Bron:

| 170 x gelezen

De kernpunten

  • Het recente Solve M.E.-webinar, “De ontdekking van doelwitantigenen voor disfunctionele T-cellen bij ME/cvs en long covid”, belicht een van de meest veelbelovende thema’s die de laatste tijd zijn opgedoken: een nieuw vertrouwen dat onderzoekers in staat zullen zijn om biologisch gedefinieerde subgroepen te identificeren die met doelgerichte medicijnen kunnen worden aangepakt. (Zie de blog voor het webinar.)
  • Dat zal niet van de ene op de andere dag gebeuren en er zijn aanzienlijke middelen voor nodig, maar de weg ernaartoe wordt steeds duidelijker.
  • Een groep T-celonderzoekers, dr. Selin, dr. Kumar en dr. Kohlgruber, die naadloos samenwerken, maakt wellicht de meeste kans om dat te realiseren.
  • Dr. Selin, lijdt al vijftig (ja, vijftig jaar!) aan ME/cvs en heeft al vier ernstige episodes overleefd, de laatste veroorzaakt door een covidvaccin, maar is telkens weer “uit de dood herrezen“. Zij zette de T-celsaga in gang door overtuigend bewijs te vinden dat de killer-T-cellen bij ME/cvs uitgeput zijn.
  • Killer- of cytotoxische (CD8) T-cellen hebben als taak cellen te doden die door ziekteverwekkers zijn geïnfecteerd. Zodra ze door een ziekteverwekker worden geactiveerd, produceren ze miljoenen klonen die specifiek zijn ontwikkeld om cellen aan te vallen en te vernietigen die door die bepaalde ziekteverwekker geïnfecteerd zijn.
  • Functioneren ze niet goed, wat het geval is bij ME/cvs of long covid, dan blijven ziekteverwekkers mogelijk voortbestaan en kunnen ziekteverwekkers die doorgaans latent aanwezig zijn, zoals herpesvirussen, weer actief worden.
  • Dr. Selin ontdekte ook dat meer bepaald vrouwelijke ME/cvs-patiënten ongewoon hoge concentraties van een zeldzame hybride T-cel in hun lichaam hadden, een zogenaamde dubbelpositieve CD4/CD8-cel, die wordt geassocieerd met auto-immuunziekten.
  • Vervolgens werkte ze samen met dr. Roshan Kumar, wiens vrouw al meer dan 20 jaar aan ME/cvs lijdt. Kumar ging vervolgens veel dieper in op de T-cellen en ontdekte nog meer disfunctionele T-cellen.
  • Vooral belangrijk was dat hij bewijs vond dat uitgeputte, immuungeactiveerde, ontstoken en dubbelpositieve T-cellen aanwezig waren in specifieke subgroepen van patiënten.
  • Nog belangrijker was dat hij aantoonde dat specifieke T-celklonen de drijvende kracht waren achter elke T-cel-subgroep. Dat betekende dat de T-cellen niet zomaar geactiveerd raakten of zomaar disfunctioneel werden, maar dat ze in alle gevallen reageerden op een specifieke trigger.
  • Dat was de grote doorbraak, omdat het erop wees dat in alle gevallen ofwel een ziekteverwekker ofwel een auto-immuunproces, de T-cellen disfunctioneel maakte.
  • Nu komen we veel dichter bij de kern van de zaak dan voorheen. Het enige wat nu nog restte, was uitzoeken welke ziekteverwekker of welk auto-immuunproces verantwoordelijk was voor het in gang zetten van het proces.
  • Dat was geen gemakkelijke opgave! Tot voor kort was het zelfs vrijwel onmogelijk. Sterker nog, dat dit niet mogelijk was, werd in het vakgebied van de immunologie beschouwd als een enorm struikelblok.
  • Onlangs hebben ontwikkelingen door het derde lid van het team, dr. Kohlgruber (en anderen), het mogelijk gemaakt om te ontrafelen wat de T-cellen bij auto-immuunziekten verstoort. Ze staat te popelen om verder te gaan met de ontcijfering van een belangrijk deel van de immuunpuzzel bij ME/cvs.
  • Uiteindelijk zouden ME/cvs en long covid uit verschillende subgroepen (of ziekten) kunnen bestaan, zoals bijvoorbeeld T-celontregelingen door EBV of HHV-6, door enterovirussen of door coronavirussen .De ene subgroep zou te maken kunnen hebben met een persistente ziekteverwekker, terwijl bij een andere sprake is van een auto-immuunproces.
  • De spannende (en uitzonderlijke) aspecten van dit onderzoek bestaan erin de precieze oorzaken van de vastgestelde ernstige immuunontregeling te kunnen ontrafelen, en mogelijk ook die van ME/cvs en long covid zelf. Niemand anders is ooit zo ver gekomen.
  • Hiervoor zijn tijd en aanzienlijke middelen nodig, waarover de onderzoekers momenteel niet beschikken, maar zij geven aan dat de weg daar naartoe nu duidelijk is.
  • De NIH is de logische plek om te beginnen. Deze instelling heeft dr. Selin en grote, complexe ME/cvs-onderzoeken eerder al gefinancierd. Ook andere financiers (filantropische geldschieters, Open Medicine Foundation, PLRC, PolyBio, Solve M.E.) zouden deze inspanning kunnen ondersteunen.
  • Het zou absurd zijn als dit mogelijk baanbrekend werk niet zou worden ondersteund. De tijd zal het echter leren. Ik denk dat we relatief snel meer zullen weten over het resultaat van de subsidieaanvraag van Selin.

