Bron:

| 181 x gelezen

Persbericht.

Na een infectieziekte herstellen de meeste mensen zonder verdere gevolgen. Anderen daarentegen voelen zich voortdurend uitgeput, zelfs de kleinste inspanning zoals zich omdraaien in bed wordt een krachttoer. Symptomen als deze kwamen in de schijnwerpers staan bij langdurige/long COVID en post-COVID-syndroom. De langetermijngevolgen na een infectie zijn al jaren bekend, maar werden nauwelijks onderzocht. Een interdisciplinair consortium onder leiding van wetenschappers van de Charité – Universitätsmedizin Berlin werkt nu aan het ophelderen van wat er op moleculair niveau onderliggend is aan de complexe neuro-immunologische ziekte myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs), ook bekend als postinfectieus vermoeidheidssyndroom. Het Bondsministerie voor Onderwijs en Onderzoek (BMBF) financiert de werkzaamheden met ongeveer twee miljoen euro voor de komende drie jaar.


De gevolgen op lange termijn van COVID-19, een ziekte veroorzaakt door het SARS-coronavirus type 2, worden steeds duidelijker naarmate de pandemie vordert. Het aantal mensen dat blijvend invalide is en behandeling nodig heeft, neemt toe en daarmee ook de behoefte aan gedegen kennis over de mogelijke late en langetermijneffecten die in verband met COVID-19 en andere infectieziekten worden waargenomen. ME/cvs is een ernstige, meestal levenslange ziekte met verschillende gradaties van lichamelijke en mentale symptomen. De meest voorkomende symptomen zijn zwakte en vermoeidheid, spierpijn, hoofdpijn, darmklachten, duizeligheid, gevoeligheid voor stress en prikkels, hartkloppingen of schommelingen van de bloeddruk. Gewoonlijk treedt verslechtering op als gevolg van zelfs geringe inspanning, bekend als postexertionele malaise. Bij de meeste patiënten begint de ziekte na een virale infectie. Diverse ziekteverwekkers zijn nu bekend als triggers, waaronder herpesvirussen zoals het Epstein-Barrvirus, dengue- of influenzavirussen. Na de SARS-pandemie in 2002 en 2003 ontwikkelden sommige besmette personen ME/cvs. Bij de huidige COVID 19-pandemie blijkt een subgroep van de long COVID-patiënten ook ME/cvs te hebben ontwikkeld. Nog voordat de pandemie uitbrak, schatten deskundigen dat alleen al in Duitsland ongeveer 300.000 mensen, onder wie ongeveer 40.000 jonger dan 18 jaar, aan de chronische ziekte lijden. Ongeveer de helft van de overwegend jongere en vrouwelijke patiënten is zo ziek dat zij niet meer kunnen werken. De zwaarst getroffenen zijn bedlegerig en niet meer in staat voor zichzelf te zorgen. Hoewel lange tijd werd aangenomen dat het om een psychosomatische ziekte ging, heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ME/cvs reeds in 1969 als een neurologische ziekte geclassificeerd.

De precieze mechanismen die tot de ziekte leiden, zijn nog onduidelijk. Recente studies wijzen op auto-immuunprocessen en een ontregeling van het autonome zenuwstelsel en het cellulaire energiemetabolisme. Er is echter nog steeds een gebrek aan goedgekeurde en doeltreffende behandelingsmogelijkheden, alsook aan betrouwbare biomarkers, meetbare waarden in bloed of serum die kunnen worden gebruikt om de ziekte te diagnosticeren. Het huidige project, IMMME genaamd – IMune Mechanism of ME, wil hierin verandering brengen. Prof. Dr. Carmen Scheibenbogen, waarnemend directeur van het Instituut voor Medische Immunologie van de Charité Campus Virchow-Klinikum, houdt zich al vele jaren bezig met het klinische beeld van het postinfectieus chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs). Zij staat aan het hoofd van de Immunodeficiëntie Polikliniek en het Vermoeidheidscentrum van de Charité en nu ook van het interdisciplinaire onderzoeksnetwerk IMMME. “Ik ben erg blij met de financiering van dit samenwerkingsproject en met het feit dat ik eraan kan werken met een team van deskundigen op het gebied van ME/cvs, COVID-19 en het immuunsysteem. Het komt op het juiste moment, omdat het onderwerp postinfectieuze ziekten door de pandemie een nieuwe dimensie heeft gekregen,” aldus Prof. Scheibenbogen. “Dit is de eerste keer dat een onderzoeksnetwerk over ME/cvs in Duitsland wordt gefinancierd”.

