random
Wetenschappelijk

Hits: 796
Geplaatst
door: ME-gids
op: 1 aug 2017
Bijgewerkt: 1 aug 2017
Bron: James Coyne, Quick Thoughts
Discussie

Waarop moet je letten in de Speciale Editie van het Journal of Health Psychology over de PACE-trial


James C. Coyne, Quick Thoughts, 31 juli 2017

Een speciale editie van het Journal of Health Psychologie gaat over PACE, een studie van therapieën voor patiënten met myalgische encefalomyelitis (ME)/ chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) die veel controverse heeft aangetrokken.



Samengevatte kernpunten in het inleidend editoriaal van David F. Mark

Achtergrond

Het idee voor een Speciale Editie is begonnen met het Journal of Health Psychology, dat een manuscript van Keith Geraghty ontving, die een kritische review van de PACE-Trial gaf.

Na peerreview en acceptatie van een revisie, kregen de PACE-onderzoekers de kans om Keith te antwoorden met een Open Peer Commentary paper.

De PACE-onderzoekers deden een aantal pogingen om Geraghty’s artikel direct terug te trekken, hetzij direct of door druk op de redactie.

David F Marks on Twitter

Last ditch attempt to block publication by #PACEtrial advocate foiled. Weasely coward suggested papers weren't properly reviewed. All were.

Wanneer het duidelijk was dat het tijdschrift niet zou toegeven aan dergelijke druk, verzochten de PACE-onderzoekers dan om een gedeeltelijke terugtrekking van het artikel van Geraghty, en dat het tijdschrift een correctie zou plaatsen die rapporteerde dat Geraghty een belangenconflict had: hij had verzuimd kennis te geven van het feit dat hij een patiënt was die aan myalgische encefalomyelitis leed.

De PACE-onderzoekers vroegen ook dat hun commentaarmanuscript niet onderworpen werd aan peerreview.

De PACE-onderzoekers ontvingen reviews van hun manuscript. Redacteur Marks merkt op [ik was betrokken in het redigeren van deze uitgave, ik geef het toe]:

Na het ontvangen van kritische reviews, kozen de pro-PACE-auteurs ervoor om slechts cosmetische veranderingen te maken of om hun manuscripten op geen enkele manier te herzien. Ze leken niet te willen deelnemen aan een wetenschappelijk debat. Ze stelden zich op alsof ze het volste recht hadden om te weigeren om op kritiek te antwoorden.

De review en reactie van de PACE-onderzoekers werd naar meer dan 40 experts gestuurd aan beide kanten van het debat voor commentaren.

Na de online publicatie van verschillende kritische Commentaren, kregen de PACE-onderzoekers een verdere mogelijkheid om te antwoorden op al hun critici, maar ze kozen ervoor om dat niet te doen. Er was weinig reactie, maar wel een opmerkelijke weigering van verder commentaar door de PACE-onderzoekers.

Zoals altijd zouden we de geïnteresseerde lezen willen verwijzen naar onze originele publicaties en studiewebsite waar de meeste, zo niet, alle kwesties die opgeworpen worden door de commentatoren, aangepakt worden.

Belangenconflict

[De PACE-onderzoekers en personen geassocieerd met hen, waren er in de ontwikkelingsfase van de uitgave snel bij om te klagen over belangenconflicten. Zoals opgemerkt omvat dit een klacht over Geraghty die een patiënt is en dat niet bekendmaakte, zoals hierboven vermeld. Maar de onderzoekers dreigden met een formele klacht aan het Committee on Publication Ethics omdat ik hun manuscript gereviewd heb. Maar er is een ironisch achtergrondverhaal over de kwestie van belangenconflict. Sommige daarvan worden besproken in bijdragen in de Speciale Editie:]

De PACE-autuers zelf bleken sterke banden te hebben met cognitieve gedragstherapie (CGT) en graduele oefentherapie (GET) – behandelingen die ze ontwikkeld hebben voor ME/CVS. Er werden sterke belangenconflicten blootgelegd door de commentaren, waaronder die van de PACE-auteurs zelf, die een dubbele rol hebben als adviseur voor de Britse overheid.

Het Departement voor Werk en Pensioenen (DWP), een sponsor van PACE, tegelijkertijd werkzaam als adviseur voor grote verzekeringsmaatschappijen die openbaar gesproken hebben over de potentiële financiële verliezen door ME/CVS als het beschouwd zou worden als een langdurige lichamelijke ziekte. In een verdere wending in het debat, werden er niet-aangegeven belangenconflicten van Petrie en Weinman (2017) op tafel gegooid door twee van de commentatoren (Agardy, 2017; Lubet, 2017). Professors Weinman en Petrie ontkennen stellig dat hun werk als adviseurs voor Atlantis Healthcare een belangenconflict vertegenwoordigt.

