Bron:

| 1987 x gelezen

Enkele politici hebben zich vastgebeten in de ME & CVS problematiek en vuren daarom heel wat kritische vragen af op de Minister van Volksgezondheid Onkelinx, die tot op heden nog steeds maar de eenzijdige psychische aanpak ondersteunt.

Op 4 november 2013 en 18 december 2013 diende Senator Nele Lijnen (Open vld) in de Senaat een aantal belangrijke vragen in met betrekking tot de ME, CVS, Fibromyalgie, Lyme en Lupus problematiek. Vragen gaan over het verwarren van de verschillende aandoeningen, de schorsingen van CVS-patiënten door het RIZIV, de financiering van de CVS referentiecentra, de vraag naar een bloedtest ter diagnose van de verschillende chronische ziekten, en over het feit dat het Rode Kruis ME/CVS-patiënten weigert (en dus erkent dat deze ziekte (auto)-immuun van aard is).

Wanneer de antwoorden beschikbaar komen, zullen wij deze aan u meedelen.

Hartelijk dank aan Senator Lijnen voor haar engagement in deze materie.


Schriftelijke vraag nr. 5-10682

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 18 december 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

Het Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en Fibromyalgie

Chronologie

18/12/2013 Verzending vraag

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-4381

Vraag nr. 5-10682 d.d. 18 december 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Binnen de medische wetenschappen bestaat er veel discussie over het ziektebeeld van het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS/ME). Terwijl vele landen tegenwoordig immunologische kenmerken toeschrijven aan de aandoening en opteren voor een behandeling binnen de biomedische strekking, opteert ons land voorlopig alsnog voor een behandeling binnen het psychomatische model. Over fibromyalgie bestaat nog minder duidelijkheid of consensus.

Het Rode Kruis lijkt echter een andere mening toegedaan. Een CVS-patiënt vertelde mij hoe hij zichzelf opgaf als kandidaat-donor, maar geweigerd werd omdat hij CVS/ME had. Het Rode Kruis meldde hem dat dit omwille van de donorbescherming is. Een arts van het Rode Kruis vertelde hem toen hij hierop verder ging waarom ze mensen met CVS/ME en fibromyalgie weigeren:

“Fibromyalgie behoort tot de categorie van auto-immune aandoeningen. Dit is een aandoening waarbij het niet uitgesloten is dat lichaamseigen afweerstoffen zich richten tegen de eigen weefsels. Deze auto-immune afweerstoffen circuleren in uw bloed en komen door een bloedtransfusie van een zakje bloed dat u zou afstaan, ook terecht in het lichaam van verzwakte patiënten. Hier kunnen zij onverwachte reacties veroorzaken bij de patiënt.” Deze houding wordt ook expliciet overgenomen in de officiële richtlijn van het Rode Kruis.

Graag had ik de minister volgende vragen gesteld:

  1. Klopt het dat het Rode Kruis en Volksgezondheid contrasterende meningen hebben over het ziektebeeld van CVS/ME en fibromyalgie, gelet op de richtlijn van het Rode Kruis die beide als een ziekte omschrijft? Kan u toelichten?
  2. Zo neen op de vorige vraag, hoe verklaart u dat deze patiënten toch geen bloed mogen geven? Zo ja, acht de minister dit niet problematisch? Schort er aldus iets aan de visie van het Rode Kruis? Kan u toelichten?
  3. Is er reeds overleg gepleegd met het Rode Kruis over wat voor soort aandoeningen CVS/ME en fibromyalgie nu juist zijn, daar het Rode Kruis ze duidelijk als een ziekte beschouwt? Zo ja, wat was de conclusie van dit overleg? Zo neen, acht u dit nodig?

