random
Wetenschappelijk

Hits: 8342
Geplaatst
door: Zuiderzon
op: 11 jun 2010
Bijgewerkt: 24 sep 2011
Bron: Phoenix Rising

Dr. Lerner over zijn lange termijn studie m.b.t. antivirale behandeling


Dr. Lerner, CVS-onderzoeker, heeft een lange termijn studie uitgevoerd van 2001 tot 2007 op 142 CVS-patiënten met herpesvirus infecties met al dan niet co-infecties, die hij behandeld heeft door langdurig antiviralen toe te dienen. 

Cort Johnson van Phoenix Rising heeft Dr. Lerner geïnterviewd over deze lijvige studie.

Het interview alsmede de samenvatting van de studie kunt u hieronder lezen. De volledige studie kunt u hier downloaden.



Dr. Lerner over zijn langdurige studie m.b.t. antivirale behandeling : interview

Door Cort Johnson, 24 mei 2010.

“Onze kliniek heeft honderden mensen behandeld die nu een normaal leven kunnen leiden.”

Achtergrond

Dr. Lerner had al een behoorlijke loopbaan vóór CVS. Een check van zijn onderzoeken leert ons dat van zijn laatste 50 jaar werk op infectieziekten de focus lag op coxsackie virus, herpes simplex virus, pseudomonas, Interferon, stafylokok, Mycoplasma, enterovirussen, myocarditis, etc….Verder is hij één van de auteurs van één van de belangrijke werken in het medisch domein – “Harrison’s Principal’s of Internal Medicine” en hij heeft meer dan 150 papers gepubliceerd in de afgelopen vijftig jaar.

In 1986 begon hij problemen te krijgen met duizeligheid en ernstige vermoeidheid. Na een bezoek aan de Cleveland Clinic bleek zijn hart extreem uitgezet te zijn. Tien jaar later had hij zelf uitgedokterd hoe zichzelf te behandelen en herstelde. In de tussentijd nam hij een complete ommezwaai in zijn carrière en hij stortte zich in de wildernis van het ME/CVS onderzoek, hij werkte hierbij grotendeels alleen. Zijn eerste post-CVS paper in 1989 “A new continuing fatigue syndrome following mild viral illness” stelde dat milde hartafwijkingen betreffende T-golven in een groep van post-virale patiënten enorm versterkt zou worden door inspanning en deed aanbevelingen dat deze patiënten niet te fiks moesten oefenen. Een paper uit 1993 behandelde het T-golf probleem en documenteerde wat hij noemde een ‘subtiele cardiale disfunctie’ dat voorkwam bij alledaagse taken. In een paper van 1997 verkondigde hij dat “CVS een persisterende niet-replicerende (non-permissive) herpes virusinfectie van het hart is”. Een kleine studie uit 2001 die vond dat antivirale therapie inderdaad doeltreffend was bij CVS bracht nog meer bewijzen aan voor deze theorie.

In 2002 boekstaafde hij een bevinding die de basis zou worden voor zijn volgende werk – de aanwezigheid van early gene producten (genenactivatie kort na virale infectie van gastheer) (voor cytomegalovirus - CMV) in een subroep van CVS-patiënten. 2002 zou een ander succesvolle kleine antivirale studie brengen – dit keer door valaciclovir (Zelitrex ®) 6 maand toe te dienen bij patiënten met een Epstein-Barr virus (EBV) infectie. In 2004 documenteerde hij opnieuw de aanwezigheid van early gene producten in ME/CVS; dit keer voor het Epstein-Barr virus. Hij maakte zijn niet-replicerende (non-permissive) infectie hypothese later op dat jaar rond wanneer hij aantoonde dat abnormale bewegingen van de hartwand en andere problemen geassocieerd waren met onvolledige replicatie van beide virussen in CVS.

 

Een 36-maanden follow-up studie van zijn patiënten in 2007 duidde op verdere progressie op alle vlak: de hartproblemen bleven afnemen, antilichaam titers zakten fel en hij rapporteerde dat veel patiënten hun normale activiteiten konden hervatten. Een publicatie uit 2008 valideerde de doeltreffendheid van zijn Energy Point Index Score om de vermoeidheid bij ME/CVS-patiënten te meten.

Aan artsen die CVS-patiënten verzorgen

Het Energy Index Point Score ® (EIPS ® - Energie Index Punt Score) diagram geeft de ernst van de vermoeidheid van de patiënt weer. Een verandering van één EIPS ® niveau is een significante verandering. Het EIPS ® niveau wordt bepaald met instemming van arts en patiënt met de EIPS ® grafiek die makkelijk in te kijken is bij poliklinische bezoeken. Als het EIPS ® niveau stijgt, verminderen en verdwijnen de CVS-symptomen.

Hoe het EIPS ® systeem te gebruiken in vier eenvoudige stappen:

  1. Plak de EIPS ® grafiek op in de behandelingskamer
  2. Vraag de patiënt om zijn/haar activiteitenniveau te evalueren op basis van de vorige twee weken
  3. Vraag de patiënt zijn EIPS ® evaluatie
  4. Registreer en volg het EIPS ® niveau. Noteer elke 6-12 weken.