[Mijn commentaar: er was nog zo'n voorval, toen drie pro-PACE-auteurs het beleid van het tijdschrift over belangenconflicten probeerden te ondermijnen door reviewers aan te bevelen die sterke belangenconflicten hadden, om zo de afwijzing van een paper te forceren. Ik besprak dit in een andere blogpost.

Desalniettemin was het krijgen van commentaar van de PACE-onderzoekers al een hele verwezenlijking. Zelfs met de beperkte responsiviteit van de PACE-onderzoekers op Geraghty’s commentaar, samen met een ondersteund commentaar van hun dichte collega’s Keith J Petrie en John Weinman, is de Speciale Editie een van de belangrijkste uitwisselingen tussen verdedigers van de PACE-trial en critici in lange tijd.]

De PACE-trial heeft het onderzoek naar ME/CVS geen goed gedaan, en er is een frisse, nieuwe aanpak nodig door de PACE-onderzoekers om critici en sceptici te betrekken.

Over het algemeen biedt de speciale uitgave de lezers de mogelijkheid om hun eigen standpunt te bepalen over de wetenschappelijke pro's en contra's van de PACE-Trial.

Bemerk dat de hele Speciale Editie gratis beschikbaar is.

De individuele papers

‘PACE-Gate’: When clinical trial evidence meets open data access. Keith J Geraghty

[‘PACE-Gate’: een ontmoeting tussen klinisch bewijs en toegang tot open data.]

Gepubliceerde rapporten van de PACE-studie overdreven de doeltreffendheid van cognitieve gedragstherapie en graduele oefentherapie, en deden dat door de drempelwaardes die ze gebruikten om verbetering te bepalen, te verlagen. Heranalyses die uitgevoerd werden door professionals en patiënten onthulden dat de geteste behandelingen veel minder werkzaam waren, nadat een rechtbank bevel gaf tot vrijgave van de gegevens van de PACE-studie aan een patiënt die om toegang verzocht had door middel van een verzoek op basis van vrijheid van informatie.

Response to the editorial by Dr Geraghty. Peter D White, Trudie Chalder, Michael Sharpe, Brian J Angus, Hannah L Baber, Jessica Bavinton, Mary Burgess, Lucy V Clark, Diane L Cox, Julia C DeCesare, Kimberley A Goldsmith, Anthony L Johnson, Paul McCrone, Gabrielle Murphy, Maurice Murphy, Hazel O’Dowd, Laura Potts, Rebacca Walwyn and David Wilks

[Antwoord op het editoriaal van Dr. Geraghty.]

De studie vond dat het toevoegen van cognitieve gedragstherapie en graduele oefentherapie aan gespecialiseerde medische zorg even veilig was, en effectiever dan het toevoegen van adaptieve pacingtherapie of gespecialiseerde medische zorg alleen. Dr. Geraghty heeft deze bevindingen betwist. We suggereren dat Dr. Geraghty’s standpunten gebaseerd zijn op misvattingen en verkeerde veronderstellingen van de PACE-studie.

Once again, the PACE authors respond to concerns with empty answers. David Tuller

[Nogmaals antwoorden de PACE-auteurs op de bedenkingen met lege antwoorden.]

Deze commentaar onderzoekt hoe het huidige antwoord nogmaals aantoont hoe de onderzoekers ontwijken om de duidelijke problemen met PACE te erkennen, en in plaats daarvan non-antwoorden bieden – argumenten die bij de minste kritische blik onderuit gaan.

Investigator bias and the PACE trial. Steven Lubet

[Vooringenomenheid van de onderzoeker en de PACE-trial]

Standaarden voor het bepalen van vooringenomenheid van een onderzoeker worden beschouwd en er wordt geconcludeerd dat de onpartijdigheid van de PACE-onderzoeker redelijkerwijs in vraag gesteld kan worden.

The problem of bias in behavioural intervention studies: Lessons from the PACE trial Carolyn Wilshire

[Het probleem van bias in gedragsinterventiestudies: lessen uit de PACE-trial]

In de PACE-studie hadden cognitieve gedragstherapie en graduele oefentherapie bescheiden, in de tijd beperkte, effecten op zelfgerapporteerde metingen, maar weinig effect op de meer objectieve metingen zoals fitheid en werkstatus. In niet-geblindeerde studies verdient het probleem van het rapporteren van bias meer aandacht in de toekomst.

