random
Dossiers, rapporten

Hits: 592
Geplaatst
door: ME-gids
op: 19 sep 2016
Bijgewerkt: 19 sep 2016
Bron: #MEAction

Opiniepeilingsresultaten over verzoek om inbreng voor nieuwe onderzoeksstrategieën voor ME/CVS


Jaime S, #MEAction, 7 augustus 2016.
Deel
1, 2, 3.

Allereerst wil ik iedereen bedanken die gereageerd heeft op de opiniepeiling van #MEAction om onze reactie aan de NIH zo veelomvattend en representatief mogelijk te maken!

Op 24 mei publiceerden de National Institutes of Health (NIH) het document Verzoek Om Informatie: Vraag om Inbreng voor Nieuwe Onderzoeksstrategieën voor Myalgische Encefalomyelitis/ Chronisch Vermoeidheidssyndroom (ME/CVS). Een brede waaier aan patiënten, wetenschappers, voorvechters en organisaties formuleerden hun reacties en zonden ze in. #MEAction koos voor eengrassroots-benadering en bracht een enquête uit waar 1800 belanghebbenden aan deelnamen. Je kan het hier vinden. #MEAction maakte ook van de gelegenheid gebruik om patiënten naar hun mening te vragen over een hele reeks belangrijke kwesties en om demografische en andere belangrijke data te verzamelen.



Dit zijn de resultaten.

Inleiding

#MEAction stelde een enquête op via Google Enquêtes met 109 vragen die de ondervraagden de kans gaven om de belangrijkheid van elk item te quoteren van 1 tot 5, waarbij items aangeduid met '1' het minst belangrijk zijn voor onderzoek en items aangeduid met '5' het meest belangrijk zijn voor onderzoek. De enquête voorzag een neutrale samenvatting van het mogelijke belang van elk item en de ondervraagden werden aangemoedigd om items over te slaan waarvan ze het gevoel hadden dat ze ze niet begrepen, in plaats van ze een 'gemiddelde' waarde te geven. Een item met een score van 4/5 of beter werd beschouwd als van beduidend belang. De enquête bevatte ook 13 vragen over demografie en open vragen voor elk onderdeel, om de ondervraagden de kans te geven om bijkomende commentaar en bedenkingen toe te voegen.

De reacties werden opgevraagd via het nieuwsplatform van meaction.net, de online gemeenschap op Phoenix Rising en de sociale media Facebook en Twitter.

Op vraag van leden van de gemeenschap werden items toegevoegd aan de enquête en de ondervraagden kregen de optie om items over te slaan die ze niet begrepen, wat zorgt voor wat heterogeniteit in het aantal antwoorden per item.

Enquêtevragen werden opgedeeld in volgende categorieën:

  • Specifieke onderzoeksuitdagingen
  • Specifieke oplossingen voor deze uitdagingen
  • Symptomen
  • Biomarkers
  • Testen
  • Pathogene triggers
  • Niet-pathogene triggers
  • Behandelingen
  • Bijkomende onderzoeksterreinen

De data werden anoniem verzameld, enkel gemarkeerd met tijdstip van voltooiing. De data werden opgeschoond om onopzettelijke dubbelinzendingen te elimineren en de numerieke waarden nauwkeuriger te berekenen, bv. als een ondervraagde schreef dat hij/zij ME kreeg in "1998 of 1999", dan werd daarvan het cijfer 1998,5 gemaakt om het gemiddelde tijdstip van aanvang te schatten voor alle ondervraagden.

Van de ondervraagden identificeerde 92% zich als blank, 82% als vrouw en over het algemeen waren ze van Europese afkomst.

Beperkingen van de enquête zijn o.a.: dat ze enkel in het Engels aangeboden werd, en dat er beperkte tijd voorzien was om te antwoorden, wat leidt tot vooral gepensioneerde en geïnvalideerde ondervraagden. Het voltooien van een enquête van meer dan 100 vragen kan ondoenbaar zijn voor ernstig zieke en zeer ernstig zieke patiënten. 'Ernstig' is hier gedefinieerd als huisgebonden en 'zeer ernstig' is gedefinieerd als bedgebonden. Dit heeft mogelijk tot gevolg dat de ondervraagden over het algemeen gezonder zijn dan het referentiepubliek.

Met het oog op informatievergaring van personen met een verscheidenheid aan perspectieven werd ook aan clinici en verzorgers gevraagd om te antwoorden.

Specifieke uitdagingen / barrières en mogelijke oplossingen in ME-onderzoek

Samenvatting

De grootste barrière voor onderzoek naar ME en mogelijke oplossingen zijn opgelijst in onderstaande grafiek.

