random
Gezondheid algemeen

Hits: 4382
Geplaatst
door: ME-gids
op: 1 aug 2016
Bijgewerkt: 1 aug 2016
Bron: Columbia University Medical Center

Onderzoekers vinden biologische verklaring voor tarwe- of glutensensitiviteit


Verzwakte darmbarrière, systemische immuunactivatie kan de symptomen verklaren bij mensen zonder coeliakie

Bron: Columbia University Medical Center, 26 juli 2016

NEW YORK, NY (26 juli 2016) – Een nieuwe studie kan verklaren waarom mensen die geen coeliakie of tarweallergie hebben, desondanks een verscheidenheid aan gastro-intestinale en extra-intestinale symptomen hebben na het eten van tarwe en aanverwante granen. De bevindingen suggereren dat deze personen een verzwakte darmbarrière hebben, wat leidt tot een inflammatoire immuunrespons doorheen heel het lichaam.



Bevindingen van deze studie, die geleid werd door onderzoekers van het Medical Center van de Columbia University (CUMC), werden gerapporteerd in het wetenschappelijk tijdschrift Gut.

“Onze studie toont aan dat de symptomen die door personen met deze aandoening gerapporteerd worden, niet ingebeeld zijn, zoals sommige mensen gesuggereerd hebben,” zei co-auteur van de studie Dr. Peter H. Green, de Phyllis and Ivan Seidenberg Professor of Medicine aan CUMC en directeur van het Celiac Disease Center. “Het toont aan dat er een biologische basis is voor deze symptomen bij een aanzienlijk aantal van deze patiënten.”

Coeliakie is een auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem ten onrechte het slijmvlies van de dunne darm aanvalt nadat iemand die genetisch vatbaar is voor de aandoening, gluten eet van tarwe, rogge of gerst. Dit leidt tot een aantal maag- en darmsymptomen zoals buikpijn, diarree en een opgeblazen gevoel.

Onderzoekers hebben geworsteld om te bepalen waarom sommige mensen, die niet de karakteristieke markers van coeliakie in het bloed, weefsel of genen vertonen, toch coeliakieachtige maag- en darmsymptomen ervaren, evenals bepaalde extra-intestinale symptomen, zoals vermoeidheid, cognitieve problemen of stemmingsstoornissen na het eten van voedsel dat tarwe, rogge of gerst bevat. Een verklaring voor deze aandoening, beter bekend als gluten- of tarwesensitiviteit (Engels: Non Celiac Gluten/Wheat Sensitivity, NCGS of NCWS), is dat blootstelling aan deze uitlokkende granen, op de een of andere manier een acute systemische immuunactivatie uitlokken, eerder dan een strikt gelokaliseerde intestinale immuunrespons. Omdat er geen biomarkers zijn voor NCWS, zijn er geen accurate cijfers over de prevalentie beschikbaar, maar er wordt geschat dat ongeveer 1% van de bevolking, of 3 miljoen Amerikanen, getroffen is, ongeveer dezelfde prevalentie als coeliakie.

In de nieuwe studie onderzocht het team van CUMC 80 personen met NCWS, 40 personen met coeliakie, en 40 gezonde controles. Ondanks de uitgebreide schade aan de darmwand die in verband staat met coeliakie, waren de bloedmarkers van aangeboren systemische immuunactivatie niet verhoogd in de groep met coeliakie. Dit suggereert dat de intestinale immuunrespons bij coeliakiepatiënten in staat is om microben of microbiële componenten te neutraliseren die mogelijk door de beschadigde darmwand passeren, waardoor een systemische inflammatoire respons tegen zeer immuunstimulerende moleculen voorkomen wordt.

De groep met NCWS was opmerkelijk verschillend. Ze hadden niet de intestinale cytotoxische T-cellen die bij coeliakiepatiënten gezien worden, maar ze hadden een marker van intestinale cellulaire schade die gecorreleerd is met serologische markers van acute systemische immuunactivatie. De resultaten suggereren dat de vastgestelde systemische immuunactivatie bij NCWS gekoppeld is aan verhoogde translocatie van microbiële en voedingsbestanddelen van de darm naar de bloedcirculatie, deels te wijten aan intestinale celschade en verzwakking van de darmwand.

“Een model van systemische immuunactivatie zou stroken met het in het algemeen snel begin van de gerapporteerde symptomen bij mensen met niet-coeliakie glutensensitiviteit,” zei leider van het onderzoek Armin Alaedini, PhD, assistent professor in de geneeskunde aan Columbia. Hij heeft ook een aanstelling in het Institute of Human Nutrition aan Columbia, en is lid van het Celiac Disease Center.

