Bron:

| 645 x gelezen

Charité-studie levert bewijs voor reeds lang gekoesterde verdenking

Gepeerreviewde publicatie

Persbericht CHARITÉ – UNIVERSITÄTSMEDIZIN BERLIN

ME/cvs wordt gekenmerkt door zwakte en/of overmatige spierzwakte na activiteit. Dit apparaat stelt onderzoekers in staat om grijpkracht te meten. © CHARITÉ | ANJA HAGEMANN

Sinds het begin van de pandemie wordt SARS-CoV-2 ervan verdacht het chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs) te veroorzaken. Een goed gecontroleerde studie, uitgevoerd door een groep onderzoekers van Charité – Universitätsmedizin Berlin en het Max Delbrück Centrum voor Moleculaire Geneeskunde (MDC), heeft nu aangetoond dat, zelfs na een milde COVID-19, een subgroep van patiënten symptomen zal ontwikkelen die voldoen aan de diagnostische criteria voor ME/cvs. Hun bevindingen beschrijven ook een tweede subgroep van post-COVID-patiënten met gelijkaardige symptomen. Verschillen in laboratoriumresultaten tussen deze groepen kunnen wijzen op verschillen in onderliggende mechanismen. De bevindingen van de onderzoekers zijn gepubliceerd in Nature Communications*.

“Vermoedens dat COVID-19 ME/cvs zou kunnen uitlokken, rezen aanvankelijk al tijdens de eerste golf van de pandemie,” zegt Prof. Dr. Carmen Scheibenbogen, waarnemend directeur van het Charité Instituut voor Medische Immunologie op de Campus Virchow-Klinikum. Prof. Scheibenbogen houdt ook toezicht op het werk van het ‘Charité Vermoeidheidscentrum’, dat gespecialiseerd is in de diagnose van ME/cvs (myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom), een slopende aandoening die wordt gekenmerkt door ernstige lichamelijke vermoeidheid. Het centrum ontving zijn eerste verzoeken van patiënten na SARS-CoV-2-besmetting al in de zomer van 2020. Sindsdien is er steeds meer bewijs van een oorzakelijk verband tussen COVID-19 en ME/cvs, een ziekte die vaak ernstige fysieke beperkingen veroorzaakt.

“Het leveren van het wetenschappelijk bewijs om deze veronderstellingen te bevestigen, is echter allesbehalve een triviale taak,” legt Prof. Scheibenbogen uit. Zij vervolgt: “dit is deels te wijten aan de schaarste van onderzoek naar ME/cvs en het feit dat er geen universeel aanvaarde diagnostische criteria zijn. Dankzij een zeer grondig diagnostisch proces en een uitgebreide vergelijking met patiënten die ME/cvs ontwikkelden na niet-COVID-gerelateerde infecties, hebben we nu kunnen aantonen dat COVID-19 ME/cvs kan uitlokken.”

In het kader van deze studie hebben deskundigen van het Post-COVID-netwerk van Charité 42 personen onderzocht die zich zes maanden na hun SARS-CoV-2-infectie bij het centrum meldden met aanhoudende, ernstige vermoeidheid en een verminderd dagelijks functioneren. De meeste deelnemers aan het onderzoek waren niet in staat om langer dan twee tot vier uur per dag licht werk te verrichten; sommigen waren niet in staat om te werken en hadden moeite om voor zichzelf te zorgen. Slechts drie van de 42 onderzochte patiënten hadden tijdens hun eerste (acute) SARS-CoV-2-infectie ziekenhuiszorg nodig, maar geen van hen had zuurstof nodig. Van de patiënten voldeden er 32 aan de WHO-classificatie van milde COVID-19, wat betekent dat ze geen longontsteking ontwikkelden, maar vrij ernstige symptomen hadden, waaronder koorts, hoest, spierpijn en gewrichtspijn gedurende één tot twee weken. Aangezien de infecties bij alle deelnemers tijdens de eerste golf van de pandemie optraden, was geen van hen gevaccineerd. In Charité werden alle betrokken personen onderzocht door een interdisciplinair team van neurologen, immunologen, reumatologen, cardiologen, endocrinologen en longartsen met jarenlange ervaring in de diagnose van ME/cvs. Ter vergelijking onderzochten de onderzoekers vervolgens 19 personen van hetzelfde geslacht en met dezelfde leeftijd, die ME/cvs hadden ontwikkeld na een vergelijkbare ziekteperiode als gevolg van een niet-COVID-gerelateerde infectie.

