random
Wetenschappelijk

Hits: 510
Geplaatst
door: ME-gids
op: 24 mei 2020
Bijgewerkt: 24 mei 2020
Bron: Cort Johnson, Simmaron Research

Hoopgevend eerste onderzoek naar fecale transplantatie bij ME/cvs


Cort Johnson, Simmaron Research, 24 augustus 2019


Het darmlumen. © Newberry et al., 2018

Eindelijk, een onderzoek naar fecale transplantatie bij ME/cvs. Dat werd tijd. (In China deed men 2000 jaar geleden al aan fecale transplantatie bij mensen die leden aan ernstige diarree. Maar ze gebruikten toen wel een nogal primitieve methode – de ontlasting werd opgedronken.) Dit eerste onderzoek naar fecale transplantatie is geen groot, gerandomiseerd en placebogecontroleerd onderzoek. Helemaal niet, zelfs. Het lijkt meer op een stapeltje casusrapporten uit de praktijk van een arts, met een sausje van statistiek eroverheen. Maar het geeft ons wel een eerste indicatie van de mogelijke werkzaamheid van fecale transplantatie bij ME/cvs.



Zo’n tien onderzoeken wijzen erop dat de darmflora bij veel ME/cvs-patiënten niet meer zo welig tiert. In een overzichtsonderzoek uit 2018 krijgen onderzoekers naar ME/cvs wel de gebruikelijke kritiek te verduren: hun onderzoeken zijn te weinig gestandaardiseerd op meerdere gebieden, van de selectie van patiënten en het verwerken van monsters tot de analyse van de gegevens. We weten dus niet precies hoe het zit met de darmflora en ME/cvs.

Maar het wordt wel steeds duidelijker dat de darmflora een belangrijke rol speelt bij een groot aantal ziekten. Pre- en probiotica kunnen de darmflora versterken, maar fecale transplantatie – het direct overbrengen van ontlasting of delen van de ontlasting van een gezond persoon naar de darmen van een zieke – heeft waarschijnlijk een grotere en meer blijvende uitwerking.

Het onderzoek

Dr. Julian Kenyon is hoofd van de Dove Clinic for Integrated Medicine (kliniek voor geïntegreerde geneeskunde) in het Verenigd Koninkrijk. Om de darmwerking te verbeteren gebruiken ze in deze kliniek zowel de orale methode (pre- en probiotica, dieet, etc.) als de fecale transplantatiemethode. Het onderzoek, A Retrospective Outcome Study of 42 Patients with Chronic Fatigue Syndrome , <u> is een overzicht van de resultaten van de behandeling van 42 patiënten met ME/cvs, waarvan er 30 ook het prikkelbare darmsyndroom (PBS) hadden. De helft werd behandeld met de orale methode, de andere helft met fecale transplantatie. </u>

Dr. Kenyon vergeleek de resultaten van deze twee methoden. Hij had zijn patiënten verdeeld in twee groepen van 21; de ene werd behandeld met een voedingsmethode, probiotica, prebiotica en dieet- en leefstijladvies. De tweede groep, waarvan de meesten geen baat hadden bij de eerste behandelmethode, werd behandeld met tien fecale transplantaten in tien dagen.

Omdat 70% van deze groep ook PDS had, was dit wel de groep die het meest last had van de darmen. Om een zo groot mogelijke diversiteit aan flora te leveren, kwam elk transplantaat van een andere, zorgvuldig gescreende donor.

 

Het Taymount laboratorium verschafte de transplantaten. Dit lab heeft een tiendagenprogramma voor de transplantatie van darmflora (FMT, fecale microbiotatransplantatie). Dit programma begint met een darmreiniging en er wordt ook dieetadvies gegeven.

Hoewel het niet mogelijk is om donors te testen op alle mogelijke ziekteverwekkers (waarvan sommige misschien niet detecteerbaar zijn), werd het bloed van de donors gescreend op de volgende ziekteverwekkers: Humaan Immunodeficiëntievirus (HIV) 1/2, Hepatitis A. IgM, Hepatitis B (HBsAg), Hepatitis C-antilichaam, Syfilis IgG/IgM, volledig bloedbeeld, Ureum en Elektrolyten, Ferritine, C-Reactief Proteïne, weefseltransglutaminase, CMV, H-Pylori.

