Bron:

| 252 x gelezen

De kernpunten

Bij long covid zijn antistoffen gevonden die de werking van de bloedvaten beïnvloeden en ze hebben er ook toe bijgedragen om een subgroep van ME/cvs te bevestigen 🙂
  • De rol die autoantilichamen spelen bij long covid (en ME/cvs) is een van de grote vraagstukken bij deze aandoeningen. Deze immunoglobulines veroorzaken auto-immuunziekten doordat ze bij vergissing ons eigen weefsel aanvallen.
  • Infecties leiden vaak tot een dramatische toename van de autoantilichaamwaarden, maar ze nemen bijna altijd snel weer af zonder problemen te veroorzaken. Bij long covid was dat niet het geval.
  • Merk op hoe stellig de titel van het artikel is :“A causal link between autoantibodies and neurological symptoms in long COVID” [“Een causaal verband tussen autoantilichamen en neurologische symptomen bij long covid“]. Er wordt in gesteld dat er een ”causaal verband” is gevonden tussen autoantilichamen en neurologische symptomen bij long covid. Dat is iets wat we tot nu toe nog niet echt konden zeggen en het is een belangrijke bevinding, zeker omdat ze uit een van de meest toonaangevende medische tijdschriften (Cell) ter wereld komt.
  • Uit het onderzoek bleek dat er bij longcovidpatiënten meer autoantilichamen en een grotere verscheidenheid aan autoantilichamen voorkwamen, die zich vooral richtten op weefsels van het centrale en perifere (=lichaams-)zenuwstelsel.
  • Toen ze de IgG-antilichamen van longcovidpatiënten blootstelden aan weefsels van het zenuwstelsel, bleek wat ze ontdekten volledig in lijn te zijn met wat we weten over long covid en ME/cvs. Deze autoantilichamen gingen een sterke interactie aan met of vielen delen van de hersenen aan die verband houden met de regulering van het autonome zenuwstelsel, slaap en pijn, het zintuiglijke systeem, en, interessant genoeg, met cellen die van invloed zijn op de bloedvaten die zich om de bloed-hersenbarrière wikkelen en ze beschermen.
  • De auteurs konden niet aantonen welke specifieke autoantilichamen welke specifieke symptomen veroorzaakten, maar het verband tussen de totale antilichaamspiegels en de symptoomlast bij long covid was duidelijk.
  • Toen ze probeerden vast te stellen of ze subgroepen van autoantilichamen konden onderscheiden, sprong een subgroep in het oog die zich richtte op autoantilichamen die met name de bloedvaten en de microcirculatie beïnvloeden, en ook de werking van het autonome zenuwstelsel.
  • Dit was een grote stap voorwaarts voor het ME/cvs-onderzoek, aangezien Duitse onderzoekers dezelfde subgroep al jaren bestuderen bij ME/cvs.
  • De studies waarbij longcovidantilichamen (IgG) werden overgebracht naar muizen, leverden opzienbarende resultaten op. Alleen al door ze IgG toe te dienen, veranderden de muizen in feite in longcovid- en/of ME/cvs-muizen; dat wil zeggen: vermoeide muizen met een verhoogde pijngevoeligheid en cognitieve, sensorische, evenwichts- en coördinatieproblemen.
  • Ook hier deden de hersengebieden die door de IgG-antilichamen werden aangevallen, denken aan dezelfde gebieden die bij beeldvormingsonderzoeken van long covid en ME/cvs werden waargenomen. Deze hersengebieden zijn ervoor verantwoordelijk dat je vermoeid en hyperalert blijft, dat je prikkels als bedreigend ervaart, dat die indrukken in je geheugen worden vastgelegd, dat je last hebt van geuren of geluiden, dat bewegen moeite kost, enzovoort.
  • Met andere woorden: ze zijn ontworpen om ervoor te zorgen dat je zo immobiel mogelijk bent.
  • David Putrino, een van de leiders van het onderzoek, meldde dat deze studie de deur opent naar “een aantal effectieve behandelingen voor auto-immuniteit die de symptomen van miljoenen mensen met deze chronische aandoening aanzienlijk zouden kunnen verbeteren“.
  • We zijn op de goede weg, maar we zijn er nog niet. Allereerst moeten onderzoekers vaststellen welke autoantilichamen of combinaties ervan welke symptomen bij long covid veroorzaken. (Dat is haalbaar, maar geen gemakkelijke taak bij aandoeningen die zo complex zijn als long covid en ME/cvs. Zodra dat is gebeurd, hebben ze een scala aan mogelijkheden om de autoantilichamen te verwijderen, te neutraliseren, hun werking te beïnvloeden, enzovoort.
  • Het lijkt ook duidelijk dat autoantilichamen niet het enige zijn die een rol spelen bij zowel langdurige covid als ME/cvs. Hoewel ze bij sommige patiënten een groot verschil lijken te maken, zullen uiteindelijk ook persistentie van pathogenen, genetische factoren, virale persistentie, activering van het aangeboren immuunsysteem, reactivering van latente virussen, dysautonomie en microbloedstolsels een rol spelen.
  • Het mooie aan autoantilichamen is dat er op dit gebied al veel onderzoek is gedaan. We weten hoe we ze kunnen opsporen en doelgericht kunnen aanpakken. Zelfs als ze niet de enige oorzaak zijn, kunnen de juiste behandelingen gericht op de juiste subgroepen aanzienlijke verbetering brengen.

