random
Wetenschappelijk

Hits: 3702
Geplaatst
door: ME-gids
op: 6 apr 2017
Bijgewerkt: 6 apr 2017
Bron: Columbia University & Microbe Discovery
Discussie

Nieuw onderzoek ontdekt biologisch bewijs van atypische en klassieke ME/cvs


The Microbe Discovery Project, 4 april 2017

Dit nieuwste onderzoek is het eerste dat bewijs rapporteert van het onderscheid tussen atypische en klassieke ME/cvs

De onderzoekers hebben 51 verschillende cytokines gemeten (immuunboodschappermoleculen) in hersenvocht. Hun immuunnetwerkanalyse van deze cytokines verschafte bewijs dat atypische en klassieke gevallen van ME/cvs verschillende immuunhandtekeningen hebben binnen het centraal zenuwstelsel. Dit werk suggereert verschillende presentaties en ziekteverloop voor deze verschillende subgroepen of fenotypes.



De nieuwe onderzoekspaper; ‘Immune network analysis of cerebrospinal fluid in myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome with atypical and classical presentations’ [Immuunnetwerkanalyse van hersenvocht in myalgische encephalomyelitis/ chronisch vermoeidheidssyndroom met atypische en klassieke presentaties] is gepubliceerd in het tijdschrift van de Nature Publishing Group, Translational Psychiatry.

Dit werk is een voortzetting van samenwerking op het gebied van hersenvocht en cognitieve disfunctie door wetenschappers aan het Center for Infection and Immunity van Columbia University (CII) en Simmaron Research.

Samenvatting

“Myalgische Encefalomyelitis / chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs) is een chronische en invaliderende ziekte die wordt gekenmerkt door cognitieve en zintuiglijke disfunctie en onverklaarde fysieke vermoeidheid. Oorspronkelijk presenteren gevallen zich na een prodroom (vert.: vroeg symptoom of groep symptomen die een aanwijzing kunnen geven dat er een ziekte wordt ontwikkeld) die consistent is met infectie; echter, sommige gevallen zijn atypisch en hebben een verschillende presentatie en comorbiditeiten die uitdagingen bieden voor differentiaaldiagnose. We analyseerden het hersenvocht (CSV) van 32 gevallen met klassieke ME/cvs en 27 gevallen met atypische ME/cvs, gebruikmakend van een 51-plex cytokinetest. Atypische proefpersonen verschilden in cytokineprofielen van klassieke proefpersonen. In logistieke regressiemodellen waarbij immuunmoleculen werden gebruikt die werden geïdentificeerd als potentiële voorspellende variabelen door het selecteren van kenmerken, vonden we sterke verbanden tussen de atypische ME/cvs fenotypen en lagere niveaus van de inflammatoire mediatoren, Interleukine 17A en CXCL9 in het hersenvocht. Netwerkanalyse onthulde een afwezigheid van omgekeerde intercytokinerelaties in het CSV van atypische patiënten, en kariger positieve intercorrelaties, dan klassieke proefpersonen. Interleukine-1 receptor antagonist leek een negatieve regulator te zijn bij klassieke ME/cvs, met patronen die verstoringen suggereerden in Interleukine-1 signalering en auto-immuniteitstype patronen van immuunactivatie. Immuunhandtekeningen in het centraal zenuwstelsel van ME/cvs-patiënten met atypische kenmerken zouden verschillend kunnen zijn van die met meer kenmerkende klinische presentaties.”

Citeren?

Hornig M, Gottschalk C G, Eddy M L, Che X, Ukaigwe J E, Peterson D L and Lipkin W I, 2017. Immune network analysis of cerebrospinal fluid in myalgic encephalomyelitis / chronic fatigue syndrome with atypical and classical presentations. Translational Psychiatry 7, e1080; doi:10.1038/tp.2017.44

[HTML] [PDF]


Persbericht

Columbia University, Mailman School of Public Health, 4 april 2017

Wetenschappers ontdekken biologisch bewijs van “atypische” ME/cvs

Het definiëren van subgroepen kan artsen helpen om de complexe, invaliderende ziekte te identificeren en behandelen die ook bekend staat als myalgische encefalomyelitis of ME/cvs.

