Bron:

| 1323 x gelezen

Dit onderzoek bracht inspanningsstudies op een hoger niveau door de effecten van lichaamsbeweging op de spieren te bestuderen.

Een van de gevaren waarmee het onderzoeksveld van langdurige COVID werd geconfronteerd, was een te grote nadruk op de immuunfunctie en een te geringe nadruk op metabolisme en energieproductie. Hoewel inspanningsstudies al vrij vroeg opdoken bij het chronischevermoeidheidssyndroom (ME/cvs), duurde het even voordat het veld ze opnam. Sommige bevindingen waren zelfs zo frappant dat ze grotendeels werden genegeerd door externe inspanningsfysiologen.

De bevindingen van de recente invasieve inspanningsstudies van Systrom en de vroege metabole studies van Naviaux en anderen hebben er echter toe bijgedragen dat dit belangrijke onderzoeksgebieden zijn geworden voor ME/cvs. Omdat langdurige COVID, naar het zich laat aanzien, waarschijnlijk door het immuunsysteem gedreven is, zou men kunnen zien dat deze gebieden verwaarloosd worden en men zou kunnen betogen dat ze relatief zijn ten opzichte van het werk dat gedaan wordt in ME/cvs, maar ze komen gestaag naar boven – en produceren soms oogverblindende resultaten.

Het onderzoek, “Muscle abnormalities worsen after post-exertional malaise in long COVID” [Spierafwijkingen verergeren na postexertionele malaise bij langdurige COVID], deed iets eenvoudigs maar briljants dat we nog niet eerder hebben gezien bij ME/cvs. Gezien de inspanningsproblemen heeft het er altijd op geleken dat er iets aan de hand moet zijn in de spieren, en inderdaad suggereren onderzoeken naar ME/cvs (vaak ellendig klein) dat er iets aan de hand is, maar niemand heeft dat idee ooit op de proef gesteld; d.w.z. niemand heeft, voor zover ik weet, tot nu toe getest hoe de spieren reageerden op een inspanningsuitdaging.

Dit kleine onderzoek (25 langdurige COVID/24 gezonde controles) deed dat wel. Er werden spierbiopten genomen van langdurige COVID-patiënten (van wie er geen in het ziekenhuis waren opgenomen) en gezonde controles (mensen die hersteld waren van COVID-19) – ze werden op een fiets gezet en tot uitputting getraind (het duurt niet lang 🙂) met behulp van een CPET-protocol – en vervolgens werden er nog een ronde spierbiopten genomen en vergeleken.

Het onderzoek werd geleid door Rob Wüst, een inspanningsfysioloog en mitochondriaal onderzoeker, en werd gefinancierd door verschillende bronnen, waaronder het Patient-Led Research Collaborative for Long COVID en het Solve M.E.’s 2022 Ramsay Grant Program (!).

Het primaire doel van die Ramsay Grant was “het ontrafelen van de oorsprong van spierpijn, extreme spiervermoeidheid en malaise na inspanning bij patiënten met langdurige COVID”. Ik zou zeggen dat de onderzoekers een goede stap in die richting hebben gezet. Een grote overwinning voor Solve M.E. en hun Ramsay Grant-programma.

Resultaten

Cardiopulmonale inspanningstest (CPET)

Eerst kwam er een standaard CPET-analyse die beoordeelde hoe goed de deelnemers op inspanning reageerden. De resultaten waren vrij typerend: de longcovidpatiënten waren duidelijk geremd in hun vermogen om energie te produceren (VO2-max, piekvermogen). Ze hadden ook problemen met het verplaatsen van lucht in en uit hun longen. Het vermogen om lucht in en uit te bewegen, is van cruciaal belang tijdens inspanning  om afvalstoffen zoals CO2 te verwijderen en om de spieren te voorzien van de zuurstof die onze belangrijkste energiebron aandrijft – het aerobe energieproductiesysteem in onze mitochondriën.