De rol die autoantilichamen spelen bij long covid (en ME/cvs) is een van de grote vraagstukken bij deze aandoeningen. Er is nog nooit een onderzoek naar autoantilichamen geweest zoals dat van Akiko Iwasaki, met meer dan 40 auteurs, getiteld “A causal link between autoantibodies and neurological symptoms in long COVID“, [Een causaal verband tussen autoantilichamen en neurologische symptomen bij long covid].

Bingo! Het is nu duidelijk dat auto-immuunprocessen wel degelijk een rol spelen en bij een grote groep longcovidpatiënten voor problemen zorgen.

Let op het woord in de titel: “causaal”. ”Een causaal verband tussen autoantilichamen en neurologische symptomen bij long covid”. Dat is een grote ontwikkeling, en de redactie van het medische tijdschrift Cell, een van de meest prestigieuze medische tijdschriften ter wereld, heeft hier haar goedkeuring aan gegeven. Dat is veelbetekenend! We hebben het al langer over auto-immuniteit en hebben daar vraagtekens bij geplaatst. Is het zo? Of is het niet zo?

Nu zegt deze studie: “ja, het is er zeker”, en dat zal uiteindelijk een breed scala aan behandelingen ontsluiten die voorheen niet voor ons beschikbaar waren. We zijn nog niet aan de behandelingsfase toe; daarvoor moeten eerst de precieze autoantilichamen worden geïdentificeerd die een rol spelen (geen gemakkelijke taak), maar het lijkt erop dat de eerste grote stap gezet is.

Zoals we zullen zien, heeft een van de bevindingen ook verstrekkende gevolgen voor auto-immuniteit bij ME/cvs.

Onderzoeksresultaten

Onze gegevens tonen, in hun totaliteit, de cruciale rol aan van AAB’s (autoantilichamen) als belangrijkste oorzaak van neurologische aandoeningen bij een subgroep van LC-patiënten.” De auteurs

In dit onderzoek is alles in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de autoantilichamen correct werden geïdentificeerd. Zo werden er vier methoden gebruikt (immunofluorescentie (IF), ELISA voor GPCR’s/ionotrope receptoren, een HuProt-microarray met meer dan 21.000 eiwitten en massaspectrometrie via antilichaam-pull-down) om de autoantilichamen te profileren en te bevestigen.

In beide groepen (nvdr: longcovidpatiënten versus controles, de controles waren gezonde proefpersonen maar ook herstelde coronapatiënten) schoten de antilichamen als paardenbloemen na een regenbui uit de grond, maar de longcovidpatiënten vertoonden een grotere en meer diverse reeks autoantilichamen die reageerden met weefsels, met name weefsels van het centrale en perifere zenuwstelsel.

