
Een onderzoeksteam in Regensburg, Beieren, heeft gewezen op het gebrek aan onderzoek naar algemene anesthesie bij mensen met ME/cvs.
De onderzoekers stelden vast dat „er nog steeds geen solide klinisch bewijs voorhanden is om de perioperatieve behandeling of anesthesietechnieken bij patiënten met ME/cvs te sturen“ en dat de zorg tijdens en na een operatie momenteel grotendeels volgens de „gebruikelijke praktijk“ wordt verleend. Daarom voerden zij een ‘hypothesegenererend’ onderzoek uit, gericht op het formuleren van relevante onderzoeksvragen om dit onderzoeksgebied verder te ontwikkelen.
Wat heeft de studie gedaan?
De onderzoekers bekeken de medische dossiers van 15 mensen met ME/cvs en vergeleken deze met de dossiers van 15 vergelijkbare mensen zonder de ziekte. Het team onderzocht specifiek wat er gebeurde tijdens en kort na de chirurgische operatie, waaronder bloeddruk, hartslag, pijn, misselijkheid, gebruik van pijnstillers en de hersteltijd.
In de studie werd ME/cvs gedefinieerd als een door een arts vastgestelde diagnose van ME/cvs ten tijde van de anesthesie. Deze diagnose werd op een van de volgende twee manieren vastgesteld:
- Het werd in het medisch dossier van de deelnemer formeel gecodeerd als G93.3 – de ICD-code die het nauwst aansluit bij ME/cvs.
- Het werd vastgesteld door middel van een beoordeling van de medische dossiers van deelnemers bij wie de ICD-code U09.9 voor long covid was geregistreerd.
Zoals het onderzoeksteam erkende: “formele diagnostische criteria, zoals de Canadese Consensus Criteria, werden niet toegepast”.
Wat lieten de resultaten zien?
Over het algemeen bracht het onderzoek geen ernstige veiligheidsproblemen aan het licht die verband hielden met algemene anesthesie bij de deelnemers met ME/cvs. Hun bloeddruk en hartslag waren soms iets lager tijdens de operatie, maar dit leek geen ernstige problemen te veroorzaken.
Mensen met ME/cvs rapporteerden echter meer pijn na de operatie en hadden vaker sterkere pijnstillers nodig, zoals opioïden.
De studie was kleinschalig, dus de bevindingen moeten worden beschouwd als voorlopig bewijs en niet als definitieve conclusies. Belangrijk is dat de onderzoekers niet hebben gemeten of mensen na de operatie een vertraagde verergering van symptomen ontwikkelden, bekend als postexertionele malaise (PEM), wat vaak wordt beschouwd als het belangrijkste kenmerk van ME/cvs.
Belangrijkste beperkingen
- Kleine steekproefomvang van slechts 15 personen met ME/cvs en 15 gezonde controlepersonen.
- Er werden geen formele diagnostische criteria gebruikt om ME/cvs te identificeren. In plaats daarvan maakte de studie gebruik van de code G93.3 voor “postvirale vermoeidheid” of een in medische dossiers vastgelegde diagnose van ME/cvs, naast de code U09.9 voor long covid. Opvallend is dat deze methoden om ME/cvs vast te stellen mogelijk niet direct vergelijkbaar zijn met strengere diagnostische criteria voor de ziekte.
- Het onderzoek was retrospectief, wat betekent dat er werd teruggekeken naar bestaande gegevens in plaats van dat deelnemers vanaf het begin in de loop van de tijd werden gevolgd.
- PEM en de mogelijke impact ervan op het herstel werden niet beoordeeld als een belangrijke uitkomstmaat.
- Het onderzoek hield geen rekening met de ernst van ME/cvs, de ziekteduur of andere factoren die de uitkomsten tijdens of na de operatie kunnen beïnvloeden.
Conclusies
Deze studie suggereert dat algemene anesthesie, in deze kleine groep deelnemers, over het algemeen veilig leek te zijn voor mensen met ME/cvs in de periode direct rondom de operatie. Er zijn echter grotere studies nodig die deelnemers gedurende het gehele chirurgische traject volgen, met name studies die pijnbeheersing en de rol van postexertionele malaise (PEM) bij het herstel onderzoeken. ME Research UK merkt op dat het ook essentieel is om te kijken naar de rol van andere factoren die verband houden met heterogeniteit, zoals de ernst van ME/cvs, de ziekteduur, geslacht, etniciteit, enz.

© ME Research UK, 21 juli 2026. Vertaling admin, redactie NAHdine, ME-gids.