Het recente webinar van Solve M.E., getiteld “De ontdekking van doelwitantigenen voor disfunctionele T-cellen bij ME/cvs en long covid”, belicht een van de meest veelbelovende thema’s die de laatste tijd zijn opgedoken in het vakgebied van ME/cvs en long covid: een nieuw soort vertrouwen dat onderzoekers erin zullen slagen biologisch gedefinieerde subgroepen te identificeren waarop geneesmiddelen doelgericht kunnen worden ingezet.

Het zal tijd en aardig wat geld kosten, maar onderzoekers hebben er steeds meer vertrouwen in dat ze de onderliggende mechanismen van deze complexe ziekten kunnen ontrafelen en uiteindelijk precieze doelwitten voor behandeling kunnen identificeren.

Dat punt hebben we nog niet bereikt, daar zijn meer tijd en middelen voor nodig, maar het feit dat meerdere onderzoeksgroepen vooruitblikken naar de dag waarop ze kunnen zeggen: “Jij hebt deze vorm van ME/cvs, en jij daar hebt die vorm, en jij moet met X worden behandeld, terwijl jij met Y moet worden behandeld”, is iets wat, voor zover ik weet, nog maar kortgeleden in beeld is gekomen.

De onderzoeksteams voor ME/cvs en long covid die aan bod kwamen in het Solve M.E.-webinar, die Solve gefinancierd heeft met zijn Ramsay-beurzen, zijn wellicht de eersten die dit doen. Tot deze onderzoekers behoren onder meer Liisa Selin, PhD, al jarenlang T-celexperte aan de UMass en hoofd van Translational Medicine bij HiFiBiO Therapeutics, Roshan Kumar, PhD, en, sinds kort, de grensverleggende Harvard-immunologe Ayano Kohlgruber, PhD. Deze groepen werken naadloos samen: ze geven elkaar hun bevindingen door, zodat de volgende groep deze verder kan uitdiepen.

Dr. Selin is overigens geen onbekende op het gebied van ME/cvs. Ze lijdt er al 50 jaar aan en heeft vier ernstige episodes doorgemaakt, waarvan de laatste een reactie was op een COVID-19-vaccin. Ze zei dat ze vier keer heeft weten terug te keren uit wat zij beschouwt als een toestand van ‘levende dode’…

Ook Roshan Kumar is zeer vertrouwd met ME/cvs: zijn vrouw lijdt er al 20 jaar aan.

De eerste stap: uitputting van T-cellen

Solve M.E. won de jackpot toen Selin in 2021 dankzij hun Ramsay-beurs uit 2019 een aanzienlijke NIH-subsidie voor onderzoek naar T-cellen wist binnen te halen. Dat leidde op zijn beurt tot een subsidie voor Selin in 2023 in het kader van het Patient-Led Research Collaborative-programma, en in 2024 een subsidie voor Roshan Kumar, Anna Gil en Selin. Vorig jaar sloot dr. Kohlgruber zich aan bij het project. Dit lijkt een herhaling van het verhaal van Jarred Younger: hij krijgt een startschot dankzij een subsidie van Solve M.E. en weet vervolgens verschillende grote NIH-subsidies voor ME/cvs binnen te halen.

