Bron:

| 470 x gelezen

Nederland en het Verenigd Koninkrijk waren de afgelopen 20 jaar of zo het epicentrum van biopsychosociaal onderzoek (CGT/GET) naar chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs), maar dat is aan het veranderen. In 2018 stelde de Nederlandse Gezondheidsraad dat “Wetenschappelijk onderzoek naar ME/CVS nodig is om patiënten beter van dienst te kunnen zijn”, en dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opdracht moet geven voor “een langdurig, substantieel onderzoeksprogramma naar ME/CVS”.

Nederland heeft onlangs toegezegd de komende tien jaar 28 miljoen euro te besteden aan onderzoek naar ME/cvs. Het is geen enorm bedrag, maar Nederlandse onderzoekers hebben laten zien dat ze met weinig middelen toch veel kunnen bereiken.

Al in 2014 concludeerde RC Vermeulen als een van de eersten dat de zuurstoftoevoer naar de spieren verstoord was. Vorig jaar toonden Visser et al. met nieuwe technologie aan dat vrijwel iedereen met ME/cvs een verlaagde bloedstroom naar de hersenen vertoont als ze staan.

https://www.me-gids.net/nieuwsartikel/verlaagde-bloedstroom-naar-de-hersenen-en-orthostatische-intolerantie-alom-aanwezig-bij-me-cvs/

Nu heeft een Nederlands team, onder leiding van E.G. Klaver-Krol en M.J. Zwarts en met ook samen met Vermeulen, mogelijk een belangrijk verschil in de spieren tussen ME/cvs en fibromyalgie (FM) geïdentificeerd.

Klaver-Krol en Zwarts bestuderen al jaren spierproblemen bij fibromyalgie en andere aandoeningen. In 2019 vonden ze een verhoogde spiermembraanreactiviteit bij FM en in 2012 problemen met spiergeleiding bij FM. Zwarts bekeek in 2015 spiervermoeidheid bij vermoeidheid na kanker (maar vond er geen).

Met hun FM-bevindingen onder de riem, richtten Klaver-Kroll, Zwarts en Vermeulen zich op ME/cvs, en vergeleken dat met FM.

De studie

De studie, “Chronic fatigue syndrome: Abnormally fast muscle fiber conduction in the membranes of motor units at low static force load“, [Chronisch vermoeidheidssyndroom: Abnormaal snelle spiervezelgeleiding in de membranen van motorunits bij lage statische krachtbelasting], gebruikte een niet-invasieve techniek, oppervlakte-elektromyografie genaamd, om de elektrische activiteit (spiervezelgeleidingssnelheid) te beoordelen wanneer kleine hoeveelheden kracht werden uitgeoefend op de bicepsspier. Als ik het goed heb, verwijst spiervezelgeleidingssnelheid naar de snelheid waarmee elektrische activiteit ontstaat wanneer er kracht wordt uitgeoefend op de spiervezel. Er werden mensen met ME/cvs of fibromyalgie en gezonde controles in de studie opgenomen.

De auteurs meldden dat de pijn bij zowel ME/cvs als FM “vooral de spieren betreft”. Dat klonk mij als muziek in de oren, omdat inspanning typisch een branderig gevoel in de spieren teweegbrengt en een gevoel van verkrampte spieren dat onmogelijk te negeren is.

Fibromyalgie

Een “verwaarloosbaar” niveau van kracht was alles wat nodig was om een dramatische toename in spiermembraanactiviteit bij FM te veroorzaken.

Er is veel bewijs dat suggereert dat er iets in de spieren mis is bij FM. De studie naar FM uit 2019  “Fibromyalgia: Increased reactivity of the muscle membrane and a role of central regulation” [Fibromyalgie: Verhoogde reactiviteit van het spiermembraan en een rol van centrale regulatie] produceerde een bevinding die de onderzoekers leek te verbazen. Ze ontdekten dat de grootste toename in spiermembraanactiviteit optrad wanneer er een “bijna verwaarloosbare kracht” op werd uitgeoefend.

Dat leek te impliceren dat de spieren zich in een staat van bijna-activering bevonden, en slechts het geringste duwtje nodig hadden om ze tot actie aan te zetten.