Schriftelijke vraag nr. 5-10653

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 18 december 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

De chronische auto-immuunziekte Lupus

Chronologie

18/12/2013 Verzending vraag

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-4196

Vraag nr. 5-10653 d.d. 18 december 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Lupus is een chronische auto-immuunziekte die ontstekingen veroorzaakt waardoor cellen en weefsels worden beschadigd. Er bestaan verschillende vormen van lupus, gaande van een aantasting van de huid, tot de beschadiging van meerdere organen. Lupus komt vooral voor bij vrouwen, de oorzaak is niet gekend en een veelvoorkomende klacht is oververmoeidheid. Bijgevolg leggen sommige artsen de link met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en niet met lupus. Doordat de patiënten een verkeerde diagnose krijgen, hebben ze ook geen toegang tot een juiste behandeling. Een zelfde problematiek vinden we terug bij de ziekte van Lyme. Lupus zou nochtans mogelijk, naast andere diagnostische onderzoeken, vast te stellen zijn door middel van bloedtesten.

Hieromtrent heb ik enkele vragen.

  1. Komt Lupus meer voor in bepaalde provincies dan in andere, bijvoorbeeld in Limburg? Zijn er gegevens die aantonen dat Lupus meer voorkomt in bepaalde streken of provincies, en kan u een beknopt overzicht geven van de belangrijkste data hieromtrent?
  2. Wat is de standaardbehandeling voor Lupus is ons land?
  3. Bent u op de hoogte van de diagnoseproblematiek zoals hierboven beschreven? Indien ja, wat is uw mening hierover?

Schriftelijke vraag nr. 5-10652

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 18 december 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

Het diagnosticeren van chronische ziekten door middel van een bloedtest

Chronologie

18/12/2013 Verzending vraag

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-4194

Vraag nr. 5-10652 d.d. 18 december 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De chronische ziekten Lyme, chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en lupus zijn aandoeningen waarbij de diagnose onder meer door middel van bloedtesten mogelijk kan worden gedetecteerd. Toch wordt een uitgebreide bloedtest tot op heden niet toegepast op mensen die vermoedelijk aan één van bovenvermelde aandoeningen lijden. Momenteel gebeurt het maar al te vaak dat patiënten, in hun zoektocht naar een diagnose, de ene test na de andere ondergaan waaronder ook verschillende beperktere bloedtesten. Bovendien gaat het hier om een proces dat jaren kan aanslepen. Deze manier van diagnosticeren is dus niet erg doeltreffend: er worden hoge kosten gemaakt, de diagnose laat lang op zich wachten en de kans bestaat dat de verkeerde diagnose wordt gesteld (Vb: CVS in plaats van Lyme). Een verandering dringt zich op en ook vele CVS-patiënten zijn vragende partij voor een uitgebreide bloedtest. Eén uitgebreide bloedtest kan enerzijds de kosten drukken en anderzijds kunnen de patiënten sneller , maar vooral een correcte diagnose krijgen.

Met zo’n uitgebreide bloedtest creëert men als het ware een soort van “biomedisch profiel” (BMP) aan de hand waarvan de arts snel afwijkingen in het bloed kan vaststellen. Voor de raadpleging van zulke profielen denk ik bijvoorbeeld aan de creatie van een BMP-databank.

Hierover heb ik enkele vragen.

  1. Is de minister op de hoogte van de problematiek zoals hierboven beschreven? Kan u toelichten?
  2. Acht de minister het noodzakelijk om, met het oog op een correcte diagnose, onderzoek te verrichten naar de wijze van diagnosticeren? Indien ja, kan u toelichten? Indien neen, waarom niet?
  3. Hoe staat de minister tegenover het voorstel voor wat betreft het invoeren van een uitgebreide bloedtest bij de eerste tekenen van CVS om zodoende een biomedisch profiel te creëren? Kan u uitvoerig toelichten en argumenteren?
  4. Wat vindt u van het idee om een databank m.b.t. een soort biomedisch profiel te realiseren?