De groep van dr. Selin heeft een discussie op gang gebracht over T-celuitputting bij ME/cvs, die in de loop van de tijd alleen maar is blijven groeien. Ze hebben meerdere bewijslijnen gevonden (verminderde productie van IFN-γ, TNF en perforine/granzyme) wat erop wijst dat de cytotoxische T-cellen bij deze aandoeningen niet alleen uitgeput zijn geraakt, maar dat ze ook minder talrijk zijn.

Vorig jaar meldde dr. Selin dat ze bij ME/cvs een drastische afname had vastgesteld van perforine – de stof die T-cellen gebruiken om geïnfecteerde cellen te vernietigen. © Solve ME Webinar

Haar idee is in de loop der tijd een vertrouwd begrip geworden: een infectie die het lichaam niet heeft kunnen opruimen of niet goed heeft kunnen bestrijden, heeft ervoor gezorgd dat een van de zwaargewichten van het immuunsysteem, de cytotoxische T-cellen, in een toestand van chronische activering zijn geraakt. Cytotoxische T-cellen hebben de taak om ziekteverwekkers die zich in cellen verschuilen, op te ruimen. Doordat ze voortdurend onder druk staan, zijn ze uitgeput, gedesoriënteerd en functioneren ze slecht.

Zoals bij elke goede vicieuze cirkel het geval is, maakt de uitputting van de T-cellen de situatie alleen maar erger. Het feit dat een belangrijke bestrijder van ziekteverwekkers buiten werking is, kan herpesvirussen of andere virussen de kans geven opnieuw actief te worden. Het immuunsysteem reageert door de T-cellen nog meer te activeren, waardoor ze nog uitgeputter dan ooit raken. Het is ook mogelijk dat disfunctionele T-cellen bij ME/cvs een auto-immuunreactie in gang zetten. In beide gevallen hebben deze zwaargewichten in onze adaptieve of latere immuunreactie, problemen.

Even terzijde – een veelzijdig gebied

Even terzijde. Op het gebied van ME/cvs spelen immuuncellen een grote rol, en die lijken energieproblemen te hebben!

We weten al lang dat cytotoxische NK-cellen, die een opmerkelijke gelijkenis vertonen met cytotoxische T-cellen, ook hun kruit hebben verschoten. Ik herinner me dat onderzoekers jaren geleden al speculeerden dat de T-cellen bij ME/cvs hetzelfde probleem hebben. Nu blijkt, dankzij dr. Selin en anderen, dat dit inderdaad het geval is.

Het is niet duidelijk of B-cellen hetzelfde uitputtingsprofiel vertonen, maar ze hebben moeite met rijping (een energie-intensief proces) en hebben duidelijk moeite om energie op te wekken. Lichamelijke inspanning lijkt het functioneren van monocyten ernstig te verstoren. Ook neutrofielen vertonen tekenen van metabole stress en verminderde energieproductie. Een recent onderzoek heeft een breed patroon van energieproductieproblemen van veel immuuncellen bij ME/cvs aan het licht gebracht.

Je vraagt je af waar dit allemaal zal eindigen. Het sterkste bewijs voor immuunuitputting komt echter van de T-cellen.

De eigenaardige T-celpopulatie bij ME/cvs

Dr. Selin constateerde een 8-voudige en een 4-voudige toename bij respectievelijk ME/cvs en long covid van een bijzondere groep T-cellen die CD4/CD8-dubbelpositieve cellen worden genoemd. T-cellen zouden zich normaal gesproken moeten ontwikkelen tot CD4-helpercellen of tot CD8-cytotoxische T-cellen, maar deze cellen hebben dat niet gedaan; in plaats daarvan zijn ze een hybride vorm van beide geworden.

Dr. Selin denkt dat dit mogelijk een poging is om de uitputting van de cytotoxische T-cellen (CD8) te compenseren.