0

Bedlegerig, enkel op voor de badkamer

1

Uit bed 30 – 60 minuten per dag (in een stoel zitten is uit bed)

2

Uit bed zitten, staan, wandelen 1 – 2u per dag

3

Uit bed zitten, staan, wandelen 2 – 4u per dag

4

Uit bed zitten, staan, wandelen 4 – 6u per dag

5

Met moeite een zittende job uitvoeren 40u per week, dagelijkse dutjes

HERSTEL

6

Dagelijkse dutjes in bed, kan 40u per zittend werk per week handhaven, plus beperkt huishouden en/of sociale activiteiten

7

Geen dutjes in bed. Op van 7:00 AM tot 9:00 PM. In staat om een zittende job te doen plus licht huihouden.

8

Volledige zittende werkweek, geen dutjes, enkele sociale activiteiten plus lichte inspanning

9

Zelfde als 8 hierboven plus ongeveer ½ tot 2/3 normale inspanning/oefening zonder overdreven vermoeidheid, wordt elke morgen uitgerust wakker

10

Normaal

De Energy Index Point Score® (EIPS®) is een geregistreerd handelsmerk, US patent en Trademark Office. Dit document mag gekopieerd worden voor gebruik door artsen en patënten, maar mag niet gewijzigd, verkocht of verdeeld worden met promotionele doeleinden in eender welke vorm zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming.

 

Nu heeft Dr. Lerner zijn grootste en meest omvattende studie gepubliceerd. Hoewel Dr. Lerner een erkend pionier is in het antiviraal domein bij CVS, moet zijn theorie nog aanvaard worden buiten de onmiddellijke CVS-gemeenschap. Pogingen om subsidies te krijgen – helemaal geen probleem in zijn pre-CVS carrière – zijn mislukt. Zal deze publicatie zich eindelijk vertalen in federaal overheidsgeld om antivirale trials te financieren? Zal het resulteren in verhoogde financiering in dit domein? Enkel de tijd zal het uitwijzen.

Had hij er spijt van om zijn rug te keren naar zo’n vruchtbare carrière en zich te wanen in de ‘woestijn’ van het CVS-onderzoek? Zonder financiering kwamen publicaties minder frequent uit post-CVS maar Dr Lerner had helemaal geen spijt en zei “het werk is zo boeiend dat ik gewoon niet kon stoppen”. Hij is duidelijk erg enthousiast over de mogelijkheden die aanwezig zijn het domein.

De studie

De studie van Dr Lerner is een bekroning van zijn werk met patiënten in de afgelopen tien jaar. Dit is geen typische trial van behandeling bij 25 of 50 patiënten. Vrijwel iedereen die hij gezien heeft in zijn kliniek de afgelopen tien jaar, maken deel uit van de studie. De studie betrof het onderzoeken van patiëntengegevens die elke drie maanden geregistreerd werden de afgelopen tien jaar, dat is dus tien jaar gerepliceerde gegevens. Uiteindelijk had de studie betrekking op 7000 patiëntenbezoeken die 35.000 gegevensvelden genereerden.

Hoewel dit geen placebo gecontroleerde, dubbelblinde behandelingstrial is, houdt de onderzoeksgemeenschap wel van dergelijke duidelijke, massaal gerepliceerde gegevens.

Bevindingen

De publicatie biedt enkele verrassende bevindingen:

  • Langdurige antivirale therapie was doeltreffend – zeer doeltreffend – bij veel van zijn patiënten. Velen van hen, hoewel niet volledig genezen, zijn in staat te werken en opnieuw een normaal leven te leiden – een verbazingwekkende bevinding op dat vlak. Sommigen zijn zelfs volledig genezen.
  • Ongeveer 25% reageerde er niet op – een bevinding die in verband gebracht kan worden met de beperkte duur van hun behandeling.
  • Hoewel het protocol van Dr. Lerner dikwijls (kan) werken voor patiënten die al lang ziek zijn, maakt de duur van de ziekte een verschil in behandelingsrespons.
  • Ongeveer 30% van zijn patiënten had, in aanvulling op een herpesinfectie, andere gerelateerde infecties zoals de ziekte van Lyme, Babesia of Streptococcus. Het feit dat deze patiënten verbeterden maar niet in de mate van patiënten met alleen een herpesvirus, heeft ingrijpende gevolgen over hoe zowel ME/CVS als de ziekte van Lyme te behandelen en andere besmette patiënten.

Interview

(Elke onjuiste voorstelling van Dr. Lerner’s gedachten zijn terug te draaien op de auteur)

Verspreiding

De CVS-gemeenschap is erg groot en veel mensen denken ook een zeer gevarieerde. Ik vroeg aan Dr. Lerner welk percentage van de patiënten die hij zag, pasten in zijn subgroep die besmet is met een herpesvirus of een ander pathogeen.