Het was daarom interessant om een lagere maximale ventilatie te zien (een afname in het vermogen om normale hoeveelheden lucht te pompen tijdens piekinspanning) en een lagere maximale end-tidal pressure van CO2 (PETCO2) [maximale waarde van CO2 in de uitademingslucht], wat suggereert dat er mogelijk sprake was van hyperventilatie. Dit suggereert dat de longcovidpatiënten mogelijk te veel CO2 uit hun bloed hebben verwijderd. Een te laag of te hoog CO2-gehalte is schadelijk en een laag CO2-gehalte kan veel van de symptomen veroorzaken die voorkomen bij langdurige COVID en ME/cvs.

CO2-niveaus zijn pas recent onderzocht bij ME/cvs, maar de resultaten zijn opvallend. Eén studie vond dat hypocapnie (lage CO2-niveaus) veel vaker voorkwam bij ME/cvs dan het posturaal orthostatisch tachycardiesyndroom (POTS), en andere studies hebben hypocapnie gevonden bij langdurige COVID. Het grootste inspanningsonderzoek ooit bij ME/cvs vond meer problemen met “gasuitwisseling” en vreemde ademhalingspatronen dan iets anders.

De auteurs van dat onderzoek stelden echter dat het echte probleem waarschijnlijk lag in een slechte zuurstofopname door de spieren en/of problemen met de bloedtoevoer naar de spieren.

De metingen van de nabij-infraroodspectroscopie in de huidige studie naar langdurige COVID gaven aan dat er sprake was van een vermindering in “perifere O2-extractie”; dat wil zeggen dat de spieren van de longcovidpatiënten minder zuurstof (lees energie) opnamen dan de spieren van de gezonde controles (herstelde COVID-19-patiënten).

Al deze bevindingen komen overeen met de bevindingen die gevonden zijn bij ME/cvs en de vermindering in O2-extractie met behulp van nabij-infraroodspectroscopie biedt een mooie validatie van de invasieve inspanningsbevindingen van Systrom die aangeven dat er problemen zijn met zuurstofextractie.

Dat was allemaal goed en wel, maar het was slechts de voorbode voor wat er daarna kwam.

Spierstructuur en -functie

Vervolgens onderzochten ze de spierstructuur en het functioneren van de spieren. De problemen met de zuurstoftoevoer (lees “energie”) zouden te wijten kunnen zijn aan verminderde bloedvaten bij de spieren waardoor de toevoer van zuurstofrijk bloed naar de spieren wordt belemmerd, maar dat was niet het probleem, of in ieder geval niet het belangrijkste: de capillaire dichtheid en de verhouding tussen capillairen en vezels waren vergelijkbaar.

(Een trend (p<.08) naar een lagere verhouding tussen capillairen en vezels, en het feit dat de verhouding gecorreleerd was met VO2-max, suggereerden echter dat er iets aan de hand zou kunnen zijn).

Als we dieper naar de spierstructuur keken, vonden de Nederlandse onderzoekers een hoger aandeel zeer vermoeibare glycolytische vezels in de longcovidpatiënten en een lagere doorsnede van vermoeidheidsresistente type I-vezels bij vrouwen.

© Appelman et al., 2024

Glycolytische spiervezels, ook bekend als type II-, of “fast-twitch” spiervezels, zijn spiervezels die geweldig werken bij het produceren van korte energie-uitbarstingen (denk aan sprinten), maar verschrikkelijk zijn in uithoudingsvermogen.

Deze spiervezels maken geen gebruik van zuurstof (of de mitochondriën) om energie te produceren; in plaats daarvan gebruiken ze een proces dat glycolyse wordt genoemd en anaerobe energie produceert. Niet alleen produceert glycolyse veel minder energie dan aerobe energieproductie, maar het laat ook een stof achter die lactaat wordt genoemd en die spiervermoeidheid en pijn veroorzaakt als deze niet snel wordt verwijderd.

