random

Canadese Criteria (Carruthers et al., 2003)

Herziene CDC-criteria (Fukuda, 1994) Gestandaardiseerde CDC-criteria (Reeves, 2005)

Carruthers, B.M., Jain, A.K., De Meirleir, K.L., Peterson, D.L., Klimas, N.G., Lerner, A.M., Bested, A.C., Flor-Henry, P., Joshi, P., Powles, A.C.P., Sherkey, J.A. and Van de Sande M.I., 2003. Myalgic Encephalomyelitis / Chronic Fatigue Syndrome: Clinical Working Case Definition, Diagnostic and Treatment Protocols. Journal of Chronic Fatigue Syndrome, 11(1): 7-115.

De Canadese Criteria werden in 2003 opgesteld door een team van internationale topwetenschappers m.b.t. ME, waaronder dr. Lerner, prof. De Meirleir, prof. Klimas. Ze zijn bedoeld voor medici om een eenduidige klinische diagnose te kunnen stellen.

Dit in tegenstelling met de Holmes-criteria (1988) en de Fukuda-criteria (1994) die opgesteld zijn voor het selecteren van proefpersonen voor wetenschappelijk onderzoek. Deze criteria beschouwen 'vermoeidheid' als een verplicht criterium, maar rekenen 'malaise na inspanning' slechts tot de mineure criteria.

Een verplichte eis in de Canadese richtlijnen is 'verergering van symptomen na inspanning, inspanningsintolerantie', wat niet het geval is voor de Fukuda- en Holmes-criteria. Daarnaast moet er ook sprake zijn van stoornissen van het centrale zenuwstelsel, neurologische/cognitieve, neuro-endocriene en immuniteitsstoornissen.

Een klinische evaluatie om objectief verschillende afwijkingen in kaart te brengen, is hierbij erg aangewezen. Testen als hulp bij de diagnose vindt u in de Canadese Richtlijnen of verder op de site.

Klinische werkdefinitie van CVS

Een patiënt met ME/CVS moet voldoen aan de criteria voor vermoeidheid, malaise en/of vermoeidheid na inspanning, slaapstoornissen en pijn; heeft twee of meer neurologische/cognitieve symptomen en een of meer symptomen uit twee van de categorieën van autonome, neuroendocriene en immuunsysteem verschijnselen; en voldoet aan onderdeel 7.

1. Vermoeidheid

De patiënt moet een ernstige mate van nog niet eerder opgetreden, onverklaarde, aanhoudende of terugkerende fysieke of geestelijke vermoeidheid hebben, die het activiteitenniveau wezenlijk vermindert.

2. Malaise en/of vermoeidheid na inspanning

Er is een abnormaal verlies van fysiek en geestelijk uithoudingsvermogen, snelafnemende spiersterkte en cognitieve vaardigheden, malaise en/of vermoeidheid en/of pijn na inspanning. Verder kan inspanning leiden tot verergering van de andere verwante symptomen binnen de groep van symptomen waar de patiënt last van heeft. Er is een pathologisch lange herstelduur - gewoonlijk 24 uur of langer.

3. Slaapstoornissen*

Er is een niet-verkwikkende slaap of hoeveelheid slaap of verstoring van het slaappatroon, bijvoorbeeld een omgekeerd of chaotisch slaappatroon.

4. Pijn*

Spierpijn is in belangrijke mate aanwezig. De pijn kan ervaren worden in de spieren en/of gewrichten en is dikwijls wijdverspreid en verspringend van aard. Dikwijls is er sprake van ernstige hoofdpijn, van een nieuw type, patroon of ernst dan ooit voor de ziekte het geval was.

5. Neurologische/cognitieve verschijnselen

Twee of meer van de volgende klachten moeten aanwezig zijn:

  1. verwardheid
  2. verminderde concentratie en kortetermijngeheugen
  3. desoriëntatie
  4. problemen met het verwerken, rangschikken en terughalen van informatie; praktische afasie (men kan niet op het juiste woord komen); afwijkingen in de zintuiglijke waarneming, bv. problemen met ruimtelijke oriëntatie, wazig zien (onvermogen te focussen).
  5. Ataxie (Stoornis in de samenwerking tussen de spieren), spierzwakte en -samentrekkingen komen veel voor.
  6. Er kan sprake zijn van overbelastingsverschijnselen op cognitief of zintuiglijk niveau (bv. overgevoeligheid voor licht en geluid) en/of emotionele overbelasting, die kunnen leiden tot een ernstige terugval en/of angst.

6. Minstens één symptoom van twee van volgende categorieën

          A. Verschijnselen die te maken hebben met het autonome zenuwstelsel:

  1. orthostatische intolerantie; verlaagde bloeddruk door neurologische oorzaak (NMH)
  2. hartkloppingen, veroorzaakt door verandering van lichaamshouding (POTS)
  3. verlaagde bloeddruk door verandering van lichaamshouding
  4. duizeligheid (licht gevoel in het hoofd)
  5. extreem bleke huid
  6. misselijkheid
  7. prikkelbare darm
  8. verstoring van de blaasfunctie en/of vaak moeten plassen
  9. plotseling gejaagde hartslag, eventueel met hartritmestoornissen
  10. kortademigheid bij inspanning

