random
Dossiers, rapporten

Hits: 1079
Geplaatst
door: ME-gids
op: 2 jan 2018
Bijgewerkt: 2 jan 2018
Bron: Medium

Rondje Wetenschap over ME/cvs: korte hoogtepunten van biomedisch onderzoek tot nu toe


Rochelle Joslyn, Medium, 4 oktober 2017

Immunoloog, herstelde en hervallen ME-patiënt, trotse inwoner van Seattle, dol op katten.

 

Invaliditeit en levenskwaliteit

Mensen met ME/cvs scoren lager op metingen van fysiek functioneren en algehele levenskwaliteit dan de meeste andere chronische ziektegroepen, waaronder MS, kanker en beroerte, en de ervaring van patiënten met ernstige ME/cvs is vergelijkbaar met HIV in het eindstadium of hartfalen (Nacul 2011, Falik Hvidberg 2015).



Metabole disfunctie

Waargenomen wijzigingen in de toestand van cellulaire metabolismegenen (deVega 2017, Billing-Ross 2016) en analyse van metabolieten en eiwitten in het bloed hebben duidelijke afwijkingen in metabolische reactiepaden laten zien (Germain 2017, Naviaux 2016, Armstrong 2012), wat aantoont dat de fundamentele energieproductiemechanismen niet goed functioneren, en dus verkeren ME/cvs-patiënten voortdurend in een staat van energetische spaarstand op cellulair niveau.

Een meer uitgebreide verkenning van dit fenomeen identificeerde specifiek de verstoorde functie van een eiwit, pyruvaatdehydrogenase genaamd, een cruciaal enzyme in het reactiepad dat ATP genereert, de energetische munteenheid van het lichaam (Fluge 2016). Voor elke 38 APT-moleculen die in een gezond persoon gegenereerd worden via het aerobe mechanisme, worden er door de mitochondriën van een ME/cvs-patiënt slechts 2 ATP’s geproduceerd via anaerobe processen, wat betekent dat hun energiebudget voor alle overlevingsfuncties drastisch beperkt is, in overeenstemming met de patiënten hun gerapporteerde ervaring van ingrijpende en aanhoudende vermoeidheid.

Samen tonen deze studies aan dat de hoeveelheid fysieke energie die beschikbaar is voor cellulaire functies ernstig beperkt is bij ME/cvs-patiënten, en dat hun cellen gedwongen worden om over te gaan op een minder efficiënte manier van energieproductie, hoewel de oorzaak van deze stoornis nog niet geïdentificeerd is (Morris 2014).

Lees meer hier.

Postexertionele malaise

De kenmerkende eigenschap van ME/cvs is het ervaren van verergergering van alle symptomen [vermoeidheid, zich “niet goed” voelen (malaise), cognitieve stoornissen, zintuiglijke overgevoeligheid, pijn, etc.] na een fysieke of cognitieve inspanning, vaak bij extreem minimale drempels van activiteit. Zorgvuldig uitgevoerde studies van ME/cvs-patiënten hun fysiologische respons op inspanning op verschillende tijdsintervallen hebben objectieve biologische metingen van zuurstofgebruik onthuld, die de metabole omschakeling van aeroob naar anaeroob metabolisme aantonen (Snell 2013, Keller 2014),

Lees meer hier.

Neurologische inflammatie

Een omvangrijke en gevestigde hoeveelheid bewijs van beeldvormingsstudies tonen afwijkingen aan in het centraal zenuwstelsel van ME/cvs-patiënten. Verschillende analyses van MRI’s hebben verminderde volumes aan witte en grijze stof aangetoond, wat wijst op langdurige beschadiging aan neurologische weefsels, een bevinding die consistent is met het slechte geheugen en de cognitieve stoornissen die patiënten ervaren (Finkelmeyer 2017, Shan 2016, Barnden 2011, Zeineh 2015, Puri 2012, Lange 1999).

Meer specifiek toonden PET-scans van de hersenen van ME/cvs-patiënten bewijs van neuro-inflammatie aan, wat wijst op een verhoogde aanwezigheid van geactiveerde microgliacellen, en deze niveaus kwamen overeen met de ernst van de cognitieve stoornissen en pijn (Nakatomi 2014). Deze bevinding is consistent met rapporteringen dat sommige gliacelremmers de patiënten hun toestand kunnen verbeteren (Younger 2014).

De nervus vagus, die van de hersenstam door de buik loopt en met veel belangrijke orgaansystemen in contact staat, levert het “rust en verwerk”-signaal van het parasympathische zenuwstelsel als een tegenreactie op de geactiveerde “vecht of vlucht”-toestand in gang gezet door het sympathisch zenuwstelsel. Men denkt dat verstoringen in deze processen aan de basis liggen van symptomen zoals hartslagvariabiliteit, slaapstoornissen en orthostatische intolerantie die ervaren worden bij ME/cvs (Morris 2013), en onlangs kwam men tot de veronderstelling dat dit veroorzaakt wordt door de nervus vagus, mogelijk als gevolg van een directe infectie van de nervus vagus (VanElzakker 2013).