De onderzoekers gebruikten de “Canadese Consensuscriteria” om de diagnose ME/cvs vast te stellen. “Deze reeks van criteria is niet alleen wetenschappelijk ontwikkeld, maar heeft zich ook bewezen als een betrouwbaar diagnostisch instrument voor chronisch vermoeidheidssyndroom in de klinische praktijk,” verklaart de andere coleider van de studie, Dr. Judith Bellmann-Strobl, die aan het hoofd staat van de multidisciplinaire poliklinische afdeling van het Experimental and Clinical Research Center (ECRC), een faciliteit die gezamenlijk wordt beheerd door Charité en het MDC. Volgens de Canadese Consensuscriteria voldeed ongeveer de helft van de onderzochte post-COVID-patiënten aan de diagnostische criteria voor ME/cvs. Terwijl de andere helft zich presenteerde met gelijkaardige symptomen, was hun postexertionele malaise milder en duurde ze slechts een paar uur. In tegenstelling daarmee rapporteerden ME/cvs-patiënten een postexertionele malaise die aanhield tot de volgende dag. De bevindingen van de onderzoekers samenvattend, zegt Dr. Bellman-Strobl: “we kunnen dus een onderscheid maken tussen twee groepen van post-COVID-patiënten met een ernstig verminderd fysiek functioneren.”

De onderzoekers verzamelden niet alleen gegevens over de symptomen, maar bepaalden ook verschillende laboratoriumparameters. Vervolgens vergeleken zij deze met de handgreepkracht, die bij de meeste onderzochte deelnemers verminderd was. “We vonden bovendien verminderde handgreepsterkte bij personen met mildere inspanningsintolerantie als ze verhoogde niveaus hadden van het cytokine interleukine 8. In deze gevallen kan verminderde spierkracht worden veroorzaakt door een aanhoudende ontstekingsreactie,” zegt Prof. Scheibenbogen. “In de ME/cvs-groep was de handgreepkracht echter gecorreleerd met het hormoon NT-proBNP, dat door spiercellen kan worden vrijgegeven wanneer de zuurstoftoevoer onvoldoende is. Dit suggereert dat de spierzwakte bij deze personen veroorzaakt kan worden door een verminderde bloedtoevoer.” Volgens de voorlopige waarnemingen van de onderzoekers kunnen de twee groepen ook worden onderscheiden in termen van ziekteprogressie. “Bij veel mensen wier symptomen wijzen op ME/cvs maar die niet voldoen aan de diagnostische criteria, lijken de symptomen na verloop van tijd te verbeteren,” legt Prof. Scheibenbogen uit.

Deze nieuwe bevindingen kunnen onderzoekers helpen om specifieke behandelingen te ontwikkelen voor het post-COVID-syndroom (‘Long Covid’) en ME/cvs. “Onze gegevens leveren ook verder bewijs dat ME/cvs geen psychosomatische aandoening is, maar een ernstige lichamelijke ziekte die gemeten en gediagnosticeerd kan worden met objectieve methoden,” benadrukt Prof. Scheibenbogen. “Helaas zijn de huidige behandelingen voor ME/cvs louter symptomatisch van aard. Ik zou er daarom op willen aandringen dat ook jonge mensen zich tegen SARS-CoV-2 beschermen door zich te laten vaccineren en een FFP2-masker te dragen.”

