Bron:

| 1362 x gelezen

Cort Johnson, Simmaron Research, 26 december 2015

Ian Lipkin vloog in december [2015] naar Lake Tahoe om fondsen te werven voor het werk dat hij aan het doen is, samen met de Simmaron Research Foundation. In een lezing over zijn carrière als virusjager, over de dreiging die pathogenen vormen voor de mensheid, en over zijn werk met chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs), liet hij een bom ontploffen: hij stelde dat hij gelooft dat het mogelijk is om ME/cvs in drie tot vijf jaar op te lossen.

Laten wij naar aanleiding van die hoopgevende uitspraak eens kijken naar Dr. Lipkin, zijn werk, en zijn samenwerking met Simmaron.

De introductie van Dr. Peterson

Lipkins Columbia Center for Infection and Immunity (CII) heeft nauwe banden met de Simmaron Research Foundation. Slechts enkele maanden daarvoor had zijn belangrijkste medewerkster, Mady Hornig (en lid van de wetenschappelijke adviesraad van Simmaron) een lezing gegeven. En nu was Ian Lipkin hier zelf.

Dr. Peterson begon zijn introductie van Ian Lipkin door te vertellen dat hij hem kende sinds hun wegen zich in de jaren 1980 kruisten toen hij hem patiënten doorstuurde die aan HIV/AIDS leden.

Lipkin heeft de manier veranderd waarop onderzoekers pathogenen identificeren

Ian Lipkin startte een nieuw tijdperk van ontdekkingen van pathogenen, toen hij de eerste onderzoeker werd die een virus (het Bornavirus) isoleerde en daarbij gebruik maakte van genetica. Hij identificeerde het westnijlvirus dat ervoor had gezorgd dat New York in paniek raakte, ontwikkelde technologieën om SARS te identificeren en vervoerde daarna zelf 10.000 test kits naar Peking op het hoogtepunt van de epidemie. Hij ontdekte recentelijk een zeer gevaarlijk virus dat onlangs op mensen werd overgedragen, dat MERS wordt genoemd (Middle Eastern Respiratory Syndrome Coronavirus).

Lipkin is als pionier betrokken geweest bij vele technologische doorbraken in het vinden van pathogenen inclusief het gebruik van Mass Tag-PCR, de GreeneChip Diagnostic en High Throughput Sequencing. Zijn laatste doorbraak is de ontwikkeling van een nieuwe screeningstechniek die de mogelijkheid van wetenschappers om virussen te vinden 10.000 keer groter maakt.

Ian Lipkin, die de topvirusjager van de wereld wordt genoemd, staat aan het hoofd van het Center for Infection and Immunity aan Columbia, en is de directeur van het Center for Research in Diagnostics and Discovery (CRDD) aan de NIH. Hij werkte ook nauw samen met Steven Soderbergh aan diens film Contagion.

Ian Lipkin spreekt

Wie zegt dat briljante wetenschappers ook niet een giller kunnen zijn om naar te luisteren? Ian Lipkins presentatie was zowel verhelderend als bij momenten hilarisch. Een droog gevoel voor humor tonend, stak hij de draak met zichzelf en vrijwel iedereen om hem heen.

De laatste keer dat hij in Lake Tahoe was, zei hij, was in 1984 en hij ging toen terug om naar de HIV/AIDS-patiënten te luisteren die Dr. Peterson naar hem toe had gestuurd in het begin van de jaren 1980.

“Als je bij een splitsing op de weg komt – neem die dan!”

Hij stelde dat de leidraad in de zoektocht naar pathogenen zou kunnen worden samengevat als het gezegde van de grote Yogi Berra “Als je bij een wegsplitsing komt – neem die dan!”

HIV/AIDS was het begin van veel veranderingen. Zelfs nadat de medische gemeenschap wist dat het werd overgedragen via het bloed, was er nog steeds 2 ½ jaar nodig om het te vinden. (In een interview in Discover zei Ian Lipkin dat hij aan het hoofd stond van de eerste kliniek die HIV/AIDS (toen GRID genoemd)-patiënten met neurologische problemen zou behandelen. Let op een teken van Lipkin als beeldenstormer dat vroeg in zijn carrière naar voren kwam: hij was bereid patiënten te bezoeken die anderen niet wilden bezoeken. Lees Lipkins fascinerende verhaal van hoe HIV/AIDS ertoe leidde dat hij infectieziekten ging bestuderen).