Lees meer hier en hier.

Systemische inflammatie

Talrijke onderzoeken van ontstekingsmarkers, cytokines genaamd, in het bloed van ME/cvs-patiënten hebben gemengde resultaten opgeleverd, die jarenlang verwarring schiepen bij onderzoekers. Verschillende onderzoeken hebben echter duidelijk verhoogde niveaus aan klassieke inflammatoire cytokines in het bloed aangetoond, wat wijst op systemische inflammatie (Mildrad 2017, Maes 2012, deVega 2014, Smylie 2013, Brenu 2011), evenals in het hersenvocht, wat wijst op neurologische inflammatie (Hornig 2016). Onlangs werden duidelijke verschillen in cytokineniveaus geïdentificeerd wanneer subgroepen van ME/cvs-patiënten gestratificeerd werden naar typische/atypische patronen of naar de duur van de ziekte, waarbij degenen die minder dan 3 jaar ziek zijn, verhoogde niveaus vertonen en degenen die meer dan 3 jaar ziek zijn, verlaagde niveaus vertonen ten opzichte van controles, wat mogelijk de eerdere inconsistente resultaten verklaart doorheen de verschillende patiëntengroepen, en wat wijst op een intrinsieke chroniciteit in ziekteprogressie (Hornig 2015, Landi 2016, Hornig 2017).

Bovendien hebben studies verschillende verbanden geïdentificeerd tussen verschillende cytokines en de ernst van de ziekte, wat erop wijst dat deze factoren waarschijnlijk rechtstreeks bijdragen aan de patiënten hun symptomen (Montoya 2017, White 2010). In overeenstemming hiermee identificeerden preliminaire bevindingen een subgroep van ME/cvs-patiënten van wie de bloedspiegel van C-reactief proteïne (CRP), een belangrijke indicator van infectie, exact parallel loopt met hun gerapporteerde vermoeidheid over een bepaalde tijdsperiode, wat erop wijst dat een onderliggende infectie mogelijk verantwoordelijk is voor hun symptomen (Younger, nog niet gepubliceerd, https://youtu.be/QHIvcw9SNFo). Evenzo werd bewijs verschaft voor een oorzakelijk element in metabolische disfunctie, nl. een grote, oplosbare factor die in het bloedserum circuleert, via een studie die metabolische defecten bij ME/cvs reproduceert in gezonde controlecellen na blootstelling aan serum van ME/cvs-patiënten (R. Davis, nog niet gepubliceerd, https://youtu.be/vZQgJP47kA4).

CFS Subgroups

Here are some new results from the daily blood draw Chronic Fatigue Syndrome study that suggests there are important subgroups.

Ronald Davis, PhD

Establishing new mechanistic and diagnostic paradigms for ME/CFS Dr. Davis, Symposium Chair, is Professor of Biochemistry and Genetics at Stanford University School of Medicine, Director of the Stanford Genome Technology Center, Director of the Chronic Fatigue Syndrome Research Center at Stanford University, and Director of the Open Medicine Foundation ME/CFS Scientific Advisory Board.

Gezamenlijk hebben deze bevindingen overtuigend aangetoond dat ME/cvs een ontstekingsziekte is, hoewel de onderliggende drijvende factoren achter de ontsteking ongeïdentificeerd blijven en kunnen variëren over subgroepen van patiënten met de brede diagnose ME/cvs.

Lees meer hier, hier, hier, hier en hier.

Immunodeficiëntie

Genetische of verworven immuundeficiënties die resulteren in verzwakte controle over ziekteverwekkers zouden kunnen wijzen op een onderliggende oorzaak van ziekte en kunnen dienen als nuttige diagnostische biomarkers bij het screenen van ME/cvs-patiënten. Een dergelijke deficiëntie werd onlangs geïdentificeerd bij ME/cvs-patiënten die verminderde niveaus vertoonden van een eiwit, essentieel voor natural killer (NK)-celfunctie, een immuuncel die van vitaal belang is in het onder controle houden van virale infecties (Ngyuen 2017). Dit biedt een mogelijke verklaring voor tal van eerdere waarnemingen van verminderde NK-celactiviteit bij ME/cvs (Klimas 1990, Maher 2005, Brenu 2011, Brenu 2012, Hardcastle 2015, Huth 2016).