Infecties veroorzaken doorgaans een opflakkering in de productie van autoantilichamen, die al snel weer afneemt. Het feit dat deze autoantilichamen bij veel van deze patiënten meer dan een jaar later nog steeds aanwezig waren, wijst er sterk op dat er een auto-immuunproces aan de gang was.

De productie van autoantilichamen bij long covid verliep vrij ongelijkmatig, wat te verwachten was bij een ziekte die blijkbaar door talrijke factoren wordt veroorzaakt, waaronder een persisterend virus, reactivering van het herpesvirus, weefselschade en auto-immuniteit.

Autoantilichamen lijken de pericyten (oranje gedeelte) aan te vallen die de bloedvaten omringen waaruit de bloed-hersenbarrière bestaat – wat nog een extra mogelijke oorzaak vormt voor het verstoren van de bloedstroom – en waardoor ongewenste factoren in de hersenen kunnen binnendringen. © Nicola B. Hamilton, David Attwell, and Catherine N. Hall Rasbak nltxt, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons

Toen ze de IgG-antilichamen van de longcovidpatiënten in contact brachten met weefsels van het zenuwstelsel, ontdekten ze dat ze verschillende delen van de hersenen aanvielen: locus caeruleus (hersenstam – belangrijkste bron van noradrenaline, regulator van het autonome zenuwstelsel, slaap, pijn), thalamus (belangrijke regulator van zintuiglijke informatie (!), hersenmist), hersenvliezen (pericyten/endotheel) (slechte doorbloeding gekoppeld aan verminderde afvoer van afvalstoffen, problemen met de bloed-hersenbarrière, hersenmist, hoofdpijn, stijve nek), evenals endocriene weefsels (laag cortisol?) en een breed scala aan eiwitten van het zenuwstelsel.

Het IgG van de gezonde controlegroep en van de herstelde coronapatiënten hechtte zich, zoals verwacht, in zekere mate aan deze weefsels. Het IgG van de longcovidpatiënten reageerde veel sterker op de weefsels van het zenuwstelsel / hechtte zich eraan / viel ze aan, hoe je het ook maar wil noemen.

De bevinding over de hersenvliezen, pericyten en het endotheel was bijzonder interessant, omdat ze suggereerde dat antilichamen zich bonden aan de pericyten en endotheelcellen die de capillaire tonus, de barrièrefunctie en de microcirculatie reguleren.

Microvasculaire pericytenziekten?

Pericyten zijn kleine cellen die zich om haarvaten en andere kleine bloedvaten wikkelen en ze stabiliseren, de bloedstroom reguleren en de bloed-hersenbarrière in stand houden. Ze helpen ook bij het sturen van bloed naar die delen van de hersenen die meer bloed nodig hebben (neurovasculaire koppeling) en ze spelen zelfs een rol bij ontstekingen. Antistoffen die zich aan pericyten binden, kunnen ervoor zorgen dat immuuncellen deze cellen aanvallen, wat leidt tot inflammatie en in het bijzonder tot problemen met de microcirculatie. In een paper uit 2022 werd gesteld dat long covid en soortgelijke aandoeningen in wezen systemische (over het hele lichaam verspreide) microvasculaire pericytenziekten zijn.

Matige correlaties met symptomen

Het zou een grote stap vooruit zijn als autoantilichamen in verband konden worden gebracht met symptomen. Als ik het me goed herinner, heeft Avindra Nath erop gewezen dat alle infecties veel autoantilichamen veroorzaken, die vaak slechts secundaire verschijnselen zijn van een verstoord immuunsysteem en niets meer dan dat. Het zou een grote stap vooruit zijn om aan te tonen dat antilichamen van LC-patiënten correleren met symptomen. Ze zijn op dit vlak ongeveer halfweg geraakt.

Ze wilden nagaan of IgG van patiënten met een specifiek symptoom vaker reageerde met weefsel dat dit symptoom veroorzaakte. Bijvoorbeeld of een longcovidpatiënt met hoofdpijn ook IgG-antilichamen had waarvan uit de eerdere test bleek dat ze reageerden met hersenvliesweefsel.