Hun ontlastingsmonsters werden gescreend op: Campylobacter (Jejuni, Coli en Upsalliensis), Clostridium Difficile (A/B), Salmonella, Yersinia Enterocolitica, Vibrio (Parahaemolyticus Vulnificus en Cholera), Pathogene e.coli/shigella, Enteroaggregatieve E-Coli (EAC), Enteropathogene E-Coli (EPEC), Enterotoxigene E-Coli (ETEC), Shiga-achtige toxineproducerende E-Coli (STEC), E-Coli 0157, Shigella/Enteroinvasieve E-Coli (EIEC), Cryptosporidium, Cyclospora Cayetanesis, Entamoeba Hystolitica, Giardiolambia, Adenovirus, Astrovirus, Norovirus GI/GLL, Rotavirusa, Sapovirus.

Op de website van de Taymountkliniek stond dat nog nooit is aangetoond dat er een infectie is meegekomen met een fecale transplantatie. Maar dat klopt niet meer, want de FDA meldde onlangs dat er via fecale transplantatie twee multiresistente infecties waren overgedragen.

Er worden verschillende transplantatiemethoden gebruikt. Sommige klinieken gebruiken een maag- of duodenumsonde om het transplantaat toe te dienen. De Taymountkliniek gebruikt een rectaal katheter om het goedje in de dikke darm te brengen. Hiervoor wordt in andere klinieken ook wel een colonoscoop gebruikt. Er bestaan ook pillen die oraal kunnen worden ingenomen.

Resultaten

In het onderzoek werd verslag gedaan van eerdere resultaten bij patiënten (retrospectief patiënt-controleonderzoek). De resultaten zijn uitgedrukt in het ietwat vage “procentuele verbetering”. Hoewel het onderzoek statistisch wat te wensen overlaat, is het toch interessant om te lezen vanwege de korte beschrijvingen van de verbeteringen die wel of niet optraden bij patiënten.

Uit de statistieken blijkt dat vergeleken bij de orale groep, die o.a. probiotica en voedingssupplementen kreeg, er bij de fecale transplantatiegroep een enorme verbetering was opgetreden.

De fecale transplantatiegroep

Zoals al gezegd, waren de patiënten in de fecale transplantatiegroep de zwaardere gevallen; de normale behandeling van dr. Kenyon, bestaande uit supplementen en pre- en probiotica, had bij hen niet geholpen.

De gegevens van dr. Kenyon laten zien dat de resultaten erg zwart-wit waren: de fecale transplantaties werkten óf wel, óf niet. En als ze werkten, werkten ze meteen ook vrij goed; als ze niet werkten, werkten ze ook over de hele lijn niet.

Bij een aantal personen leidden de fecale transplantaties tot opvallend meer energie. Kenyon meldde dat de energieniveaus van zeven personen uit de fecale transplantatiegroep terug waren naar normaal of bijna normaal. Van één persoon werd zelfs gezegd dat de ME/cvs verdwenen was.

De pas ziek geworden patiënten waren niet degenen die meer energie kregen. Het waren juist de mensen die al jaren ME/cvs hadden (zes in totaal), die sterk of helemaal verbeterden. Iemand van 66 bijvoorbeeld, die meer dan 30 jaar geleden ME/cvs had gekregen na een amoebe-infectie in de Himalaya, werd weer gezond.

Van zes anderen verbeterde het energieniveau “duidelijk”, “veel”, “enorm” of “aanhoudend”.

Bij sommigen was niet duidelijk of er nou wel of niet verbeteringen in energie waren opgetreden. Dr. Kenyon meldde bijvoorbeeld dat bij iemand met verschillende aandoeningen, waaronder PDS en ME/cvs, de darmproblemen grotendeels waren verdwenen, maar over energieniveaus werd niets gezegd. Hetzelfde was het geval bij een andere persoon met PDS: de PDS-klachten verdwenen, maar over een eventuele toename van het energieniveau werd ook hier niets verteld.

