random
Foute artikels

Hits: 5672
Geplaatst
door: Zuiderzon
op: 15 jan 2010
Bijgewerkt: 31 mei 2010
Bron: Artsenkrant nr. 2051 (p13-14)
Discussie

RIZIV-koers voor ME/CVS en reactie Van Houdenhove (Artsenkrant)


In de Artsenkrant wordt deze week aandacht besteed aan de (heilloze) strategie van het RIZIV voor de komende jaren (ondanks onderbouwd protest van de patiëntenvereningen) en de reactie van prof. van Houdenhove op die koers en de open brief van Maes en Twisk (klik hier).

Positieve punten:

  • Het RIZIV geeft toe dat de resultaten van CGT/GET "nogal teleurstellend" waren,
  • Prof. Van Houdenhove beaamt dat GET negatief kan uitpakken: inflammatie stimuleert!
  • Prof. Van Houdenhove neemt, althans in woord, afstand van de aanpak van het NKCV.

Negatieve punten:




  • Reeds in de titel van het artikel wordt bewust begripsverwarring gecreëerd tussen het subjectieve symptoom 'vermoeidheid' en de neuro-immunologische aandoening ME/CVS: "zorgtraject voor chronische vermoeidheid".
  • Het RIZIV gaat toch gewoon verder op de heilloze CGT/GET-weg, ondanks de schade die deze "revalidatietherapieën" kunnen veroorzaken: klik hier.
  • De referentiecentra zullen richtlijnen opstellen voor huisartsen inzake diagnose en behandeling, met alle gevolgen vandien voor de ME-patiënt gezien deze richtlijn bestaat uit '6 maand vermoeid' en bijgevolg CGT en GET. Bovendien is dit nutteloos, gezien er reeds richtlijnen zijn voor huisartsen op basis van de Canadese criteria.
  • Van Houdenhove draagt weer eens zijn populaire maar niet-wetenschappelijk onderbouwde stellingname uit dat ME/CVS een stressgebonden aandoening zou zijn, ronduit een fabel. Lijden kinderen met ME/CVS ook al jaren aan stress?
  • Van Houdenhove beweert dat ME/CVS-patiënten over hun grenzen gaan, terwijl hij in andere studies dan weer beweert dat ze passief zijn.
  • prof. van Houdenhoves stelling dat CGT en GET bewezen effectief zijn, is in strijd met de feiten en de praktijkresultaten van diezelfde referentiecentra.
  • Ook zijn vaststelling dat niet bewezen is dat bepaalde therapieën, zoals virale middelen en immunoglobulinen, werken voor subgroepen, is onjuist.

Uiteraard gaat prof. Van Houdenhove niet echt in op de aangedragen wetenschappelijk onderbouwde kritiek van de hand van Maes en Twisk....


NEUROPSYCHIATRIE
Artsenkrant 2051
Vrijdag 15 januari 2010
bladzijde 13

Zorgtraject voor chronische vermoeidheid?

Op de website van het Riziv wordt een nieuw proefproject voor de behandeling van patiënten met het chronischevermoeidheidssyndroom aangekondigd. Bedoeling is om een gestructureerd zorgtraject op te stellen voor deze patiënten.

Het nieuwe voorstel komt er na het KCE-rapport uit 2008 waarin de werking van de huidige referentiecentra voor ME/CVS werd doorgelicht. Sommigen prefereren de benaming myalgische encefalomyelitis, vandaar de veelgebruikte afkorting ME/CVS. "Het rapport stelde dat de resultaten van de centra nogal teleurstellend waren, maar betreurde vooral dat er geen samenwerking met de eerste lijn tot stand gekomen was. De aanbeveling was om een gestructureerd zorgnetwerk voor deze patiënten op te zetten.

Zorgtraject voor ME/CVS-patiënten

Het Riziv wil daartoe een proefproject opstarten dat over vijf jaar zou lopen. De opzet staat beschreven in een document dat onlangs op de website van het Riziv publiek werd gemaakt. De huidige overeenkomst wordt verlengd tot uiterlijk juni 2011. Tegen dan zou het nieuwe project concreet moeten zijn.

Het voorstel komt neer op een zorgtraject voor ME/CVS-patiënten. De huisarts zou primair instaan voor de diagnose en een behandelingsplan opmaken. Daar zou minstens een psycholoog (cognitieve gedragstherapie CGT) en een kinesitherapeut (graded exercise therapy GET) bij betrokken zijn.

Daarnaast zouden in de tweede lijn multidisciplinaire centra worden opgericht, waar de huisarts een beroep op kan doen voor complexere gevallen. Een consensus moet worden uitgewerkt over het profiel van de patiënten die worden doorverwezen. Bestaande revalidatiecentra waarin verschillende betrokken specialismen al samenwerken komen het eerst in aanmerking voor de opvang van ME/CVS-patiënten.

Ten slotte zou per gewest één referentiecentrum worden aangeduid als expertisecentrum dat de meest ernstige gevallen opvolgt, maar vooral voor ondersteuning zorgt van de andere echelons. De expertisecentra zouden instaan voor research, en voor de opleiding en voor het opstellen van guidelines. De verschillende echelons zouden per gewest een consortium voor de behandeling van ME/CVS dienen op te richten.

Wouter Colson


NEUROPSYCHIATRIE
Artsenkrant 2051
Vrijdag 15 januari 2010
bladzijde 14

'Gebrek aan consensus kan succes in de weg staan'

Prof Van Houdenhove: Er moeten meer opleidingen komen.