Commentaar van belanghebbenden:

"Gebrek aan geld en stigma/gebrekkige kennis zijn nauw met elkaar verweven. Ze creëren een terugkoppelingslus van gebrek aan onderzoekers en gebrek aan goeie informatie. Zo lang we er geen groot geld in pompen, samen met goeie informatie, zullen deze barrières blijven bestaan."

"NIH moet erkennen dat visexpedities noodzakelijk zijn, en dat afgelijnde studies met een enkele hypothese/een enkel resultaat niet de enige studies zijn die we nodig hebben om ME/CVS-onderzoek vooruit te brengen.

"Omdat deze ziekte 30 jaar lang vreselijk verwaarloosd is, weet de ME-gemeenschap er meer over dan de wetenschappelijke gemeenschap in het algemeen, en de NIH in het bijzonder. Je moet samenwerken met specialisten BUITEN NIH, onderzoekers zoals Ron Davis aan Stanford, clinici/onderzoekers zoals Dan Peterson van Incline Village, Jose Montoya van Stanford en John Chia in L.A. Je moet samenwerken met patiënten die een wetenschappelijke achtergrond hebben. Tot slot is er sinds 2003 een CVS-Adviescomité bij de HHS [Amerikaans Ministerie van Volksgezondheid en Sociale Zaken, n.v.d.r.] (voordien was er een CVS-Coördinatiecomité). De publieke leden van CFSAC hebben hard gewerkt om elk jaar een reeks aanbevelingen op te stellen, en elk jaar worden die genegeerd. Het zou een goeie eerste stap zijn om deze aanbevelingen serieus te beginnen nemen."

Onderzoeksdefinities en naam van de ziekte

De enquête van #MEAction onthulde dat patiënten een overduidelijke voorkeur hebben voor de Canadese Consensuscriteria (CCC) van myalgische encefalomyelitis (62%) of de Internationale Consensuscriteria (ICC) (45%) boven andere voorgestelde criteria, zoals SEID van de IOM, Ramsay criteria, Fukuda en Oxford. De Fukuda- en Oxfordcriteria werden door de ondervraagden beschouwd als de minst gunstige criteria, met respectievelijk 12% en 11% als goedkeuringsgraad.

Ongeveer 30% van de ondervraagden was het ermee eens dat patiënten zouden moeten voldoen aan verschillende criteria; niettegenstaande vonden de ondervraagden het uiterst belangrijk dat de NIH-studies slechts één consistente definitie gebruiken in klinisch onderzoek (4.45 / 5). Dit geeft het idee weer dat, hoewel verschillende definities klinisch gezien interessant kunnen zijn, onderzoeksdefinities strikter en consistenter moeten zijn, zodat het duidelijk is welke ziekte bestudeerd wordt, en op welke patiëntenpopulatie de data van toepassing zijn.

Patiëntenheterogeniteit

Alhoewel het bestuderen van subgroepen, clusters en het onderscheid tussen ME- en CVS-definities niet op de enquête vermeld werden als mogelijke onderzoeksprioriteit, weerspiegelden voldoende individuele commentaren deze kwestie, waardoor de discussie van ME-subgroepen toch een thema werd:

  • De aanwezigheid van meerdere subgroepen met symptoomclustering in ME
  • Dat ME en CVS niet dezelfde ziekte zijn, en dat ze apart bestudeerd moeten worden
  • Pas ziek geworden en langdurig zieke patiënten mogen niet in dezelfde cohorten geplaatst worden (cfr. de cytokinestudie van Lipkin en Hornig)

Opmerkingen van belanghebbenden:

"Het feit dat ME mij een paraplubenaming lijkt voor een hele hoop subgroepen, betekent dat de symptoomgeschiedenis cruciaal is. Wat het ene soort ME veroorzaakt is misschien niet de boosdoener voor alle subgroepen, dus onderzoeksresultaten zouden opgesplitst moeten worden om te laten zien welke subgroep het best reageerde op welke behandeling. Mijn ME is anders dan die van anderen die ik ken, dus het is belangrijk om te weten welke resultaten relevant zijn voor welke subgroep."

"... we mogen de lat voor deze ziekte NIET hoger leggen dan voor andere ziektes door te jagen op die ene ongrijpbare biomarker of door resultaten die vaak abnormaal en misschien sensitief , maar niet specifiek zijn, steeds weer af te doen als waardeloos. We zouden waarschijnlijk vrij dicht bij een diagnose kunnen komen met een panel van 3 à 5 commercieel beschikbare tests: bv.: NK-celfunctie (degelijk voorbereid en uitgevoerd), sedimentatie, cognitieve tests en, indien beschikbaar, een inspanningstest. Het is ook heel belangrijk dat patiënten getest worden op individuele pathogenen om te helpen bepalen welke antivirale middelen/antibiotica, enz. hen in bepaalde mate zouden kunnen helpen."