Lipkin toonde al vroeg in de HIV/AIDS-epidemie als eerste de bereidheid om groepen die niet werden geholpen, te ondersteunen

Lipkin werkte daarna aan een virus dat aantoonde hoe een persisterende virale infectie invloed kan hebben op het centraal zenuwstelsel.

Vervolgens onderzocht hij in een andere setting met een mogelijke ondertoon voor chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs), patiënten die geveld werden door iets wat een mysterieuze psychiatrische stoornis leek te zijn. Hij had er twee jaar voor nodig, maar door gebruik te maken van een nieuwe methode die genetisch klonen omvatte, ontdekte hij het Bornavirus. Het was het eerste virus dat werd ontdekt waarbij gebruik werd gemaakt van genetische middelen.

De ontdekking van het Bornavirus was een doorbraak voor de research naar pathogenen. Spring 30 jaar vooruit (nadat het de medische wereld bijna drie jaar had gekost om HIV te vinden, en er nu elke week virussen worden ontdekt met behulp van moleculaire middelen. Het Center for Infection and Immunity zelf ontdekte tussen 2009 en 2015 700 nieuwe virussen).

Lipkin was zich bewust van en geïnteresseerd in ME/cvs in de jaren tachtig, maar er was geen geld. In 1999 vonden Britta Evengaard en hijzelf geen bewijs van het Bornavirus in ME/cvs. Vanaf daar springen we vooruit naar 2010 toen de directeur van de NIH, Francis Collins, Lipkin de opdracht gaf om te bepalen of een retrovirus, XMRV, ME/cvs veroorzaakte. XMRV bleek een laboratoriumartefact te zijn en de paper werd teruggetrokken – wat volgens Lipkin helemaal niet zo ongebruikelijk was in de wetenschap. (Hij benadrukte dat hij en Dr. Peterson erg voorzichtig waren met het uitbrengen van studies die de tand des tijds moesten doorstaan.)

De ontdekking van XMRV liep mis, maar bleek een zegen voor ME/cvs door het bevorderen van de aandacht eromheen. Lipkin had ME/cvs jarenlang in de gaten gehouden en nadat hij door het Chronic Fatigue Initiative werd ingehuurd om het op te pakken, stond hij er terug op een grootse manier.

In het volgende gedeelte van zijn toespraak richtte hij zich op virussen en mensen.

Virussen en mensen

Hoe komen de meeste virussen bij mensen terecht? Door dieren. Na de sprong van HIV van apen naar mensen, is HIV uiteraard het meest bekende voorbeeld, maar virussen gaan ook over van vleermuizen, vogels, varkens, knaagdieren, insecten en zelfs kamelen naar mensen.

In 1999 vond in het virale veld een ommekeer plaats toen een door muggen overgedragen virus – het westnijlvirus – het lef had om de inwoners van New York City aan te vallen. Lipkin verplaatste zijn werk van de Westkust naar de Oostkust om te zoeken naar het virus en identificeerde het uiteindelijk. Toen de uitbraak zich verspreidde, kreeg het de aandacht van senator Joseph Lieberman die het eerste grote initiatief sponsorde om uit te vinden hoe virussen zich verspreiden van dieren naar mensen. Politici kunnen belangrijke bondgenoten zijn, zo stelde Lipkin.

De meeste pathogenen moeten nog geïdentificeerd worden door mensen.

New York City kan een ideaal transitpunt zijn voor nieuwe virussen. Per jaar reizen 21 miljoen passagiers van en naar 72 landen via de luchthavens van New York City. Dierlijke producten waaronder bushmeat – allemaal potentieel besmet met vervelende virussen – stromen New York City regelmatig binnen.

Er zijn veel meer virussen niet ontdekt dan wel. Een onderzoek naar een vleermuizensoort vond 55 virussen, waarvan er 50 nieuw waren voor de wetenschap. Lipkin schatte dat 320.000 virussen nog steeds onbekend waren en zij komen voortdurend in aanvaring met mensen. Lipkin liet vervolgens zien hoe snel zij kunnen overspringen van dieren naar mensen.