Wat leidt dan tot de neuro-immunologische ziekte op lange termijn, waarvoor tot dusver alleen afzonderlijke symptomen kunnen worden behandeld, maar niet de eigenlijke oorzaak? Van het Epstein-Barrvirus, dat klierkoorts of de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt, is reeds bewezen dat het auto-immuunreacties uitlokt. Een soortgelijk risico voor auto-immuniteit bestaat na COVID-19, vermoedt het onderzoeksteam. Terwijl bij gezonde mensen autoantilichamen bijdragen tot de controle van belangrijke processen, kunnen zij na infecties van functie veranderen en leiden tot de ontwikkeling van auto-immuunziekten. In het geval van ME/cvs konden wetenschappers onder leiding van Prof. Scheibenbogen en andere groepen autoantilichamen aantonen tegen zogenaamde G-proteïnegekoppelde receptoren, sleutelproteïnen in signaaltransductie, die in verband worden gebracht met de ernst van de symptomen. Daaronder zijn degene die gericht zijn tegen stressreceptoren en in verband worden gebracht met belangrijke symptomen zoals vermoeidheid en spierpijn, en ook die welke in verband worden gebracht met verminderde cognitieve vermogens. De rol van individuele autoantilichamen en kruisreagerende virale antilichamen en de wijze waarop mogelijke kruisreacties signaalwegen beïnvloeden, worden door het nieuwe onderzoeksnetwerk in vijf subprojecten onderzocht. De basis voor de uitgebreide analyses zijn goed gekarakteriseerde biologische monsters uit een gemeenschappelijke ME/cvs-biobank. Binnen de afzonderlijke projecten worden verschillende parameters verzameld en samen in een databank geëvalueerd. Het doel van de werkzaamheden is voor het eerst een systematische, alomvattende basis voor diagnostische markers te creëren. De onderzoekers hopen met name dat zij erin zullen slagen structuren te identificeren die als basis kunnen dienen voor gerichte therapiebenaderingen voor de auto-immuunziekte.

De hypothese van het team van Prof. Scheibenbogen is dat sommige van de autoantilichamen een gewijzigde structuur hebben en zich op zodanige wijze binden aan bepaalde receptoren dat onjuiste informatie in de cellen leidt tot storingen in immunologische, regulerende of metabole processen. Een van de zwaartepunten van het werk ligt dan ook bij de details van het bindingsgedrag van autoantilichamen en de overeenkomstige receptoren. Reumatologie en klinische immunologie van het Universitair Ziekenhuis Lübeck dragen bij aan de studies met moleculaire analyses. Deskundigen van het Duitse Centrum voor Neurodegeneratieve Ziekten (DZNE), Bonn, in nauwe samenwerking met Prof. Dr. Leif E. Sander, directeur Infectiologie van de Charité Medical Clinic met een focus op Infectiologie en Pneumologie, onderzoeken verschillende typen immuuncellen met behulp van RNA-sequencing op het niveau van één cel om mogelijke veranderingen in hun reactiepaden en potentiële biomarkers te identificeren. Een team van het Universitair Ziekenhuis Würzburg houdt zich bezig met de oorzaken van de veranderde energiestofwisseling in de cel bij ME/cvs, terwijl een team van Charité en het Universitair Ziekenhuis München ter vergelijking antilichamen tegen het Epstein-Barrvirus en kruisreacties met de lichaamseigen structuren onderzoekt. Een team bij Charité verzamelt en analyseert gegevens van controlegroepen van patiënten met multiple sclerose en andere auto-immuunziekten.

© Charité Universitätsmedizin Berlin, 26 augustus 2022. Vertaling Zuiderzon, redactie NAHdine, ME-gids.

Geef een antwoord

Zijbalk

Volg ons
ma
di
wo
do
vr
za
zo
m
d
w
d
v
z
z
28
29
30
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
1
Geen Evenementen
Recente Links