Systrom, Workwell, Visser en anderen hebben aanwijzingen gevonden dat de aerobe energieproductie waarop we vertrouwen, voor het overgrote deel van onze energie tot op zekere hoogte verstoord is bij ME/cvs en langdurige COVID – wat resulteert in een grotere afhankelijkheid van anaerobe energieproductie of glycolyse. Dit zou kunnen helpen verklaren waarom lichamelijke inspanning zo vermoeiend is bij mensen met deze ziekten.

Deze bevinding van een verhoogde incidentie van glycolytische of fast-twitch spiervezels bij de longcovidpatiënten past goed bij deze hypothese, net als een studie naar ME/cvs uit 2009 die verhoogde niveaus van deze “vermoeidheidsgevoelige, energetisch dure” spiervezels bij ME/cvs vond. Evenzo suggereerde een inspanningsstudie uit Colorado uit 2022 dat er verhoogde niveaus van fast-twitch spiervezels aanwezig waren bij langdurige COVID.

Lees ook Long-COVID Exercise Study Points to Mitochondrial Dysfunction and Twitchy Muscles [in het Engels]

Het was dan ook geen verrassing dat de spieren van de langdurige COVID-patiënten ons per ons niet zoveel energie produceerden als die van de herstelde COVID-19-patiënten.

Lagere niveaus van een enzym, succinaat-dehydrogenase (SDH), dat betrokken is bij beide onderdelen van ATP-productie in de mitochondriën – de citroenzuurcyclus en de elektronentransportketen – waren opnieuw logisch gezien de nadruk op glycolyse (die buiten de mitochondriën plaatsvindt) en de verminderde energieproductie in de spieren.

Samenvattend in het deel over spierstructuur en -functie stelden de auteurs dat de lagere inspanningscapaciteit die gevonden werd bij langdurige COVID, gedeeltelijk te wijten was aan een relatieve overvloed aan “zeer vermoeibare” glycolytische (fast-twitch) spiervezels en verminderde mitochondriale activiteit, mogelijk in combinatie met een verminderde bloedtoevoer naar de spieren en hyperventilatie tijdens de inspanning.

Dieper graven: mitochondriale activiteit en metabolisme

Dat was allemaal goed en wel, maar waarom zouden ze het hierbij laten met zoveel verhelderende bevindingen? Ze groeven dieper en beoordeelden veranderingen in spierbiopten en metabole kenmerken in het bloed na inspanning om te zien of inspanning een aanslag gaf op de mitochondriale energieproductie en stofwisseling.

Bekijk de SDH-activiteit aan de rechterkant van het diagram. Deze nam toe bij de gezonde controles, maar daalde bij de longcovidpatiënten na inspanning. © Appelman et al., 2024

Interessant genoeg verminderde een maximale inspanningstest op een dag het vermogen van beide groepen patiënten om de volgende dag energie op te wekken, maar de groepen verschilden van elkaar als het ging om succinaat-dehydrogenase (SDH), waarbij de SDH-activiteit toenam bij de herstelde patiënten, maar significant afnam bij de longcovidpatiënten. De SDH-activiteit was normaal vóór de inspanning, maar de verminderde SDH-activiteit na de inspanning die werd gevonden bij de longcovidpatiënten, suggereerde dat de inspanning de mitochondriale activiteit en niveaus had verminderd.

Het spiermetabolisme kreeg een grote klap. Vergelijkbare resultaten tussen de langdurige COVID-patiënten en gezonde controles zouden hebben geresulteerd in duidelijke cirkels, maar bijna alle cirkels die verband hielden met de citroenzuur- en glycolytische routes – waren ofwel licht of donkerblauw – wat aangeeft dat er lagere niveaus van deze metabolieten aanwezig waren.