De onderzoekers vonden ook dat patiënten met NCWS die zes maanden een dieet volgden zonder tarwe en aanverwante granen, in staat waren om hun niveaus van immuunactivatie en markers voor intestinale celschade te normaliseren. Deze veranderingen waren geassocieerd met een significante verbetering in zowel intestinale als niet-intestinale symptomen, zoals gerapporteerd door de patiënten in gedetailleerde vragenlijsten.

Dr. Alaedini voegde eraan toe, “De data suggereren dat we in de toekomst in staat kunnen zijn om een combinatie van biomarkers te gebruiken om patiënten met glutensensitiviteit te identificeren, en om hun respons op behandeling te monitoren.”

De studie betrof een internationale samenwerking tussen onderzoekers aan CUMC en de Universiteit van Bologna in Italië. “Deze resultaten zorgen voor een paradigmashift in onze erkenning en begrip van niet-coeliakie glutensensitiviteit en zullen waarschijnlijk belangrijke implicaties hebben voor de diagnose en behandeling,” zei co-auteur Dr. Umberto Volda, professor interne geneeskunde aan de Universiteit van Bologna. “Gezien het groot aantal mensen die getroffen zijn door de aandoening en zijn significante negatieve gezondheidsimpact op patiënten, is dit een belangrijk onderzoeksgebied dat veel meer aandacht en financiering verdient.”

In toekomstige studies van NCWS plannen Dr. Alaedini en zijn team om de mechanismen te onderzoeken die verantwoordelijk zijn voor de intestinale schade en de verstoring van de epitheelbarrière en om verder de immuuncelreacties te karakteriseren.

Over

De studie is getiteld “ Intestinal cell damage and systemic immune activation in individuals reporting sensitivity to wheat in the absence of celiac disease.” De andere personen die bijgedragen hebben, zijn Melanie Uhde (CUMC), Mary Ajamian (CUMC), Giacomo Caio (University of Bologna, Bologna, Italië), Roberto De Giorgio (University of Bologna, Bologna, Italië), Alyssa Indart (CUMC), and Elizabeth C. Verna (CUMC).

Deze studie werd ondersteund door subsidies van het National Center for Advancing Translational Sciences, National Institutes of Health (UL1 TR000040), en het Stanley Medical Research Institute.

De auteurs verklaren geen financiële of andere belangenconflicten te hebben.

###

Columbia University Medical Center biedt een internationaal leiderschap in basis, preklinisch, en klinisch onderzoek; educatie in medische en gezondheidswetenschappen; en patiëntenzorg. Het medisch centrum traint toekomstige leidinggevenden en omvat het toegewijde werk van veel artsen, wetenschappers, professionals in de volksgezondheid, tandartsen en verpleegkundigen aan het College of Physicians and Surgeons, de Mailman School of Public Health, het College of Dental Medicine, de School of Nursing, de biomedische afdelingen van de Graduate School of Arts and Sciences, en aanverwante onderzoekscentra en instellingen. Columbia University Medical Center is de thuisbasis voor de grootste medische onderzoeksonderneming in New York City en Staat en een van de grootste universitaire dokterspraktijken in het noordoosten. Voor meer informatie, bezoek cumc.columbia.edu of columbiadoctors.org.

Celiac Disease Center at Columbia University biedt uitgebreide medische zorg voor volwassenen en pediatrische patiënten met coeliakie, waaronder voeding en aandacht voor de vele bijbehorende aandoeningen die bij coeliakie voorkomen. Het Centrum is betrokken in de zorg van duizenden patiënten met coeliakie en glutengevoeligheid, en biedt zo betere toegang tot testen, diagnose, behandeling en nazorg. Extra informatie is beschikbaar online op http://www.celiacdiseasecenter.columbia.edu/.

© Vertaling ME-gids, redactie Abby, ME-gids, eindredactie ME-gids.


 


Intestinal cell damage and systemic immune activation in individuals reporting sensitivity to wheat in the absence of coeliac disease

Intestinale celschade en systemische immuunactivatie bij personen die gevoeligheid voor tarwe rapporteren in de afwezigheid van coeliakie

Gut doi:10.1136/gutjnl-2016-311964

Melanie Uhde, Mary Ajamian, Giacomo Caio, Roberto De Giorgio, Alyssa Indart, Peter H Green, Elizabeth C Verna, Umberto Volta, Armin Alaedini

Samenvatting

Doelstelling

Tarwegluten en verwante eiwitten kunnen bij mensen met een genetische gevoeligheid een auto-immune enteropathie triggeren, bekend als coeliakie. Sommige personen ervaren echter een scala aan symptomen in reactie op inname van tarwe, zonder het karakteristieke serologische of histologische bewijs van coeliakie. De etiologie en het mechanisme van deze symptomen is onbekend, en er zijn nog geen biomarkers geïdentificeerd. Ons doel was om te bepalen of gevoeligheid voor tarwe in afwezigheid van coeliakie geassocieerd is met systemische immuunactivatie die gelinkt kan worden aan een enteropathie.