Ze hadden een aantal veelbelovende aanwijzingen, maar een statistische toets ontkrachtte de meeste correlaties. Dit kan voor een deel simpelweg te wijten zijn aan de complexiteit van long covid. Zo ontdekten ze bijvoorbeeld dat veel autoantilichamen in verband werden gebracht met hoofdpijn bij long covid.

Toen ze echter naar het totaalbeeld keken, vonden ze consistent sterkere signalen van autoantilichaamreactiviteit bij longcovidpatiënten en ernstigere symptomen bij patiënten bij wie de antilichamen tegen weefsels reageerden.

Nu duidelijk is dat autoantilichamen symptomen veroorzaken, is de volgende stap het identificeren van de specifieke autoantilichamen die zich op bepaalde weefsels richten en de daarmee samenhangende symptomen veroorzaken.

Een subgroep met auto-immuunafwijkingen in het autonome zenuwstelsel en de bloedvaten komt naar voren bij langdurige covid (en ME/cvs?)

Vervolgens wilden ze nagaan of ze subgroepen van LC-patiënten konden identificeren met een duidelijk afwijkend profiel van antilichamen– en ze vonden er twee. Eén daarvan werd gekenmerkt door een consistente positiviteit voor bèta-1- en bèta-2-adrenerge receptoren, de endotheline A-receptor en de muscarinische acetylcholinereceptor M4.

Bij long covid zijn antistoffen aangetroffen die de werking van de bloedvaten beïnvloeden – en die hebben ook bijgedragen tot de bevestiging van een subgroep van ME/cvs. 🙂

Dit was met name voor het ME/cvs-onderzoeksveld een fantastische bevinding, omdat deze niet alleen soortgelijke bevindingen bij ME/cvs (en long covid) bevestigt, maar ook nog eens is gepubliceerd door gerenommeerde onderzoekers in een toonaangevend medisch tijdschrift.

Deze receptoren sturen de werking van het autonome zenuwstelsel, de bloedvaten, de microcirculatie en orthostatische intolerantie. Ze hebben binnen het ME/cvs-veld veel belangstelling gewekt omdat ze van invloed zouden kunnen zijn op cruciale aspecten van de aandoening.

Deze bevinding wijst erop dat, wat autoantilichamen betreft, een subgroep van longcovidpatiënten precies overeenkomt met een subgroep van ME/cvs-patiënten, en, wat belangrijk is, het biedt het een mechanisch aanknopingspunt dat erop wijst dat deze autoantilichamen de symptomen veroorzaken.

Deze subgroep met “GPCR-auto-immune dysautonomie“ lijkt bij ongeveer 25-30% van de ME/cvs-patiënten voor te komen. (In het LC-artikel wordt niet vermeld hoe groot deze subgroep in het onderzoek was.) Carmen Scheibenbogen en andere onderzoekers die zich al jaren verdiepen in deze subgroep binnen ME/cvs, moeten wel geglimlacht hebben toen ze dit resultaat zagen.

De validatie met muizen

We hebben al veel gesproken over IgG-overdrachtsstudies bij ME/cvs en long covid, maar deze overdrachtsstudie was van een heel andere orde. Het is de meest uitvoerige muisoverdrachtsstudie die tot nu toe bij deze aandoeningen uitgevoerd is.

Door gezuiverd IgG van longcovidpatiënten over te brengen naar muizen, verschenen er gedragskenmerken die op vermoeidheid leken, evenwichts- en coördinatieproblemen, een verhoogde pijngevoeligheid en, heel belangrijk omdat nog niemand heeft kunnen vaststellen waarom dit gebeurt, schade aan dunne zenuwvezels. Interessant genoeg verhoogde IgG van longcovidpatiënten met chronische pijn ook de pijngevoeligheid bij muizen (!).