Dat zou het gevolg kunnen zijn van twee dingen: de spiercellen werden sneller geactiveerd, of de membranen rond de spiercellen bevonden zich in een constante staat van stimulatie. Aangezien er geen bewijs was van verhoogde spierrekrutering, concludeerden de auteurs dat te gestimuleerde spiermembranen de sleutel waren.

Ondanks het feit dat de spiermembranen blijkbaar stonden te popelen om in actie te komen, vonden de auteurs geen bewijs van verhoogde spieractiviteit in het algemeen. Dat suggereerde dat de motorneuronen in het centrale zenuwstelsel de spieren voedden met een gestage stroom van signalen die hen zeer alert maakte – maar hen niet echt tot actie aanzette.

Spieronderzoek is zeldzamer bij ME/cvs, maar hoewel de ziekte meer bekend staat om vermoeidheid, komt spierpijn vaak voor. Het unieke van deze studie was dat ze de werking van het spiermembraan zowel bij ME/cvs als bij FM beoordeelde. Ik ben er vrij zeker van dat er nog nooit eerder iets vergelijkbaars is gedaan.

De kernpunten

  • Oppervlakte-elektromyografie beoordeelt hoe snel de spieren reageren op kracht.
  • Uit vroegere studies blijkt dat de spieren van mensen met fibromyalgie zeer snel reageren op “bijna verwaarloosbare” hoeveelheden kracht.
  • De snelle reactie zou te wijten zijn aan iets dat lijkt op overprikkeling: de spiercellen worden gebombardeerd met signalen van het centrale zenuwstelsel waardoor ze waakzaam blijven en onmiddellijk reageren op zelfs het kleinste beetje activiteit.
  • Uit deze studie bleek dat mensen met ME/cvs ook een verhoogde spierhyperactiviteit vertonen – maar op een andere manier.
  • Hun spieren vertonen ongewoon hoge activeringsniveaus, maar op een hoger niveau van kracht.
  • Aangezien aerobe spiervezels eerst worden gerekruteerd en anaerobe spiervezels daarna, denken de auteurs dat de vertraagde sprong in spieractivatie die bij ME/cvs wordt gezien, een weerspiegeling is van het feit dat hun spieren tegen een anaerobe muur aanlopen.
  • Dit komt overeen met inspannings- en andere studies die suggereren dat de aerobe energieproductieroutes beschadigd zijn bij ME/cvs. De sprong in spieractiviteit bij ME/cvs weerspiegelt spiercellen die wanhopig proberen om meer energie te produceren.
  • De auteurs suggereerden dat, hoewel er overlappingen kunnen zijn, de primaire spierproblemen bij fibromyalgie te wijten zijn aan problemen met het centrale zenuwstelsel, terwijl die bij ME/cvs voornamelijk te wijten zijn aan problemen met de energieproductie.

Resultaten

De membranen rond de spiercellen waren meer prikkelbaar bij zowel ME/cvs- als FM-patiënten in vergelijking met de gezonde controles, maar daar eindigde de gelijkenis.

Net als in eerdere studies, steeg de spiergeleidingssnelheid (MCFV) abnormaal hoog wanneer de geringste krachten werden uitgeoefend op de spieren van FM-patiënten.

De spiergeleidingssnelheid steeg ook “sterk” bij ME/cvs – maar alleen wanneer grotere krachten werden uitgeoefend. De auteurs merkten op dat deze niveaus “ver boven” die van de gezonde controles lagen. De mensen met ME/cvs vertoonden dus niet de overprikkelingsreactie bij zeer lage krachtniveaus die de FM-patiënten wel vertoonden. Hun spieren waren meer geprikkeld dan die van de gezonde controles, maar alleen wanneer een bepaald niveau van kracht werd bereikt.

Verschillende soorten motorneuronen zijn verbonden met verschillende soorten spiercellen. Tijdens inspanning worden eerst de langzame motorische eenheden geactiveerd die gekoppeld zijn aan aerobe spiervezels en vervolgens de motorische eenheden die anaerobe spiervezels reguleren. De auteurs stelden dat de hypergeactiveerde motorneuronen bij ME/cvs geassocieerd waren met de activering van dikkere, meer anaerobe spiervezels.

Vervolgens wezen ze op het vroege begin van anaerobe energieproductie dat verschillende inspanningsstudies hebben gevonden bij ME/cvs: de mensen met ME/cvs waren snel door hun aerobe capaciteit heen en botsten op een anaerobe muur.

