random
Artikels

Hits: 843
Geplaatst
door: ME-gids
op: 3 dec 2015
Bijgewerkt: 3 dec 2015
Bron: James Coyne, PLOS Blogs

Waarom de wetenschappelijke wereld het nodig heeft dat de PACE-gegevens worden vrijgegeven


James Coyne PhD, Plos blogs, 11 november 2015

By Roche DG, Lanfear R, Binning SA, Haff TM, Schwanz LE, et al. (2014) [CC BY 4.0], via Wikimedia Commons

Een universiteit en klinische onderzoekers moeten de gegevens vrijgeven aan een burgerwetenschapper die tevens patiënt is, als gevolg van een belangrijke beslissing in het Verenigd Koninkrijk. Maar de beslissing zou nog steeds kunnen worden teruggedraaid als de Universiteit en de onderzoekers in beroep gaan. Voor de wetenschappelijke wereld is het nodig dat de beslissing wordt gehandhaafd. Naar mijn mening is het niet wijs om in beroep te gaan. De redenen voor het achterhouden van gegevens waren sowieso al ouderwets. Het terugdraaien van de beslissing zou een slecht precedent scheppen en nog een tand verwijderen uit de zowat tandeloze vereisten voor het delen van gegevens.



We hadden geen Francis Collins, directeur van de National Institutes of Health, nodig om ons te vertellen wat we al wisten: de wetenschappelijke en biomedische literatuur is niet te vertrouwen.

En er is ook nog het nieuwe rapport van de Academy of Medical Sciences uit het Verenigd Koninkrijk, Reproduceerbaarheid en betrouwbaarheid van biomedisch onderzoek: verbeteren van de onderzoekspraktijk.

Er is een groeiend onbehagen geweest over de reproduceerbaarheid van veel biomedisch onderzoek, met falende pogingen om bevindingen te herhalen die worden genoemd in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften, evenals in de algemene en wetenschappelijke media. Gebrek aan reproduceerbaarheid hindert wetenschappelijke vooruitgang en vertaling, en bedreigt de reputatie van biomedische wetenschap.

Enkelen van de aanbevelingen in het rapport:

  • Tijdschriften zouden de opdracht kunnen geven om onderliggende gegevens tijdig beschikbaar te maken. Dit wordt al als eis gesteld door bepaalde uitgevers zoals de Public Library of Science (PLoS) en vele deelnemers waren het ermee eens dat het meer de normale gang van zaken zou moeten worden.
  • Financiers zouden kunnen eisen dat de gegevens tijdig worden vrijgegeven. Veel financierende instanties verlangen dat de gegevens die met behulp van hun financiering worden gegenereerd, tijdig en op een verantwoordelijke manier beschikbaar worden gemaakt voor de wetenschappelijke gemeenschap.

Er is een consensus bereikt: de crisis in de betrouwbaarheid van de wetenschap kan alleen worden overwonnen als wetenschappelijke gegevens routinematig beschikbaar worden gesteld voor heranalyse. Onafhankelijke replicatie van sociaal significante bevindingen is vaak onhaalbaar, en onnodig als de originele gegevens volledig beschikbaar zijn voor inspectie.

Talloze financierende regeringsinstanties en regelgevende organen ondersteunen het routinematig delen van gegevens.

Het beleid uit 2011 van de Medical Research Council (MRC) uit het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot het delen en bewaren van gegevens heeft de principes ondersteund die op een rijtje zijn gezet door Research Councils UK, waaronder:

Onderzoeksgegevens die door publieke financiering zijn verkregen, zijn een openbaar goed, geproduceerd in het belang van het publiek, die openlijk beschikbaar gemaakt moeten worden met zo weinig mogelijk restricties op een tijdige en verantwoorde manier.

Om ervoor te zorgen dat onderzoeksgegevens vindbaar zijn en effectief opnieuw gebruikt kunnen worden door anderen, moeten voldoende metagegevens opgeslagen en openlijk beschikbaar gesteld worden om andere onderzoekers in staat te stellen om het onderzoek en het potentieel aan hergebruik van de gegevens te begrijpen. Gepubliceerde resultaten zouden altijd informatie moeten bevatten over op welke manier er toegang verkregen kan worden tot de ondersteunende gegevens.