De verhoogde plasmawaarden van de lichteketenneurofilamenten (NfL) suggereerden dat de autoantilichamen zenuwschade veroorzaakten. Het is een intrigerende bevinding, mede omdat het RECOVER-initiatief de NfL-waarden bij zijn longcovidpatiënten aan het evalueren is.

De hersenactiviteit van de muizen die LC-IgG toegediend kregen, gaf een vrij goed beeld van wat er bij long covid/ME/cvs is vastgesteld. Let wel: deze muizen werden helemaal niet blootgesteld aan stress. We kregen een beeld van wat longcovid-IgG doet met de hersenen van muizen in rust, en dat zag er niet best uit.

Antistoffen vielen de cingulaire cortex en andere hersenstructuren aan die zowel bij long covid als bij ME/cvs zijn opgemerkt. © Geoff B Hall, CC0, via Wikimedia Commons

De hersengebieden die betrokken zijn bij aanraking en pijn (somatosensorische gebieden), die prikkels in de darmen en organen verwerken (viscerale gebieden), die sensorische signalen vanuit de hersenstam doorgeven (mediale lemniscus) en die interne lichaamsprikkels registreren (insula), lichtten op als een kerstboom. Hetzelfde gold voor andere delen van de hersenen (de primaire auditieve en visuele cortex en aanverwante gebieden) die bepalen hoe we reageren op licht, geuren en complexe visuele omgevingen.

Als je hele lichaam pijn doet, als het lijkt alsof je niet aan je lichaamssensaties kunt ontsnappen, als het voelt alsof je hart bonkt, als licht, geuren en/of aanraking je storen … wel, dit is waarom. De sensorische routepaden in je hersenen reageren overdreven op alles. Het is niet verwonderlijk dat Daniel Clauw fibromyalgie een sensorische stoornis noemt.

Ook de motorische/inspanningsgebieden van de hersenen waren opgelicht. Ondanks het feit dat de muizen niet gestrest waren, niet bewogen, enzovoort, waren de delen van de hersenen die betrokken zijn bij het plannen en initiëren van bewegingen (primaire motorische cortex), bij het regelen van de houding (reticulaire kern in de hersenstam) en bij het integreren van prikkeling en beweging (actie ondernemen en bewegen), gestrest en geactiveerd.

Dit wijst erop dat het ‘motorische systeem’ – het deel van de hersenen dat ons in beweging brengt – in de war is en zelfs in rust overactief is. Het is geen wonder dat muizen die longcovid-IgG toegediend kregen, minder bewogen – en het is ook geen wonder dat bewegen bij long covid (en ME/cvs) vaak zo veel moeite kost.

Maar we zijn nog lang niet klaar. Het longcovid-IgG activeerde ook hersengebieden die je gegarandeerd een slecht gevoel geven en je prikkelbaar maken. De cortex cingularis anterior (ACC) – die ervoor zorgt dat pijn erger aanvoelt – lichtte op; de amygdala – het angstcentrum van de hersenen – stond in vuur en vlam (leuk!); en het claustrum – een integratieknooppunt – draaide overuren om een heleboel ogenschijnlijk verwarrende signalen te integreren. Deze drie hersengebieden zorgen ervoor dat de zintuiglijke signalen die je hersenen ontvangen, als bedreigend worden ervaren. Dit is waar het lijden begint.

De opgefokte hippocampusactiviteit zorgt ervoor dat je blijft steken in de ‘lijdenmodus’: het zorgt ervoor dat je onthoudt welke situaties, geuren en activiteiten de pijn en het leed hebben veroorzaakt. Als je ‘X’ deed en je voelde je slecht, dan wordt dat resultaat diep in je hersenen vastgelegd en wanneer die situatie zich weer voordoet, gaan – net als bij de hond van Pavlov – de alarmbellen af.

Een hyperactiviteit van andere hersengebieden (retrospleniale cortex, temporale associatiecortex, CA1 en CA3 van de hippocampus) die betrokken zijn bij aandacht, geheugen, concentratie, doorzettingsvermogen en oriëntatie, verklaart waarom mensen met long covid vaak zoveel moeite hebben om op koers te blijven, snel vermoeid raken bij cognitieve taken en soms zelfs in hun eigen buurt de weg kwijtraken.