Het is wellicht het vermelden waard dat deze cellen niet goed zijn gerijpt, net zomin als de B-cellen bij ME/cvs-patiënten (hmm). Wat de reden voor hun toename ook moge zijn, deze concentraties van CD4/CD8-dubbelpositieve cellen zijn ook waargenomen bij auto-immuunziekten, wat aansluit bij het overwicht van deze cellen bij vrouwen (die een groter risico lopen op auto-immuunziekten).

De reden waarom deze T-cellen het risico op het ontstaan van een auto-immuunziekte kunnen verhogen, zo merkte dr. Kumar op, is dat ze op meer „antigenen“, stoffen die een immuunreactie opwekken, reageren dan andere soorten T-cellen. Op dat moment is dit niets meer dan een statistische situatie: op hoe meer antigenen een T-cel reageert, hoe groter de kans dat ze een fout maakt en het weefsel in ons lichaam gaat aanvallen.

De eerste uitwisseling

“Deze bevinding alleen al wijst erop dat ofwel een ziekteverwekker ofwel een autoantigeen de ziekte veroorzaakt.” Dr. Selin

Hier wordt het pas echt interessant. Er zijn tal van aanwijzingen dat er bij ME/cvs sprake is van een immuunverstoring, maar niemand heeft tot nu toe met zekerheid kunnen aantonen waarom dit gebeurt of wat de oorzaak ervan is. Als je daarachter komt, kun je wellicht tot de kern van deze ziekten doordringen, en dat is precies wat het recente werk van deze groepen zo veelbelovend maakt.

Dr. Selin meldde dat ze hebben ontdekt dat de stijging in aantal van deze abnormale T-cellen precies wordt aangestuurd door een antigeen, en dat maakt het verschil.

T-cellen komen pas in de latere stadia van de afweer tegen een infectie in actie. Eerst komt het aangeboren immuunsysteem op gang, waardoor de T- en B-cellen de tijd krijgen om de ziekteverwekker te identificeren en enorme aantallen klonen te produceren die specifiek zijn ontworpen om deze ziekteverwekker aan te vallen en uit te roeien.

We zullen zien hoe deze groepen hun bevindingen naadloos aan elkaar doorgeven. De eerste overdracht: van dr. Selin aan Roshan Kumar.

Deze T-cellen gebruiken receptoren op hun oppervlak om geïnfecteerde cellen te herkennen. Het eerste wat je moet weten, is dat geactiveerde cytotoxische T-cellen zeer specifiek zijn. Ze zijn als geleide raketten die slechts op één doelwit gericht zijn. Ze gaan rond om andere cellen te inspecteren, en als de specifieke receptor die ze dragen in het doelwit vastklikt, boren ze met behulp van een stof, perforine genaamd, een gaatje in de geïnfecteerde cel en doden ze die.

Of dat is tenminste de bedoeling. Het onderzoek van dr. Selin toont op indrukwekkende wijze aan hoe de zeer lage perforinespiegels in cytotoxische T-cellen ervoor hebben gezorgd dat ze in feite geen enkele werking meer hebben bij ziekten als ME/cvs.

Verhoogde aantallen abnormale T-cellen vertellen ons op zich nog niet waarom ze aanwezig zijn. Een leger van T-cellen met dezelfde receptoren wijst er echter op dat ze zich op één ding richten – en dat is wat Kumar ontdekte. We hebben nu geen ongedifferentieerde reactie meer; we hebben een gerichte reactie en een potentieel doelwit.

Het cruciale onderzoek naar de proliferatie van T-cellen. © Solve ME Webinar

Dankzij Kumars benadering op basis van afzonderlijke cellen kon hij de genexpressie van elke cel bekijken. Hij kon bij zowel ME/cvs als long covid verschillende afwijkende vormen van T-cellen terugvinden (clusters van geactiveerde/uitgeputte cellen, T-cellen met een hoge NF-kB-signaalactiviteit, T-cellen die het ontstekingsproces bevorderen, en dubbelpositieve CD4/CD8-T-cellen).

Merk op dat het feit dat Kumar verschillende ontregelde T-celtoestanden heeft kunnen vaststellen, erop wijst dat er bij verschillende ME/cvs- en longcovidpatiënten verschillende T-celproblemen aanwezig zijn. Dat wil zeggen dat, hoewel hun symptomen vergelijkbaar zijn, ze fundamenteel verschillende ziekten hebben.