Dr. Lerner antwoordde hierop dat hij dacht dat ongeveer 90% van de patiënten die hem zien, geïnfecteerd zijn met dit soort pathogeen en dat de reden waarom de medische gemeenschap de prevalentie van pathogenen bij ME/CVS niet inziet, is dat ze eigenlijk op zoek zijn op de verkeerde plaats. Als ze op de juiste plaats zouden zoeken – dat is, als ze zouden beginnen zoeken voor tekenen van ‘niet-replicerende (non-permissive) infectie’, gelooft hij dat er veel meer resultaten zouden zijn in de hele gemeenschap.

In feite gelooft Dr. Lerner dat zelfs hij de betrokkenheid van enkele significante pathogenen zou kunnen missen omdat we nog geen test hebben voor early gene producten van HHV-6. Hij merkte op dat Dr. Kondo in Japan een test op antilichamen hiervoor probeert te ontwikkelen. Eens deze test ontwikkeld is, is het mogelijk dat de hoeveelheid HHV-6 infectie in zijn cohorte – die vrij laag is – ineens dramatisch zou kunnen stijgen.

Het is echter mogelijk dat de reputatie van Dr. Lerner als antiviraal specialist een meer pathogene subroep van patiënten die hun weg zochten naar hem, heeft veroorzaakt. Dus het is op dit punt onduidelijk op welk percentage van de CVS-gemeenschap dit van toepassing is. Dit feit toont aan hoe wanhopig de CVS-gemeenschap studies nodig heeft die de prevalentie bepalen van early herpesvirus gene producten bij CVS (alsook Borrelia, Babesia, etc.). Ironisch genoeg is de enige groep die in de positie zat om dit te doen – het CDC’s CVS onderzoeksprogramma, afdeling Rickettsia en Virale Ziekten – de pathogenen in CVS vrijwel genegeerd heeft in het afgelopen decennium.


Intermezzo  I: 'Een niet-replicerende (non-permissive) besmetting' 


In het algemeen moet een virus vier dingen doen om een besmetting kunnen verspreiden in het lichaam. 

  1. binnendringen in een cel
  2. gebruik maken van de cellenmachines om meer virussen te kunnen bouwen 
  3. de cel verlaten en contact maken met een andere cel of zich verplaatsen in de bloedbaan 
  4. een andere cel zoeken die het kan infecteren en zo begint het proces weer opnieuw. 

Problemen met de tweede stap van het proces - met behulp van de cellenmachines meer virussen maken – zijn de plaats waar niet-replicerende infecties zich tonen. 

Zodra ze binnen een cel zijn, maken de virussen een reeks van genproducten of bouwstenen die vervolgens aan elkaar worden gekoppeld om het volledige virus te vormen. In een niet-replicerende infectie wordt het bouwsteenproces gestopt;  de cellen achterlatend bezaaid met stukjes van virale genproducten. Dr. Lerner is van mening dat de herpesvirussen bij mensen met ME/CVS in staat zijn om ongeveer een kwart van de bouwstenen te maken die nodig zijn om een nieuw virus te produceren. Hij gelooft dat deze virale genproducten interfereren met de celstofwisseling, het verzwakken, en uiteindelijk waarschijnlijk de oorzaak zijn dat de cel sterft.

De meeste virale testen zijn op zoek naar antistoffen tegen eiwitten die worden aangetroffen op de envelop van het virus. Dit is zinvol in een normale infectie, omdat het immuunsysteem normaliter interactie maakt met de eiwitten op de buitenkant van het virus. Maar als het virus grote hoeveelheden van de vroege genproducten naar buiten pompt, dan zullen dergelijke tests elk bewijs van infectie missen. 


Alles tot zover goed? 

U moet een breed scala van reacties hebben gehad. De gemiddelde patiënt  ging in feite van het uit bed zijn voor 4-6 uur per dag (dat wil zeggen in bed liggen 18 tot 20 uur per dag) naar het in staat zijn om een 40-uren werkweek evenals lichte huishoudtaken of sociale activiteiten te handhaven. Dat is een geweldige functionele verschuiving. Aangezien patiënten die reageerden werden geclassificeerd als iemand die minstens een niveau naar boven verschoof op de EIPS, werpt dit de suggestie op dat sommige mensen de weg moeten hebben verschoven naar negen of 10; niet alleen zijn ze in staat om te werken maar ze voelen zich op alle gebieden goed, ze kunnen zich ook goed fysiek inspannen, zonder terugval , enz. Is dat waar? 

Oh absoluut. Ik heb mensen die nu tot 8 of 9 of 10 zijn; volledig hersteld, zich fysiek kunnen inspannen, volledig aan het leven deelnemen. Ik heb allerlei mensen die niet zo goed voelen als deze groep, maar nu wel normaal leven, trouwen wanneer ze voorheen niet konden trouwen, werken wanneer ze voorheen niet konden werken. Het is buitengewoon bevredigend. 