Vervolgens kwam een belangrijke vraag: konden de verlengde motorische geleidingstijden die bij ME/cvs werden gezien, te wijten zijn aan spiervermoeidheid of deconditionering? Het antwoord daarop kon niet duidelijker zijn. Deconditionering zou het tegenovergestelde resultaat hebben opgeleverd – verminderde spiervezelgeleiding, niet de verhoogde spiervezelgeleiding die zij vonden.

Vergelijkbare symptomen – verschillende oorzaken?

Fibromyalgie

De studies van deze Nederlandse groep suggereren dat FM en ME/cvs zowel vergelijkbaar als verschillend zijn. Dramatisch verhoogde niveaus van spieractivatie worden in beide gezien.

Bij fibromyalgie treden abnormaal hoge spiergeleidingssnelheden op bij zeer lage krachtniveaus. Dit lijkt het gevolg te zijn van een constante stroom van signalen van het centrale zenuwstelsel die de spiermembranen in een constante staat van bijna activering achterlaten.

De auteurs suggereerden dat er in de spieren van FM-patiënten een proces gaande was dat lijkt op centrale sensitisatie. Ofwel kregen de spieren te veel signalen om te activeren, ofwel werkte het inhibitiesysteem om de spieren onder controle te houden, niet.  Hoe dan ook, het centrale zenuwstelsel bracht het activeringssysteem van de spieren in de war.

Het bewijs van een soort overprikkelde spieren bij FM gaat ver terug. Een studie uit 1989, “Evidence of neuromuscular hyperexcitability features in patients with primary fibromyalgia”, [Bewijs van neuromusculaire hyperstimulatie doet zich voor bij patiënten met primaire fibromyalgie] ontdekte dat de spieren bij FM de neiging hebben om in een geactiveerde toestand te blijven lang nadat een taak is voltooid. Het vond ook bewijs van spiertrekkingen waarbij de spieren zich niet ontspannen of kalmeren tussen contracties.

Mentale inspanning was alles wat nodig was om de monnikskapspier te activeren bij FM in een studie.

Andere studies suggereren dat problemen met ontsteking, verminderde energieproductie, verminderde bloedstroom en hoge niveaus van oxidatieve stress aanwezig kunnen zijn in de spieren van FM-patiënten.

Het is verrassend, gezien hoe rijk het onderzoek naar spierproblemen bij FM is, dat dit aspect van de ziekte niet beter bekend is.

ME/cvs

De resultaten komen overeen met die van Workwells tweedaagse inspanningsstudies, die aangeven dat mensen met ME/cvs op een muur botsen nadat ze hun beperkte aerobe energieproductiecapaciteit hebben opgebruikt.

Bij ME/cvs treden de abnormaal hoge spiergeleidingssnelheden die bij FM worden gezien, pas op nadat er meer kracht op de spier wordt uitgeoefend. Hoewel de auteurs verklaarden dat activering van het centrale zenuwstelsel betrokken kan zijn bij ME/cvs, legden zij de schuld meer bij een storing in de aerobe energieproductie en een daaropvolgende snelle overgang naar anaerobe energieproductie.

Jarenlang hebben studies van tweedaagse inspanningstesten gedocumenteerd dat mensen met ME/cvs amper gebruik kunnen maken van hun defecte aerobe energieproductie – en zich uitgeput en stram voelen terwijl hun anaerobe energie probeert om bij te benen (maar daar niet in slaagt).

Sommige inspanningsstudies suggereren dat er problemen met energieproductie aanwezig zijn bij FM, maar het is vrij duidelijk dat mensen met FM over het algemeen meer lichaamsbeweging kunnen verdragen dan mensen met ME/cvs. Dit is de eerste studie die ik heb gezien die zou kunnen verklaren waarom. Bij FM lijkt het centrale zenuwstelsel de voornaamste boosdoener te zijn. Bij ME/cvs is dat een defect aeroob energieproductiesysteem.

Op naar meer biomedisch Nederlands onderzoek!

© Health Rising, 30 maart 2021. Vertaling Zuiderzon, redactie Abby, ME-gids.

Geef een antwoord

Zijbalk

Volg ons
<< jul 2021 >>
mdwdvzz
28 29 30 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 31 1
Geen Evenementen
Recente Links