Elke stap dieper in deze ziekten lijkt nog meer heterogeniteit aan het licht te brengen, wat je bij deze ziekten ook zou verwachten. De ontdekking van een verscheidenheid aan disfunctionele T-celproblemen is een teken dat Kumar op de goede weg is.

Kijk eens naar de T-cellen met een hoge NF-kB-signalering. Een hoge NF-kB-signalering is een onmiskenbaar teken dat de cel zich in een sterk geactiveerde/inflammatoire toestand bevindt. NF-kB-activering zet de schakelaars aan waardoor de cellen in actie kunnen komen en zich snel kunnen vermenigvuldigen als reactie op een indringer of een autoantigeen.

Dat is goed nieuws als het gaat om de reactie op een ziekteverwekker, maar slecht nieuws als de T-cellen weefsels zijn gaan aanvallen. Een hoge NF-kB-activering wordt immers in verband gebracht met auto-immuunziekten zoals reumatoïde artritis, inflammatoire darmziekten en multiple sclerose. Belangrijk is dat het ook een antisuïcide (antiapoptotische) schakelaar activeert, waardoor wordt verhinderd dat de beschadigde T-cel wordt verwijderd.

Cruciale schakel

Vervolgens kwam de cruciale schakel. Het was best verbazingwekkend om te zien hoe Kumar een hele reeks ontregelde T-cel- en ziektetoestanden bij ME/cvs en long covid aan het licht bracht. Als het daarbij was gebleven, zou het een belangrijke bevinding zijn geweest, maar in zekere zin zou het een beetje oppervlakkig geweest zijn.

We zouden dan weliswaar meer soorten T-celdisfunctie hebben toegevoegd aan het toch al overvloedige bewijs van immuunontregeling, maar net als bij de andere bevindingen op immuungebied zouden we daar min of meer vastgelopen zijn, zonder een duidelijk pad voorwaarts.

De ontdekking van dr. Kumar dat de ontregelde T-celtoestanden gekenmerkt werden door specifieke klonotypes, of T-celklonen, vormde de cruciale schakel waardoor het onderzoek een enorme vlucht kon nemen.

Toen Kumar ontdekte dat de specifieke T-celtoestanden verband hielden met specifieke T-celklonen, veranderde dat eigenlijk alles. Dat betekende dat de personen met T-cellen met een hoge NF-kB-signalering door één bepaalde factor waren verstoord. De personen met de dubbelpositieve CD4/CD8-cellen waren door iets anders ontwricht. De personen met de uitgeputte T-cellen waren door weer iets anders van slag gebracht.

Nu komen we bij de kern van de zaak, bij het bewijs dat deze stoornissen door iets worden aangestuurd en dat de lijst niet lang is. Het is óf een ziekteverwekker óf een auto-immuunreactie. Kumar zei dat zijn bevindingen „zeer sterk bewijs zijn van een antigeenspecifieke immuunreactie”, en specificiteit is hier de heilige graal.

Niet alleen zijn de T-cellen bij ME/cvs op verschillende manieren ontregeld, maar ze worden ook op verschillende manieren geactiveerd. Ze kunnen reageren op een veelheid aan factoren: het epstein-barrvirus (EBV), HHV-6 of CMV, een enterovirus, Borrelia, een andere bacteriële infectie, ‘het’ coronavirus, een ander coronavirus, het coronavaccin, een ander vaccin, schimmels, peptiden die door microben in de darmen worden geproduceerd, een auto-immuunproces, enzovoort.

Wat deze T-cellen precies activeert, vormt een heel andere zoektocht. Nu was het tijd om de cellen over te dragen aan een nieuw teamlid: dr. Kohlgruber.

De volgende stap: de oorzaak achterhalen

“We onderzoeken … de manieren waarop blootstelling aan infectieuze componenten (waaronder EBV en mogelijke triggers van long covid en ME/cvs) pathologische processen kan veroorzaken of versterken door middel van moleculaire mimicry of chronische antigeenstimulering. Ons doel is niet alleen te begrijpen dat de immuniteit faalt, maar ook precies waar, wanneer en tegen welke antigenen, want juist die precisie maakt antigeenspecifieke therapeutische interventie mogelijk”. Het Kohlgruber Lab

Het is de taak van dr. Kohlgruber om uit te zoeken wat elk van deze disfunctionele T-cellen precies aanstuurt, activeert of in werking zet. Dit onderzoek – “Het ontcijferen van de antigeenspecifieke basis van ziekten bij de mens“ – vormt de belangrijkste doelstelling van haar laboratorium aan Harvard.

