Bron:

| 249 x gelezen

David Tuller © Anil van der Zee

26 juli 2022.

Een paper van Trudie Chalder aankondigen is veel te gemakkelijk. Het is ook oude koek voor Virology Blog – terug gaande naar 2015 en mijn eerste onderzoek naar de inmiddels in diskrediet gebrachte PACE-trial, waar zij een van de drie hoofdonderzoekers van was. Ze is hoogleraar “cognitieve gedragspsychotherapie” aan het King’s College in Londen, dus onderzoekt ze de impact van CGT op welke ziekte dan ook. Dat is alles wat professor Chalder doet; ze is Dat is alles wat professor Chalder doet: ze speelt telkens opnieuw dezelfde kaart.

Maar als zij telkens opnieuw dezelfde kaart wil spelen, dan moet ze ervoor zorgen dat die ene kaart steek houdt. In het geval van professor Chalder vind ik het nog steeds opmerkelijk dat zoveel van haar werk zo doorzeefd is met onzin. Ze bouwt een wankel kaartenhuis.

De meest recente bijdrage van professor Chalder – “Post stroke intervention trial in fatigue (POSITIF): Randomised multicentre feasibility trial” [Interventiestudie bij vermoeidheid na beroerte (POSITIF): gerandomiseerde multicentrische haalbaarheidsstudie] in het wetenschappelijk tijdschrift Clinical Rehabilitation – lijkt niet het soort feitelijke fouten en dataverdraaiingen te bevatten die eerdere onderzoeken hebben ontsierd. In dit geval lijken zij (als hoofdauteur) en haar collega’s hun weinig indrukwekkende bevindingen nauwkeurig vast te leggen. Maar ze lijken niet te willen of te kunnen erkennen dat de resultaten desastreus zijn voor de beweringen over de voordelen van CGT.

Als de financieringswereld normaal zou functioneren, zou een dergelijk rapport over een haalbaarheidsstudie voor een interventie de kans op steun voor een grootschalige studie ondermijnen. Financiers willen waarschijnlijk investeren in onderzoek dat waarschijnlijk bruikbare resultaten oplevert. En het lijkt niet veel zin te hebben om geld te pompen in een grotere, meer grootschalige versie van een onderzoek dat over de hele lijn geen resultaten heeft opgeleverd.

Maar dat is slechts mijn eigen mening. Ik neem aan dat professor Chalders web van aanhangers onder de Britse beleidsmakers ervoor zal zorgen dat ze subsidies blijft binnenharken – net als professor Esther Crawley, de methodologisch en ethisch gewraakte kinderarts van de Universiteit van Bristol. Het zou me niet verbazen dat professor Chalder al geld heeft of binnenkort geld zal krijgen voor een grootschalige versie van POSITIF. (Terzijde, kan iemand niet iets doen aan deze noodzaak om studie van pakkende acroniemen te voorzien? Soms is het gewoon zo irritant.)

Zoals we weten uit het oeuvre van professor Chalder, lijkt ze te denken dat elke vorm van vermoeidheid vatbaar is voor correctie door CGT. Van de vorm van CGT die in haar studies wordt gebruikt, wordt vaak gezegd dat ze is afgestemd op de bijzonderheden van de behandelde ziekte. In de PACE-trial was de vorm van CGT natuurlijk ontworpen om de “onbehulpzame” cognities te beïnvloeden waarvan werd aangenomen dat ze centraal stonden bij het in stand houden van de vermoeidheid en andere symptomen.

In een andere studie waarvan Chalder de hoofdauteur was – de CODES-studie naar CGT voor zogenaamde “psychogene niet-epileptische aanvallen” – werd de interventie omschreven als gericht op de psychologische factoren die vermoedelijk de aanvallen veroorzaken. Die studie had geen resultaten voor het primaire resultaat – vermindering van de aanvalsfrequentie. Sommige secundaire resultaten lieten bescheiden verbeteringen zien. De onderzoekers suggereerden dat vermindering van aanvallen misschien toch niet het juiste primaire resultaat was, in plaats van dat hun interventie waardeloos was. (Ik schreef over de CODES-studie hier en hier.)

In de meest recente paper is het doelwit vermoeidheid na een beroerte. Naar verluidt is de CGT aangepast aan deze aandoening:

In ons model van vermoeidheid na een beroerte stelden wij voor dat vermoeidheid vóór de beroerte, depressieve symptomen, angst, lage zelfredzaamheid, passieve coping, verminderde fysieke activiteit, slaapproblemen en onvoldoende sociale steun alle zouden kunnen bijdragen tot de ontwikkeling en/of instandhouding van vermoeidheid na een beroerte. Vervolgens ontwikkelden wij een interventie, gericht op die factoren die mogelijk omkeerbaar waren. Onze interventie was gebaseerd op CGT-principes.