De Beleidslijnen van de Wellcome Trust Over Beheer en Delen van Gegevens openen met

De Wellcome Trust verbindt zich ertoe de output van het onderzoek dat het financiert, waaronder onderzoeksgegevens, zo te beheren en te gebruiken dat het openbaar belang optimaal bediend wordt. Door onderzoeksgegevens tijdig en op een verantwoorde manier uitgebreid beschikbaar te maken aan de onderzoeksgemeenschap, verzekert de trust dat deze gegevens geverifieerd kunnen worden, dat erop verder gebouwd kan worden en dat ze gebruikt kunnen worden om kennis en de toepassing ervan te bevorderen om verbeteringen in gezondheidszorg te genereren.

De Cochrane Collaboration heeft voorgesteld dat er onmiddellijke toegang tot alle klinische onderzoeksgegevens zou moeten zijn

  • Overzichtsresultaten voor alle in protocols gespecificeerde resultaten, met analyses die gebaseerd zijn op alle deelnemers, zouden openbaar gemaakt moeten worden, vrij van kosten en in makkelijk toegankelijke elektronische formats binnen de 12 maanden na het voltooien van de geplande verzameling van onderzoeksgegevens;

  • Ruwe, geanonimiseerde, individuele deelnemersgegevens zouden gratis beschikbaar gemaakt moeten worden; met passende veiligheidsmaatregelen om ethische en wetenschappelijke integriteit en standaarden te verzekeren en om de privacy van de deelnemer te beschermen (bijvoorbeeld door een centrale opslagplaats, en vergezeld van voldoende gedetailleerde verklaring).

Er kunnen veel vergelijkbare uitspraken op het web worden gevonden. Ik ben mij niet bewust van geloofwaardige tegenargumenten die breed geaccepteerd worden.

Toch is de ondersteuning van het routinematig delen van gegevens enkel gebaseerd op een belofte tot hervorming, die door de band genomen slechts sporadisch gehandhaafd wordt. Degenen van ons die gegevens opvragen van eerder gepubliceerd klinisch onderzoek, realiseren zich meteen dat de eisen voor het delen van gegevens krachteloos zijn. In het licht daarvan moeten wetenschappers goed opletten of tegen een belangrijk besluit betreffende het delen van gegevens uit een publiekelijk gefinancierd onderzoek in beroep is gegaan en of het besluit is vernietigd.

De besluitvorming die vereist is met betrekking tot de vrijgave van de PACE- gegevens

Het Information Commissioner’s Office in het Verenigd Koninkrijk (ICO) gaf Queen Mary University of London (QMUL) op 27 oktober 2015 de opdracht om de geanonimiseerde onderzoeksgegevens van het PACE-onderzoek over chronisch vermoeidheidssyndroom vrij te geven aan een niet-genoemde klager. QMUL heeft 28 dagen om in beroep te gaan.

Zelfs als wetenschappers niet voldoende weten om te geven om het chronisch vermoeidheidssyndroom/ myalgische encefalomyelitis, zouden ze wel bezorgd moeten zijn over de redenen die werden gegeven bij een eerdere weigering om de gegevens vrij te geven.

Ik keek kritisch naar de resultaten van de follow-up op lange termijn voor het PACE-onderzoek in een eerdere Mind the Brain blogpost en vond fatale fouten in de auteurs’ zelfgenoegzame interpretatie van de resultaten. Ondanks de auteurs’ beweringen van het tegendeel en hun buitengewone pogingen om patiënten aan te moedigen om te rapporteren dat de behandeling hen geholpen had, waren er simpelweg geen verschillen tussen de groepen bij de follow-up.

Achtergrond over het verzoek tot vrijgave van PACE- gegevens

  • Een klager verzocht vrijgave van specifieke PACE-gegevens door QMUL onder de wet op de vrijheid van informatie.
  • QMUL weigerde het verzoek.
  • De klager vroeg om een interne beoordeling, maar QMUL bleef bij haar beslissing om de gegevens achter te houden.
  • De klager nam contact op met het ICO om zijn bezorgdheid te uiten over de manier waarop het verzoek was behandeld.
  • Op 27 oktober 2015 schaarde de ICO zich aan de kant van de klager en beval de vrijgave van de gegevens.

Een rapport omschrijft de argumenten van Queen Mary voor het weigeren van het vrijgeven van de gegevens en de rechtvaardiging van de Commissaris om partij te kiezen voor de patiënt die verzocht om de gegevens vrij te geven.