Normale resultaten zouden hebben geresulteerd in heldere cirkels… er waren niet veel normale resultaten. © Appelman et al., 2024

Het diagram van het metaboloom in het bloed – dat een mengeling van rood (hoge metabolietenniveaus) en blauw (lage metabolietenniveaus) liet zien – was anders. Het toonde hoge niveaus van glycolytische metabolieten – wat suggereert dat het glycolytische anaerobe reactiepad (zoals vermoed) was geactiveerd – maar lage niveaus van metabolieten geassocieerd met de krebscyclus of citroenzuurcyclus – wat suggereert (zoals vermoed) dat de aerobe energieproductie geremd was door de inspanning.

Zelfs in rust bleken er mitochondriale tekortkomingen te zijn met lagere niveaus van verschillende belangrijke metabolieten (waaronder glutamaat, FAD+, alfa-ketoglutaraat en citroenzuur) die geassocieerd worden met de citroenzuur- of krebscyclus. Het doel van de krebscyclus is om FAD+ en NADH te leveren aan de elektronentransportketen (die vervolgens ATP produceert). Alfa-ketoglutaraat en citroenzuur zijn intermediaire metabolieten in die cyclus. De Itaconaat-Hypothese van Robert Phair voorspelt dat ze laag zullen zijn bij ME/cvs, en dat waren ze ook in de spieren van langdurige COVID-patiënten.

De verminderde verhouding van citroenzuur (geproduceerd in de mitochondria door de krebscyclus) tot lactaat (geproduceerd door glycolyse buiten de mitochondria) in de skeletspieren valideerde indirect de verhoogde niveaus van glycolytische fast-twitch spiervezels, wat aangeeft dat het reactiepad voor anaerobe energieproductie meer werd benadrukt bij de langdurige COVID-patiënten.

Evenzo suggereerden lagere concentraties creatine – een belangrijke speler in de energieproductie, vooral tijdens intensieve inspanning – in de spieren van de patiënten met langdurige COVID dat er problemen waren met de energieproductie, vooral tijdens inspanning. Sommige mensen hebben creatine gebruikt om postexertionele malaise bij ME/cvs te verminderen, en creatine wordt ook voorgesteld voor gebruik bij langdurige COVID.

Andere bevindingen suggereerden problemen met de lipidesynthese en hoge niveaus van oxidatieve stress.

Het idee dat microklonters de bloedstroom naar de spieren en andere organen zouden kunnen blokkeren, heeft veel aandacht getrokken. Het onderzoek vond inderdaad amyloïde eiwitten (vreemd gevormde, moeilijk af te breken eiwitten) in grotere concentraties in de skeletspieren van langdurige COVID-patiënten, maar ze leken de bloedstroom niet te blokkeren.

Resia Pretorius – de bedenker van de microklonterhypothese – reageerde verontrust op deze bevinding: “Dat betekent dat de microklonters zich daadwerkelijk door de beschadigde bloedvaten naar de spier kunnen hebben verplaatst. Wat eng is, maar mogelijk heel belangrijk, is dat dit ook in andere weefsels zou kunnen gebeuren.”

Toen ze in de structuur van de spiervezels gingen graven, ontdekten ze dat een groter percentage van de langdurige COVID-patiënten (36%!) atrofische en dode spiervezels vertoonde na de inspanning. Het bleek dat inspanning macrofagen (CD68+) en CD3+ T-cellen had aangezet om de spieren binnen te dringen – iets wat volgens Akiko Iwasaki zelden voorkomt in gezonde spieren en zou kunnen duiden op een auto-immuunreactie.

Dode en geatrofieerde spiervezels bij de langdurige COVID-patiënten na inspanning. © Appelman et al., 2024

Ondanks het bewijs van infiltratie van immuuncellen slaagden ze er niet in een reden hiervoor te vinden. Hoge niveaus van oxidatieve stress zouden de mitochondriën gefragmenteerd kunnen hebben – waardoor de immuuncellen werden aangetrokken, maar noch dit, noch tekenen van spierafbraak werden gevonden. Ook het SARS-CoV-2-virus leek niet verantwoordelijk te zijn: in beide groepen werden vergelijkbare hoeveelheden van het nucleocapside-eiwit van SARS-CoV-2 gevonden.