Schriftelijke vraag nr. 5-10651

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 18 december 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

De financiering van de referentiecentra voor het chronisch vermoeidheidssyndroom 

Chronologie

18/12/2013 Verzending vraag

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-4192

Vraag nr. 5-10651 d.d. 18 december 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op 9 maart 2012 kregen we te horen dat de financiering van de referentiecentra voor CVS zal stopgezet worden. Na enkele negatieve evaluaties van deze centra zou de geldkraan tegen eind 2012 definitief worden dichtgedraaid. Enkele dagen later stelde de minister van Volksgezondheid haar veto tegen deze beslissing. De referentiecentra zouden open kunnen blijven. Het was echter niet duidelijk hoe de verdere financiering zou verlopen. We zijn nu meer dan een jaar verder, maar er is niet meer nieuws over deze referentiecentra.

Hierover heb ik enkele vragen.

  1. Kan u mij een stand van zaken geven i.v.m. dit dossier?
  2. Zijn er nog referentiecentra voor CVS die een financiering krijgen? Indien ja, over welke centra gaat het?
  3. Indien er centra gefinancierd worden, heeft deze financiering tot doel om de lopende behandelingen af te werken of is het een meer alomvattende financiering? Kan u toelichten?
  4. Indien de financiering is stopgezet of zal stopgezet worden, is deze stopzetting dan definitief? Indien ja, hoe wil de minister de verdere behandeling van CVS-patiënten mogelijk maken? Kan u uitgebreid toelichten?
  5. Indien neen op de derde vraag, hoe zal de financiering in de toekomst verlopen? Zullen er voorwaarden opgelegd worden aan de referentiecentra? Indien ja, kan u deze voorwaarden toelichten? Indien neen, op basis waarvan zal de financiering dan gebeuren?

Antwoord ontvangen op 12 maart 2014:

Begin 2012 heeft het Verzekeringscomité van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) beslist om de financieringsovereenkomsten met de referentiecentra voor chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) stop te zetten, in het bijzonder omdat deze centra onvoldoende samenwerkten met de eerstelijns zorgverleners. Deze overeenkomst maakte de terugbetaling mogelijk van de evidence based behandelingen voor deze aandoening (cognitieve gedragstherapie en graduele oefentherapie). Het veto is gesteld geweest omdat er door de stopzetting van de overeenkomsten met de referentiecentra geen specifieke terugbetaling voor CVS-patiënten meer mogelijk zou zijn. Het RIZIV heeft dan een nieuw concept uitgewerkt voor de terugbetaling van de behandelingen. Dit concept is goedgekeurd en de overeenkomsten met de referentiecentra zijn stopgezet geweest.

Op basis van het concept is er een nieuwe financieringsovereenkomst opgesteld. Deze overeenkomst zal worden afgesloten met “multidisciplinaire diagnostische centra voor CVS” en maakt de terugbetaling mogelijk van een gespecialiseerde diagnosestelling en van de evidence based behandelingen. Er zijn verschillende vernieuwingen en verbeteringen ten opzichte van de overeenkomsten met de referentiecentra. Er zullen in principe meer centra zijn zodat de patiënten zich minder ver moeten verplaatsen. In vergelijking tot de referentiecentra zal de cognitieve gedragstherapie niet gegeven worden aan groepen van patiënten in de referentiecentra. De gedragstherapie zal individueel gegeven worden door vooral privé-therapeuten die een universitaire opleiding in cognitieve gedragstherapie gevolgd hebben. De patiënt zal ook méér zittingen krijgen, namelijk maximum 17 zittingen van 50 minuten per patiënt. Er wordt verwacht dat door al deze aanpassingen, het resultaat van de behandelingen beter zal zijn. De aanpassingen die gebeurd zijn stroken met internationale, wetenschappelijk gefundeerde richtlijnen die hierover bestaan.

De nieuwe overeenkomst is goedgekeurd door het Verzekeringscomité van het RIZIV. De ziekenhuizen kunnen zich tot eind januari kandidaat stellen om de overeenkomst af te sluiten. Dan zullen de centra geselecteerd worden en kan de overeenkomst afgesloten worden. De overeenkomst zal in eerste instantie 4 jaar duren. Ze zal geëvalueerd worden ná 2 jaar en op het einde van de proefperiode, ná 4 jaar.