Redenen waarom het verzoek om vrijgave van de gegevens in eerste instantie werd geweigerd

De QMU PACE-onderzoekers beweerden dat

  • ze het recht hadden om gegevens achter te houden voorafgaand aan publicatie van geplande papers.
  • ze een vrijstelling moesten krijgen voor het vrijgeven van de gegevens omdat de gegevens gevoelige medische informatie bevatten die het mogelijk maakten om de studiedeelnemers te identificeren.
  • vrijgave van de gegevens hen zou hinderen bij patiëntenwerving voor onderzoek in de toekomst.

De QMU PACE-onderzoekers wierpen specifieke bezwaren op over een gemotiveerde indringer die in staat zou zijn om de heridentificatie van deelnemers mogelijk te maken:

In verband met een gemotiveerde indringer die in staat is om heridentificatie van deelnemers mogelijk te maken, bracht de Universiteit het volgende argument naar voren:

“Het PACE-onderzoek is onderworpen aan extreem nauwkeurig onderzoek en krijgt al jaren tegenwind. Er is een gecoördineerde inspanning geweest door een luidruchtige minderheid wiens zienswijzen met betrekking tot de oorzaken en behandeling van CVS/ME niet stroken met het PACE-onderzoek en die, volgens de overtuiging van QMUL, het onderzoek in diskrediet probeert te brengen. En inderdaad, zoals werd opgemerkt door de redacteur van the Lancet, ging het na de publicatie van de paper in 2001 niet om een ‘wetenschappelijk debat’ maar om een ‘gecoördineerde respons van patiëntengroepen met de bedoeling om de geloofwaardigheid van het onderzoek te ondermijnen [en] ... ook de geloofwaardigheid van de onderzoekers en dat is naar mijn mening een van de alarmerende aspecten in deze zaak. Dit is geen zuiver wetenschappelijk debat; dit gaat naar het hart van de integriteit van de wetenschappers die dit onderzoek uitvoerden.”

Bizar. Dit is overduidelijk een getalenteerde, gemaskerde, gemotiveerde indringer. Hebben zij bewijs dat Magneto weer in actie is? Hij werkt nu meestal samen met de goede jongens, zoals te zien is aan de hulp die hij Neurocritic and mij gaf.

Laat ons dit geheel nieuwe argument eens overpeinzen. Ik heb het nagevraagd bij Jon Merz, bioethicus aan de University of Pennsylvania, en een expert die op internationaal vlak onderzoekers heeft opgeleid en commissies gesticht voor de bescherming van menselijke proefpersonen. Zijn mening was duidelijk:

De litanie van uitvluchten – geen redenen – die worden aangereikt door de onderzoekers en Queen Mary University zijn een schrale poging om transparantie en aansprakelijkheid te vermijden, door zich te verschuilen achter wettelijke muren in plaats van hun critici te ontmoeten op een gelijk speelveld. Ze zouden bereid moeten zijn om de gegevens te verstrekken voor onafhankelijke analyse op zoek naar de waarheid. Ze zouden dit natuurlijk vrijwillig kunnen doen, op een manier die hen er contractueel van verzekert dat de gegevens zouden worden beschermd en dat geen pogingen zouden worden ondernomen om individuele proefpersonen te identificeren (het is trouwens volledig onduidelijk waarom iemand het zou kunnen interesseren om zo’n poging te ondernemen), of zij kunnen deze zaak verliezen en in wezen elke hoop verliezen op het controleren van verspreiding.

De ‘georkestreerde respons om de geloofwaardigheid van het onderzoek te ondermijnen’ die door QMU en de PACE-onderzoekers wordt verkondigd, zowel als het probleem dat wordt opgeworpen over de “integriteit van de wetenschappers die de studie hebben uitgevoerd” klinken al te bekend in de oren. Het is het soort verdediging die we horen van wetenschappers die onder nauwkeurig toezicht staan van Open Science Collaborations, zoals bij psychologie en kanker. Reactionairen die peerreview voor post-publicatie weigeren, zeggen dat we bezorgd moeten zijn vanwege intimidatie door

“de replicatiepolitie” “schaamteloze kleine pestkoppen”, “intolerante, zelfbenoemde sheriffs” die betrokken zijn bij een proces “dat duidelijk niet is ontworpen om de waarheid te vinden”, “tweederangsonderzoekers” die niet capabel waren om hun eigen nieuwe bijdragen te doen aan de literatuur, en – zeer bondig – “klootzakken”.