Dr Lerner zei dat “virale lading” een kritisch punt is en hij verwees naar wat hij beschreef als een prachtige studie waaruit blijkt dat de totale “virale lading” mettertijd zal afnemen met Zelitrex ® (Valaciclovir). Hij verklaarde dat de “virale lading” (het aantal virusdeeltjes in het lichaam aanwezig) betekenis kan hebben voor de duur van het ziek zijn voor sommige patiënten, d.w.z. hoe langer de patiënt ziek is geweest de hogere hun virale lading. Als vuistregel geldt dat als iemand drie jaar of korter ziek is, beginnen ze over het algemeen te reageren binnen zes maanden na het starten van antivirale therapie. Bij andere patiënten zal het langer duren; in de Kliniek suggereren ze  dat patiënten behandeld dienen te worden voor ten minste een jaar voordat ze kunnen vaststellen hoe effectief de behandeling is. 

Dit wil niet zeggen dat mensen die al zeven of 10 of 15 jaar ziek zijn, niet reageren op deze behandeling. Dr. Lerner zei dat veel langdurig zieke patiënten reageren op deze behandeling - maar als groep bezien reageren ze niet zo snel en natuurlijk is er bij sommigen helemaal geen reactie.

Ongeveer 25% van zijn patiënten werden geclassificeerd als “niet-responders”.


Een andere belangrijke bevinding was dat de “niet-respondenten” niet zolang de medicijnen innamen als de respondenten, wat suggereerde dat sommige mensen langer de medicatie zouden moeten nemen voor behandeling effect zou resulteren. 

 

Intermezzo II: de noodzaak van langdurige behandeling met geneesmiddelen 


EBV verdubbelt zichzelf wanneer de B-cellen zich in twee splitsen (elke nieuwe B-cel bevat dus ook een EBV-virus) - dit is de manier waarop het zich verspreidt van de oorspronkelijke cel in de nieuwe cel. Het groeiproces is dus rekenkundig: 2/4/8/16/32/64…De groei van de EBV in deze cellen gebeurt echter met behulp van een totaal andere procedure. 

De primaire behandeling voor EBV (hetzij aciclovir of zelitrex) is in staat om EBV-reactivatie te stoppen, deze medicamenten zijn in staat tot in de cel te geraken en het proces te stoppen dat EBV gebruikt om te groeien in de cel. Maar beide medicijnen zijn niet in staat om de replicatie van EBV te stoppen wanneer de B-cellen zich terug gaan splitsen.

Dit is een probleem, omdat bij patiënten met een hoge virale lading vele, vele van hun B-cellen zijn geïnfecteerd met EBV, van welke elke cel in potentie een kleine tijdbom is,  wachtende om af te gaan als hun immuunsysteem weer wordt onderdrukt. Dit kan resulteren in het klassieke: “beter, terugval, beter, terugval scenario” dat zich voordoet als hun stop van de EBV reactivatie  het toelaat zich opnieuw te activeren als hun systemen overweldigd worden. Elke keer dat EBV genoeg reactiveert om zich te verspreiden buiten de cel stijgt de virale lading van de patiënt (Dr. Lerner is van mening dat herpesvirus infecties bij CVS  een mengeling zijn van replicerende / niet-replicerende infecties).

Zelfs als ze de EBV reactivatie naar beneden brengen, zijn deze mensen dan gedoemd tot het dragen van een steeds hogere lading van EBV? Niet per se. Omdat de B-cellen afsterven na verloop van tijd is EBV altijd in een race om nieuwe cellen te infecteren voordat de cel waarin het voorkomt afsterft.

Dit betekent dat als zelitrex de EBV reactivatie tegenhoudt, terwijl de besmette B-cellen afsterven; het aantal EBV geïnfecteerde cellen langzaam afneemt in de tijd. 

Dit is wat Cohen ontdekte in de paper die Dr Lerner heel erg prettig vond. De daling van de geïnfecteerde cellen na toediening van Zelitrex was traag: na een jaar had zich slechts een bescheiden daling voorgedaan. Deze 'bescheiden daling' zou een reden zijn waarom de echt lange-termijn antivirale therapie soms nodig is. Cohen schatte dat Zelitrex 6 jaar lang elke dag zou moeten worden toegediend om EBV in de B-cellen uit te roeien (en 11 jaar om het volledig uit te roeien in het lichaam). Hogere doses zouden sneller werken. Gelukkig is het belangrijker om EBV activiteit te verminderen dan om het volledig uit te roeien. De meeste gezonde mensen zijn immers besmet met EBV en de meeste patiënten zouden niet zo’n lange behandeling nodig hebben. 

(Sommige gezonde mensen dragen feitelijk hoge ladingen EBV zonder enig probleem. Deze mensen zijn echter in staat om EBV onder controle te houden; als dr. Lerner gelijk heeft kunnen veel CVS-patiënten dit niet). 

Bijwerkingen

Ik vroeg me af hoe het zit met  de bijwerkingen van dergelijke langdurige therapie. 