          B. Neuro-endocriene verschijnselen

        1. instabiele c.q. lagere lichaamstemperatuur met markeerbare dagelijkse schommeling hierin
        2. periodiek hevig zweten
        3. terugkerende gevoelens van koortsigheid
        4. koude ledematen
        5. slecht tegen hitte en kou kunnen
        6. opvallende gewichtsverandering-anorexia of abnormale eetlust
        7. verminderd aanpassingsvermogen en verergering van symptomen bij lichamelijke of geestelijke stress

          C. Immunologische verschijnselen

        1. gevoelige lymfklieren; tender is meer gevoelige dan pijnlijk
        2. terugkerende zere keel
        3. terugkerende griepachtige symptomen
        4. algehele malaise
        5. intoleranties voor voedsel, medicijnen of chemische stoffen, die voor aanvang van de ziekte niet aanwezig waren

7. De klachten moeten ten minste 6 maanden duren.

Gewoonlijk is er een duidelijk begin, maar ook een geleidelijk ontstaan komt voor**. Een voorlopige diagnose kan al eerder worden gesteld. Voor kinderen zou drie maanden een geschikte termijn zijn. De symptomen moeten zijn ontstaan bij het begin van de ziekte, of ze moeten substantieel verergerd zijn bij begin van de ziekte. Het is onwaarschijnlijk dat een patiënt lijdt aan alle symptomen uit de categorieën 5 en 6. Meestal is er sprake van clusters van symptomen die in de tijd toenemen, afnemen of veranderen. Kinderen hebben vaak een veelvoud aan opvallende symptomen, maar de ernst ervan kan van dag tot dag variëren.

*Een klein aantal patiënten heeft geen pijn of slaapstoornissen, toch kan de diagnose ME/CVS overwogen worden wanneer er een infectieachtig, griepachtig begin is geweest.

** Sommige patiënten hadden voorafgaand aan ME/CVS al last van een slechte gezondheid. Bij hen ontbreekt een duidelijk gemarkeerd begin van de ziekte, of er is sprake van een meer geleidelijk of sluipend begin.

Uitsluitingsdiagnoses

Uitgesloten dienen te worden: actieve ziekteprocessen die de voornaamste symptomen van vermoeidheid, slaapstoornissen,  pijn en cognitieve disfunctie verklaren. Het is van het grootste belang bepaalde ziekten uit te sluiten, het zou tragisch zijn deze over het hoofd te zien:

  • ziekte van Addison
  • syndroom van Cushing (verhoogde productie van het bijnierschorshormoon Cortisol)
  • Hypothyreoidie (te langzaam werkende schildklier)
  • Hyperthyreoidie (te snel werkende schildklier)
  • IJzergebrek
  • Andere behandelbare vormen van bloedarmoede
  • Hemochromatose (ijzerstapeling/-vergiftiging
  • Diabetes Mellitus (suikerziekte)
  • Kanker

Het is ook essentieel om

  • behandelbare slaapstoornissen, zoals infecties van de hogere luchtwegen en slaapapneu uit te sluiten;
  • reumatologische aandoeningen, zoals reumatoïde artritis, lupus, polymyositis (Bindweefsel-aandoening van de spieren, huid en ander weefsel) en ontstekingsreuma (polymyalgia rheumatica PMR);
  • immunologische aandoeningen zoals AIDS;
  • neurologische aandoeningen zoals multiple sclerose (MS), ziekte van Parkinson, myasthenia gravis (spierzwakte veroorzaakt door een slechte prikkeloverdracht) en B12 tekort;
  • infectieziekten zoals tuberculose, chronische hepatitis, de ziekte van Lyme, enz.;
  • primaire psychiatrische stoornissen en verslavingsproblematiek.

Het uitsluiten van andere diagnoses, wat niet zomaar opgemaakt kan worden uit de geschiedenis van de patiënt en lichamelijke testen, wordt bereikt door laboratoriumonderzoek en scans. Wanneer een mogelijk verwarrende medische conditie onder controle is gebracht, kan de diagnose ME/CVS worden verondersteld als de patiënt voor het overige aan de criteria voldoet.

Comorbiditeit (Ziektes die tegelijk kunnen voorkomen)

  1. Fibromyalgie Syndroom (FMS)
  2. Myofasciaal Pijn Syndroom (MPS)
  3. Aandoeningen aan het kaakgewricht
  4. Prikkelbare darm syndroom (Irritable Bowel Syndrome IBS)
  5. Blaasontsteking
  6. Prikkelbare Blaas Syndroom
  7. Syndroom van Raynaud
  8. Afwijkingen aan de hartklep
  9. Depressie
  10. Migraine
  11. Allergieën
  12. Meervoudige Chemische Intoleranties (MCS)
  13. Ziekte van Hashimoto
  14. Syndroom van Sjögren ook wel Sicca Syndroom genoemd

Dergelijke comorbide aandoeningen kunnen samen met ME/CVS voorkomen. Andere, zoals het prikkelbare darmsyndroom (IBS), kunnen jarenlang voorafgaan aan het begin van ME/CVS, maar er dan mee in verband gebracht worden. Hetzelfde geldt voor migraine en depressie. Dit verband is dus losser dan tussen de symptomen binnen het syndroom. ME/CVS en fibromyalgie (FMS) zijn vaak nauw aan elkaar verbonden en zouden als "overlappende" syndromen moeten worden beschouwd.

Idiopatische vermoeidheid

Als de patiënt onverklaarbaar langdurig vermoeid is (6 maanden of meer), maar onvoldoende symptomen heeft om aan de criteria van ME/CVS te voldoen, zou de diagnose idiopathische chronische vermoeidheid gesteld moeten worden.