Vergezocht? Vergelijk dit met een QMU-citaat dat is opgetekend uit een interview voor de National Radio, Australian Broadcast Company van 18 april 2011 met Richard Horton en PACE-onderzoeker Michael Sharpe, waarin voormalig Lancet-redacteur Richard Horton oordeelde:

Een vrij kleine, maar sterk georganiseerde, zeer luidruchtige en zeer veel schade berokkenende groep individuen die ... deze agenda hebben gegijzeld en het debat hebben verstoord...

“Het debat hebben verstoord”? Was iemand zo impertinent om de auteurs hun beweringen over hun bevindingen uit te dagen? Klinkt als Pubpeer. We hebben gezien waar die toe in staat zijn .

Helaas, alle wetenschappelijke bevindingen zouden aan een nauwkeurig onderzoek moeten worden onderworpen, alle gegevens die relevant zijn voor de stellingen die worden gedaan, zouden beschikbaar moeten zijn voor heranalyse. Onderzoekers moeten gewoon leven met de mogelijkheid dat hun stellingen fout of overdreven blijken te zijn. Dit is des te meer waar voor stellingen die een aanzienlijke impact hebben op openbaar beleid en klinische diensten en uiteindelijk ook op het welzijn van patiënten.

[Het is fascinerend te zien dat Richard Horton op de vergadering sprak waaruit het rapport voortkwam van de Academy of Medical Sciences uit het Verenigd Koninkrijk, waarnaar ik hierboven een link gaf. De betekenis ervan lag vervat in Hortons hoofdartikel in The Lancet , waarin hij de algemene teneur van de vergadering versterkte: “Het is alarmerend dat slecht onderzoeksgedrag duidelijk welig tiert. In hun zoektocht naar het vertellen van een samenhangend verhaal, boetseren wetenschappers te vaak gegevens om bij hun eigen voorkeurstheorie van de wereld te passen.” In zijn hoofdartikel herhaalde hij een aantal van de aanbevelingen van het rapport van de vergadering, maar maakte vreemd genoeg geen melding over het delen van gegevens.]

Gelukkig heeft het ICO de argumenten van QMUL en de PACE-onderzoekers verworpen. De Commissaris meende dat QMUL en de PACE-onderzoekers bij het achterhouden van de gegevens de regelgeving niet correct hadden geïnterpreteerd en dat zij de gegevens aan de klager moesten vrijgeven of het risico zouden lopen om te worden gezien als in minachting van het hof.

Het besluit van 30 pagina’s is een fascinerend stuk om te lezen, maar hier is een accurate samenvatting van elders:

Bij zijn beslissing beoordeelde de Commissaris dat QMUL er niet in was geslaagd om plausibele mechanismen aan te leveren waardoor patiënten zouden kunnen worden geïdentificeerd, zelfs in het geval van een “gemotiveerde indringer”. Hij was er ook niet van overtuigd dat er voldoende bewijs was om te bepalen dat het vrijgeven van de gegevens zou resulteren in de massale uittocht van een significant aantal van de 640 deelnemers aan het onderzoek, noch dat het zou zorgen voor een belangrijke afname van het aantal deelnemers dat vrijwillig wil deelnemen aan toekomstig onderzoek.

Vereisten voor het delen van gegevens in de Verenigde Staten hebben niets om het lijf en de situatie zou worden verslechterd door het terugdraaien van de beslissing van ICO

Zoals in het Verenigd Koninkrijk worden de Verenigde Staten verondersteld voorwaarden te stellen over het delen van gegevens van openbaar gefinancierd onderzoek. Maar het is niet eenvoudig om ondersteuning krijgen van regelgevende instanties, die in verband staan met financieringsbronnen, bij het verwerven van gegevens. Hier is mijn recente verhaal, dat nog steeds niet helemaal ontvouwd is – of misschien, helaas, voorbij is, tenminste toch voorlopig.

Lange tijd heb ik mijn eigen gevechten uitgevochten over onderzoekers die ongefundeerde uitspraken deden dat psychotherapie het leven van kankerpatiënten zou verlengen. Onderzoek ondersteunt deze bewering simpelweg niet. De overtuiging dat psychologische factoren een dergelijke invloed hebben op het verloop en het resultaat van kanker zorgt ervoor dat kankerpatiënten de schuld op zich geschoven krijgen en ook zichzelf beschuldigen als zij hun ziekte niet overwinnen via één of andere vorm van mentale controle. Ons systematisch overzicht trok de volgende conclusie:

“Geen enkel gerandomiseerd onderzoek dat was ontworpen met overleven als primair eindpunt en waarin psychotherapie niet verward werd met medische zorg, heeft een positief effect opgeleverd.”

