects and healthy controls. To the best of our knowledge, this study represents the most comprehensive genome-wide association study (GWAS) of an ME/CFS cohort conducted to date.

Here 442 SNPs were identified as candidates for association with ME/CFS (adjusted P-value<0.05). Whereas the majority of these SNPs are represented in non-coding regions of the genome, 12 SNPs were identified in the coding region of their respective gene. Among these, two candidate SNPs resulted in missense substitutions, one in a pattern recognition receptor and the other in an uncharacterized coiled-coil domain-containing protein. We also identified five SNPs that cluster in the non-coding regions of T-cell receptor loci.

Further examination of these polymorphisms may help identify contributing factors to the pathophysiology of ME/CFS, as well as categorize potential targets for medical intervention strategies.

Citeren?

Translational Psychiatry (2016) 6, e730; doi:10.1038/tp.2015.208
Published online 9 February 2016

[HTML]


Lees ook


| |

Nog geen reacties geplaatst

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.