Hun conclusie dat “andere factoren dan virale persistentie” verantwoordelijk zijn voor de gevonden spierschade botst met de hypothese dat virale persistentie langdurige COVID veroorzaakt. Dat zou echter geen slechte bevinding kunnen zijn voor postinfectieuze ziekten zoals ME/cvs, die geconfronteerd zouden worden met het uitzoeken welke virussen of ziekteverwekkers persisteren. In ieder geval bleef de reden voor de door inspanning veroorzaakte spiervezelatrofie een mysterie.

Tot slot gebruikte dit onderzoek een versnellingsmeter om het aantal stappen te meten. Het onderzoek wees uit dat de langdurige COVID-patiënten weliswaar vrij sedentair waren (~4.000 stappen/dag), maar dat ze niet aan bed gebonden waren en dat deconditionering de resultaten niet kon verklaren; de spieratrofie die geassocieerd wordt met deconditionering, werd zelfs niet gevonden.

Alles bij elkaar vond dit spieronderzoek bewijs van problemen bij vrijwel elke stap en bevestigde het idee dat intensieve inspanning schadelijk is. De bevindingen van het onderzoek – die nogal wat aandacht krijgen – zouden artsen en anderen moeten doen inzien dat trainingsvoorschriften niet het antwoord zijn. (Je vraagt je af wat het RECOVER Initiative met hun klinische studie over lichaamsbeweging denkt…)

Hoofdonderzoeker Rob Wüst vertelde de Guardian: “Het bevestigt echt dat er iets in het lichaam misgaat met de ziekte. Het beschadigt je spieren, het verslechtert je metabolisme, en het kan verklaren waarom je spierpijn en vermoeidheid voelt tot weken na de training.” David Putrino van Mt. Sinai vertelde NPR “Ik denk niet dat de berichtgeving sterk genoeg is geweest. Het is heel duidelijk dat dit geen typische reactie is op inspanning.”

Hoewel David Systrom opmerkte dat een voorschrift voor graduele oefentherapie kan helpen nadat de juiste medische ingrepen hebben geholpen, verklaarde hij: “Je kunt deze patiënten niet simpelweg vragen om naar de sportschool te gaan en het probleem op te lossen”. David Putrino van zijn kant schrijft “autonome revalidatie” voor.

De reikwijdte van de bevindingen – van weefsels uitgehongerd zijn van energie en uitgeputte mitochondriën – maakte indruk op een van de auteurs van het onderzoek.  Braeden Charlton noemde de energie-uitputting “zeer diepgaand”, zei “We zien dit bij eigenlijk elke parameter die we meten” en stelde dat “De mitochondriën werken op een sterk verminderde capaciteit in vergelijking met gezonde mensen”.

De auteurs merkten op dat postexertionele malaise specifiek is voor langdurige COVID en myalgische encefalomyelitis/chronischevermoeidheidssyndroom (ME/cvs), en stelden dat er een vergelijkbare pathofysiologie bestaat bij deze twee ziekten.

Merk op dat ondanks het feit dat de inspanning postexertionele malaise veroorzaakte bij elke langdurige COVID-patiënt, “aanzienlijke heterogeniteit” te zien was in de testresultaten. Een soortgelijk patroon bij ME/cvs suggereert dat verschillende routes dezelfde conclusie kunnen opleveren: verminderde energieproductie en PEM.

De spieronderzoeken bij ME/cvs van de Open Medicine Foundation komen op een goed moment.

Er zijn grote spieronderzoeken bij ME/cvs gaande met dank aan de Open Medicine Foundation

De Open Medicine Foundation heeft twee grote spieronderzoeken lopen onder leiding van David Systrom en Wenzhong Xiao. De ene bestaat uit een diepe, diepe duik (genomica, proteomica, metaboloom, fosfoproteomica, ultrastructurele analyse, mitobiogenetische markers) in spierstalen van ME/cvs-patiënten.

