random
Wetenschappelijk

Hits: 921
Geplaatst
door: ME-gids
op: 17 aug 2017
Bijgewerkt: 17 aug 2017
Bron: Paolo Maccallini

Drie gecontroleerde studies naar therapie met intraveneuze immunoglobulinen bij ME/cvs-patiënten



Paolo Maccallini
, 3 juli 2017

Introductie

Therapie met een hoge dosis intraveneuze immunoglobuline (IVIG) heeft aangetoond nuttig te zijn bij diverse ziektebeelden, van auto-immuniteit gemedieerd door autoantilichamen (zoals het syndroom van Guillain-Barré, myasthenia gravis, etc) tot primaire en secundaire antilichaamdeficiënties. Het is ook aanbevolen voor inflammatoire ziektebeelden (myopathieën) en in sommige infectieziekten (virale pneumonitis na transplantatie, ernstige of terugkerende colitis door Clostridium difficile) (richtlijnen VK, 2009). Dit soort behandeling wordt soms ook aangeboden aan ME/Cvs-patiënten, met een breed scala aan doses, frequentie en aantal toedieningen. In wat volgt, heb ik gezocht naar studies van IVIG bij ME/cvs-patiënten, op zoek naar bewijzen van werkzaamheid.



Geselecteerde papers

Ik heb in totaal vijf studies verzameld over het gebruik van IVIG in ME/cvs –patiënten. Een van deze papers (Rowe KS 1997) is afgewezen omdat het een pediatrische populatie betrof. Een andere (Tirelli U et al. 2013) gaf een retrospectieve evaluatie van 741 ME/cvs-patiënten die behandeld werden met diverse methoden, waaronder IVIG, maar de doses en de frequentie van de interventies werden niet gerapporteerd. Daarbij werden patiënten die met IVIG werden behandeld ook behandeld met antiviralen, zodat het niet mogelijk was een groep te identificeren die IVIG hadden gekregen zonder andere andere behandeling. Deze paper werd om al deze redenen ook afgewezen (n.v.d.r. t.z.t. wil ME-gids alsnog aandacht besteden aan deze studie). De overige drie studies zijn placebogecontroleerde studies, uitgevoerd onder volwassen populaties (Peterson PK et al. 1990), (Lloyd A et al. 1990), (Vollmer-Conna U et al. 1997). De resultaten van deze studies zijn weergegeven in Tabel 1.


Tabel 1. F/M: vrouwelijke patiënten/mannelijke patiënten, D/P patiënten die medicijnen kregen/ patiënten die een placebo kregen.


Resultaten van de drie placebo-gecontroleerde trials

De eerste studie (Peterson PK et al. 1990) gaat over de toediening van zes infusen met IVIG, de dosis is 1 gram/kilo en werd een keer per maand gegeven. Patiënten werden gedurende de hele studie geëvalueerd en er werden geen verbeteringen gerapporteerd bij de patiënten die behandeld werden met IVIG, ten opzichte van de placebogroep. De patiënten werden geselecteerd op basis van de Holmes-criteria (Holmes GP et al. 1988) en de meeste van hen vertoonden een middelmatige tot ernstige postexertionele malaise (PEM). Slechts 32% rapporteerde middelmatig tot ernstige verwardheid (aangegeven als “brain fog” (vert. ”hersenmist”) in tabel 1). Het negatieve resultaat van deze studie werd bevestigd door de derde studie die hier wordt besproken (Vollmer-Conna U et al. 1997). Er werd weer een keer per maand 1 gram IVIG per kg toegediend, en dit leidde niet tot verbetering ten opzichte van de placebogroep. Deze zelfde studie evalueerde meerdere doses (0,5 g/kg, 2g/kg) en geen van deze was effectief. De enige studie met een positief resultaat is de tweede (Lloyd A et al. 1990), waar drie toedieningen van 2g/kg elk – een keer per maand – een significante verbetering opleverden bij 10 van de 23 patiënten (43%), terwijl maar 3 van de 26 patiënten die behandeld werden met een placebo verlichting bemerkten.

Discussie

Een van de drie gecontroleerde studie rapporteerde een significante respons op 2g/kg IVIG per maand, versus placebo (Lloyd A et al. 1990). Dit resultaat werd niet bevestigd in de navolgende studie van dezelfde groep onderzoekers (Vollmer-Conna U et al. 1997). Lagere doses waren niet succesvol (Peterson PK et al. 1990), (Vollmer-Conna U et al. 1997). Het is de moeite waard om op te merken dat in de enige positieve studie de inclusiecriteria “abnormale T-cel-gemedieerde immuniteit aangegeven door afname van de absolute aantallen van T8 en/of T4-lymfocyten subgroepen, en/of cutane anergie" vereisten (Lloyd AR et al. 1988) en de auteurs rapporteerden dat een laag aantal CD4-lymfocyten bij aanvang een voorspeller voor respons was.

Conclusie

Deze drie gecontroleerde studies lijken het gebruik van IVIG bij ME/cvs niet te ondersteunen, zelfs als er enige data is ten gunste van het gebruik van de hoogste dosis (2g/kg/maand) bij patiënten met een laag aantal CD4.

© Paolo Maccallini. Vertaling tanto, redactie Zuiderzon, ME-gids.


| |

Nog geen reacties geplaatst

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.