Vleermuizen

Opgeroepen om een zieke man (met vier vrouwen) uit Saoedi-Arabië te onderzoeken, ontdekte hij een nieuw virus dat MERS werd genoemd (Middle East Respiratory Syndroom), vergelijkbaar met dat wat bij vleermuizen werd gevonden. (Toen hij vroeg of er ook vleermuizen in de omgeving waren, werd hem verteld van niet. Vervolgens waren er op een video vleermuizen te zien die alle kanten op vlogen in het gebied :)). Als de vleermuizen de mensen echter niet hadden gebeten, hoe kwam het vleermuizenvirus dan in mensen terecht?

Lipkin ontdekte dat MERS aanwezig was in ongeveer 75% van de kamelen in het land. Verder onderzoek toonde aan dat MERS naar kamelen was overgesprongen in de jaren 1990, en daarna snel terecht kwam in mensen, rond 2010.



© Scinceside [CC BY-SA 3.0] via Wikimedia Commons

Sinds zijn ontsnapping naar mensen rond 2010 heeft MERS zich verspreid over 26 landen

MERS is niet bepaald makkelijk over te dragen maar zo gauw het is overgedragen, kijk dan uit. Het risico op overlijden is groot. Er was in 2015 slechts een Saoedi nodig om MERS te verspreiden naar Zuid-Korea waar het enkele tientallen mensen doodde, meerdere duizenden in quarantaine deed belanden, en in eigenlijk het hele land in paniek deed raken. Scholen werden gesloten, toeristen kwamen niet meer, en segmenten van de economie raakten in het slop, terwijl Zuid-Korea tegen het virus vocht. Sindsdien is het in 26 landen gevonden. Het is het soort virus dat volksgezondheidsambtenaren ‘s nachts uit hun slaap houdt.

Het is niet verrassend dat Lipkin behoedzaam is als het om pathogenen gaat. Hij merkte op dat hij slechts zelden handen schudt, maar met een blik op Dr. Peterson zei hij dat hij die avond een uitzondering had gemaakt.

(Als je de film “Contagion” van Steven Soderbergh nog niet hebt gezien, en tegen apocalyptische scenario’s kunt, zou je het eens kunnen proberen. Lipkin gaf veel advies bij het maken van de film die een worst-case scenario bevatte, van een virus dat een groot deel van de mensheid uitroeide. De film werd geprezen om zijn wetenschappelijke accuraatheid. (Leeswaarschuwing – spoiler: we overleven het uiteindelijk:)).

Teken

Dichter bij huis blijvend gelooft Lipkin dat chronische Lyme-patiënten die niet herstellen door antibiotica een andere infectie kunnen opgelopen hebben door de teken. Hij ontdekte dat meer dan 70% van de ixodes scapularis teken die in verband worden gebracht met de ziekte van Lyme tenminste een pathogeen en 30% ervan meer dan een pathogeen met zich meedroegen in New York. Afgelopen jaar identificeerde hij een rhabdovirus (Long Island teek rhabdovirus) dat niet alleen nieuw was bij teken maar ook voor de wetenschap zelf. Een klein onderzoek suggereerde dat 15% van de inwoners antilichamen bij zich kunnen hebben tegen het virus.

Ratten

Lipkins studie van de op een na meest voorkomende inwoner van New York City – ratten – onthulde dat zij een verbazingwekkende reeks aan pathogenen bij zich droegen waaronder Escherichia coli, Clostridium difficile, en Salmonella enterica, Bartonella spp., Streptobacillus moniliformis, Leptospira interrogans, en Seoul hantavirus.

In een van zijn vele terloopse opmerkingen (wist je dat hij van Sinatra houdt?) refereerde Lipkin aan de lunch met hamburger en frietjes die hij en Peterson meestal nuttigen. (“Doe wat we zeggen en niet wat we doen” zei hij). Hoe heeft Lipkin zijn vlees graag naar verluidt? “Verbrand het”, zegt hij tegen de ober. De man neemt geen risico’s – hij weet te veel.