De volgende studie gaat nog verder dan dit langdurige COVID-onderzoek en neemt spiermonsters af voor en na een tweedaagse CPET-inspanningstest. Het zal onder andere ook de niveaus van citraatsynthase (waarvan Systrom eerder heeft vastgesteld dat deze bij ME/cvs uitgeput is), genexpressie, metabolieten en eiwitten in de spieren, evenals mitochondriaal functioneren, cytokine, genexpressie, metabolieten en eiwitten in het bloed. Gezien wat we net hebben gezien in het langdurige COVID-onderzoek, is dit inderdaad een studie die op het juiste moment komt.

Conclusie

De studie vond bewijs van spierschade en energie-uitputting bij vrijwel elke stap.

Studies suggereren dat de energieproductie verminderd is bij langdurige COVID, maar we wisten niet of de spieren zelf aangetast waren. Het lijkt erop dat dit zo is. De eerste test van hoe de spieren van langdurige COVID-patiënten reageerden op inspanning, leverde bij elke stap problemen op.

Gedeeltelijk ondersteund door een Ramsay Grant van het Solve ME Initiative, vond de inspanningstest van het onderzoek bewijs van verminderde energieproductie, problemen met de “ventilatie” om lucht efficiënt in en uit de longen te verplaatsen, lage CO2-niveaus en problemen met zuurstofgebruik – allemaal gevonden bij ME/cvs.

Graven in de spierstructuur met een groter aandeel zeer vermoeibare glycolytische of fast-twitch spiervezels zou kunnen helpen verklaren waarom lichaamsbeweging zo moeilijk is bij langdurige COVID. (Een soortgelijk resultaat is gevonden bij ME/cvs).

Het was dan ook geen verrassing dat de spieren van de langdurige COVID-patiënten per ons minder energie produceerden dan die van de herstelde COVID-19-patiënten. Lagere niveaus van een enzym, succinaatdehydrogenase (SDH), wezen opnieuw op verminderde mitochondriale activiteit in de spieren van de langdurige COVID-patiënten.

Inspanning maakte het alleen maar erger. Bewijs van beschadigd en afstervend spierweefsel werd gevonden bij ongeveer een derde van de langdurige COVID-patiënten. Onderzoek naar het spier- en bloedmetaboloom heeft een vermindering van de metabolieten gevonden die verband houden met de aerobe energieproductie en een grotere nadruk op het vuile en inefficiënte anaerobe energieproductiesysteem. Andere bevindingen suggereerden dat er problemen met de vetsynthese en hoge niveaus van oxidatieve stress aanwezig zouden kunnen zijn.

Omdat er geen bewijs was voor verhoogde coronaviruseiwitten in de spieren,  zetten de auteurs de bijl in een populaire hypothese toen ze concludeerden dat “andere factoren dan virale persistentie” verantwoordelijk zijn voor de spierschade.

Tot slot gaven de stappentellingen van de deelnemers aan dat de gevonden spierproblemen niet te wijten konden zijn aan deconditionering.

Twee grote spieronderzoeken door de Open Medicine Foundation, waarvan er één een 2-daagse cardiopulmonale inspanningstest (CPET) omvat, zullen ons nog meer vertellen over dit potentieel belangrijke gebied van de pathofysiologie van ME/cvs.