Dr Lerner zei dat het belangrijk is om heel voorzichtig zijn met doseren, maar voor de rest is het met een EBV-infectie eenvoudig, namelijk om ervoor te zorgen dat de patiënt genoeg water drinkt. Met HMCV infectie moet hij heel voorzichtig zijn met lever functietests aangezien het antiviraal middel de lever kan beschadigen maar zelfs dan werden geen echt ernstige bijwerkingen gemeld. 

Pathogene plus patiënten

Eén van de belangrijkste bevindingen was dat als artsen niet naar de hele reikwijdte van pathogene geneesmiddelen kijken, behandelingen voor pathogenen mogelijk niet effectief kunnen zijn. Ongeveer 30 procent van zijn patiënten had herpesvirussen met ofwel borrelia of babesi en de patiënten met deze infecties werden gewoonweg niet beter door de standaard antiviralen. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor Lyme-patiënten; veel patiënten ondergaan lange antibioticakuren, maar Dr. Lerner’s resultaten suggereren dat indien zij een herpesvirusinfectie hebben, ze hoogstwaarschijnlijk niet het gewenste resultaat zullen behalen met antibioticatherapie. Ik vroeg hem of hij verrast was dat deze subgroep er zo uitspringt. Deze bevindingen kunnen verregaande implicaties hebben voor beide patiëntengroepen.

Dr. Lerner antwoordde dat hij “erg, erg verrast” was om deze pathogene+ groep eruit te zien komen. Dit was geen kleine subgroep binnen de CVS-patiënten – ongeveer 30% van zijn patiënten had zowel ‘parasitaire’ als ‘opportunistische’ infecties. De meeste infecties werd veroorzaakt door de ziekte van Lyme (2/3 met Borrelia burgdorfii) terwijl de rest of Babesia en/of Anaplasma (rickettsia) en/of streptokokkeninfecties had. Deze patiënten waren doorgaans zieker (EIPS 3.1-4.0), en ondanks dat na 2,5 jaar van behandeling hun EIPS-scores stegen (EIPS 5.3), waren ze nog steeds ziek genoeg om de diagnose ME/CVS te krijgen. 

Dr. Lerner merkte op dat de data niet zo negatief zijn als het in de publicatie lijkt, en dat verdere specifieke behandeling hun vooruitzicht sterk verbeterde. Dr. Lerner’s “negativisme” verraste me, als je naar hun vooruitgang kijkt, en dat reflecteert zeker zijn hoge verwachtingen; de meeste artsen zouden gelukkig zijn als ze een sprong van een EIPS score van ergens in de 3 (ongeveer 20 uur per dag in bed) naar de 5 (met veel moeite een niet-fysieke baan – zittend beroep – uitvoeren) kregen. Deze uitkomst wordt zelden gezien bij CVS-testbehandelingen, maar Dr. Lerner wilde duidelijk nog meer zien.

Hoe komt het dat ‘parasitaire’ infecties verschijnen in een ziekte die het meest gekarakteriseerd wordt door ‘opportunistische’ infecties? Dr. Lerner kan alleen maar speculeren dat de opportunistische infecties het immuunsysteem genoeg verzwakt hebben om parasitaire infecties toe te laten.

Het nieuwe mantra - graven in gegevens, graven in gegevens, graven in gegevens

De “pathogene plus” bevinding illustreert hoe belangrijk het is om bruikbare informatie op te graven uit de grote hoop van gegevens die je tot je beschikking hebt. De mogelijkheid om herpesvirus+ patiënten van die grote hoop te scheiden had grote implicaties op de uitkomst van deze studie; als Dr. Lerner’s staf deze patiëntengroep statistisch niet had gescheiden, zouden de positieve effecten in deze pure herpesgroep gedeeltelijk verdwenen zijn.

Dit is een probleem dat in veel studies voorkomt. Wanneer je een “vergaarbakdiagnose” behandelt zoals CVS alsof het een enkele ziekte zou zijn, worden degenen die positief reageren onderuit gehaald door degenen die niet reageren, waardoor behandelingen met een kleine gemene deler, zoals CGT (die waarschijnlijk wel een gering effect zullen hebben op elke chronische ziekte) zo veelvoorkomend zijn.

In elk geval illustreert Dr. Lerners verslag hoe belangrijk het is om gegevens te doorzoeken, om op die manier patronen te vinden in complexe, amper gecategoriseerde ziekten zoals het chronisch vermoeidheidssyndroom. En hij heeft gelukkig een kleine groep gemotiveerde vrijwilligers om zich heen, met de nodige vaardigheden om dit werk te doen. Eén van de redenen van de Phoenix Rising’s geldinzameling voor de Fatigue Consultation Clinic, was om Dr. Bateman van de middelen te voorzien om haar gegevens beter te organiseren.