De timing van een infectie is slechts een van de vele factoren die de effecten bepalen die het zal hebben

Infectie en ziekte

Een pathogeen is slechts een van de spelers in een grote kolkende massa van factoren die uiteindelijk bepalen of iemand een chronische ziekte zal krijgen. De timing bijvoorbeeld is ook een belangrijke factor.

Als je een muis blootstelt aan een pathogeen in een stadium van de zwangerschap, zal ze stoppen met bewegen binnen haar kooi. Als je dezelfde muis blootstelt aan hetzelfde pathogeen in een later stadium van de zwangerschap, zal zij onophoudelijk rondrennen in haar kooi.

Een groot onderzoek naar autisme onderstreepte de complexe rol die timing speelt bij mensen. De studie met een cohort van 120.000 personen naar autisme vanaf de geboorte ontdekte dat, als een moeder koorts krijgt na de eerste drie maanden van de zwangerschap, het haar kansen op het krijgen van een zoon met autisme verdrievoudigt. Als zij de koorts behandelt met paracetamol, dalen haar kansen op het krijgen van een autistisch kind. Als zij paracetamol inneemt voor een ander probleem dan koorts, gaat haar risico op het krijgen van een autistisch kind weer omhoog.

Drie tot vijf jaar – Een tijdlijn van ME/cvs

Wat staat dit alles in verband met ME/cvs? Lipkin citeerde uit de resultaten van hun huidige werk.

  • De verdachte pathogenen lijken niet het probleem te zijn (het CII zoekt zoals bekend verder naar herpesvirussen)
  • Bewijs suggereert dat er sprake is van een veranderd microbioom (darmflora)
  • Opvallende verschillen in immuunexpressie tussen langer en korter zieke patiënten suggereren dat diepgaande immuunveranderingen hebben plaatsgevonden
  • Preliminair bewijs suggereert dat niveaus “X” en “Y” metabolieten en tenminste één immuuneiwit significant gewijzigd zijn bij ME/cvs. (Lipkin plaatste deze informatie onder embargo in afwachting van publicatie van de paper. Eén onthulling is schokkend.)

Lipkin benadrukte echter dat ME/cvs geen “one size fits all” (uniforme) ziekte is. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat schimmels een probleem kunnen zijn voor sommige patiënten. Dat is een intrigerend idee, gezien de recente bevindingen over schimmel bij de ziekte van Alzheimer die in Nature gepubliceerd zijn.

De tijdlijn van Lipkin voor het oplossen van ME/cvs indien voldoende hulpbronnen – slechts drie tot vijf jaar

Daarna deed Lipkin zijn gewaagde uitspraak: “We gaan dit oplossen in drie tot vijf jaar”. Dat werd vergezeld door een belangrijk voorbehoud “mits de hulpbronnen beschikbaar worden gesteld”, maar gaf aan dat hij gelooft dat ME/cvs een mysterie is dat redelijk snel opgelost kan worden. Dat klinkt nogal snel, maar Lipkins tijdschema ligt niet zo ver verwijderd van dat van Ronald Davis’ tijdsbestek van 5 tot 10 jaar (mits ook hij de nodige middelen krijgt) of Dr. Montoya’s tijdschema.

Deze vooraanstaande onderzoekers zijn van mening dat gezien de huidige technologie, wij ME/cvs vrij snel zouden kunnen begrijpen – mits er genoeg middelen beschikbaar worden gesteld. Lipkin wees op een lijst van onderzoekers die in zijn lab aan ME/cvs werken, om de grote verandering te onderstrepen die hij alleen al in de laatste paar jaren heeft zien plaatsvinden. Hij zei: “Ik zou hen vijf jaar geleden niet hebben kunnen krijgen”.

Hij benadrukte dat de patiëntengemeenschap op twee vlakken een grote invloed kan hebben:

  • Fondsenwerving voor proefstudies – De gemeenschap kan fondsen werven voor proefstudies die op hun beurt kunnen leiden tot grotere subsidies.
  • Belangenbehartiging – Lipkin is een slimme onderzoeker. Hij weet hoe de NIH werken en nogmaals benadrukte hij de noodzaak voor de ME/cvs-gemeenschap om juridisch meer druk uit te oefenen – vooral om te praten met hun vertegenwoordigers in het Huis van Afgevaardigden, – en om hen zo ver te krijgen dat zij de NIH onder druk zullen zetten voor meer financiering.