Er is nog één hersengebied dat we moeten bekijken. Hyperactiviteit van de middenhersenen (reticulaire kern van de middenhersenen, Edinger–Westphal-kern, rostrale lineaire kern van de raphe) verstoort de alertheid, het wakker zijn, de slaap en de werking van het autonome zenuwstelsel.

De hersenen van de arme muizen die het longcovid-IgG kregen toegediend, vertonen dus in feite hetzelfde beeld als wat we zien bij long covid (en ME/cvs en FM). Het longcovid-IgG zorgde voor een cocktail van vermoeidheid, chronische pijn, sensorische problemen, hyperalertheid, cognitieve problemen, enzovoort, zelfs bij muizen die niet onder stress stonden en in rust waren.

Voeg daar het bewijs aan toe van problemen met de microvasculatuur en de bloed-hersenbarrière – die mogelijk aan de basis liggen van al deze klachten – en je begrijpt waarom de auteurs ervan overtuigd waren dat ze in ieder geval een aantal van de oorzakelijke factoren van long covid hadden gevonden.

Gezien het succes van deze studie en de passieve overdrachtsstudies bij fibromyalgie en ME/cvs, zullen deze twee aandoeningen in de toekomst duidelijk meer vanuit een perspectief van auto-immuniteit worden bekeken.

Implicaties voor de behandeling

“Dankzij dit nieuwe inzicht in de fysiologie van long covid zullen we een aantal effectieve behandelingen voor auto-immuunziekten kunnen vinden die de symptomen van miljoenen mensen met deze chronische aandoening aanzienlijk kunnen verbeteren.” David Putrino

Dit zou een impuls moeten geven aan klinische studies die gericht zijn op het verminderen of neutraliseren van deze specifieke autoantilichamen bij zorgvuldig afgebakende subgroepen. De volgende belangrijke stap is het ontwikkelen van een diagnostisch panel waarmee de autoantilichamen die bij deze ziekten een rol spelen, precies en nauwkeurig kunnen worden opgespoord. Het goede nieuws voor ME/cvs is dat een dergelijk panel waarschijnlijk ook hier van nut zal zijn.

De volgende stappen: de exacte autoantilichamen of groepen autoantilichamen identificeren die een rol spelen.

“Vroeger konden we onmogelijk voorspellen wie baat zou hebben bij behandelingen zoals IVIG of FcRn-remmers”, zegt hij. “Uit ons onderzoek blijkt nu dat, als je tot een subgroep van longcovidpatiënten behoort bij wie autoantilichamen in het lichaam circuleren, dit een kwantificeerbare aanwijzing is dat je wellicht een geschikte kandidaat bent voor deze geneesmiddelen.” David Putrino

Wat behandelingen betreft, hebben de auteurs zich in deze paper specifiek gericht op IVIG. Zij merken op dat voor bepaalde subgroepen bij long covid en ME/cvs IVIG duidelijk voordelen biedt, maar dat (nogmaals): a) er een “dringende” behoefte bestaat aan de ontwikkeling van biomerkers waarmee kan worden vastgesteld welke patiënten baat bij deze behandeling zullen hebben; en dat b) autoantilichamen mogelijk voor deze biomerkers kunnen zorgen.

Eens die biomerkers geïdentificeerd zijn, zou een reeks andere therapieën nuttig kunnen zijn: die de specifieke autoantilichamen afbreken (FcRn-remmers), ze neutraliseren (BC 007), ze tijdelijk verwijderen (immunoadsorptie) of die zich richten op antilichaamafscheidende cellen (bijv. monoklonale antilichamen tegen CD20 of CD38), evenals ook CAR-T-celtherapie.

De bevindingen benadrukken ook de noodzaak om voor een subgroep van patiënten behandelingen te vinden die ontstekingen in de bloedvaten verminderen (complementremmers, beschermende middelen voor pericyten/endotheelcellen) en die de werking van het endotheel en de bloedvaten verbeteren.