Schriftelijke vraag nr. 5-10270

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 4 november 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

Chronisch vermoeidheidssyndroom – Diagnose – Andere aandoeningen

Chronologie

Vraag nr. 5-10270 d.d. 4 november 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), de ziekte van Lyme, Fibromyalgie en Lupus zijn allen aandoeningen die elkaar op sommige vlakken overlappen. Zo is vermoeidheid een veelvoorkomende klacht bij al deze aandoeningen. In het geval van lupus klaagt 90 % van de patiënten over vermoeidheid. Het gevolg: artsen maken soms snel de diagnose van CVS.

Soms kan het jaren duren vooraleer zogenaamde CVS-patiënten uiteindelijk de juiste diagnose krijgen. Dit heeft gevolgen voor de behandeling. Een behandeling voor CVS zal niet de gewenste resultaten opleveren indien deze persoon uiteindelijk bijvoorbeeld de ziekte van Lyme blijkt te hebben.

Hierover heb ik volgende vragen.

  1. Hoeveel “CVS-patiënten” kregen de afgelopen vijf jaar te horen dat ze geen CVS hebben, maar aan een andere aandoening bleken te lijden? Kunt u deze gegevens opdelen per jaar?
  2. Hoeveel van de bovenvermelde patiënten bleek de ziekte van Lyme te hebben?
  3. Hoeveel patiënten bleken aan Lupus te lijden?
  4. Hoeveel mensen werden uiteindelijk gediagnosticeerd met het Fibromyalgiesyndroom?
  5. In hoeveel gevallen bleek de “CVS-patiënt” aan een andere ziekte dan Lyme, Lupus of Fibromyalgie te lijden? Kunt u meedelen om welke ziektes het dan wel ging?
  6. Kunt u ook het aantal van deze aandoeningen per provincie weergeven? Zijn er aandoeningen die meer voorkomen in bepaalde provincies dan andere? Indien ja, over welke aandoeningen gaat het en in welke provincies nemen zij een prominente plek in?

Antwoord ontvangen op 28 februari 2014:

Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP) beschikt niet over dergelijke gegevens. Het WIV-ISP is verantwoordelijk voor de coördinatie van surveillance rond Lyme ziekten. Op basis van deze surveillancesystemen blijkt dat alle leeftijdsgroepen getroffen zijn maar de ziekte komt een beetje meer voor bij mannen. Er zijn geografische variaties in het voorkomen van de ziekte van Lyme want ze is door vector overgedragen en de aanwezigheid is afhankelijk van het milieu.

De link tussen het Chronisch vermoeidheidssydroom (CVS) en de ziekte van Lyme is echter door de wetenschappelijke gemeenschap nog niet vastgelegd. Bij de ziekte van Lyme die prevalent is in de Belgische bevolking maakt het terugvinden van Lyme antistoffen bij een CVS-patiënt geen automatische link tussen de twee ziekten.

CVS is erkend en beschreven door artsen maar de identificatie van de etiologie van het syndroom zal nog verder onderzoek vereisen.


Schriftelijke vraag nr. 5-10269

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 4 november 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

Lupus – Diagnose – Epidemiologische gegevens – Ziekte van Lyme

Chronologie

Vraag nr. 5-10269 d.d. 4 november 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Lupus is een chronische auto-immuunziekte die ontstekingen veroorzaakt waardoor cellen en weefsels worden beschadigd. Er bestaan verschillende vormen van lupus, gaande van een aantasting van de huid, tot de beschadiging van meerdere organen. Lupus komt vooral voor bij vrouwen, de oorzaak is niet gekend en een veelvoorkomende klacht is oververmoeidheid. Bijgevolg leggen sommige artsen de link met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en niet met lupus. Doordat de patiënten een verkeerde diagnose krijgen, hebben ze ook geen toegang tot een juiste behandeling. Een zelfde problematiek vinden we terug bij de ziekte van Lyme. Lupus zou nochtans, naast andere diagnostische onderzoeken, vast te stellen zijn door middel van bloedtesten.

