random
Artikels

Hits: 3165
Geplaatst
door: Zuiderzon
op: 12 apr 2010
Bijgewerkt: 13 apr 2010
Bron: Whittemore Peterson Institute
Discussie

De waarheid onthuld over de negatieve XMRV-studies. Een brief van het Whittemore Peterson Institute aan Dr. McClure


Annette Whittemore van het WPI heeft een  open brief geschreven naar Dr. McClure, de virologe betrokken bij de XMRV-studie i.s.m. Wessely die zogenaamd geen XMRV kon detecteren. Een onthulling van achtergehouden feiten uit het kamp van de psychosociale lobby zowel in het VK als in Nederland.




Beste Dr. McClure,

Namens het Whittemore Peterson Institute in Reno, Nevada (“WPI”), schrijf ik u vandaag om te verzekeren dat er directe communicatie is tussen WPI en uw onderzoeksteam. U kunt deze brief delen met anderen die u nodig acht, en ik zal hetzelfde doen door deze brief te delen met andere belanghebbende partijen zowel in de Verenigde Staten als in het Verenigd Koninkrijk. 

Op 6 januari 2010, rapporteerde u in PLoS One dat u er niet in slaagde om xenotropic murine leukemia virus-related virus (“XMRV”) bij ME/CVS patiëntenstalen te detecteren. In deze publicatie maakte u de volgende conclusie “op basis van onze moleculaire gegevens delen we niet de overtuiging dat XMRV een factor is die bijdraagt in de pathogenese van ME/CVS, althans in het Verenigd Koninkrijk.” Vervolgens deed u volgende verklaring in uw commentaar over de Nederlandse studie in het BMJ, “…van Kuppeveld en collega’s verschaffen bijkomende informatie die vorig jaar gemeld werd op een conferentie, namelijk dat de patiënten in kwestie afkomstig waren van een uitbraak van chronisch vermoeidheidssyndroom in Incline Village aan de noordgrens van Lake Tahoe midden jaren tachtig.”

Deze bewering over de oorsprong van de 101 patiëntenstalen is onwaar. De patiënten in de Science studie werden goed gedefinieerd in de publicatie: CVS hebben volgens de Fukuda en de Canadese consensus definities van ME/CVS. Nog belangrijker is dat de patiëntenstalen niet afkomstig waren van de “Lake Tahoe uitbraak” zoals u beweert, maar eerder van patiënten die ziek werden en in verschillende delen van de Verenigde Staten leven.

We zouden ook graag melden dat de WPI onderzoekers reeds voordien XMRV hebben gedetecteerd in patiëntenstalen van zowel cohorten van Dr. Kerr als van Dr. van Kuppeveld, dit voorafgaand aan de voltooiing van hun eigen studies, zoals ze verzocht hadden. We hebben email communicatie die bevestigt dat beide artsen zich bewust waren van deze bevindingen vooraleer hun negatieve papers te publiceren. Meer zelfs, Dr. van Kuppeveld vroeg en heeft reagentia en een positieve patiëntenstaal ontvangen om te bepalen of zijn testprocedures in feite XMRV konden detecteren bij een positieve bloedstaal vooraleer hij zijn paper publiceerde. We vragen ons af waarom deze materialen niet gebruikt werden in zijn studie die er ook niet in slaagde om XMRV te detecteren. 

Men zou kunnen beginnen vermoeden dat de discrepantie tussen onze XMRV-bevindingen in onze patiëntenpopulatie en patiënten buiten de Verenigde Staten, van verschillende afzonderlijke laboratoria, deels te wijten is aan technische aspecten van de testprocedures.

Om de mogelijke redenen voor deze discrepanties te helpen identificeren bij de detectie van XMRV, zou het WPI u een geschikt aantal bekende positieve patiëntenstalen met controles van de Verenigde Staten willen sturen, samen met WPI reagentia, zodat we u kunnen helpen bepalen of uw testmethodes XMRV nauwkeurig zullen detecteren in een klinische bloedstaal. Bovendien is het WPI bereid om een aantal van uw bloedstalen uit uw patiëntenpopulatie te testen om te zien of onze onderzoekers XMRV kunnen detecteren in deze stalen.

Deze kritische oefening zou helpen de vraag op te lossen of u alle geschikte technieken gebruikt die noodzakelijk zijn om XMRV op te sporen in een patiëntenstaal. Als uw testen in staat zijn om XMRV correct op te sporen in de bekende positieve stalen, dan kan het debat naar behoren geconcentreerd worden op de vraag of we verschillen kunnen identificeren in de patiëntenpopulaties die het onderwerp waren van verschillende studies. Het is op deze systematische manier dat we allemaal kunnen helpen om vooruitgang te boeken in de wetenschap, in plaats van een voortdurende discussie of ME/CVS-patiënten in Europa al dan niet besmet zijn met XMRV.

Het is ook belangrijk op te merken dat onze initiële studie niet bedoeld was om de causaliteit van ME/CVS te bewijzen, maar om een significant verband te rapporteren tussen patiënten gediagnosticeerd met ME/CVS en XMRV. We geloven dat er overtuigend bewijs is om extra wetenschappelijk onderzoek aan te moedigen, in het bijzonder in het licht van het feit dat ons onderzoeksteam ook XMRV ontdekt heeft in het bloed van 3,7% van onze ‘non-contact’ controles.

 

Ik kijk uit naar uw tijdig antwoord. 

Met vriendelijke groet,

 

Annette Whittemore
Stichter en CEO
Whittemore Peterson Institute


© Vertaling ME-Gids.net van WPI Letter to Dr. McClure (12 april 2010)

| |

Reacties

  1. Ik vind het echt een hele goede brief en idd wordt het eens tijd dat er eens wordt samengewerkt ipv elkaar maar steeds weer in het zand in de ogen gooien en elkaar tegenspreken op basis van onwaarheden!!!
    Het wordt hoog tijd dat de ME/CVS patienten een eerlijke kijk op de zaken krijgen en dat de medici eens meer gaan nadenken en de feiten op een rij gaan zetten!!

    Toppie hoor deze brief!!!!!

    Groetjes Niessie

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.