Uiteindelijk worden er dus geen specifieke behandelingen aanbevolen, maar de auteurs meldden dat er een duidelijk (zij het niet eenvoudig) traject bestaat om ze te ontwikkelen.

Bloeddonaties worden afgeraden

“In het Verenigd Koninkrijk vormt long covid een uitsluitingsgrond voor bloeddonatie, terwijl dat in de Verenigde Staten nog wel is toegestaan. Gezien de gevaren die plasma van mensen met long covid voor anderen kan opleveren, zou dit land moeten overwegen het donatiebeleid ingrijpend aan te passen, zodat het rekening houdt met die gezondheidsrisico’s en ervoor zorgt dat het publiek volledige bescherming geniet.” David Putrino

Het artikel eindigde met een verrassende conclusie. Aangezien het nu duidelijk is dat sommige antistoffen bij long covid ziekteverwekkend zijn, stelden de auteurs dat het gebruik van bloedproducten van longcovidpatiënten “zorgvuldige afweging vereist”, oftewel: niet zou moeten gebeuren. Je vraagt je af hoeveel mensen ME/cvs en soortgelijke aandoeningen hebben gekregen na een bloedtransfusie.

Niet het hele verhaal

Autoantilichamen vormen een stukje van de puzzel, maar deze auteurs zijn niet van mening dat, zelfs binnen deze subgroep met autoantilichamen, het de oorzaak is van alle gevallen van long covid zijn. Was het maar zo eenvoudig.

Autoantilichamen zullen waarschijnlijk een deel van de oplossing vormen. Ze zijn interessant omdat ze een mooi doelwit vormen.

Of behandelingen tegen antilichamen al dan niet de onderliggende oorzaken van deze aandoeningen aanpakken, ze bieden in ieder geval een veelbelovende optie. We beschikken namelijk over solide bewijs dat deze antilichamen een belangrijke rol spelen, onderzoekers weten hoe ze deze kunnen identificeren en bestrijden, en de gegevens tot nu toe wijzen erop dat ze onderbreken of verwijderen zou moeten helpen om de symptomen te verlichten.

Dat gezegd zijnde, zal het identificeren ervan bij long covid of ME/cvs geen gemakkelijke opgave zijn. We beschikken over de instrumenten, maar net als in de PrecisionLife-studie die Health Rising onlangs onder de loep nam, lijken zowel long covid als ME/cvs ongewoon heterogene aandoeningen te zijn. Dat betekent dat we waarschijnlijk niet te maken hebben met één autoantilichaam, maar met combinaties van autoantilichamen. Er zullen waarschijnlijk grootschalige, goed gedefinieerde cohortstudies nodig zijn om de betrokken autoantilichamen te identificeren, en daarvoor is een ruime financiering vereist.

Een onderzoek volgens de gouden standaard – dat we waarschijnlijk niet zullen krijgen – maar dat deze kwestie voor eens en voor altijd uitzoekt en zowel ME/cvs als long covid omvat, zou kunnen bestaan uit honderden patiënten die deelnemen aan een meerjarig project met meerdere fasen, dat misschien wel 5 tot 10 miljoen dollar kost.

Het Verenigd Koninkrijk heeft echter zojuist 6,5 miljoen dollar geïnvesteerd in de SequenceME-studie naar het volledige genoom, en onlangs werd gemeld dat Duitsland – let goed op – de komende tien jaar een half miljard euro (ongeveer 500 miljoen Amerikaanse dollar) gaat uitgeven aan onderzoek naar postinfectieuze aandoeningen, dus het is mogelijk.  Het zal waarschijnlijk wat langzamer gaan, maar het is mogelijk.