De interventie bestond uit zeven telefonische CGT-sessies, die elk een uur duurden. Zowel wie de interventie kreeg als wie ze niet kreeg, werd geïnformeerd over vermoeidheid. Dit is hoe het document het telefonisch toegediende pakket beschrijft:

De interventie die wij in dit onderzoek aanboden, richtte zich op de potentieel omkeerbare aard van vermoeidheid, moedigde deelnemers aan om (a) angsten over fysieke activiteit te overwinnen, (b) de fysieke activiteit te verhogen met behulp van dagboekcontrole en activiteitenschema’s, (c) een evenwicht te bereiken tussen activiteiten, rust en slaap en (d) niet-helpende gedachten met betrekking tot vermoeidheid en een slecht humeur aan te pakken, indien aanwezig.

**********

Over het algemeen slechte resultaten

De resultaten waren slecht. Rekrutering en behoud waren niet geweldig, en aan het eind waren er geen verschillen tussen wie de speciaal aangepaste CGT-interventie kreeg en wie dat niet kreeg. Blijkbaar waren de patiënten niet zo geïnteresseerd in de interventie. En de interventie zelf leverde op geen van de gemeten domeinen voordeel op.

Laten we eens kijken naar de sombere cijfers. Van de 886 overlevenden van een beroerte uit drie Schotse klinieken die waren uitgenodigd om deel te nemen, kwamen er slechts 76 in de uiteindelijke steekproef terecht – minder dan 10%. Van de 39 die aan de interventie werden toegewezen, namen er slechts 23 (59%) deel aan ten minste vier sessies; acht van de 39 namen niet deel aan sessies. Na zes maanden waren er geen statistisch significante voordelen op een van de zes uitkomstmaten – vermoeidheid, angst, stemming, levenskwaliteit, sociale participatie en terugkeer naar het werk.

In de discussie grijpen de onderzoekers naar een paar redenen voor de slechte resultaten van de interventie – misschien was de handleiding te lang, misschien was een video beter geweest dan telefoongesprekken. Of misschien, suggereren ze, “hadden de deelnemers de noodzaak van actieve deelname en ‘huiswerk’ tussen de sessies niet begrepen.” In toekomstige studies, voegden de onderzoekers eraan toe, “zouden we vanaf het begin duidelijker moeten maken dat actieve betrokkenheid en ‘huiswerk’ tussen de sessies door van de deelnemers wordt verwacht.” Deze poging om de mislukkingen van de studie weg te verklaren ruikt naar wanhoop en voelt aan als patiënten beschuldigen. (Maar misschien ligt dat aan mij.)

Misschien had het aanpassen van enkele parameters een marginaal verschil gemaakt. Maar de realiteit is dat de interventie gefaald heeft. De bevindingen bevatten nauwelijks een spoor van positief nieuws. De interventie in de marge aanpassen lijkt niet de verhoopte effecten op te leveren. Niemand mag zeker geld geven voor een grootschalige studie met deze modaliteit, gezien deze gerapporteerde resultaten.

Een rationele of objectieve waarnemer zou suggereren dat het tijd is om het roer om te gooien. Maar wat concluderen Chalder en haar collega’s? Dit, volgens de samenvatting:

“Patiënten kunnen worden gerekruteerd voor een studie met dit ontwerp. Deze gegevens zullen het ontwerp van verdere studies bij vermoeidheid na een beroerte informeren.”

Wow. Oké. Dus misschien kunnen patiënten worden geworven voor een studie met dit ontwerp, hoewel de hier gepresenteerde gegevens duidelijk niet robuust zijn op dat punt. Maar wat zou het nut zijn, gezien de nulresultaten? En als de gegevens informatie opleveren voor toekomstig onderzoek, zal de boodschap hopelijk zijn dat verdere studies naar vermoeidheid na een beroerte een heel andere aanpak moeten volgen en moeten worden uitgevoerd door onderzoekers die minder aan hun eigen aannames vasthouden. Ik betwijfel echter of professor Chalder en haar collega’s dat wilden zeggen.

De conclusie dat patiënten kunnen worden gerekruteerd om deel te nemen aan nutteloze studies, doet me denken aan een recensie die ik ooit las over een film van Toni Collette. Wat een geweldige actrice! En terwijl de recensent haar erg goed vond, waren ze veel minder vriendelijk over de film waarin ze speelde. (Ik herinner me de naam van de recensent niet.) De eerste zin van de recensie maakte me aan het lachen. Het ging ongeveer zo: “Toni Collette kan waarschijnlijk alles doen wat ze wil als actrice, maar dat betekent niet dat ze dat ook moet doen.”

Om te vertalen voor de huidige context: Patiënten kunnen waarschijnlijk worden gerekruteerd voor een studie als “Post stroke intervention trial in fatigue (POSITIF)”-maar dat betekent niet dat ze dat ook zouden moeten doen.

© David Tuller voor Virology Blog. Vertaling Zuiderzon, redactie NAHdine en Abby, ME-gids.




Lees ook

Geef een antwoord

Zijbalk

Volg ons
ma
di
wo
do
vr
za
zo
m
d
w
d
v
z
z
28
29
30
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
1
Geen Evenementen
Recente Links