Prof. Boudewijn Van Houdenhove van het UZ Leuven ziet een aantal voordelen aan het nieuwe proefproject voor patiënten met CVS. Maar de betrokken zorgverleners zijn volgens hem nog onvoldoende opgeleid om het succes daarvan te verzekeren.

Prof. Van Houdenhove zelf niet rechtstreeks bij de huidige besprekingen met het Riziv betrokken vindt de idee van een zorgtraject voor ME/CVS-patiënt op zich positief. ME/CVS is een chronische aandoening. De behandeling strekt zich uit over jaren. De patiënten moeten heel geleidelijk een nieuw evenwicht vinden. Een langetermijnbegeleiding vanuit de eerste lijn zou dan ook een ideale oplossing zijn. Niet alleen volgt de huisarts het meest zijn patiënten op in de tijd, hij is veelal ook het best vertrouwd met de context. CVS-patiënten zijn geneigd bij herhaling over hun grenzen te gaan. Op een bepaald moment gaat dat niet meer. De veer is gebroken. De huisarts is ideaal geplaatst om dat te zien aankomen.

Belastbaarheid vergroten

Typisch voor ME/CVS is een verminderde belastbaarheid een uitputting van de stressmechanismen. Boudewijn Van Houdenhove: Stressgebonden klachten situeren zich op een breed continuüm, gaande van spanning en overspanning tot CVS/ME met alles erop en eraan. De uitdaging is om deze uiteenlopende patiënten optimaal te leren omgaan met zowel beginnende als vergevorderde verstoringen van hun evenwicht.

Prof. Van Houdenhove vindt het Rizivvoorstel overigens een betere oplossing dan wat men in Nederland voorstaat. In België krijgt de huisarts een sleutelrol in een biopsychosociale aanpak, en ook kinesitherapeuten worden erbij betrokken. In Nederland worden, onder invloed van de school van Nijmegen, de psychologische aspecten overbenadrukt. De Belgische aanpak plaatst de biologische component dus helemaal niet tussen haakjes in tegenstelling tot de beschuldigingen van Prof. Michael Maes (zie AK 2050).

Afwezigheid consensus

In een ideale wereld biedt een zorgtraject dat vanuit de eerste lijn gestuurd wordt een uitstekende benadering. Wat hier ontbreekt is de vertrouwdheid van de eerstelijnsactoren met de aanpak van deze klachten. Men zou moeten beginnen met een uitbreiding van opleidingsactiviteiten.

Een probleem daarbij is vooral dat er geen duidelijke consensus is over de aard en het ontstaan van ME/CVS. Het is een symptoomdiagnose waarover tal van theorieën de ronde doen. Vaak leidt dit tot felle controverse, waardoor huisartsen en andere hulpverleners niet zelden ontmoedigd raken en afhaken. Ik hoop dat we ooit duidelijke parameters kunnen vinden waarmee we het bestaan van de aandoening kunnen bevestigen.

Maar het wetenschappelijke onderzoek heeft tot nu toe geen enkele betrouwbare marker opgeleverd. Hetzelfde geldt voor de behandeling van ME/CVS: Prof. Van Houdenhove schuwt zelf het gebruik van medicatie niet, indien er een indicatie voor is.

Maar van de vele middelen, zoals immunomodulatoren, antibiotica en voedingssup-plementen die uit verschillende hoeken worden voorgesteld, is er geen enkele die in gecontroleerde studies een ontegensprekelijk klinisch voordeel heeft opgeleverd, ook niet voor subgroepen van patiënten.

Evidence-based

EBM is nog iets anders dan voortgaan op studies die in nauwelijks bekende tijdschriften worden gepubliceerd.

De enige behandelingsmogelijkheden waarvan in high-quality-onderzoek enig voordeel bij ME/CVS-patiënten is gebleken, zijn CGT (cognitieve gedragstherapie) en GET (graded exercise therapy).

Voor GET ligt dat nog iets genuanceerder dan voor CGT. De ervaring heeft geleerd dat het geleidelijk opdrijven van het inspanningsniveau tijdens GET een te simpel werkmodel is. Wanneer ME/CVS-patiënten over hun grens gaan, komt hun immuunsysteem in het verweer. Ze ontwikkelen een soort griepachtige toestand, met tekenen die wijzen op immuunactivatie. Het opdrijven van het inspanningsniveau moet dus voortdurend worden afgetoetst aan de individuele belastbaarheid van de patiënt.

Werk van lange adem

Dat illustreert voor Prof. Van Houdenhove juist het probleem met het Riziv-project. Het aantal kinesitherapeuten dat al ervaring heeft met deze werkwijze, is erg beperkt. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor huisartsen en psychologen. Het proefproject voorziet dat er meer opleidingen moeten komen en dat er richtlijnen voor de betrokken hulpverleners worden opgesteld. Ondanks de inspanningen die er al zijn geleverd, blijft het een werk van lange adem.

Wouter Colson


Intro grotendeels overgenomen van Frank

Dit artikel werd ook overgenomen op MedischOndernemen.nl


| |

Reacties

  1. Er zal geen consensus komen, zolang de psychiatrie ME "claimt" en dan nog zo cynisch is te spreken over BIO-psycho-sociaal model terwijl de 'bio' volledig genegeerd wordt en wat kine moet dit verdoezelen...

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.