Bron:

| 310 x gelezen

Gastblog door Dylan Murphy.

Het Neuro Cognitive Research Institute werd opgericht door Mark Zinn, samen met zijn vrouw Marcie (die intussen overleden is aan herpes encefalitis en ME/cvs).

Hij heeft expertise in kwantitatieve en tomografische methoden van EEG-analyse om theoretische hypothesen te testen in onderzoek met betrekking tot neurocognitieve stoornissen. Hij was ook tewerkgesteld als onderzoeksconsultant (2011-2014) aan de Stanford School of Medicine om cognitieve stoornissen te bestuderen bij door infectie uitgelokte chronische ziekten zoals ME/cvs.

Dr. Zinns lopende onderzoek aan de DePaul University, naar de hersengebieden die betrokken zijn bij het autonome zenuwstelsel, is een poging om te begrijpen hoe ontregeling van de hersenen kan leiden tot de symptomen die mensen met neurocognitieve ziekten ervaren. Hij is de auteur van talrijke onderzoekspapers op dit gebied, en zijn laatste onderzoekspaper – coauteur met zijn vrouw zaliger en Prof. Leonard Jason is het onderwerp van het gesprek hieronder.

Dr. Mark Zinn

“In de patiëntengroep zagen we een significante vermindering van de hersenactiviteit onmiddellijk na de inspanning en de vermindering werd nog erger na 24 uur. Maar in de controlegroep zagen we een significante toename direct na de inspanning, die verder toenam na 24 uur…” 

“…verminderde activatie binnen het centrale autonome netwerk kan dienen als een neurobiologische indicator voor PEM, wat het meest invaliderende kenmerk is van deze ziekte,”

Dr. Mark Zinn.

Het onderzoek:

Definities:

  1. Een elektro-encefalogram (EEG) is een registratie van hersenactiviteit. 
  2. swLORETA is een ultramoderne elektrische neurobeeldvormingstechniek die het mogelijk maakt om neuronale activiteiten van de hersenen nauwkeuriger in kaart te brengen in drie dimensies.
  3. Het centrale autonome netwerk (CAN) is een geheel van hersengebieden die nauw gecoördineerd samenwerken om het interne evenwicht van het lichaam te reguleren. Tekenen en symptomen van autonome ontregeling zijn onder meer orthostatische intolerantie, duizeligheid, vermoeidheid en andere symptomen die in verband kunnen worden gebracht met ME/cvs.

1. Hoe raakte u betrokken bij ME/CVS-onderzoek?

Ongeveer 11 jaar geleden raakte ik betrokken bij het onderzoek, kort nadat mijn vrouw Marcie gediagnosticeerd werd met herpes encefalitis. Gelukkig kwam ze in contact met Dr. Jose Montoya van het Stanford Medical Center en hij stelde de diagnose ME.  

Hij nodigde Marcie uit om deel uit te maken van het team van het pas opgerichte Stanford ME/CFS Initiative om een groot onderzoeksproject uit te voeren met kwantitatieve EEG. Ik werd bij het project betrokken om te helpen bij de analyse van de gegevens met behulp van eLORETA (3-dimensionale analyse van EEG-signalen). 

De resultaten waren veelbelovend en onze presentatie werd goed ontvangen op het Symposium over ME/cvs te Stanford in 2014, evenals de Conferentie van IACFS/ME in San Francisco waar we voor het eerst Prof. Leonard Jason ontmoetten. 

Nadat we ons project in Stanford hadden afgerond, besloten Marcie en ik in 2015 naar Chicago te verhuizen om ons werk met Prof. Jason aan de DePaul University voort te zetten. Ik ben gepromoveerd in de psychologie met Prof. Jason als mijn mentor.

2. Uw laatste onderzoek onderzocht het autonome zenuwstelsel en de relatie met postexertionele malaise (PEM) bij mensen met ME. Kunt u kort uitleggen wat het autonome zenuwstelsel is?

Het centrale autonome netwerk is een geheel van hersengebieden die op een strak gecoördineerde manier samenwerken om onze interne ‘stabiele toestand’ te reguleren. 

Het is betrokken bij alles wat je doet gedurende de dag en nacht, het regelt je lichaamstoestand door aanpassingen te maken zoals een thermostaat. Afhankelijk van de behoeften van het moment optimaliseert het de bloedsomloop, hartslag, bloeddruk, lichaamstemperatuur, spijsvertering, slaap/waakcyclus, cognitie en vele andere functies. 

Tekenen en symptomen van autonome ontregeling zijn moeite met rechtop staan (orthostatische intolerantie), slopende vermoeidheid, licht gevoel in het hoofd/duizeligheid, misselijkheid en maag- en darmklachten, hersenmist, onregelmatige hartslag en kortademigheid.

3. In uw studie merkt u op dat hersengebieden die geassocieerd worden met centrale vermoeidheid ook betrokken zijn bij centrale autonome verwerking. Hoe houdt dit verband met het hoofddoel van uw studie?

Uit de eLORETA-studie aan Stanford leerden we dat bepaalde hersengebieden met een abnormale functie nauw verbonden waren met de autonome functie. Het doel van de pilootstudie was om de effecten van lichamelijke inspanning in de hersenen te meten – maar alleen gericht op belangrijke gebieden waarvan bekend is dat ze betrokken zijn bij het in stand houden en reguleren van het autonome zenuwstelsel.