Onderzoekers die enkele van de meest ambitieuze, goed ontworpen onderzoeken uitvoerden om de werking van psychologische behandelingen bij kanker te testen, waarvan de resultaten nihil waren, gaven weerklank aan onze vaststelling. De commentaren waren getiteld “Hoop laten varen” en “ Tijd om verder te gaan”.

In een eerdere blogpost leverde ik een uitgebreid overzicht van de literatuur met betrekking tot de vraag of psychotherapie en praatgroepen de overlevingstijd verlengden. Was het onderwerp van ‘geest over kanker’ niet al lang te ruste gelegd? Een wetenschapsjournalist die geïnteresseerd was in het schrijven van een artikel over deze controverse, nam niet lang geleden contact met mij op. Na een lange discussie concludeerde hij dat het onderwerp was afgerond – er was geen effect gevonden – en hij zou er niet in slagen om zijn idee voor een artikel verkocht te krijgen aan een kwaliteitstijdschrift.

Maar zoals hier verder wordt uitgewerkt, blijft een onderzoeker beweren dat een combinatie van ontspanningsoefeningen, stressvermindering en voedingsadvies de overlevingstijd verlengt. Mijn collega’s en ik namen dit onderzoek uit 2008 onder de loep. Wij voerden chi-kwadraattoetsen uit op de basisgegevens die in de tabellen van de paper werden voorgesteld. Maar geen van onze analyses van de groepsopdracht over sterfte of ziekteherval was significant. Het effect dat de onderzoekers beweerden te hebben gevonden, hing af van dubieuze multivariate analyses met covariaten die niet onafhankelijk van elkaar konden worden geëvalueerd zonder naar de gegevens te kijken.

De onderzoeksgroep probeerde in eerste instantie de publicatie van een brief aan de redacteur tegen te houden door een beleidspunt aan te halen van het tijdschrift Cancer dat kritische brieven niet konden worden gepubliceerd tenzij de onderzoekers ermee instemden om te reageren en zij weigerden om te reageren. Wij gingen in beroep en het tijdschrift veranderde haar beleid en stond ons extra ruimte toe voor onze brief.

Vervolgens vroegen wij aan de Coördinator voor Onderzoeksintegriteit van de universiteit van de onderzoeker om de specifieke gegevens die wij nodig hadden om de multivariate analyses te repliceren waarin de onderzoekers beweerden een effect te zien op overleven. Het verzoek werd afgewezen:

Als dergelijke gegevens openbaar zouden worden gemaakt, zouden nog onuitgemaakte onderzoeksideeën en technieken onthuld worden. Bijgevolg zou het vrijgeven van dergelijke informatie de concurrentiële positie van de gebruikers van deze onderzoeksgegevens in belangrijke mate nadelig beïnvloeden en zouden concurrenten en onderzoekers toegang hebben tot ongepubliceerd intellectueel eigendom van de universiteit en haar faculteit en studenten.

Vergeet niet dat wij in 2014 om specifieke gegevens vroegen die nodig waren om analyses te evalueren die in 2008 waren gepubliceerd.

Ik vroeg aan statisticus Andrew Gelman of mijn bezwaren tegen de multivariate analyses goed gefundeerd waren en hij was het ermee eens dat zij dat waren .

Later heeft een andere vooraanstaande statisticus, Helena Kraemer, een scherpzinnige kritiek gepubliceerd over betrouwbaarheid in een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek met multivariate analyses, en over het feit dat simpele bivariate analyses de werkzaamheid van behandelingen niet ondersteunen. Zij noemde aanpassingen met covariaten een “bron van fout-positieve resultaten.”

Wij gingen in beroep bij het Bureau voor Onderzoeksintegriteit (ORI) van het Amerikaanse Ministerie voor Volksgezondheid en Sociale Diensten (HHS), maar zij gaven aan dat zij niet de bevoegdheid hadden om het delen van gegevens af te dwingen.

De hoofdonderzoeker die beweerde dat er een effect was op overleving, vergezelde intussen programmafunctionarissen van het Amerikaanse Nationaal Kankerinstituut (NCI) naar conferenties in Europa en de Verenigde Staten, waar zij haar behandeling als doeltreffend promootte. Ik diende een klacht in bij Robert Croyle, directeur van de NCI-Afdeling voor Kankercontrole en Bevolkingswetenschappen, die tweemaal met haar optrad als co-presentator. Ironisch genoeg wordt hij, in zijn hoedanigheid als directeur, verondersteld om het delen van gegevens voor de afdeling mogelijk te maken. Professionals werden misleid om te geloven dat deze behandeling de levens van kankerpatiënten zou verlengen en deze bewering had blijkbaar de steun van het NCI.