Het is daarom niet verrassend dat het uitspitten van gegevens zo’n belangrijke rol speelt in grote datarijke ondernemingen, zoals CFIDS Association’s oprichting van de BioBank, DataBank en Research Network. Een aantal van de huidige onderzoeksprojecten van de CFIDS Association maken gebruik van innovatieve technieken om grote hoeveelheden gegevens te organiseren uit meerdere systemen, om zo patronen te vinden die wat duidelijkheid kunnen bieden. De biobanken van CFIDS Association en Whittemore Peterson Institute zouden eigenlijk voor researchmogelijkheden moeten zorgen, om patiëntenstalen te onderzoeken voor factoren als die van Dr. Lerner. 

De nasleep

Wat gebeurt er wanneer de patiënten met een positieve reactie stoppen met de antiviralen? Het lijkt alsof ze, gemiddeld gezien, in staat zijn om te werken, maar sporten lijkt nog steeds problematisch te zijn. Zijn ze in staat om hun gezondheid te behouden zonder antiviralen? Of moeten ze op een bepaald moment een nieuwe ronde met antiviralen beginnen? Wat is de prognose na virale behandeling?

Dr. Lerner zegt dat wanneer zijn patiënten beter worden, ze beter blijven. Ongeveer 30% van hen komt tot een score van 8 of 9 op de EIPS schaal, en blijft op die score. Er is nog een andere groep dat doorlopende virale onderdrukking nodig heeft. Hij merkte op dat hij het medicijn Valtrex 6 jaar lang heeft gebruikt, en er nu helemaal vanaf is.

CVS is een persisterende niet-replicerende herpesinfectie van het hart

Het hart van de zaak?

De voorstelling van Dr. Lerner dat er een hartinfectie aanwezig is, is ongewoon; bij de meeste hartinfecties is het hart grotendeels ontstoken wanneer de geïnfecteerde afstervende cellen in de bloedstroom exploderen, waar hun deeltjes hordes van immuuncellen aantrekken, die vervolgens voor de ontsteking zorgen die gezien wordt in myocarditis of een typische hartinfectie.

In de niet-replicerende versie ziet Dr. Lerner dat een incompleet herpesvirus gen zorgt voor verstoorde hartcel functionering. Veel van de geïnfecteerde cellen gaan waarschijnlijk dood wanneer de cel, die doorheeft dat hij onherstelbaar is beschadigd, overgaat naar zijn zelfmoordprogramma. Maar dat doen ze op zo’n tempo dat ze op grote schaal verborgen blijven voor het immuunsysteem en dat de ontsteking gering blijft.

Het hart vervangt deze vellen met vezelachtig weefsel – wat betekent dat de schade permanent is. Als je echter de infectie weet te stoppen, dan gaat de schade aan het hart ook niet verder en kan er een substantieel herstel optreden – zoals bewezen is door  Dr. Lerner’s regelmatige onderzoeken op verbetering van het hart. Patiënten kunnen wel of niet teruggaan naar volledige fysieke functionering – maar na en bepaald punt is niet helemaal duidelijk hoeveel het uitmaakt. Dr. Lerner neemt zichzelf als voorbeeld; na 10 jaar van ziekte hield hij waarschijnlijk nog permanente schade, maar het is moeilijk om te zeggen waar die zit; niet veel 80+-ers hebben een fulltime medische praktijk, gaan regelmatig naar internationale conferenties, etc.

Hoe worden EBV en HCMV naar het hart gebracht als ze aanwezig zijn in een niet-replicerende infectie? Oftewel: als de herpesvirussen niet in staat zijn om kopieën van zichzelf te maken, hoe kunnen ze dan vanuit de B-cellen naar het hart toekomen? In deze studie stelt Dr. Lerner dat hij denkt dat een gedeelte van de infectie replicerend is, en dat kleine hoeveelheden van complete herpesvirusfragmenten die met intervallen naar het hart worden gebracht en op deze manier een smeulende infectie veroorzaakt, dat op een laag vuurtje brandt.

OI en Bloedvolume

Hoeveel procent van uw patiënten heeft orthostatische intolerantie (problemen met staan)? Kan dat ook hiermee verklaard worden, en zo ja, hebt u enig idee wat herpesvirussen doen om dit probleem te veroorzaken? En hoe zit dat met laag bloedvolume?

Orthostatische intolerantie (OI) – was een belangrijk symptoom van Dr. Lerner toen hij ziek werd, en is dat ook voor veel ME/CVS-patiënten. Sommige ME/CVS-onderzoekers denken dat het autonomische zenuwstelsel een grote rol speelt bij OI, maar Dr. Lerner focust op het hart. Over de jaren heen heeft hij een aantal hartproblemen gedocumenteerd, waaronder de ongewone Holter Monitor onderzoeken en abnormale bevindingen m.b.t. de bewegingen van de hartwand. Hij gelooft dat het hart verzwakt is door deze ongewone infecties, en daardoor sneller klopt (de tachycardie in POTS) en ook ineffectiever klopt, en dit veroorzaakt veel van de problemen die veel CVS-patiënten hebben bij het staan. Hij merkte op dat deze problemen verdwenen bij de patiënten die positief reageren op de antivirale behandelingen.