Vaststellen waarop een T-celreceptor (d.w.z. een T-cel) daadwerkelijk reageert, is ongelooflijk complex en wordt beschreven als een ‘enorm knelpunt’ in de immunologie. Kohlgrubers belangrijkste verdiensten zijn de ontwikkeling van een systeem met een hoge doorvoercapaciteit, dat het testen versnelt, en de ontwikkeling van een zogenaamde TCR-MAP, wat in wezen een systeem is voor het opsporen van antigenen.

Dr. Kohlgruber heeft nieuwe technieken ontwikkeld waarmee onderzoekers voor het eerst kunnen achterhalen waarop T-cellen reageren. © Harvard Medical SChool

Om te begrijpen waarom precies T-celreacties zo moeilijk in kaart te brengen zijn, moeten we begrijpen hoe T-cellen werken. Elke T-cel produceert een receptor met een unieke vorm die zich slechts aan één moleculair doelwit zal binden, een zogenaamd peptide-MHC-complex. Het probleem is dat er tientallen miljoenen mogelijke peptide-MHC-combinaties bestaan, en dat een T-celreceptor (TCR) zich slechts aan één daarvan zal binden.

Het vinden van die ene is zo moeilijk gebleken dat er zelfs een naam is voor deze mysterieuze receptoren: ze worden ‘wees’-TCR’s genoemd. We weten dat ze belangrijk zijn, we weten dat ze ziektetoestanden aansturen, maar we weten niet waarop ze reageren.

Het werk van dr. Kohlgruber heeft het mogelijk gemaakt om enorme bibliotheken met peptiden te doorzoeken om te ontdekken waarop elke disfunctionele T-celtoestand reageert.

Haar werk heeft bijvoorbeeld ons begrip veranderd van wat er precies gebeurt bij de gewrichtsontsteking die optreedt bij reumatoïde artritis. Vroeger wisten we alleen dat het gebeurde. Kohlgruber slaagde er echter in de specifieke doelwitten in het weefsel in kaart te brengen en voorheen onbekende autoantigenen te identificeren, waardoor het onderzoek naar reumatoïde artritis nu beschikt over specifieke moleculaire doelwitten waarop men zich kan richten.

Nu ze, dankzij dr. Kumar, beschikt over een duidelijke lijst van disfunctionele T-cellen, maakt dr. Kohlgruber gebruik van twee enorme ‘bibliotheken’ (pathogeen/auto-immuun) in een poging om deze cellen uit hun ‘wees’-status te halen. 

Dr. Selin was zo onder de indruk van de omvang van de vastgestelde ontregeling van de T-cellen dat ze dacht dat er meerdere pathogenen (die de arme T-cellen hebben laten ontsnappen) en misschien zelfs meerdere autoantigenen aan het licht zouden komen. Het is mogelijk dat er één het meest overheerst, en dat zou dan degene zijn waarop we ons als eerste moeten richten.

Vooruitgang boeken

“Ik vind dat we hier echt belangrijk en baanbrekend werk verrichten, en ik hoop van harte dat we de steun krijgen die nodig is om dit tot een goed einde te brengen.”

Dit project heeft een aantal sterke punten. De onderzoekers (Selin, Kumar en Kohlgruber) hebben een uitstekende staat van dienst. Het feit dat Kumar Kohlgruber toegang kan geven tot reeds geïdentificeerde T-cel-subgroepen, is zeer nuttig.

Het grote vraagteken is de financiering. Dankzij de recente Catalyst Award van Solve ME beschikken Selin en team over voldoende middelen om hun werk tot het einde van dit jaar voort te zetten, maar daarna raakt het geld op.

Een subsidieaanvraag bij de NIH, waarbij ook Andrew Grissom betrokken is (zie hieronder), doorloopt momenteel de beoordelingsprocedure. Het is moeilijk voor te stellen dat deze subsidie niet wordt goedgekeurd, maar aan de andere kant bevindt de NIH zich al anderhalf jaar in een zeer vreemde situatie.