Als dat geld voor postinfectieuze aandoeningen er komt, wordt Duitsland – niet de VS, niet het VK – de wereldleider op het gebied van postinfectieuze aandoeningen – en dit is geen onbelangrijke groep ziekten. Er komt binnenkort een blog over de situatie bij de NIH met betrekking tot ME/cvs, POTS en long covid. Zoals gewoonlijk zit de NIH behoorlijk vastgeslibd, maar er is hoop. 🙂

Beperkingen

Dit was een veelbelovende studie en van fundamenteel belang, maar er waren wel enkele beperkingen. Ze had een relatief kleine onderzoeksgroep (n=55) en betrof longcovidpatiënten die besmet waren met de oorspronkelijke, meest ernstige covidvariant. En omdat de studie zich richtte op een neurologische subgroep van longcovidpatiënten, is de uitkomst mogelijk niet van toepassing op mensen met minder neurologische symptomen. (Maar hoe groot zou die subgroep eigenlijk kunnen zijn?)

Het zwarte beest van het longcovidonderzoek

Omdat we geen criteria hebben om de neurologische subgroep van long covid te identificeren – of zelfs voor long covid zelf – duikt opnieuw de vraag op: “Wie zijn deze patiënten precies?”. Ik ben er zeker van dat deze onderzoekers, gezien hun expertise op het gebied van long covid en de zorgvuldigheid waarmee ze het onderzoek hebben uitgevoerd, een representatieve groep longcovidpatiënten geselecteerd hebben.

Maar kijk eens naar deze lakse criteria. Om te worden toegelaten tot het MY-LC-programma van Yale moesten patiënten meer dan 3 maanden na de infectie “meerdere (hoeveel?) aanhoudende symptomen hebben, zoals vermoeidheid, kortademigheid, cognitieve problemen of andere longcovidgerelateerde symptomen“.

Om aan deze neurologische studie deel te nemen, moesten deelnemers een ‘hoge neurologische symptoomlast’ hebben. We krijgen echter nooit een volledige lijst van neurologische symptomen te zien, en we weten niet hoeveel neurologische symptomen er nodig waren om een ‘hoge neurologische symptoomlast’ te hebben.

We weten wel dat 63,6% van de deelnemers vijf of meer neurologische symptomen had (hersenmist 80,0%, hoofdpijn 65,4%, geheugenverlies 64,4%, duizeligheid 58,2%, slaapstoornissen 58,2%, verwarring 54,5%). Later komen we erachter dat zwakte, desoriëntatie, oorsuizen, dysautonomie, chronische pijn (waaronder inflammatoire of neuropathische pijn) en pijnklachten zoals tintelingen, brandende pijn en pijn die aanvoelt als een elektrische schok, waarschijnlijk ook waren geïncludeerd.

Dit soort laksheid is schering en inslag bij long covid, maar het is echt zorgwekkend vanuit het perspectief van het ME/cvs-veld, waar zoveel moeite is gestoken in het bepalen van precieze symptoomcriteria. Elke longcovidstudie kan zijn eigen inclusiecriteria hebben. Is dit, zes jaar later, echt het beste wat het longcovidveld kan doen (???)?

Conclusie

Dit was duidelijk een belangrijke studie. Medical Express is misschien iets te ver gegaan toen het leek te suggereren dat uit de studie bleek dat auto-immuniteit de oorzaak is van alle longcovidsymptomen.

“Een onderzoeksteam onder leiding van Mount Sinai heeft aangetoond dat auto-immuniteit, waarbij het immuunsysteem van het lichaam zijn eigen weefsels aanvalt, verantwoordelijk is voor de vaak slopende en verwarrende symptomen van long covid bij een subgroep van personen.”

De verklaring van David Putrino was iets voorzichtiger (ook wel “een belangrijke factor” genoemd): “we hebben nu bevestigd dat auto-immuniteit een belangrijke factor is in de symptoomlast”, en dat is een grote stap.

We zullen zien wat er nu verder gebeurt!

© Cort Johnson, Health Rising, 2 juni 2026. Vertaling Els, redactie admin, ME-gids.

Geef een reactie

Zijbalk

Volg ons
Datum/Tijd Evenement
29/10/2026
19:30 - 22:00
Masterclasses PAIS voor artsen
Recente Links
ma
di
wo
do
vr
za
zo
m
d
w
d
v
z
z
31
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
1
2
3
4