De kernpunten

  • Dit is het soort uitgebreide studie waar wij – mensen met het chronischevermoeidheidssyndroom (ME/cvs) en aanverwante ziekten – op hoopten dat langdurige COVID in gang zou zetten. De eerste test van hoe de spieren van langdurige COVID-patiënten reageerden op inspanning, leverde bij elke stap problemen op.
  • Gedeeltelijk ondersteund door een Ramsay Grant van het Solve ME/CFS Initiative, vond de inspanningstest van de studie bewijs van verminderde energieproductie, problemen met “ventilatie” (lucht efficiënt in en uit de longen bewegen), lage CO2-niveaus en problemen met zuurstofgebruik – allemaal gevonden bij ME/cvs.
  • Als we kijken naar de spierstructuur, kan een groter aandeel van zeer vermoeibare glycolytische, of fast-twitch, spiervezels helpen verklaren waarom sporten zo moeilijk is bij langdurige COVID. (Een soortgelijk resultaat is gevonden bij ME/cvs.)
  • Het was dan ook geen verrassing dat de spieren van de langdurige COVID-patiënten per ons minder energie produceerden dan die van de herstelde COVID-19-patiënten. Lagere niveaus van een enzym, succinaatdehydrogenase (SDH), wezen opnieuw op verminderde mitochondriale activiteit in de spieren van de langdurige COVID-patiënten.
  • Inspanning maakte het alleen maar erger. Bewijs van beschadigd en afstervend spierweefsel werd gevonden bij ongeveer een derde van de langdurige COVID-patiënten. Onderzoek naar het metaboloom van spieren en bloed heeft een vermindering van de metabolieten aangetoond die verband houden met de aerobe energieproductie en een grotere nadruk op het vuile en inefficiënte anaerobe energieproductiesysteem.
  • Andere bevindingen suggereerden dat er problemen met de vetsynthese en hoge niveaus van oxidatieve stress aanwezig kunnen zijn. Al deze bevindingen komen overeen met wat we weten over ME/cvs en benadrukken de schadelijke effecten van lichaamsbeweging.
  • Omdat er geen bewijs was voor verhoogde coronaviruseiwitten in de spieren, hebben de auteurs een bijl gezet in een populaire hypothese toen ze concludeerden dat “andere factoren dan virale persistentie” verantwoordelijk zijn voor de spierschade. Tot slot gaven de stappentellingen van de deelnemers aan dat de gevonden spierproblemen niet te wijten konden zijn aan deconditionering.
  • Twee grote spieronderzoeken door de Open Medicine Foundation, waarvan er één een 2-daagse cardiopulmonale inspanningstest (CPET) omvat, zullen ons nog meer vertellen over dit potentieel belangrijke gebied van de pathofysiologie van ME/cvs.

© Health Rising, 9 januari 2024. Vertaling admin, redactie NAHdine, ME-gids.


Onderzoek Rob Wüst in de media

Nederland

België

Internationaal

Toelichting Drbeen op YouTube:


Onderzoek gepubliceerd in Nature Communications

Spierafwijkingen verergeren na postexertionele malaise bij langdurige COVID

Abstract

Een subgroep van patiënten besmet met SARS-CoV-2 blijft meer dan drie maanden na infectie symptomatisch. Een kenmerkend symptoom van patiënten met langdurige COVID is postexertionele malaise, die geassocieerd wordt met een verergering van vermoeidheids- en pijngerelateerde symptomen na acute mentale of fysieke inspanning, maar de onderliggende pathofysiologie is onduidelijk. Met deze longitudinale case-controlstudie (NCT05225688) bieden we nieuwe inzichten in de pathofysiologie van postexertionele malaise bij patiënten met langdurige COVID. We laten zien dat skeletspierstructuur geassocieerd is met een lagere inspanningscapaciteit bij patiënten, en dat lokale en systemische metabole verstoringen, ernstige inspanningsgeïnduceerde myopathie en weefselinfiltratie van amyloïd-bevattende afzettingen in skeletspieren van patiënten met langdurige COVID verergeren na inductie van malaise na inspanning. Deze studie belicht nieuwe reactiepaden die helpen bij het begrijpen van de pathofysiologie van malaise na inspanning bij patiënten die lijden aan langdurige COVID en andere postinfectieuze ziekten.

Citeren?

Appelman, B., Charlton, B.T., Goulding, R.P. et al. Muscle abnormalities worsen after post-exertional malaise in long COVID. Nat Commun 15, 17 (2024). https://doi.org/10.1038/s41467-023-44432-3

Geef een reactie

Zijbalk

Volg ons
ma
di
wo
do
vr
za
zo
m
d
w
d
v
z
z
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
1
2
3
4
Geen Evenementen
Recente Links