De nood aan een inclusief onderzoeksmodel

Ernstig zieke patiënten

Het betrekken van ernstig zieke patiënten bij onderzoek kwam naar boven als een thema in de commentaren van de belanghebbenden. Ernstig zieke patiënten vertonen waarschijnlijk grote biologische afwijkingen, en bieden daarom een belangrijke kans op ontdekkingen in ME-onderzoek. Bovendien stelden belanghebbenden dat het helpen van deze patiënten een morele plicht is.

De commentaren op de enquête van #MEAction onthullen dat ME-patiënten algemeen gezien erg bereid zijn om informatie te verstrekken aan onderzoekers, en enthousiast zijn om deel te nemen aan onderzoek dat zou kunnen leiden tot behandelingen of een beter inzicht in de ziekte.

Rechtstreekse betrokkenheid van patiënten bij onderzoek en sturing

Veel belanghebbenden vinden het belangrijk dat patiënten en hun belangenbehartigers betrokken worden bij het beleidmakingsproces omtrent ME en dat ze onderzoek mee sturen.

Betrokkenheid van ervaren ME-onderzoekers

De belanghebbenden meldden ook de nood aan financiering van onderzoek dat uitgevoerd wordt door experts in de ziekte en vragen hen om hulp in het begeleiden van bredere vraagstukken omtrent ME-onderzoek, zoals epidemioloog Mady Hornig en viroloog Ian Lipkin aan Columbia University, geneticus Ron Davis en specialist infectieziekten en cardioloog Jose Montoya aan Stanford. De ondervraagden quoteerden het belang van betrokkenheid van biomedische ME-experts op 4,73/5 wat betreft belangrijkheid.

Verschillende ondervraagden voegden specifiek toe dat ze willen dat NIH het onderzoek van Ron Davis zou financieren naar de metabolomica van de ziekte. Nu Davis afgetekende veranderingen in celademhaling heeft ontdekt bij ernstig zieke patiënten, zal hij een specifiekere hypothese kunnen vormen, maar zijn kleine studie moest met private fondsen gefinancierd worden om zo ver te geraken. Dit is onaanvaardbaar, gezien zijn passie, expertise en talent om experts uit verschillende disciplines aan te trekken om deze complexe multisysteemziekte te bestuderen.

Commentaren van belanghebbenden:

"Er zijn veel mensen die betrokken zouden willen zijn bij het eigenlijke fysieke onderzoek of die de technische data vereenvoudigd willen zien zodat ze het makkelijk kunnen lezen en begrijpen. Veel mensen met ME/CVS zouden in staat zijn om het onderzoek begrijpen en zouden er een verhelderende kijk op kunnen bieden als ze er meer praktijkgericht en proactief aan konden deelnemen."

"Vergeet niet dat patiëntbetrokkenheid zowel daadwerkelijk als symbolisch kan zijn - we hoeven geen soort van greenwashing, een symbolische zegen op het studieontwerp van een tamme en slecht geïnformeerde groep patiënten. Na zo lang afwisselend genegeerd en vernederd te zijn geweest, willen patiënten werkelijke inbreng."

De nood aan een instituut

Op de vraag waar ME/CVS ondergebracht moet worden, antwoordde 81,49% 'in een nieuw instituut' (n = 1529).

Trans-NIH

22,89%

NINDS

34,60%

NIAID

23,22%

New institute

81,49%

Commentaren van belanghebbenden laten zien dat het vaakst voorkomende standpunt is dat ME theoretisch gezien toegang heeft tot financiering van verschillende instituten, wat zich vertaalt in weinig financiering van eender welk instituut.

Symptomen

Belanghebbenden vonden dat een groot aantal ME-symptomen het waard was om te bestuderen, met postexertionele malaise als belangrijkste over de hele lijn.

Hoewel patiënten PEM rangschikken als een hoge onderzoeksprioriteit, zijn er aanzienlijke ethische overwegingen bij het testen en bestuderen van patiënten met PEM. Dit vertaalt zich in de lage score die de belanghebbenden geven aan de wenselijkheid van het uitvoeren van een tweedaagse inspanningstest (3,69). Ten eerste brengt overmatige inspanning de gezondheid van ME-patiënten in gevaar. Ten tweede zijn enkel de gezondste patiënten in staat tot een inspanningstest, wat de data scheeftrekt.

ME-patiënten waren vooral niet geïnteresseerd in het bestuderen van het verband tussen ME en depressie.

Testen

Pathogene en niet-pathogene triggers

De ondervraagden waren vooral geïnteresseerd in virussen, zoals weerspiegeld in de hoogst scorende antwoorden voor onderzoek naar EBV, herpesvirussen, enterovirussen en het darmmicrobioom. Niet-pathogene triggers scoorden algemeen lager bij de meeste ondervraagden, met een gemiddelde score voor niet-pathogene triggers van 3,08/5 en voor pathogene en immunologische triggers van 3,79/5.

