Bron:

| 1222 x gelezen

Suzanne D. Vernon

Wetenschappelijk Directeur

Blood from a Stone (Iets doen wat erg moeilijk is)

Onderzoekers aan het US Centers for Disease Control and Prevention (CDC), samen met onderzoekers in Californië en Duitsland, hebben een paper gepubliceerd in het tijdschrift Retrovirology getiteld “Afwezigheid van bewijs van Xenotropic Murine Leukemia Virus-related virus infectie bij personen met chronisch vermoeidheidssyndroom en gezonde controles in de Verenigde Staten.” 


Bloedstalen van 51 patiënten met CVS, 56 gematchte controles en 41 gezonde bloeddonoren werden getest op antilichamen tegen XMRV met behulp van een western blot analyse en op XMRV DNA met behulp van een geneste PCR-techniek. Drie onafhankelijke laboratoria, waaronder het retrovirus labo bij de CDC, Blood Systems Research Institute (BSRI) en het Robert Koch-Institute Labo hebben gecodeerde stalen getest. Er is geen twijfel over de technische bekwaamheid van deze laboratoria om deze analyses uit te voeren om XMRV antilichamen en DNA op te sporen. Dus waarom werd er dan geen XMRV gedetecteerd?

Op de 17e Conference on Retroviruses and Opportunistic Infections in februari 2010 rapporteerde Qui et al. dat het voorkomen van XMRV in Amerikaanse bloeddonoren 0.1% bedroeg of 1 persoon op 1000. Dus is er een kleine kans dat het CDC XMRV DNA zou opgespoord hebben in slechts 41 gezonde bloeddonorstalen. Dus geen verrassing daar.

Hoe zit het dan met de CVS-patiënten en de controles? In de eerste plaats zou ik een verzoek willen doen aan alle auteurs van wetenschappelijke papers – geef aub een tabel die het onderwerp en de stalen populatie beschrijft! Heen en weer bladeren in een paper om uit te zoeken wie wie is en wat wat is, is erg frustrerend! Van wat ik kan ontcijferen, waren de stalen afkomstig van 18 mensen geïdentificeerd door middel van een Georgia register, die voldeden een de criteria beschreven in de paper die verschillend is van de 1994 internationale CVS-criteria (nvdr Fukuda). Elf CVS-patiënten en gematchte controles waren geïdentificeerd van de Wichita studies, hoewel het niet duidelijk is of deze stalen afkomstig waren uit de longitudonale studies of de klinische studie, en 22 CVS-patiënten en controles van het Georgia gemeenschap-gebaseerde onderzoek. Er zijn weinig aanwijzingen dat deze drie populaties vergelijkbaar zijn met betrekking tot de CVS definitie, gezien elke populatie geselecteerd werd op basis van een verschillende definitie. De auteurs verzetten zich krachtig tegen de toepassing van de Canadese definitie in andere studies, waarbij ze verklaren dat “fysieke bevindingen bij personen die voldoen aan de Canadese definitie blijk geven van de aanwezigheid van een neurologische aandoening die beschouwd wordt als een exclusiecriterium voor CVS.” Maar de genoemde fysieke bevindingen die ervaren worden door CVS-patiënten, en bv. een (tender lymfadenopathie) is een case-defining symptoom van de 1994 criteria.

Verder werden de stalen uit deze drie studiepopulaties verzameld door verschillende types buisjes te gebruiken, die elk op een verschillende manier verwerkt moeten worden. Alsof dit nog niet erg genoeg was, waren geen van de gebruikte bloedbuisjes van hetzelfde type die gebruikt werden in de Lombardi studie. (Ze gebruikten buisjes die sodium heparine bevatten die bestemd zijn voor gebruik met virusisolatie). De bloedbuisjes van de 18 Georgia register patiënten zijn ontworpen om volbloed te verzamelen en nucleïnezuur te behouden; het is niet duidelijk waar het plasma van deze stalen vandaan kwam, omdat plasma niet verkregen kan worden wanneer dit type bloedbuisjes gebruikt wordt. Dus de verklaring om XMRV niet terug te vinden in deze stalen is eenvoudig – dit was een studie die ontworpen was om XMRV NIET op te sporen door een ratjetoe sample set te gebruiken.

Het opsporen van XMRV is moeilijk. Replicatie van de Science paper zal moeilijk worden omwille van de vereiste strenge methodes en omwille van de heterogeniteit en complexiteit van CVS. Ongeacht de uitkomst van een enkele studie is het essentieel dat een valide replicatiestudie opgezet wordt en uitgevoerd wordt door meerdere laboratoria, gebruik makende van gestandaardiseerde en geoptimaliseerde technieken en het testen van gesplitste stalen die op adequate wijze verzameld werden van een geschikt aantal en goed gekarakteriseerde patiënten en controles. Studies zoals deze van Switzer et al, blijven tijd roven, laten kostbare bronnen afvloeien en voeden de controverse in plaats van consensus.

Referenties:

Absence of evidence of Xenotropic Murine Leukemia Virus-related virus infection in persons with Chronic Fatigue Syndrome and healthy controls in the United States. Switzer WM, Jia H, Hohn O, Zheng H, Tang S, Shankar A, Bannert N, Simmons G, Hendry RM, Falkenberg VR, Reeves WC, Heneine W. Retrovirology 1 July 2010.

Detection of an infectious retrovirus, XMRV, in blood cells of patients with chronic fatigue syndrome. Lombardi VC, Ruscetti FW, Gupta JD, Pfost MA, Hagen KS, Peterson DL, Ruscetti SK, Bagni RK, Petrow-Sadowski C, Gold B, Dean M, Silverman RH, Mikovits JA. Science 8 October 2009. 1179052.

XMRV: Examination of viral kinetics, tissue tropism, and serological markers of infection. Qiu X, Swanson P, Luk K-C, Das Gupta J, Onlamoon N, Silverman R, Villinger F, Devare S, Schochetman S and Hackett J. Abbott Diagnostics, Abbott Park, IL, US; Cleveland Clin, OH, US; and Yerkes Natl Primate Res Ctr, Emory Univ, Atlanta, GA, US. Paper #151 presented at the 17th Conference on Retroviruses and Opportunistic Infections, February 16-19, 2010.

Voor meer info over de CDC cohorten van de Wichita, Georgia and registry studies bezoek:

http://www.cdc.gov/cfs/publications/surveillance.htm


© Vertaling ME-Gids.net

Geef een antwoord

Zijbalk

Volg ons
<< jun 2022 >>
mdwdvzz
30 31 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 1 2 3
Geen Evenementen
Recente Links
Loading