*Kedor C et al. Post COVID-19 Chronic Fatigue Syndrome following the first pandemic wave in Germany and biomarkers associated with symptom severity results from a prospective observational study. Nat Comm 2022 Aug 30. doi: 10.1038/s41467-022-32507-6

[Post-COVID-19 chronisch vermoeidheidssyndroom na de eerste pandemiegolf in Duitsland en biomarkers geassocieerd met symptoomernst resulteert uit een prospectieve observationele studie.]

Over ME/cvs

ME/cvs (myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom) is een ernstige ziekte die meestal wordt uitgelokt door een infectie en zich vaak ontwikkelt tot een chronische aandoening. Het kenmerk van de aandoening is postexertionele malaise: een ernstige verergering van de ernst van de symptomen na zelfs lichte fysieke of mentale inspanning. Postexertionele malaise kan onmiddellijk na de inspanning optreden of pas na uren of de volgende dag en duurt ten minste tot de volgende dag, maar kan ook langer aanhouden. Naast vermoeidheid en lichamelijke zwakte gaat het ook vaak gepaard met hoofdpijn of spierpijn, alsook met neurocognitieve en immunologische symptomen en symptomen van een disfunctie van het autonome zenuwstelsel. Vóór de pandemie bedroegen de schattingen van de prevalentie van ME/cvs bij het grote publiek ongeveer 0,3 procent. Deskundigen gaan ervan uit dat de COVID-19-pandemie zal leiden tot een aanzienlijke toename van het aantal mensen dat aan ME/cvs lijdt. Tot nu toe stonden onder meer het Epstein-Barrvirus, het knokkelkoortsvirus en enterovirussen bekend als uitlokkers van ME/cvs. Er werden ook gevallen van ME/cvs gemeld bij personen die in 2002/2003 met het eerste SARS-coronavirus besmet waren. ME/cvs moet worden onderscheiden van postinfectieuze vermoeidheid, die met een groot aantal infectieziekten wordt geassocieerd en weken tot zelfs maanden kan aanhouden.

Behandeling van ME/cvs bij Charité

Charité heeft momenteel in totaal elf speciale poliklinieken die zich richten op de diagnose en behandeling van mensen met aanhoudende klachten na SARS-CoV-2-infectie. Verspreid over verschillende afdelingen en instituten maken deze poliklinieken deel uit van het Post-COVID-Netwerk, waardoor zij nauw met elkaar kunnen samenwerken en een scala aan behandelingen kunnen bieden op basis van de hoofdsymptomen van de patiënten. Het netwerk omvat ook het Charité Vermoeidheidscentrum, het belangrijkste contactpunt voor personen die aanhoudende ernstige vermoeidheid, concentratieproblemen en inspanningsintolerantie ervaren zes maanden of meer na het oplopen van COVID-19. Patiënten met ME/cvs hebben ook toegang tot een interdisciplinaire zorg die wordt aangeboden in het kader van het CFS_CARE-project en die een speciaal ontwikkeld revalidatieprogramma omvat.

Over deze studie

De gegevens die ten grondslag liggen aan het gepubliceerde artikel, werden gegenereerd met behulp van het Pa-COVID-19 platform. Pa-COVID-19 is een prospectief patiëntenregister voor patiënten met COVID-19 bij Charité. Het doel van het register is het verzamelen van uitgebreide klinische en moleculaire gegevens van patiënten met COVID-19 om individuele risicofactoren voor ernstige ziekte te identificeren, evenals prognostische biomarkers en behandelingsdoelen. Het protocol voor de studie is hier beschikbaar.


Wetenschappelijk tijdschrift

Nature Communications

DOI

10.1038/s41467-022-32507-6 

TItel artikel

A prospective observational study of post-COVID-19 chronic fatigue syndrome following the first pandemic wave in Germany and biomarkers associated with symptom severity

© Charité – Universitätsmedizin Berlin, 31 augustus 2022. Vertaling Zuiderzon, redactie NAHdine, ME-gids.

Geef een antwoord

Zijbalk

Volg ons
ma
di
wo
do
vr
za
zo
m
d
w
d
v
z
z
30
31
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
1
2
3
4
5
Geen Evenementen
Recente Links