Vele ondervraagden zeiden dat één enkele pathogeen waarschijnlijk niet de causatieve factor is in ME.

Commentaren van belanghebbenden:

"... Het is geweten dat deze populatie vaak niet enkel een hele hoop gereactiveerde veelvoorkomende virussen heeft, maar dat bacteriële en alle andere ziekteverwekkers in veel hogere mate aanwezig zijn bij ME/CVS dan bij een gemiddeld persoon. Intussen is er duidelijk heel wat fascinerend onderzoek over het microbioom, o.a. dat ME/CVS samen blijkt te gaan met lage diversiteit in darmbeestjes. De vraag is overduidelijk waarom we vatbaar zijn voor allerlei soorten infectie...?"

"Belangrijke studies, zoals die naar MS, hebben verbanden aangetoond tussen het darmmicrobioom en symptomen en dit zou ook zo kunnen zijn voor mensen met ME/CVS... Vooral belangrijk is het ontwikkelen van een algemeen screeningsprofiel voor pathogenen dat gezondheidsdeskundigen kan helpen een uitgebreider scala aan tests aan te bieden dan wat nu algemeen gebeurt."

"De vraag is eerder: 'Wat is er mis met de mitochondriën of het immuunsysteem van de patiënten die ME krijgen?' in tegenstelling tot: 'Wat zijn de pathogenen die ME veroorzaken?'. Waarom genezen sommige mensen van het pathogeen en laten het achter zich, terwijl anderen nooit meer dezelfde zijn?"

Klinische en onderzoekstesten

Misschien geen verrassing gezien Davis' recente vooruitgang, maar metabolomica was het terrein waarop patiënten vonden dat ME-onderzoek er snel meer vooruitgang moet boeken. De tweedaagse inspanningstest werd gequoteerd als minder belangrijk, misschien omwille van de bezorgdheid dat het schadelijk kan zijn voor patiënten.

Mogelijke behandelingen

Behandelingen met een effect op celademhaling kregen de hoogste score van de belanghebbenden.

Meerdere studies hebben fouten vastgesteld in celademhaling en algemeen mitochondriaal functioneren bij ME-patiënten, inclusief:

Gezien de complexiteit van het energiemetabolisme kan celademhaling aangetast zijn op verschillende knooppunten van verschillende reactiepaden bij verschillende patiënten. Dit kan een oorzaak zijn van subgroepen van patiënten. Het is dringend nodig dat de NIH de disfunctie van het energiemetabolisme bestudeert bij ME- en CVS-patiënten en dat het de doeltreffendheid van vervangende behandelingen test.

De belanghebbenden gaven ook een hoge score aan Rituximab en antivirale middelen, terwijl het aanklagen van CGT- en GET-behandelingen zoals bedreven door de [n.v.d.r. biopsychosociale] BPS-school er duidelijk uit kwam.

Epidemiologie en medische hypotheses

Herstelde of bijna herstelde patiënten vergelijken met patiënten die stelselmatig achteruitgaan

De belanghebbenden onderstreepten het belang van het begrijpen waarom sommige patiënten herstellen-hervallen, sommige patiënten stelselmatig zieker worden, terwijl anderen hun vroegere functioneringsniveau geheel of gedeeltelijk terugkrijgen - was is er verschillend bij deze 5% volwassenen die herstellen?

Kinderen met ME

Er bestaat maar een klein handvol studies over jongvolwassenen en kinderen met ME.

De nervus-vagus-hypothese

De nervus-vagus-hypothese stelt dat het een infectie van de nervus vagus zelf is die een overmatige inflammatoire reactie veroorzaakt, die leidt tot de symptomen van ME. De nervus vagus stuurt signalen naar het lichaam in geval van een perifere infectie, maar een infectie van de zenuw zelf zou dit signaal uitvergroten.

Genetica van families waar ME vaak voorkomt

27,96% van de door #MEAction geënquêteerden zei dat ze ten minste één familielid hadden met ME of CVS (n=1266). Het zou kunnen dat een bepaald erfelijk, immunologisch fenotype leden van de populatie een aanleg kan geven tot het ontwikkelen van ME of CVS.

Bedankt iedereen voor de jullie deelname aan de Aanvraag Om Informatie van #MEAction. Jullie hebben het ons mogelijk gemaakt om een uitvoerig verslag in te dienen waarin de prioriteiten van 1800 belanghebbenden staan opgetekend! Elk beetje belangenbehartiging helpt ons vooruit!

© #MEAction. Vertaling Abby, redactie Zuiderzon, ME-gids.


| |

Nog geen reacties geplaatst

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.