NEW YORK (4 april 2017) – Wetenschappers van het Center for Infection and Immunity (CII) aan de Mailman School of Public Health van de Columbia Universiteit, zijn de eersten die immuunhandtekeningen rapporteren, die differentiëren tussen twee subgroepen van myalgische encefalomyelitis / chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs): “klassiek” en “atypisch”. Deze complexe, invaliderende ziekte wordt gekenmerkt door symptomen die variëren van extreme vermoeidheid na inspanning tot problemen met concentratie, hoofdpijn en spierpijn.

De studie verschijnt in het tijdschrift van de Nature Publishing Group, Translational Psychiatry.

Kenmerkend is dat de symptomen van ME/cvs plotseling beginnen na een griepachtige infectie, maar een subgroep van gevallen, die door de onderzoekers worden getypeerd als “atypisch”, kent een ander ziekteverloop, ofwel van uitlokkende factoren die maanden of jaren vooraf gingen aan de symptomen, ofwel vergezeld door de latere ontwikkeling van nog meer ernstige ziektes.

Om bewijs te ontdekken van deze ziektetypes, maakten hoofdauteur Dr. Mady Hornig, directeur van translationeel onderzoek aan CII en hoogleraar Epidemiologie aan Mailman, en collega’s gebruik van immuuntesten, om de niveaus te meten van 51 immuunbiomarkers in hersenvochtstalen, die werden afgenomen bij 32 gevallen van klassieke en 27 gevallen van atypische ME/cvs. Alle deelnemers aan de studie werden gediagnosticeerd met behulp van dezelfde standaardcriteria, maar atypische gevallen hadden ofwel een voorafgaande geschiedenis van virale encefalitis, ziekte na reizen naar het buitenland of bloedtransfusie, of ontwikkelden later nog een gelijktijdige kwaal – toevallen, multiple sclerose-achtige demyeliniserende ziekten, Golfoorlogsyndroom of een scala aan verschillende soorten kanker – met percentages die veel hoger zijn dan in de gehele bevolking.

Hun analyse onthulde lagere niveaus van immuunmoleculen bij personen met atypische ME/cvs dan bij degenen met een klassieke presentatie en ziekteverloop, waaronder dramatisch lagere niveaus van Interleukine 7 (IL-7), een eiwit dat verband houdt met virusinfecties, en Interleukine 17A (IL-17A), en chemokine (C-X-C motief) ligand 9 (CXCL9), inflammatoire moleculen die in verband worden gebracht met een scala aan neurologische stoornissen.

“We hebben nu biologisch bewijs dat bij de uitlokkende factoren voor ME/cvs verschillende reactiepaden naar ziekte betrokken zijn, of in sommige gevallen, personen vatbaarder maken voor de latere ontwikkeling van ernstige comorbiditeiten,” zegt Hornig. “Belangrijk is dat onze resultaten suggereren dat deze vroege biomarkerprofielen op te sporen zouden kunnen zijn kort na de diagnose van ME/cvs, wat een basis vormt voor een beter begrip van en behandelingen voor deze complexe en slecht begrepen ziekte.”

“Het vroegtijdig identificeren van patiënten die voldoen aan de gebruikelijke criteria als ze pas een diagnose hebben gekregen, maar dan verder gaan met het ontwikkelen van atypische kenmerken, zouden clinici zoals mezelf kunnen helpen en deze complexe gevallen behandelen en zelfs fatale gevolgen kunnen voorkomen,” zegt coauteur Dr. Daniel L. Peterson, hoofdarts aan het Sierra Internal Medicine in Incline Village, NV.