(M/V-Man/Vrouw) Leeftijd - ziektebeeld - %Verbetering

(V) Leeftijd 36. Ernstige ME/cvs met prikkelbaredarmsyndroom sinds drie jaar, na meerdere reeksen antibiotica voor peritonsillair abces. Ernstige verzwakking door prikkelbare darm, met gebrek aan energie. Ze kreeg FMT in februari 2018, waarna de prikkelbare darm verbeterde, energie aanzienlijk beter. Heeft altijd al veel voedselgevoeligheden gehad, ze beginnen geleidelijk aan op te lossen. Een verder verloop van FMT wordt overwogen. 70%

(V) Leeftijd 40. Polycystisch Ovariumsyndroom, ook Prikkelbare Darm en chronisch vermoeidheidssyndroom. Ze kreeg FMT in oktober 2017, na de FMT is haar energie veel verbeterd en is ze praktisch weer gezond geworden. Ook is haar stemming stabieler. 90%

(V) Leeftijd 59. Ernstige vaginale spruw sinds vijf jaar, terugkerend opgeblazen gevoel, prikkelbaredarmsyndroom en chronisch vermoeidheidssyndroom. Clostridium Difficile in 2013. Ze kreeg FMT in mei 2017, twee maanden na FMT is de prikkelbare darm volledig beter, haar huid is aanzienlijk beter dan vóór de behandeling, nog steeds problemen met vaginale spruw, maar niet zo erg als het was. Ze voelt dat ze geen trek meer heeft in zoetigheid. 90%

(V) Leeftijd 73. Voorgeschiedenis gedurende vele jaren van het prikkelbaredarmsyndroom en chronisch vermoeidheidssyndroom, ook overgewicht. We behandelden haar met FMT in december 2017, het prikkelbaredarmsyndroom is in de twee maanden na de FMT opgeklaard en is normaal gebleven. Ze heeft nog steeds moeite om af te vallen. 60%

(V) Leeftijd 43. Enkele jaren geschiedenis van het Chronisch Vermoeidheidssyndroom. Ook prikkelbaredarmsyndroom. We voerden FMT uit in januari 2017, sindsdien is PDS opgeklaard, de energie is aanzienlijk verbeterd en is dat ook gebleven. 70%

(V) Leeftijd 42. 8-jarige voorgeschiedenis van het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ook prikkelbaredarmsyndroom. We hebben haar behandeld met FMT in november 2018, ik zag haar voor het eerst in mei 2018. Sinds de FMT is haar aanhoudende orale spruw verdwenen, haar spijsvertering is verbeterd en de prikkelbare darm is tot rust gekomen. Ze is niet langer geconstipeerd. Haar energie verbeterde bijna tot normaal na FMT, maar heeft een beetje een terugval gehad sinds een aanzienlijk probleem in de familie, wat haar energiereserves heeft uitgeput. 95%

(V) Leeftijd 73. Slapeloosheid, aanhoudende misselijkheid, slechte energie als gevolg van het chronisch vermoeidheidssyndroom, gebrek aan eetlust. Heeft in de loop van enkele jaren veel gewicht verloren. Klachten over slechte lichaamsgeur. We voerden FMT uit in februari 2017. Sindsdien is de misselijkheid verdwenen, de eetlust is teruggekeerd en ze komt nu weer bij. 95%

(V) Leeftijd 46. zag ik haar voor het eerst in 2016 met een voorgeschiedenis van chronisch vermoeidheidssyndroom en fibromyalgie sinds meerdere jaren. We voerden FMT uit in januari 2017, geen noemenswaardige reactie op de FMT. We denken eraan om de FMT te herhalen. 0%

(V) Leeftijd 66. Op 26-jarige leeftijd kreeg deze patiënte amoebiasis in de Himalaya, toen had ze veel antibiotica voor verschillende indicaties en heeft ze sinds haar 30e het prikkelbaredarmsyndroom en chronisch vermoeidheidssyndroom. Ook is bij haar de diagnose SIBO gesteld en had ze meerdere voedselgevoeligheden ontwikkeld. We voerden FMT uit in juli 2017, haar prikkelbaredarmsyndroom normaliseerde in de loop van de volgende vier weken, haar energie verbeterde en werd normaal, toen had ze blootstelling aan besmet water, waarschijnlijk met parasieten, toen viel ze in zekere mate terug en moest ze een tweede kuur van FMT hebben in december 2017. Sinds die tijd is ze volledig hersteld. 95%