De verlanglijst van Lipkin

Ian Lipkin heeft duidelijk een speciale relatie ontwikkeld met ME/cvs, Dr. Peterson en het Simmaron Research Institute. Het was al tientallen jaren geleden dat hij nog in Lake Tahoe is geweest, en toch is hij met twee van zijn medewerkers het hele land overgevlogen om het onderzoek van het Simmaron Research Institute naar ruggenmergvocht te ondersteunen. Hij schudde zelfs handen.

De bucketlist van Lipkin bevat twee items: oplossen van ME/cvs is er een van.

Ik schudde mijn hoofd – niet voor de eerste keer – over Ian Lipkin. Hoe hebben we zoveel geluk gekregen? Lipkin houdt toezicht op het werk van 65 onderzoekers in de VS en van nog eens 150 over de hele wereld. The New York Times meldde dat op een bepaalde dag zijn lab aan 140 virale onderzoeksprojecten werkte. Het hoofd van het National Institute of Allergy and Infectious Disease (NIAID), Anthony Fauci, zei, “Lipkin onderscheidt zich echt van de massa.”

Toch was hij half december in de omgeving van Lake Tahoe om het publiek aan te sporen om een belangrijke studie van Simmaron te ondersteunen waarvan hij gelooft dat er financiering voor nodig is.

Wat heeft “de meest gerenommeerde virusjager ter wereld” ertoe bewogen om aan de slag te gaan met onze ziekte? Ik vroeg het zijn assistenten. Zij vertelden mij dat Ian Lipkin twee dingen boven alles wil doen voordat hij met pensioen gaat: hij wil ME/cvs oplossen en hij wil autisme oplossen. Wij staan op zijn bucketlist.

Dat vloerde mij nog meer (:)) dus vroeg ik – maar, maar… kan het hem niet schelen wat andere mensen denken over deze genegeerde ziekte? Die vraag deed hen haast naar adem happen. Nadat zij weer tot bedaren waren gekomen, verzekerden zij mij: nee, dat kan Ian Lipkin niets schelen.

De volgende studie van de Simmaron Research Foundation naar ruggenmergvocht

Lipkin was op het evenement om de volgende studie van het Simmaron Research Institute naar ruggenmergvocht te ondersteunen. De resultaten van de eerste – de meest uitgebreide studie naar ruggenmergvocht die ooit is uitgevoerd bij ME/cvs – waren een openbaring. Gebruikmakend van de suggestie van Dr. Peterson om atypische ME/cvs-patiënten te scheiden van typische ME/cvs-patiënten, en zich te focussen op patiënten met een langere ziekteduur, vonden zij bewijs van een immuunontregeling die bijna gelijk was aan die welke bij MS werd gevonden. Het verschil was dat in plaats van verhoogd te zijn, de cytokineniveaus verminderd waren bij ME/cvs.

Dat resultaat bracht zeker een grote glimlach op de gezichten van Lipkin en Hornig. Eerder vonden zij bewijs van een diepgaande vermindering van de immuunfunctie in het bloed van langdurige ME/cvs-patiënten. Nu kwam een vergelijkbare vermindering naar voren in hun ruggenmergvocht. Deze ongekende bevindingen doen vermoeden dat zij problemen over de hele breedte van het systeem aan het ontdekken waren.

Geen wonder dat Lipkin zo graag wilde beginnen met een nieuwe en grotere studie naar het ruggenmergvocht: het staat op zijn bucketlist.

© Cort Johnson, Simmaron Research. Vertaling Meintje, ME-gids, redactie Rob, ME/cvs Vereniging, eindredactie Zuiderzon, ME-gids.

Geef een antwoord

Zijbalk

Volg ons
ma
di
wo
do
vr
za
zo
m
d
w
d
v
z
z
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
1
2
3
4
Geen Evenementen
Recente Links