Laag bloedvolume – Dr. Lerner gelooft dat het lage bloedvolume dat bij ME/CVS-patiënten wordt gevonden enorm interessant is, maar wat het precies veroorzaakt is nog onduidelijk. Hij merkte op dat het van nature een beschermingsmaatregel zou kunnen zijn, omdat het makkelijker voor het hart is om te functioneren als er minder druk is.

Andere markers?

Ik vroeg me af of er andere markers zijn? Er zijn veel interessante immunologische en endocrinologische bevindingen in CVS. Waar zijn enkele van deze gecorreleerd met dalingen in de antilichaamspiegels? Kan Dr. Lerner bijvoorbeeld zien of het immuunsysteem of het endocrinologische systeem zich bijstelt?

Dr. Lerner erkende het belang van immuundisfunctie bij CVS maar zei dat hij geen andere immuunmarkers volgt in de ziekte en dit is logisch. Hij is immers in de eerste plaats een arts die zijn patiënten behandelt, van wie de meesten een dure en langdurige behandeling uit eigen zak moeten betalen (1000$ per maand). Zonder tussenkomst van de overheid is het moeilijk te zien hoe een arts op regelmatige basis niet-essentiële gegevens kan verzamelen. Natuurlijk zou men kunnen denken dat immuunfunctie deel zou kunnen uitmaken van een federaal gesubsidieerde studie op pathogenen.

Geneesmiddelen in de toekomst

Het huidige arsenaal van medicijnen heeft een lange weg afgelegd, maar ze werkten niet voor sommige mensen, zijn duur en vereisen langdurige behandeling. Er is nog veel werk te doen op antiviraal vlak. Ik vroeg Dr. Lerner of hij iets zag in nieuwe opkomende geneesmiddelen?

Hij rapporteerde dat Vistide ® (cidofovir) doeltreffend was tegen humaan cytomegalovirus (HCMV) maar dat hij dit slechts gebruikt voor patiënten die niet reageerden op het standaard protocol na minstens één jaar behandeling, dit omdat het de nieren kan beschadigen.

Hij vond Marabavir ® is een interessant medicijn aan de horizon. Het moet nog verder getest worden maar initiële in vitro testen toonden aan dat het doeltreffend was tegen zowel HCMV en EBV en zijn veiligheidsprofiel ziet er veelbelovend uit (wat betekent dat het mogelijk in grotere dosissen gegeven kan worden. Veel geneesmiddelen zijn een afwegen tussen nevenwerkingen en doeltreffendheid. Als het in voldoende grote hoeveelheden gegeven wordt, kunnen veel medicijnen pathogenen doden. Het probleem echter is dat ze ook de patiënt kunnen doden. Elk ideaal geneesmiddel zou een medicijn moeten zijn die veilig genoeg is om het toe te dienen in voldoende grote hoeveelheden om snel pathogenen te doden, maar zonder nadelige gevolgen voor de patiënt.)

Toekomstig werk

Ik heb Dr. Lerner niet specifiek gevraagd naar zijn werk in de toekomst maar het is duidelijk dat hij erg enthousiast is over de progressie die in dit domein gemaakt wordt en hij zijn ideeën actief nastreeft. Hij zei dat hij van plan is studies te doen die zullen helpen om het idee te verstevigen dat ‘non-permissive’ virussen een sleutelrol spelen in ME/CVS (of zoals hij zegt ‘het chronisch vermoeidheidssyndroom’). Hij hoopt dat een multi-center behandelingstrial uitgevoerd zal worden.

De Martin Lerner Foundation

Vóór het interview begonnen was, erkende Dr. Lerner eerst de mensen die de Martin Lerner Foundation opgericht hebben voor de studie van het Chronisch Vermoeidheidssyndroom. Het is absoluut netjes om te zeggen dat deze publicatie niet tot stand zou gekomen zijn zonder hun hulp. Hij erkende eerst Kim en Carol Gill, die – als mijn notities correct zijn – de Stichting hebben opgericht met het oog op het bevorderen van het werk van Dr. Lerner. Zij en Jim Eddington spendeerden anderhalf jaar in het kantoor om de studie te ontwikkelen. James Fitgerald aan het Department of Medical Education aan de University of Michigan Medical School deed de statistieken. Safadin Beqaj assisteerde in het maken van de publicatie. Ann Cavanaugh, vrijwillig Communications Director for the Center (een andere CVS-patiënt), was mijn contactpersoon.

Op het einde zag en behandelde Dr. Lerner zijn patiënten terwijl een groep geschoolde vrijwilligers zijn gegevens beetpakte, die invoerde en analyseerde en aan het eind ze hem presenteerde en dat is hoe deze publicatie tot stand is gekomen. Hij was zeer tevreden met hun werk zoals we allemaal zouden moeten zijn.

Conclusie

Dit is niet het soort publicatie die de traditionele medische gemeenschap hun standaard behandelprotocol voor CVS zal doen veranderen, maar hopelijk is dit het soort publicatie die een stimulans zal zijn om door de overheid gefinancierde studies te creëren en meer onderzoek naar de effecten die herpesvirussen op ME/CVS hebben. Deze studie schreeuwt erom om het protocol van Dr. Lerner te testen met een dubbelblinde, placebo-gecontroleerde, multicenter behandelingstrial en Dr. Lerner hoopt ook dat dit gewoon zal gebeuren.