(V) Leeftijd 47. Deze patiënt heeft sinds de leeftijd van 12 jaar regelmatig antibioticakuren gehad om verschillende redenen. Ze heeft vele jaren last gehad van chronisch vermoeidheidssyndroom en prikkelbaredarmsyndroom. We hebben in augustus 2018 FMT uitgevoerd, sindsdien is depPrikkelbare darm tot rust gekomen en is de vermoeidheid opgelost. 90%

(V) Leeftijd 73. Deze patiënt heeft een geschiedenis van terugkerende candidiasis gedurende vele jaren, met inbegrip van spruw. Ze heeft vele jaren voorgeschiedenis van het prikkelbaredarmsyndroom en het chronisch vermoeidheidssyndroom. We hebben in november 2018 FMT op haar uitgevoerd. Sinds die tijd heeft ze geen candidiasis meer gehad, de prikkelbare darm is tot rust gekomen en er is een aanzienlijke verbetering in haar energieniveau. 85%

(V) Leeftijd 70. Deze patiënt heeft een voorgeschiedenis over vele decennia van chronisch vermoeidheidssyndroom. We gebruikten FMT in april 2017, er was geen verbetering in haar energieniveau sinds de FMT. 0%

(V) Leeftijd 70. Chronisch Vermoeidheidssyndroom gedurende 20 jaar, ook Ziekte van Addison, Fibromyalgie en prikkelbaredarmsyndroom. FMT uitgevoerd in augustus 2018. Ze kreeg diarree van de verschillende implantaten, dus we moesten de implantaten stoppen. Klinisch gezien geen verandering.0%

(V) Leeftijd 61. 20-jarige voorgeschiedenis van chronisch vermoeidheidssyndroom en fibromyalgie, ook prikkelbaredarmsyndroom. Orale behandeling werkte niet. FMT werd uitgevoerd in april 2018. Na FMT is haar energie drastisch verbeterd en is het nog steeds beter. Het prikkelbaredarmsyndroom is verdwenen en ze verloor ook 9,5kg aan gewicht. 90%

(V) Leeftijd 41. Vele jaren voorgeschiedenis van chronisch vermoeidheidssyndroom, meerdere voedselgevoeligheden en het prikkelbaredarmsyndroom. FMT uitgevoerd in september 2018. Ze slaagde erin de helft van de implantaten te verdragen en moest daarna tijdelijk stoppen. Er is nog geen klinische verbetering. 0%

(V) Leeftijd 44. Acht jaar voorgeschiedenis van het chronisch vermoeidheidssyndroom, wordt significant slechter. Ook het prikkelbaredarmsyndroom. We hebben in oktober 2018 FMT op haar uitgevoerd. Haar prikkelbaredarmsyndroom is volledig opgeklaard, de energie begint zich te herstellen. 75%

(V) Leeftijd 56. Vooreschiedenis van het chronisch vermoeidheidssyndroom, Prikkelbaredarmsyndroom gedurende vele jaren. Bestand tegen orale benaderingen voor de behandeling van beide aandoeningen. We voerden FMT uit in mei 2018. Sinds die tijd is haar energie significant beter, en blijft ze beter, de darmfunctie is nu normaal. 80%

(V) Leeftijd 70. Chronisch vermoeidheidssyndroom gedurende vele jaren, ook prikkelbaredarmsyndroom. We hebben haar in oktober 2017 behandeld met FMT. De darmgewoonte is nu normaal, de weerstand tegen intercurrente infecties is nu weer normaal, de energie is constant verbeterd en blijft dat ook. 95%

(M) Leeftijd 65. Chronisch vermoeidheidssyndroom gedurende vele jaren. We hebben hem in november 2017 met FMT behandeld. De energie is weer normaal. 95%

(V) Leeftijd 52. Deze patiënt heeft al vele jaren het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ook, prikkelbaredarmsyndroom. We hebben haar in juli 2018 met FMT behandeld. Sindsdien is haar energie weer normaal en kan ze weer aan het werk, ook haar darm is weer normaal. 95%