Bovendien zorgt een voorstel om politiek benoemde functionarissen het laatste woord te geven over de goedkeuring van NIH-subsidies voor aanzienlijke onzekerheid in het systeem. (Denk maar aan het besluit van de regering-Trump om alle subsidies voor externe onderzoekers van RECOVER te beëindigen, zelfs die voor studies die bijna afgerond waren.)

Nu we over goede pilootgegevens beschikken, moet dit onderzoek aanzienlijk worden opgeschaald. Een onderzoek dat als gouden standaard geldt en dat het T-celprobleem bij ME/cvs en long covid voor eens en altijd oplost, zou onder meer inhouden dat bij honderden patiënten ontregelde T-celtoestanden worden opgespoord en dat deze vervolgens worden doorgegeven aan dr. Kohlbgruber, zodat zij haar magie het werk kan laten doen.

Volgens AI-zoekopdrachten zou het kunnen gaan om een vijfjarig project van 10 miljoen dollar voor een gouden standaardstudie. Dat hoeft niet te gebeuren, maar het is wel haalbaar. Voor zover ik weet, heeft de NIH, afgezien van de onderzoekscentra, nog nooit zo’n grootschalig initiatief ondersteund. Eén grote onderzoeksbeurs van de NIH (RFA) op het gebied van T-celontregeling zou echter wel eens voldoende kunnen zijn – en binnen dit vakgebied had er al lang een RFA moeten komen.

Er zijn andere manieren. Ja, de NIH-financiering voor ME/cvs is belabberd in vergelijking met de behoeften, maar zij financiert wel grote studies – alleen niet zo veel. De recente NIH-subsidie voor onderzoek naar mycotoxines bij ME/cvs, die naar het labo van Nancy Klimas gaat, en de recente subsidie van Azola voor onderzoek naar de bloed-hersenbarrière bij ME/cvs zullen beide ongeveer 3 miljoen dollar bedragen.

Het recente, fascinerende onderzoek van Andrew Grimson op het gebied van T-cellen suggereerde dat een infectie of zelfs alleen al een ontregeling van het autonome zenuwstelsel (!) epigenetische littekens veroorzaakte in de T-celomgeving. Dat Grissom de T-celproblemen hypothetisch kon koppelen aan de problemen met monocyten en B-cellen, onderstreepte hoe fundamenteel de rol is die de ontregelde T-cellen bij deze ziekten kunnen spelen.

Lees ook:
A “Scarred Landscape” … Epigenetic T-Cell Study Moves the ME/CFS Field Forward

Bovendien stelden Shankar en Davis dat voortdurende activering van T-cellen de energiereserves van de hersenen en andere weefsels zou kunnen uitputten.

Lees ook: De vampier: zuigt het immuunsysteem de energie uit mensen met ME/cvs? De ME/cvs-conferentie van de NIH – deel I

Selin en Grimson beschikken nu over voldoende aanwijzingen dat T-cellen een belangrijke rol spelen bij ME/cvs en dienen een gezamenlijk subsidievoorstel in bij de NIH. (Het lijkt onvoorstelbaar dat het NIH dit niet zou financieren.)

De PLRC, de Open Medicine Foundation en Solve M.E. hebben allemaal T-celonderzoek gesteund en zouden financiering kunnen verstrekken. PolyBio is een andere mogelijke geldschieter. Een grote donor zou natuurlijk het verschil kunnen maken.

Het zou tijd kosten, vijf jaar, maar ze boeken snel vooruitgang. Het afgelopen jaar is er een enorme vooruitgang geboekt, en mits de financiering rondkomt, mogen we verwachten dat ons inzicht jaar na jaar toeneemt.

Opnieuw zien we dat de ME/cvs- en longcovidvakgebieden klaar lijken om de volgende grote sprong naar echte precisiegeneeskunde te maken. Het enige wat ze nodig hebben, is financiering.

© Cort Johnson, Health Rising, 9 juni 2026. Vertaling Els, ME-gids.

Geef een reactie

Zijbalk

Volg ons
Datum/Tijd Evenement
25/10/2026
15:00 - 17:00
PAIS protestwake
29/10/2026
19:30 - 22:00
Masterclasses PAIS voor artsen
Recente Links
ma
di
wo
do
vr
za
zo
m
d
w
d
v
z
z
31
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
1
2
3
4