© Vertaling door Zuiderzon, Eressea en Punika


Wetenschappelijke publicatie

Subgroep-gerichte antivirale behandeling van 142 herpesvirus patiënten met chronisch vermoeidheidssyndroom. Bron: Virus adaptation and treatment.

Door Dr. A. Martin Lerner et al., 24 mei 2010.

Om de volledige tekst van dit belangrijk artikel te lezen over de resultaten van de langdurige antivirale behandeling van ME/CVS-patiënten: klik hier of hier.

 

Doelstelling

We stelden de hypothese dat chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) veroorzaakt kan worden door een enkele of meerdere herpesvirusinfecties: epstein-barr virus (EBV), cytomegalovirus (CMV) of humaan herpesvirus 6 (HHV6).

Om te bepalen of CVS leeftijdsingrijpende vermoeidheid en geassocieerde bevindingen zoals spierpijn, tachycardie bij rust, borstpijn, disfunctie van het linker ventrikel, syncope, en verhoogde herpesvirus serum antilichaam titers omgekeerd worden door langdurige subgroep gerichte valaciclovir (Zelitrex ®) en of valganciclovir (Valcyte ®).

Patiënten en methodes

Er werden gegevens verzameld bij doktersconsultaties elke 4-6 weken van 142 CVS-patiënten in één ziekenhuis van 2001 tot 2007. Om toegelaten te worden tot de studie moesten de patiënten minstens 6 maand gevolgd worden. De verzamelde gegevens bevatten 7000 patiëntenconsultaties en meer dan 35000 gegevensvelden met informatie. De ernst van de vermoeidheid werd geregistreerd door de gevalideerde Energy Index Point Score ® (EIPS ®).

Baseline en follow-up serum antilichaam titers voor EBV, HCMV, en HHV6, en ook co-infecties met Borrelia burgdorferi, Anaplasma phagocytophila, Babesia microti, en antistreptoline O [een marker van Groep A streptococcus infecties], 24u ECG Holter monitors, 2D echocardogrammen, cardiale dynamische studies, symptomen, en toxiciteit werden afgenomen en gemonitord.

Internationale criteria voor CVS plus een specifiek ontworpen CVS diagnostisch protocol werden gebruikt.

Resultaten en Conclusies

  • De Groep A herpesvirus CVS-patiënten (geen co-infecties) keerden terug naar een bijna normaal leven (P = 0.0001). [Waarschijnlijkheid om bij toeval voor te komen is 1 op 10.000]
    • De langdurige EIPS waarde steeg (primair symptoom, P<0.0001) met subgroep gerichte langdurige valaciclovir en/of valganciclovir therapie.
    • Bijkomende symptomen (cardiale, immunologische en neurologische afwijkingen) verbeterden of verdwenen.
  • Groep B CVS-patiënten (herpesvirus plus co-infectes) bleven CVS hebben.

Bron: Virus Adaptation and Treatment, May 2010;2010(2). Lerner AM, Begaj S, Fitzgerald JT, Gill K, Gill C, Edington J. Department of Medicine, William Beaumont Hospital, Royal Oak; Wayne State University School of Medicine, Detroit; Department of Medical Education, University of Michigan Medical School, Ann Arbor; Dr A Martin Lerner Chronic Fatigue Syndrome Foundation, Beverly Hills, Michigan, USA. [Email: amartinlerner@yahoo.com]

Lerner AM, Begaj S, Fitzgerald JT, Gill K, Gill C, Edington J., 2010. Subset-directed treatment of 142 herpesvirus patients with chronic fatigue syndrome. Virus Adaptation and Treatment 2010:2 47-57.

© Vertaling ME-Gids.net

Dit artikel werd ook overgenomen op MedischOndernemen.nl


| |

Reacties

  1. Bravo voor de vertaling. Wat een boterham.
  2. Klopt, Nexavir werkt.
    Fijn, dit stuk. Als mijn inkt weer in de printer zit print ik het uit. Want mijn zoon spuit al vrij lang Nexavir met succes. Helemaal beter is ie niet, wat hopelijk wel komt in de toekomst want voorlopig is een baan waarin hij veel thuis kan werken na studie afronding de enige optie, anders te vermoeiend. Kan nu in de gauwigheid niet vinden hoelang je Nexavir kunt blijven gebruiken. Ook zou ik moeten nagaan of hij ook een herpes infectie had. Wel had ie Pfeiffer en het CMV virus. Of is dit laatste zo'n virus? Ben het weer ff kwijt allemaal.

    Annac
  3. @annac

    beide virussen die je noemt zijn humane herpesvirussen (HHV)

    EBV=HHV4
    CMV=HHV5

    Wikipedia voor lijst met alle humane herpesvirussen

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.