4. Hoe heeft u postexertionele malaise (PEM) gemeten in de studie?

Om de postexertionele malaise te bestuderen, besloten we het EEG van de deelnemers op te nemen voor en na het uitvoeren van matig inspannende oefeningen met een eenvoudige handgreepoefening. 

Een kenmerkend aspect van PEM is dat het vaak 24 uur of langer duurt [vooraleer de PEM inzet]. Daarom lieten we iedereen de volgende dag terugkomen en we maten hun EEG opnieuw om na te gaan of er na een periode van 24 uur veranderingen zouden kunnen optreden.

5. Uw studie had tot doel de effecten van lichamelijke inspanning op de centrale autonome functie bij mensen met ME/cvs te kwantificeren. Welke statistisch significante bevindingen heeft uw studie waargenomen?

In de patiëntengroep zagen we een significante vermindering van de hersenactiviteit onmiddellijk na de inspanning en de vermindering verslechterde na 24 uur. Maar in de controlegroep zagen we een significante toename onmiddellijk na de oefening, die verder toenam na 24 uur. 

Met het EEG konden we ook kijken naar hersenritmes en we ontdekten dat bepaalde frequenties deze verandering meer voorspelden dan andere frequenties. Zo voorspelden bijvoorbeeld frequenties die betrokken zijn bij het aansturen van sensorimotorische signalering tijdens het uitvoeren van een taak, een grotere waarschijnlijkheid van autonome ontregeling na inspanning.

Evenzo voorspelden frequenties die te maken hebben met cognitieve inhibitie en aandacht ook een grotere waarschijnlijkheid van meer autonome ontregeling na inspanning.

6. Als de bevindingen van uw studie bevestigd worden door verder onderzoek, hoe zou dit dan van nut kunnen zijn bij de diagnose, behandeling en het begrijpen van ME/cvs?

Algemeen verminderde activatie binnen het centraal autonoom netwerk kan dienen als een neurobiologische indicator voor PEM, wat het meest invaliderende kenmerk is van deze ziekte. 

Ons onderzoeksprotocol zou in de kliniek gebruikt kunnen worden voor het meten van subtiele veranderingen in de hersenfunctie, teweeggebracht door matige lichaamsbeweging, om kenmerken van PEM vast te leggen. 

In het ME-onderzoeksveld zijn er veel gemengde en tegenstrijdige bevindingen geweest, maar er zou meer overeenstemming kunnen zijn binnen de context van het centrale autonome netwerk. 

In addition, patients with severe ME may have a difficult time performing maximal cardiopulmonary exercise tests, but the handgrip exercises we used are a more practical method that could be performed on most patients, even at the bedside.  

Kwantitatief EEG voegt gevoeligheid toe voor het bevestigen van neurologische aspecten van PEM en het monitoren van de effectiviteit van de behandeling in de tijd. Meer onderzoek is nodig om alle implicaties voor diagnose en behandeling op een rijtje te zetten, maar deze resultaten zijn veelbelovend.

7. Welke verdere acties van de volksgezondheidsinstanties zijn nodig om de levenskwaliteit voor mensen met ME/cvs te helpen verbeteren?

De gezondheidszorg en het grote publiek moeten bewust gemaakt worden van de redenen voor de uiteenlopende autonome symptomen die gemeld worden door patiënten met ME. 

Wanneer er geen belangrijke indicaties zijn op routinetests, wordt de patiënten typisch verteld dat er niets mis is, maar er kunnen vervolgtesten zijn voor autonome disfunctie van postvirale/immuunreacties in de hersenen, wat resulteert in extreme vermoeidheid. 

Mensen met ME kunnen er aan de buitenkant goed uitzien terwijl hun lichaam er van binnen niet in slaagt een stabiele toestand te handhaven. Objectieve bevindingen van PEM valideren de ziekte terwijl ze aantonen dat verergerende symptomen te wijten zijn aan een onderliggende neurologische aandoening die ernstig moet worden genomen. 

Er moeten financiële middelen worden vrijgemaakt voor de intensieve studie van de rol van het centrale autonome netwerk in bijna alle aspecten van deze slopende ziekte.

8. Heeft u plannen voor toekomstig ME-onderzoek dat een vervolg zou zijn op uw CAN-studie? 

Ik ben van plan om van CAN de hoofdfocus van mijn onderzoek te maken, en hartslagvariabiliteit toe te voegen als een perifere autonome maatstaf om de geest-hartinteracties te bestuderen. Onze subsidieaanvraag bij de NIH voor het uitvoeren van een veel grotere studie naar het functioneren van de CAN bij ME, werd helaas afgewezen door het ME/cvs-specialistenpanel. 

Financiering krijgen is moeilijk geweest en deze pilootstudie werd gedaan zonder enige financiering. We hebben een andere subsidieaanvraag ingediend bij het NIA om neurologische factoren te bestuderen in neurologische COVID-symptomen bij oudere en jongere mensen en bij adolescenten. Hierbij zal worden samengewerkt met onderzoekers van de NorthWestern University en het Lurie Children’s Hospital in Chicago. 

© ME Association, 16 augustus 2021. Vertaling Zuiderzon, redactie Abby, ME-gids.

Opnieuw gepubliceerd met vriendelijke toestemming van de Britse ME Association.
Engelse versie beschikbaar op hun website: www.meassociation.org.uk

Geef een antwoord

Zijbalk

Volg ons
<< dec 2021 >>
mdwdvzz
29 30 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31 1 2
Geen Evenementen
Recente Links