(V) Leeftijd 48. Geschiedenis van het chronisch vermoeidheidssyndroom en prikkelbare darm gedurende vele jaren. We hebben in maart 2018 FMT op haar uitgevoerd. Sindsdien is haar prikkelbaredarmsyndroom volledig opgeklaard en is ook haar energie weer normaal geworden. 95%


De groep die de orale methode volgde

De andere groep, die werd behandeld met voedingssupplementen, pre- en probiotica en dieet- en leefstijladvies, verbeterde over het algemeen ook wel – maar lang niet zo veel als de fecale transplantatiegroep.

Dr. Kenyon meldde dat van de 21 personen er tien 30-40% waren verbeterd, twee – waarvan er één al tientallen jaren ME/cvs had – 90%, twee anderen 50-75%, en de rest een stuk minder.

Dr. Kenyon concludeerde logischerwijs dat de darmflora beter wordt hersteld door fecale transplantaties dan door pre- en probiotica. Twee personen reageerden niet goed op de fecale transplantatie, maar over het geheel genomen is het een veilige en misschien zelfs effectieve methode bij ME/cvs.

Fecale transplantaties

Er zijn verschillende soorten fecale transplantaties. Sommige transplantaten bevatten alle fecale materie, terwijl er bij andere bepaalde bestanddelen uit zijn gefilterd en alleen de bacteriën worden getransplanteerd.

Bij de Taymountkliniek transplanteren ze alleen bacteriële materie. Mensen die thuis aan de slag gaan transplanteren natuurlijk alles: ze ontvangen ontlasting van een gezonde donor en brengen die in met behulp van een zoutoplossing en een klysma (en proberen het zolang mogelijk binnen te houden).

Ruwe fecale materie bevat allerlei soorten stoffen, waar bacteriën er maar één van zijn. Er zit ongeveer 75% water en 25% vaste stof in; 25-55% van deze vaste stof bestaat uit bacteriën (dit is 6-13 % van de totale stof). Dat zijn heel veel bacteriën – ongeveer 100 miljard per gram vochtige ontlasting - alhoewel slechts 3.0%–6.6% van de totale ontlasting uit levensvatbare bacteriën bestaat.

Andere bestanddelen die in fecale materie zitten, zijn grote aantallen epitheelcellen van de dikke darm, eencellige organismen die we archaea noemen, en andere primitieve organismen, virussen, schimmels en metabolieten.

Een stukje geschiedenis

In de VS worden fecale transplantaties vooral ingezet bij ernstige infecties met Clostridium (C.) difficile. Toen er in het begin van de jaren 2000 in de VS een vervelende variant van deze bacterie rondging, gingen steeds meer patiënten met maag- en darmklachten fecale transplantatie uitproberen om er toch vanaf te komen. Geschat wordt dat er in de VS en Europa elk jaar zo’n 625.000 infecties met C. difficile optreden.

>
Een uitbraak van Clostridium difficile in de VS zorgde ervoor dat artsen zochten naar alternatieve behandelingen.

Eén vrouw met een C. difficile-infectie die niet weg ging, kreeg na zeven maanden van haar maag-darmarts de instructie dat ze de boel maar eens op orde moest krijgen. Ze heeft uiteindelijk haar dochter als donor gebruikt. Ze vertelt hierover:

“Mijn darmen namen het goedje op alsof ze vergingen van de dorst. Ik had al vijf maanden constant darmkrampen, maar mijn darmen herstelden echt meteen. Van het ene op het andere moment ging ik van 30 keer naar toilet per dag naar één keer. Bij het ontbijt de volgende ochtend at ik een wrap met zwarte bonen, kaas, salsa, sla en guacamole. Ik heb sindsdien nooit meer een C. difficile-infectie gehad.”

Er zijn al tienduizenden fecale transplantaties veilig uitgevoerd. Maar onlangs meldde de FDA voor het eerst dat er met een fecale transplantatie bij twee personen een multiresistente infectie was meegekomen, waar ze vervolgens aan zijn overleden. Eén man met een slecht werkend immuunsysteem kreeg een transplantatie die niet was onderzocht op E. coli. Daarom heeft de FDA sinds kort de eis dat transplantatiebedrijven de ontlasting die ze gebruiken onderzoeken op een aantal multiresistente organismen.