Hieromtrent heb ik enkele vragen.

  1. Zijn er over deze auto-immuunziekte epidemiologische gegevens beschikbaar? Indien ja, kunt u deze meedelen en dit opgedeeld per provincie? Komt Lupus meer voor in bepaalde provincies dan in andere, bijvoorbeeld in Limburg? Indien neen, acht de minister het noodzakelijk om over deze aandoening gegevens te verzamelen? Kunt u toelichten?
  2. Bij hoeveel personen wordt ieder jaar lupus vastgesteld? Kunt u deze cijfers per jaar meedelen voor de jongste vijf jaar en per provincie? Indien neen, waarom bestaan hierover geen cijfers? 

Antwoord ontvangen op 24 februari 2014:

Lupus is een verzamelnaam voor verschillende vormen van de ziekte, waarvan verschillende vermoedelijk zeldzaam zijn. Er bestaat in België geen nationaal register voor Lupus of huidaandoeningen. Niet alleen voor lupus, maar voor duizenden zeldzame ziekten ontbreken betrouwbare epidemiologische gegevens.

Om dit probleem aan te pakken heb ik in 2011 opdracht gegeven tot de uitbouw van een Centraal Register voor Zeldzame Ziekten. Dit register wordt uitgewerkt door het Wetenschappelijk Instituut voor de Volksgezondheid.

Het register is van start gegaan met de gegevensverzameling in de centra voor antropogenetica. In de komende jaren zal de gegevensverzameling uitgebreid worden naar andere centra zodat uiteindelijk voor alle zeldzame ziekten dit soort vragen kunnen beantwoord worden en het zorgbeleid voor zeldzame ziekten kan geoptimaliseerd worden.

Voor bepaalde vormen van lupus zijn er prevalentiegegevens berekend, gebaseerd op gegevens uit de literatuur (bron Orphadata, Orphanet).

Enkele voorbeelden:

  • Cutaneous lupus erythematosus -1-5 / 10 000 personen;
  • Bullous systemic lupus erythematosus <1 / 1 000 000 personen;
  • Systemic lupus erythematosus 6-9 / 10 000 personen.

Schriftelijke vraag nr. 5-10263

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 4 november 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering – Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) – Schorsingen – Werkhervattingen – Arbeidsongeschiktheid – Controleartsen

Chronologie

Vraag nr. 5-10263 d.d. 4 november 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik heb enkele vragen over het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) :

  1. Hoeveel CVS-patiënten werden de afgelopen vijf jaar geschorst door het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV)? Gelieve de cijfers gegroepeerd per jaar weer te geven.
  2. Heeft u cijfers over het aantal CVS-patiënten dat uiteindelijk terug aan de slag gaat na hun schorsing? Indien ja, kunt u mij deze cijfers bezorgen? Indien neen, acht u het nuttig om hierover cijfergegevens te verzamelen?
  3. Hoe bepalen de controleartsen of een CVS-patiënt al dan niet arbeidsgeschikt is? Welke criteria spelen een rol? Kunt u concreet toelichten?
  4. Acht u het nuttig de huidige werkwijze van de controleartsen aangaande chronische ziekten, zoals CVS, te evalueren?
  5. Is er volgens u een bijsturing nodig aangaande de controle op arbeidsongeschiktheid van CVS-patiënten? Kunt u argumenteren waarom wel of niet?

Antwoord ontvangen op 23 januari 2014:

Het voorwerp van uw vraag, de arbeidsongeschiktheid van CVS-patiënten, valt onder de bevoegdheid van mijn collega, de heer Philippe Courard, Staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en personen met een handicap, belast met beroepsrisico’s.



André du Bus de Warnaffe (cdH), mede-auteur van het Voorstel tot Resolutie die pleit voor een meer biomedische aanpak toont zich ook betrokken en stelt een schriftelijke vraag (Frans) over fibromyalgie.