Subgroepen

De nieuwe studie bouwt voort op eerder onderzoek door Hornig en collega’s die robuust bewijs vonden van afzonderlijke stadia bij ME/cvs. Een aantal publicaties uit 2015 gebaseerd op analyses van bloed bloed en hersenvocht, vertoonden verschillen in de immuunhandtekeningen van ME/cvs-patiënten die de ziekte drie jaar of minder hadden, in vergelijking met degenen die langer dan drie jaar ziek waren. De onderzoekers rapporteerden dat patiënten gelijk waren qua cytokines en chemokines, tot ongeveer de periode van drie jaar ziekte – een te sterk geactiveerde immuunreactie suggererend in die fase van de ziekte; vervolgens vertoonde het immuunsysteem bewijs van “uitputting” en de niveaus van immuunmoleculen daalden.

In de nieuwe studie vertoonden beide subgroepen van ME/cvs-patiënten tekenen van een uit balans zijnd of ontregeld immuunsysteem binnen het centraal zenuwstelsel, waarbij immuunmarkers verschilden van de immuunmarkers bij gezonde personen. Echter, de iets getemperde immuunprofielen die eerder werden waargenomen na de periode van drie jaar ziekte, werden alleen waargenomen bij personen met de klassieke vorm van de ziekte, niet bij degenen met atypische ME/cvs. Onder proefpersonen in de atypische groep, was de kans groter dat niveaus van cytokines en chemokines stabiel bleven of toenamen.

Volgens Hornig zouden atypische patiënten, in plaats van de immuunuitputting die werd gezien in latere fasen van klassieke ME/cvs, een “smeulend inflammatieproces” kunnen ervaren, waarbij het immuunsysteem nog steeds aan het werk is om te herstellen, hoewel ze erkent dat er nog veel werk verricht moet worden om deze hypothese te bevestigen. Anderzijds zouden deze bevindingen een weg naar ziekte bij atypische personen kunnen identificeren, waarbij biomarkers betrokken zijn die niet eerder zijn gevangen in de 51-moleculen-test, wat potentieel zelfs niet-immuuungerelateerde processen omvat. Atypische personen zouden ook genetische kwetsbaarheden kunnen hebben, die ertoe leiden dat hun immuunsysteem anders reageert dan bij klassieke gevallen.

Lopende studies bij CII onderzoeken andere subgroepen, waaronder patiënten met allergische stoornissen, een hoge mate van cognitieve disfunctie en maag- en darmproblemen.

Meervoudige biologische reactiepaden zijn waarschijnlijk betrokken bij de pathogenese van ME/cvs, met een scala aan klinische subtypes die verband houden met de variabiliteit van de types omgevingstriggers, genetische en epigenetische kwetsbaarheid, naast patronen van comorbiditeiten,” zegt hoofdauteur Dr. Ian Lipkin, directeur van CII. “Het werpen van enig licht op deze reactiepaden zou ons kunnen helpen om de verschillende agentia die voorafgaan aan de ziekte te identificeren, naast het ontwerpen van nauwkeuriger gerichte behandelingen.”

De studie werd ondersteund door de Chronic Fatigue Initiative/Hutchins Family Foundation en de Edward P. Evans Foundation. Daarnaast werd er samengewerkt met coauteurs Meredith L. Eddy, Xiaoyu Che, en Joy Ukaigwe aan de Mailman School of Public Health van Columbia University; en C. Gunnar Gottschalk bij Sierra Internal Medicine. De auteurs verklaren geen belangenconflicten te hebben.

© Columbia University, Mailman School of Public Health. Vertaling Meintje, redactie Zuiderzon, ME-gids.


Dr. Ian Lipkin, Dr. Mady Hornig en de wetenschappers aan het Center for Infection and Immunity aan de Mailman School of Public Health aan Columbia University hebben hulp nodig om een uitzonderlijk uitvoerige en robuuste studie te financieren voor ME/cvs. Lees over deze monsterstudie en overweeg een donatie te doen.

© Microbe Discovery. Vertaling Meintje, redactie Zuiderzon, ME-gids.


Share | |

Nog geen reacties geplaatst

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.