random
Foute artikels

Hits: 4487
Geplaatst
door: Zuiderzon
op: 10 okt 2008
Bijgewerkt: 31 okt 2008
Bron: Artsenkrant nr 1947 (10.10.08)
Discussie

Schieten de CVS-centra tekort?


Schieten de CVS-centra tekort, zoals door Artsenkrant van 30 september wordt gesteld naar aanleiding van het rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE)? Moeten de centra, gezien de 'teleurstellende' behandelresultaten, drastisch in hun werking worden bijgestuurd? Of moet de geldkraan naar de centra gewoonweg worden dichtgedraaid? Mijns inziens moet het KCE-rapport ons in de eerste plaats doen nadenken over wat er met de CVS-behandeling precies wordt beoogd en langs welke wegen deze doelstellingen het best kunnen worden bereikt.



Iedereen beseft inmiddels dat een snelle curatieve therapie voor CVS nog niet voor morgen is. hebben we in ons Leuvens referentiecentrum de ervaring opgedaan dat er bij een behoorlijk aantal CVS-patiënten een 'natuurlijk' herstelproces op gang kan komen. Een cruciale voorwaarde hiertoe is echter dat ze goed met hun ziekte leren omgaan. Ik zet de principes hiervan nog eens op een rij: de ziekte accepteren; herstelbelemmerende factoren (zoals een 'piek-dal' activiteitenritme) zo veel mogelijk uitschakelen; zich optimaal aan beperkingen aanpassen; fysieke en mentale belastbaarheid progressief proberen te verhogen; vroegere levensstijl en levensdoelen heroriënteren; en op zoek gaan naar een 'nieuw evenwicht', rekening houdend met een wellicht blijvende kwetsbaarheid.

Doodlopend straatje

Hoewel dit op het eerste gezicht eenvoudige adviezen zijn, is de praktijk weerbarstiger. De meeste patiënten hebben - gezien de complexiteit van hun problematiek en de zeer geleidelijke evolutie van het herstelproces - nood aan een therapeutische omkadering op lange termijn. Tegen deze achtergrond is het inderdaad zinvol om de toekomstige taken van de CVS-referentiecentra te herdefiniëren.

Vooral belangrijk is dat de referentiecentra 'nieuwe stijl' niet meer de foutieve verwachting wekken dat CVS op enkele maanden met een beperkt (groeps)behandelprogramma kan worden opgelost - laat staan dat ze de getroffen patiënt binnen een korte tijdspanne terug 'sociaal kunnen reïntegreren' (lees: terug aan het werk krijgen). In plaats daarvan moeten de centra zich in eerste instantie focussen op het creëren van een solide basis voor herstel, namelijk via een brede 'biopsychosociale' diagnostiek, en het evidence-based informeren van de patiënt én zijn familie over wat CVS is (en niet is) en hoe de ziekte momenteel het best kan worden aangepakt.

Op die wijze kunnen de centra, om te beginnen, het zeer grote (en kostenverslindende!) risico helpen voorkomen dat de patiënt verdwaalt in de doolhof van de geneeskunde, of langs iatrogene weg in een doodlopend straatje terechtkomt. En verder kunnen de centra fungeren als springplank voor een lange termijn behandeling van de patiënt in de eigen regio. Dit houdt in dat de patiënt wordt geholpen bij het 'vertalen' van de bovenstaande principes naar een concreet - vaak moeizaam verlopend - aanpassings- en opbouwproces, rekening houdend met zijn mogelijkheden en beperkingen binnen zijn individuele leefsituatie, in de hoop dat dit uiteindelijk zal leiden tot een 'natuurlijk' herstel van zijn fysieke en mentale veerkracht. In welke mate dit ook zal resulteren in herstel van beroepsmatig functioneren blijft erg onvoorspelbaar en hangt af van multiple factoren (daarover bestaan trouwens zeer weinig literatuurgegevens).

Getrapt circuit

Vanzelfsprekend dient de huisarts bij dit alles als spilfiguur te fungeren, maar de ervaring heeft ons geleerd dat het niet altijd van een leien dakje loopt om bij collega's van de eerste lijn actieve belangstelling voor deze problematiek te wekken. Andere hulpverleners (klinisch psycholoog, kinesitherapeut, sociaal werker, arbeidsgeneesheer.) dienen eveneens in een vroeg stadium bij de lange termijn zorg betrokken te worden, maar ook hier blijken de geïnteresseerden vaak dun gezaaid. In het besef dat ambulante privé-psychotherapie voor de meeste patiënten momenteel onbetaalbaar is, zal bovendien moeten worden bekeken hoe de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg kunnen worden ingeschakeld.

Zoals het KCE suggereert lijkt een 'getrapt zorgcircuit' aangewezen, gezien de ernst en functionele weerslag van CVS erg kunnen verschillen. In dit verband zouden, als een 'satelliet' van de referentiecentra, ook perifere ziekenhuizen een rol kunnen spelen in het opzetten van dagklinische of - voor een beperkte groep van CVS-patiënten met ernstige fysieke invalidering en/of psychiatrische comorbiditeit - residentiële revalidatieprogramma's. De referentiecentra zelf moeten de mogelijkheid krijgen om een systematische opleiding voor deze hulpverleners te organiseren, en ook ter beschikking blijven voor overleg over therapieresistente gevallen.

Last but no least zijn de CVS-referentiecentra nog altijd het best geplaatst om wetenschappelijk onderzoek te doen met de bedoeling het inzicht over de ziekte en haar behandeling te vergroten. In tegenstelling tot sommige lobbyisten van patiëntenverenigingen, die de 'teleurstellende' behandelresultaten aangrijpen om hun slogan 'CVS is geen psychische aandoening' kracht bij te zetten, zou verder onderzoek het best in een biopsychosociaal perspectief gebeuren en het 17de-eeuwse denken over lichaam en geest achter zich laten.

Eerste lijn betuigt weinig actieve belangstelling voor CVS

Tussentitels van de redactie

Boudewijn Van Houdenhove, buitengewoon hoogleraar aan de Faculteit geneeskunde, K.U.Leuven, en lid van het multidisciplinair team van het CVS-referentiecentrum, UZ Leuven


| |

Nog geen reacties geplaatst

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.