Ontwerp

Studiedeelnemers omvatten deelnemers die symptomen rapporteerden in reactie op het eten van tarwe en bij wie coeliakie en tarweallergie uitgesloten werd, patiënten met coeliakie en gezonde controles. Sera werden geanalyseerd voor makers van intestinale celschade en systemische immuunrespons op microbiële componenten.

Resultaten

Personen met tarwegevoeligheid hadden significant gestegen serumgehaltes van oplosbaar CD14 en lipopolysaccharide (LPS)-bindingseiwit, evenals een reactiviteit van antilichamen tegen bacteriële LPS en flagelline. Circulerende niveaus van vetzuurbindende proteïne 2 (VZBP2), een marker voor intestinale epitheliale celschade, waren significant verhoogd in de getroffen personen en correleerden met de immuunresponsen op microbiële producten. Er was een significante verandering richting normalisatie van de niveaus van FABP2 en immuunactivatiemarkers in een subgroep van personen met tarwegevoeligheid die een dieet volgden zonder tarwe en verwante granen.

Conclusies

Deze bevindingen onthullen een staat van systemische immuunactivatie in combinatie met een gecompromitteerd darmepitheel die een subgroep van personen treft die gevoeligheid voor tarwe ervaren in afwezigheid van coeliakie.

Belang van deze studie

Wat is er al bekend over dit onderwerp?

  • Sommige personen ervaren diverse symptomen in reactie op het eten van tarwe en verwante granen, maar hebben geen karakteristieke serologische of histologische markers van coeliakie.
  • Nauwkeurige gegevens voor prevalentie van deze gevoeligheid zijn niet beschikbaar, hoewel er vaak schattingen aangehaald worden die het aantal op gelijk of meer stellen dan voor coeliakie.
  • Ondanks de toenemende belangstelling vanuit de medische gemeenschap en het brede publiek, zijn de etiologie en het mechanisme van de bijhorende symptomen grotendeels onbekend en er zijn nog geen biomarkers geïdentificeerd.

Wat zijn de nieuwe bevindingen?

  • Gerapporteerde gevoeligheid voor tarwe in de afwezigheid van coeliakie is geassocieerd met significant verhoogde niveaus van oplosbaar CD14 (sCD14) en lipopolysaccharide-bindingseiwit, evenals reactiviteit van antilichamen tegen microbiële antigenen, wat op systemische immuunactivatie wijst.
  • Getroffen personen hebben significant verhoogde niveaus van vetzuurbindende proteïne 2 (VZBP2) dat correleert met de markers van systemische immuunactiviteit, wat wijst op een gecompromitteerde barrière-integriteit van het darmepitheel.

Hoe kan het van invloed zijn op de klinische praktijk in de nabije toekomst?

  • De resultaten hebben de aanwezigheid van objectieve biomarkers van systemische immuunactivatie en celschade aan het darmepitheel aangetoond bij mensen die gevoeligheid voor tarwe rapporteren in de afwezigheid van coeliakie.
  • De gegevens bieden een platform voor bijkomend onderzoek gericht op de beoordeling van het gebruik van de onderzochte markers voor het identificeren van getroffen personen en/of het monitoren van de respons op behandeling, het onderzoeken van het onderliggende mechanisme en moleculaire triggers die verantwoordelijk zijn voor de verstoring van het epitheelbarrière, en het evalueren van nieuwe behandelstrategieën bij de getroffen personen.

Hoe citeren?

Uhde M, Ajamian M, Caio G, et al. Gut. Published Online First: [25 juli 2016] doi:10.1136/gutjnl-2016-311964

[HTML] [PDF]

© Uhde et al., 2016

Intestinal cell damage and systemic immune activation in individuals reporting sensitivity to wheat in the absence of coeliac disease


N.v.d.r. Dr. Armin Alaedini ontving onlangs een subsidie van $ 200.000 om de immuunreactie in de darmen bij ME/CVS te bestuderen en te onderzoeken of die in verband kan worden gebracht met bacteriën die zich door de darmen heen bewegen en inflammatie veroorzaken.

N.v.d.r. Prof. Dr. K. De Meirleir vond enkele jaren geleden verhoogde waardes van LPS en oplosbaar CD14 in relatie tot een verhoogde darmpermeabiliteit en als gevolg inflammatoir darmlijden; hij test sCD14 routinematig in zijn praktijk.

Lees


Lees ook

Info


| |

Nog geen reacties geplaatst

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.