random
Artikels

Hits: 1411
Geplaatst
door: Zuiderzon
op: 8 mei 2010
Bijgewerkt: 8 mei 2010
Bron: Bulletin of the IACFS/ME 2010;18(1):3-6

Waarom zijn er negatieve XMRV-studies verschenen? Dr. Judy Mikovits geeft uitleg.


 Dr. Judy Mikovits

In het driemaandelijks tijdschrift van de International Association for CFS/ME verscheen in het lentenummer van 2010 een brief aan de redactie van de hand van Dr. Judy Mikovits.

Daarin geeft ze mogelijke verklaringen voor de negatieve XMRV-studies en een gedetailleerde technische beschrijving over hoe XMRV accuraat gedetecteerd kan worden.

Hieronder vindt u een vertaling van het algemeen kader over het waarom van de negatieve studies.



Brief aan de redactie.

Judy A. Mikovits, PhD, Onderzoeksdirecteur, Whittemore Peterson Institute, Reno, Nevada

Sinds de publicatie van het Science artikel in oktober 2009 over het xenotropic murine leukemia-related virus (XMRV) bij patiënten met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) (1), zijn er drie papers gepubliceerd die enkel PCR toepasten en die niet in staat waren om XMRV op te sporen (2-4).

Aangezien deze publicaties vragen deden rijzen met betrekking tot de aanwezigheid van XMRV bij CVS-patiënten, willen we de precieze methoden documenteren die gebruikt werden om XMRV uit patiëntenstalen te amplificeren.

We dringen er bij de onderzoekers op aan om niet uitsluitend terug te vallen op DNA PCR op ongeactiveerde PBMC’s (perifere mononucleus bloedcellen), en bieden onze hulp aan indien nodig.

Waarom verschijnen er negatieve PCR-studies?

  1. De eerste mogelijkheid is dat zoals HTLV-1, en in tegenstelling tot HIV-1, XMRV niet wereldwijd verspreid is en minder voorkomt in het bijzonder in Europa, en dat een chronische ziekte zoals CVS verschillende milieutriggers kan hebben in verschillende delen van de wereld.

    In ons later werk dat volgde op de publicatie van de Science paper in oktober, hebben we XMRV in personen van over de hele wereld teruggevonden en we denken dus dat deze verklaring weinig waarschijnlijk is.

  2. Een tweede mogelijkheid is dat er meer verscheidenheid bestaat in XMRV-sequenties dan eerder gerapporteerd. PCR detectie zal slechts werken als de gebruikte primer-sequenties correct zijn voor die specifieke stam. Dus als er verschillende stammen bestaan, zal deze methode niet werken. 

    PCR-sequenties zijn echter gewoonlijk afkomstig van geconserveerde gebieden van het viraal genoom, dus is deze verklaring ook onwaarschijnlijk.

  3. De replicatiegraad voor XMRV kan vrij laag zijn en/of de gehaltes kunnen over de tijd fluctueren bij een persoon. Deze uitleg kan wel gelden voor individuele personen, maar is onwaarschijnlijk voor grote aantallen zoals de drie negatieve studies hebben gebruikt.
  4. Echter als een van de laatste drie waar is…single round PCR van genomisch DNA geïsoleerd uit PBMC, die primers gebruikt gebaseerd op de gepubliceerde sequenties door gebruik te maken van hoog specifieke PCR gebaseerd op de sequentie van een enkele moleculaire kloon, (VP62) zal niet resulteren in de amplificatie van XMRV, zelfs niet van een besmet persoon.

  5. Een vierde verklaring is dat het perifere bloed van mononucleaire cellen niet de hoofdopslagplaats blijkt te zijn voor het virus.

    Hierbij moet opgemerkt worden dat bij het begin van een HIV-infectie PCR van perifere mononucleaire bloedcellen het virus niet zal detecteren, aangezien de opslagplaats zich in de macrofagen bevindt. Het is pas later dat de CD4-cellen geïnfecteerd worden en dat PCR van perifeer bloed positief wordt.

    Door in vitro studies zijn we op de hoogte van tropisme van XMRV, echter geen volledig onderzoek in vivo.

Er zijn andere mogelijke verklaringen voor het verschil in resultaat tussen de Lombardi et al. studie en de PCR-only studies die momenteel worden onderzocht.

Ondanks de huidige aanname dat PCR alle vragen beantwoordt, zijn er echter belangrijke tekortkomingen in deze veronderstelling, en PCR-only papers worden zelden gepubliceerd zonder ondersteunende gegevens.

Omwille van deze reden heeft de Science paper verschillende biologische technieken gebruikt om te bewijzen dat XMRV een besmettelijk retrovirus is, en een menselijk pathogeen dat gelinkt is aan personen met CVS. Er moet opgemerkt worden dat de vraag of XMRV CVS ‘veroorzaakt’ nooit werd besproken in de Science paper.

Omwille van deze zaken zullen we hieronder de methoden beschrijven die wij en andere onderzoekers momenteel gebruiken om reproduceerbaar XMRV te detecteren.

Omdat we heel accuraat technische informatie willen uitwisselen, zal het volgende erg technisch zijn, en mogelijk moeilijk voor artsen. 

Nogmaals, wij willen onze hulp aanbieden die we kunnen geven om deze methoden te bespreken.

 

Amplificatiemethodes voor XMRV-detectie

  1. Reverse transcriptie (RT) – [PCR]

    Om problemen te vermijden met laboratorium DNA contaminatie, hebben we geneste PCR uitgevoerd met afzonderlijke reagentia in een afgescheiden laboratoriumkamer …

  2. Virale amplificatie door transmissie op LNCaP (biologische amplificatie)

    Twee methodes worden gebruikt om het virus op te sporen na transmissie in LNCaP-cellen…

  3. Virale isolatie

    ...

    Download hier de brief in .pdf formaat om de technische methodes in detail te lezen.

  4.  

Kortom, we hebben succesvol XMRV kunnen detecteren met bovenstaande methodes. We blijven ervan overtuigd dat XMRV in verband staat met CVS en verdere studies zijn aan de gang. We zijn er ons van bewust dat het onderzoek met betrekking tot de rol van XMRV bij CVS-patiënten en andere neuro-immuunziekten nog in zijn kinderschoenen staat en kijken gretig uit naar nieuwe kennis op dit gebied.

 

  1. Lombardi V, Ruscetti F, Gupta J, Pfost M, Hagen K, Peterson D, et al. Detection of an infectious retrovirus, XMRV, in blood cells of patients with chronic fatigue syndrome. Science. 2009;326(5952):595-89.

  2. Erlwein O, Kaye S, McClure M, Weber J, Wills G, Collier D, et al. Failure to detect the novel XMRV in chronic fatigue syndrome. PLoS ONE. 2010;5: e8519. doi:10.1371/journal.pone.0008519.

  3. Groom H, Boucherit V, Makinson K, Randal E, Baptista S, Hagen S, et al. Absence of xenotropic murine leukaemia virus-related virus in UK patients with chronic fatigue syndrome. Retrovirology. 2010;7(10 [Epub ahead of print]).

  4. Kuppeveld F, de Jong A, Lanke K, Verhaegh G, Melchers W, Swanink C, et al. Prevalence of xenotropic murine leukaemia virus-related virus in patients with chronic fatigue syndrome in the Netherlands: retrospective analysis of samples from an established cohort. BMJ 2010;340(doi:10.1136/bmj.c1018).


© Vertaling ME-Gids.net


| |

Nog geen reacties geplaatst

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.