Schriftelijke vraag nr. 5-10673

van André du Bus de Warnaffe (cdH) d.d. 18 december 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

de fibromyalgie

Chronologie

18/12/2013 Verzending vraag

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-4337

Vraag nr. 5-10673 d.d. 18 december 2013 : (Vraag gesteld in het Frans)

Volgens sommige patiënten werd onvoldoende vooruitgang geboekt sedert de goedkeuring in de Kamer in 2011 van het voorstel van resolutie betreffende de erkenning van het fibromyalgiesyndroom en een betere alomvattende behandeling van de fibromyalgiepatiënten.

Tal van patiënten met deze ziekte getuigen over de moeilijkheden die ze dagelijks ondervinden: het gebrek aan kennis en erkenning bij medici, ziekenfondsen en het RIZIV, de lange wachtlijsten voor opname in een multidisciplinair pijncentrum dat fibromyalgie erkent (soms is de termijn voor een afspraak meer dan een jaar); dit alles komt bovenop de moeilijkheden die rechtstreeks verband houden met de ziekte.

Het is van groot belang dat het dagelijks leven van personen met fibromyalgie vergemakkelijkt wordt door de erkenning van dit syndroom en van de gevolgen ervan voor de patiënten met die ziekte (onder meer door de adviserende geneesheren), maar ook door een betere toegang tot de multidisciplinaire structuren die aangepaste en kwaliteitsvolle zorg aanbieden.

In juni 2013 kondigde de minister aan dat een totaal budget van 17 miljoen euro vanaf 1 juli 2013 zou worden gewijd aan een verbeterde behandeling van chronische pijn in de ziekenhuizen, namelijk door de lancering of de verlenging van verschillende initiatieven (zoals de financiering van multidisciplinaire teams voor pijnbestrijding, multidisciplinaire teams voor de behandeling van chronische pijn, de behandeling van acute pijn bij kinderen en netwerken om kennis te delen), zodat die patiënten beter geholpen kunnen worden, niet alleen door betere zorg, maar ook door een vlottere toegang tot gespecialiseerde centra. De minister had ook gewezen op nieuwe maatregelen in verband met het statuut van chronisch zieken, de maximumfactuur voor chronisch zieken en de verplichte toepassing van de derdebetalersregeling voor zieken met dat statuut.

Wat de erkenning door adviserende geneesheren betreft, zei de minister dat een werkgroep werd samengesteld binnen de technische medische raad van het RIZIV die in de loop van de maand maart begonnen is met de voorbereiding van richtlijnen en algemene medische criteria om te verhelpen aan de problemen met betrekking tot de evaluatie van arbeidsongeschiktheid voor sommige ziektebeelden, zoals fibromyalgie en chronischevermoeidheidssyndroom. Die criteria en richtlijnen zijn bedoeld als leidraad voor de adviserende geneesheren bij de evaluatie van de arbeidsongeschiktheid van patiënten met die ziektebeelden. De werkgroep moet concrete voorstellen formuleren die vervolgens zullen worden voorgelegd aan de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit van het RIZIV, die bevoegd is om die richtlijnen vast te leggen.

Ik wil de minister de volgende vragen voorleggen:

1) Is er een evaluatie gepland van de maatregelen die sedert 1 juli 2013 werden ingevoerd voor een betere behandeling van chronische pijn in de ziekenhuizen?

2) Kan de minister de samenstelling van de RIZIV-werkgroep toelichten? Sommige gespecialiseerde artsen werden hiervan blijkbaar niet op de hoogte gebracht of uitgenodigd om deel uit te maken, ondanks hun ervaring op dit stuk.

3) Heeft deze werkgroep al concrete voorstellen geformuleerd? Zo ja, kan de minister ons daarvan op de hoogte brengen? Zo neen, wanneer denkt de werkgroep daarmee klaar te zijn?

Zie tekst in het Frans.

© Senaat

Geef een antwoord

Zijbalk

Volg ons
ma
di
wo
do
vr
za
zo
m
d
w
d
v
z
z
26
27
28
29
30
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
1
2
3
4
5
6
Geen Evenementen
Recente Links