Duidelijk verhoogde niveaus van antilichamen tegen courante herpesvirussen worden vaak vastgesteld bij ME/cvs-patiënten, wat wijst op een verzwakte controle over een pathogeen dat over het algemeen onder controle gehouden wordt door het immuunsysteem (Halpin 2017). Hoewel het niet bekend is of dit fenomeen een oorzaak of gevolg is van ME/cvs, bereiken sommige patiënten verbetering of volledig herstel met antivirale geneesmiddelen (Kogelnik 2006, Montoya 2013), wat een actieve infectie suggereert, te wijten aan immunologische insufficiëntie.

Analyse van cytokines bij Me/cvs hebben ook een scheeftrekking aangetoond in het soort inflammatie dat aanwezig is richting een profiel met minder effectieve controle over virale infectie (Th2 genaamd), hoewel de redenen voor deze verandering niet bekend zijn (Broderick 2010).

Auto-immuniteit

Kenmerken van ME/cvs zoals een groter percentage aan vrouwelijke patiënten, systemische inflammatie en een herval/herstel-patroon, lopen parallel met auto-immuunziekten zoals multiple sclerose, lupus of reumatoïde artritis. Er wordt dus al lang verondersteld dat auto-immuniteit een rol speelt bij ME/cvs en een groeiende verzameling aan zeer recent bewijsmateriaal ondersteunt deze hypothese. Depletie van B-cellen (die antilichamen produceren) in het bloed van ME/cvs-patiënten met behulp van een geneesmiddel dat Rituximab heet (een succesvolle therapie bij andere auto-immuunziekten), heeft onlangs bij enkele patiënten een dramatische verbetering laten zien (Fluge 2011, Fluge 2015). [n.v.d.r.: Intussen zijn de eerste definitieve resultaten van deze studie bekendgemaakt. Men bleek uiteindelijk niet in staat om effect te detecteren door gebruik van rituximab bij ME/cvs-patiënten.]

Antilichamen die gericht zijn op twee eiwitten op het oppervlak van neurale en spierweefsels, bèta-adrenerge en muscarineacetylcholinereceptoren werden geïdentificeerd bij een groot aantal ME/cvs-patiënten door meerdere onafhankelijke onderzoeksgroepen (Loebel 2016, Light en Bergquist, niet gepubliceerd, https://youtu.be/xDQL7v4XlRU, https://youtu.be/Zsv5nbpliW8).

Alan Light, PhD

Gene variants, mitochondria & autoimmunity in ME/CFS Dr. Light is a Professor of Anesthesiology and Neurobiology and Anatomy at The University of Utah. He is a member of the University of Utah programs in Neuroscience, the Brain Research Institute, and the Pain Research Center.

Jonas Bergquist, MD, PhD

In search of biomarkers revealing pathophysiology in a Swedish ME/CFS patient cohort Dr. Bergquist is a Full Chair Professor in Analytical Chemistry and Neurochemistry at the Department of Chemistry at Uppsala University, Adjunct Professor in Pathology at the University of Utah School of Medicine, and Distinguished Professor in Precision Medicine at Binzhou Medical University in Yantai, China.

Bovendien werd onlangs bias vastgesteld in de diversiteit van doelwitten geïdentificeerd door T-cellen van ME/cvs-patiënten met waarden die vergelijkbaar zijn met de scheeftrekking die waargenomen wordt bij T-cellen van patiënten met multiple sclerose en kanker, wat erop wijst dat het immuunsysteem continu wordt geactiveerd om te vechten tegen een specifiek doelwit (M Davis, niet-gepubliceerd, https://youtu.be/SbnCMOHOL28).

Mark Davis, PhD

Is CFS/ME an autoimmune disease? Dr. Mark M. Davis is the Director of the Stanford Institute for Immunology, Transplantation and Infection (ITI), a Professor of Microbiology and Immunology, and a Howard Hughes Medical Institute Investigator. He received a B.A. from Johns Hopkins University and a Ph.D. from the California Institute of Technology.

Dergelijke bevindingen hebben de overtuiging bij veel onderzoekers versterkt dat auto-immuniteit aan de oorzaak ligt van ME/cvs-symptomatologie, zelfs als het op gang wordt gebracht door een initiële infectie (mogelijk via een proces dat moleculaire mimicry genoemd wordt)

Lees meer hier, hier, hier en hier.

Veranderingen in het microbioom

Een aantal profileringsonderzoeken hebben bij ME/cvs veranderingen aangetoond in de diversiteit aan bacteriën, virussen en parasieten die het darmkanaal bevolken, het “darmmicrobioom” genoemd (Giloteaux 2016, Nagy-Szakal 2017, Fremont 2013, Shukla 2015, Giloteaux 2016).

Lees meer hier en hier.

© Rochelle Joslyn, Medium. Vertaling zuiderzon, redactie abby, ME-gids.


Share | |

Nog geen reacties geplaatst

Alleen ingelogde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Registreren of inloggen.