Conclusie

Dit eerste onderzoek naar fecale transplantatie bij ME/cvs is statistisch niet sterk, maar bevat wel interessante details. De fecale transplantaties die dr. Kenyon vooral toepaste bij patiënten met ME/cvs die ook PDS hadden, bestonden alleen uit bacteriële materie. Er werden tien transplantaten in tien dagen gegeven. De transplantaten kwamen van verschillende donoren zodat er een grote verscheidenheid aan darmflora werd overgebracht.

Zeven van de 21 patiënten die niet reageerden op de normale, orale behandeling werden weer helemaal of bijna helemaal gezond, en zes kregen behoorlijk hogere energieniveaus, dus de resultaten zijn zeker bijzonder goed te noemen.

Hoewel de resultaten veelbelovend zijn, is er meer en grondiger onderzoek nodig. Peter Johnsen, een Noorse onderzoeker, is al met steun van Invest In ME in het Universitair Ziekenhuis Noord-Noorwegen met een dergelijk onderzoek begonnen. Het is een degelijk opgezet, gerandomiseerd en placebogecontroleerd onderzoek waar 80 personen aan deelnemen. Hoeveel fecale transplantaties worden gedaan is niet bekend, maar de deelnemers worden een jaar lang gevolgd, en op drie momenten worden de veranderingen in hun darmflora en andere belangrijke waarden gemeten. Uit een onderzoek van Johnsen uit 2018 bleek al dat fecale transplantaties “een significante symptoomverlichting gaven bij mensen met PDS”. (En daar komt dan nog een mooie samenwerking uit met Maureen Hanson, die enkele van de stalen van Johnsen zal testen op darmdysbiose.)

© Simmaron Research. Vertaling Annet, ME/cvs Vereniging, redactie Abby, ME-gids


Verklarende woordenlijst

Archaea: archaea vormen een domein van eencellige micro-organismen. Ze hebben een unieke moleculaire organisatie waardoor ze zich van de andere twee domeinen van het leven, de bacteria en eukaryota, onderscheiden.

Clostridium (C.) difficile: een bacterie die veel voorkomt in de darmen die doorgaans geen problemen veroorzaakt, maar ook gifstoffen aanmaakt die de darmwand kunnen infecteren, wat samengaat met koorts, buikpijn of buikkrampen.

Duodenum: twaalfvingerige darm, vormt het begin van de dunne darm.

E-coli of Escherichia-coli: groep bacteriën die van nature voorkomt in de darmen van mensen en dieren. Hoewel E. coli onder normale omstandigheden geen ziekte veroorzaakt bij de mens, kan deze urineweginfecties en maag-darmklachten veroorzaken met soms ernstige bijkomende ziekteverschijnselen.

Epitheelcel: Een epitheelcel is een cel in het epitheel (dekweefsel), het weefsel dat organen en andere weefsels bedekt.

FDA: Food and Drug Administration, het agentschap dat de kwaliteit en veiligheid van voedsel, medicijnen, medische producten, cosmetica enz. bewaakt in de VS.

Fecale transplantatie: transplantatie van fecale (ontlastings-) bacteriën van een gezond persoon naar een ziek persoon.

Invest in ME (Research): een onafhankelijke Britse organisatie die biomedisch onderzoek naar ME stimuleert en financiert.

Metabolieten: stoffen die tijdens de stofwisseling (het metabolisme) ontstaan, zoals aminozuren en druivensuiker.

Pathogeen: een biologische ziekteverwekker, bijvoorbeeld een bacterie, virus of schimmel.

Pre- en probiotica: prebiotica zijn voedingsstoffen voor de bacteriën in de darm, en probiotica zijn de levende bacteriën in het darmstelsel.

Het prikkelbaredarmsyndroom (PDS) : een aandoening die zich uit in darmkrampen, buikpijn, het hebben van een opgeblazen gevoel, diarree, of juist constipatie, terwijl er geen achterliggende oorzaak is gevonden.


| |

Nog geen reacties geplaatst

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.