PACE trial authors continue to ignore their own null effect. Mark Vink

[Auteurs van de PACE-studie blijven hun eigen nulresultaat negeren.]

Protocollen en uitkomsten voor de PACE-studie werden gewijzigd na de start van de studie, wat leidde tot overdreven claims voor de werkzaamheid voor zowel cognitieve gedragstherapie en graduele oefentherapie. Bevindingen van kleine, zelfgerapporteerde bevindingen in subjectieve metingen kunnen niet gebruikt worden om te zeggen dat de interventies effectief zijn, in het bijzonder in het licht van het ontbreken van objectieve verbeteringen met objectieve uitkomstmaten.

The PACE trial missteps on pacing and patient selection. Leonard A Jason

[De PACE-trial misstapt zich op pacing en patiëntenselectie.]

De onderzoekers van de PACE-studie waren niet succesvol in het ontwerpen en implementeren van een valide PACE-interventie en de onduidelijke patiëntenselectie heeft de studieresultaten nog meer gecompromitteerd.

Do graded activity therapies cause harm in chronic fatigue syndrome? Tom Kindlon

[Veroorzaken graduele oefentherapieën schade bij chronisch vermoeidheidssyndroom?]

De slechte resultaten van de studie wat betreft objectieve metingen van fitheid, suggereert dat de activiteitscomponent van deze therapieën niet werd nageleefd. Daarom zijn de veiligheidsbevindingen mogelijk niet van toepassing in andere klinische contexten. Buiten klinische proeven rapporteren veel patiënten verslechtering met cognitieve gedragstherapie en in het bijzonder graduele oefentherapie. Ook onthullen studies m.b.t. inspanningsfysiologie afwijkingen bij de reacties op inspanning van patiënten met chronisch vermoeidheidssyndroom. Gezien dit alles in beschouwing genomen, kan men niet concluderen dat deze interventies veilig en zonder risico’s zijn.

PACE team response shows a disregard for the principles of science. Jonathan Edwards

[Het antwoord van het PACE-team toont aan dat de principes van wetenschap niet in acht werden genomen.]

Het antwoord van White et al. schenkt geen aandacht aan de belangrijkste ontwerpfout, nl. een ongeblindeerde studie met subjectieve uitkomstmaten, en toont een duidelijk gebrek aan inzicht in de basisvereisten van een studieontwerp. Het falen van de academische gemeenschap om de zwakheden van studies van dit soort type te erkennen, suggereert dat een belangrijke revisie van kwaliteitscontrole nodig is.

Bias, misleading information and lack of respect for alternative views have distorted perceptions of myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome and its treatment . Ellen Goudsmit and Sandra Howes

[Bias, misleidende informatie en gebrek aan respect voor alternatieve opvattingen hebben de percepties van myalgische encefalomyelitis / chronisch vermoeidheidsyndroom en haar behandeling vertroebeld.]

Deze interventies die geleverd werden in de PACE-studie, zijn gebaseerd op een model dat aanneemt dat de symptomen in stand worden gehouden door factoren zoals verkeerde overtuigingen en gebrek aan activiteit. Uit onze analyse blijkt dat de onderzoekers belangrijke vooringenomenheid hebben getoond in hun verslag van de literatuur, en mogelijk de doeltreffendheid van bovengenoemde behandelingen overdreven hebben. We zijn van mening dat hun aanpak op kritiek het wetenschappelijke proces ondermijnt en in strijd is met beste praktijken.

PACE investigators’ response is misleading regarding patient survey results. Karen D Kirke

[Het antwoord van de PACE-onderzoekers is misleidend ten aanzien van de resultaten van patiëntenenquêtes.]

Een review van enquêtegegevens die gepubliceerd werden tussen 2001 en 2005, onthult dat voor de meeste patiënten graduele oefentherapie tot een verslechtering van symptomen leidt, cognitieve gedragstherapie leidt tot geen verandering in symptomen, en pacing leidt tot verbetering. De ervaring van mensen met ME/cvs zoals weerspiegeld in enquêtes, is een rijke bron van informatie, die door de consistentie van de resultaten nog overtuigender is. Bijgevolg kan bewijs van patiëntenenquêtes informatief gebruikt worden in de praktijk, in onderzoek en in richtlijnen. Het fout voorstellen van de patiëntenervaring moet daadkrachtig worden aangevochten, om ervoor te zorgen dat patiënten en gezondheidspersoneel beslissingen kunnen nemen over therapieën op basis van correcte informatie.

© James Coyne, Quick Thoughts. Vertaling Zuiderzon, redactie Abby, ME-gids.


Lees ook


Share | |

Nog geen reacties geplaatst

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.