Ik vertelde Robert Croyle dat, als de gegevens voor de specifieke analyses werden vrijgegeven, aangetoond kon worden dat de beweringen fout waren. Croyle was het niet met mij oneens, maar gaf aan dat de vrijgave van de gegevens niet kon worden afgedwongen.

Het Nationaal Kankerinstituut bood onlangs aan om het inschrijvingsgeld te betalen voor het Internationaal Psycho-Oncologiecongres in Washington DC voor alle professionals die bereid waren zich in te schrijven voor een gratis bijscholing in deze behandeling.

Ik denk niet dat ik één gekwalificeerde professional, Croyle ingebrepen, zo ver zou kunnen krijgen om met mij publiekelijk in debat te gaan over of psychotherapie de overlevingskansen van kankerpatiënten verhoogt. Maar de promotie van het idee blijft verdergaan omdat het samenhangt met de kracht van de geest over het lichaam en ziekten, een aantrekkelijk discussiepunt.

Ik heb mijn pogingen niet opgegeven om de gegevens te krijgen om aan te tonen dat uit dit onderzoek niet blijkt dat psychotherapie de overlevingskansen van kankerpatiënten verhoogt, maar ik word tegengewerkt door de onwil van de autoriteiten om hun eigen regels voor het delen van gegevens af te dwingen.

Er zijn duidelijke parallellen tussen de politiek achter de hardnekkigheid van de bewering in de VS dat psychotherapie de overlevingskansen van kankerpatiënten verhoogt, de politiek in het Verenigd Koninkrijk over cognitieve gedragstherapie als voldoende behandeling voor schizofrenie bij gebrek aan medicatie, of als middel tot herstel van de verwoestende medische aandoening chronisch vermoeidheidssyndroom/ myalgische encefalomyelitis. Er zijn ook parallellen met onderzoekers die controversiële dingen beweren die gebaseerd zijn op multivariate analyses, maar die geen toegang toestaan tot gegevens om de analyses onafhankelijk te kunnen evalueren. In beide gevallen lijdt het welzijn van de patiënt eronder.

Als het ICO de vrijgave van de gegevens voor het PACE-onderzoek in het Verenigd Koninkrijk blijft steunen, zal dit de NIH in de VS onder druk zetten om te stoppen met het hypocriet ondersteunen van het delen van gegevens en het belonen van onderzoekers wiens geloofwaardigheid afhangt van het niet delen van hun gegevens.

Zoals gezien in een PLOS ONE-studie staat onwil om gegevens te delen in antwoord op formele verzoeken

in verband met zwakker bewijs (tegenover de nulhypothese van geen effect) en een hogere prevalentie van duidelijke fouten in het rapporteren van statistische resultaten. De onwil om gegevens te delen was vooral uitgesproken aanwezig als het rapporteren van fouten een invloed had op de statistische significantie.

Waarom de PACE- onderzoekers beter niet in beroep gaan

De PACE-onderzoekers stonden tot nu toe nogal afwijzend tegenover kritiek, alsof ze ervan uitgingen dat CVS/ME hebben een criticus belet dat zijn kritiek serieus genomen wordt, zelfs als de kritiek overigens gegrond is. Maar door de follow-upgegevens op lange termijn te publiceren in Lancet Psychiatry worden de onderzoekers geconfronteerd met breed onderlegde academici, wier kritiek niet zo makkelijk opzij geschoven kan worden. Ja, de geloofwaardigheid van de interpretaties die de onderzoekers aan hun gegevens gaven, wordt uitgedaagd. En zelfs als zij niet vinden dat zij moeten reageren op patiënten, moeten zij wel reactie geven aan collega’s. Het vrijgeven van de gegevens is de enige aanvaardbare reactie en doen ze dit niet, dan riskeren ze schade aan hun reputatie.

QMUL, Professors White en Sharpe, laat de gegevens van de Mensen vrij.

Nvdr. Op 26 november 2015 raakt bekend dat QMUL in beroep gaat, meer info: (1), (2).

© James Coyne, PLOS Blogs. Vertaling Meintje, redactie Abby, eindredactie Zuiderzon, ME-gids.


Lees ook


Share | |

Nog geen reacties geplaatst

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.