Bron:

| 1166 x gelezen

David Tuller © Anil van der Zee

19 oktober 2023.

UPDATE: kinesitherapeut/fysiotherapeut Zachary Grin, wiens kritiek de aanleiding was voor dit vervolgbericht, heeft een reactie geplaatst, daarom heb ik het direct onder deze inleiding geplaatst. Hij blijft geloven dat ik de studie verkeerd heb voorgesteld. Ik blijf het er niet mee eens. Prognostische factoren zijn, zoals hij opmerkt, basislijnkenmerken. (In dit geval betekent “basislijn” halverwege de ziekte, dus deze worden hier niet gepresenteerd als reeds bestaande aandoeningen). Ondanks de verklaring dat de studie zich richt op de “prognostische” waarde van deze factoren, verwijzen de onderzoekers overal – en niet alleen in de titel en het abstract – naar de “impact”, de “effecten” en de “invloed” van angst en depressie op “resultaten”. Voor mij is dit gebruik onbetwistbaar causaal en kan het alleen worden gelezen als verwijzend naar het feit of angst en depressie de zaken direct verergeren, dat wil zeggen of ze de ziekte in stand houden. Als dat niet is wat de auteurs bedoelen, zoals Dr. Grin beweert, dan hebben ze hun taal op een zeer slordige en onnauwkeurige manier gebruikt en zouden ze dit moeten rechtzetten. Volgens Dr. Grin komt deze taal overeen met het suggereren van slechts een verband tussen een voorspellende factor en het resultaat en zou uitsluitend op die manier moeten worden geïnterpreteerd – wat volgens mij in tegenspraak is met de duidelijke betekenis van de woorden.

Maar lezers kunnen dat zeker zelf beoordelen. Hoe dan ook bedank ik Dr. Grin om deel te nemen aan deze discussie.

Commentaar van Dr. Grin:

Ik ben blij dat u mijn kritiek op uw interpretatie interessant genoeg vond om een vervolgpost te rechtvaardigen en ik verwelkom de gelegenheid om dit verder uit te werken. De studie was expliciet bedoeld om een potentieel “prognostisch effect” van depressie, angst en persoonlijkheidsstoornissen te identificeren bij patiënten met functionele zwakte van de ledematen/parese (FNS-par). De studie was niet bedoeld om aan te tonen of dit instandhoudende factoren zijn bij FNS-par.

Een prognostische factor is een basislijnkenmerk van de patiënt dat ons informeert over het waarschijnlijke algemene *resultaat* van de patiënt voorafgaand aan de behandeling. Een instandhoudende factor draagt bij aan de aanhoudende *aanwezigheid of verergering van de symptomen*. Het identificeren van instandhoudende factoren kan helpen bij het selecteren van geschikte behandeldoelen, maar geeft niet de informatie die nodig is om de algehele prognose van de patiënt te bepalen.

Het is belangrijk om verder te kijken dan titels en samenvattende conclusies bij het interpreteren van wetenschappelijk onderzoek. De zinsneden “impact op de uitkomst” en “beïnvloede uitkomsten” in respectievelijk de titel en de conclusie van het abstract zijn beide consistent met prognostische effecten, aangezien de prognose direct de verwachte uitkomst informeert en instandhoudende factoren dat niet doen. In het discussiegedeelte van het artikel wordt ook expliciet vermeld dat er “geen duidelijke bevinding is die erop wijst dat de aanwezigheid van depressie of angst in absolute termen gecorreleerd was met de klinische uitkomst”. Nogmaals, dit komt volledig overeen met hun prognostische effect.

U verklaarde dat “als de auteurs een subtiel maar duidelijk onderscheid wilden maken tussen de begrippen prognostisch effect en instandhouding, zij daarin faalden”. Ik zou willen stellen dat de verantwoordelijkheid voor een duidelijke interpretatie ook berust bij degenen die het onderzoek bespreken, vooral wanneer hun platform een breed bereik heeft en invloed heeft op de publieke perceptie. Hoewel onderzoeksresultaten voor verschillende interpretaties vatbaar kunnen zijn, lijkt uw interpretatie geen rekening te houden met de fundamentele verschillen tussen deze twee begrippen en hun gebruik in de klinische praktijk – de reden voor het uitvoeren van dergelijke studies . Het is uw verantwoordelijkheid om deze verschillen te begrijpen voordat u uw interpretatie verspreidt.

Ik blijf bij mijn aanvankelijke kritiek op uw interpretatie: uw bericht gaf een verkeerd beeld van het onderzoek door prognostische factoren te verwarren met factoren die de ziekte in stand houden.

Zachary Grin, PT, DPT

**********

Zachary Grin, een kinesitherapeut/fysiotherapeut in New York City die gespecialiseerd is in het behandelen van patiënten met functionele neurologische stoornissen (FNS), gaf commentaar op mijn meest recente blog nadat ik er een link naar had geplaatst op X, het socialemediaplatform dat vroeger bekend stond als Twitter. Zoals hij opmerkte in zijn reeks tweets (of zijn reeks X’en?), vond hij mijn bericht “erg misleidend”. Volgens zijn interpretatie onderzocht de studie die ik besprak niet of depressie en angst instandhoudende factoren waren bij functionele zwakte van ledematen, of “FNS-par”, maar of ze prognostische waarde hadden. (De studie onderzocht ook persoonlijkheidsstoornissen, maar de auteurs concludeerden uiteindelijk dat er onvoldoende gegevens waren om conclusies te trekken).

Dr. Grin citeerde deze passage uit het abstract om zijn punt te ondersteunen: “De impact van deze aandoeningen op de prognose van FNS-par is niet systematisch onderzocht. Het doel van deze studie was het identificeren van een potentieel prognostisch effect van comorbide depressie, angst en/of persoonlijkheidsstoornis op de prognose bij patiënten met FNS-par.” (Het gebruik van zowel “prognostisch effect” als “prognose” in dezelfde zin is onhandig en lijkt overbodig; misschien had de studie, zoals zoveel academische papers, baat kunnen hebben bij een rigoureus copy-editingproces).

Zoals Dr. Grin verder opmerkte: “prognose en bestendigende factoren zijn niet hetzelfde en deze studie toont niet aan dat angst en depressie geen instandhoudende factoren zijn. U geeft een verkeerde voorstelling van deze studie.”

Ik heb veel posts over FNS geschreven en Dr. Grin heeft ze vaak betwist. Zoals in dit geval heeft hij dat op een beleefde manier gedaan, wat ik zeer op prijs stel, omdat het verschilt van hoeveel mensen – waaronder soms ikzelf – dergelijke discussies op X benaderen. Hoewel we het zelden eens zijn over deze zaken, heb ik er over het algemeen van genoten om met hem van gedachten te wisselen. In dit geval vond ik dat Dr. Grin een interessant punt maakte. En omdat ik aanneem dat anderen het misschien met hem eens zijn, leek het me de moeite waard om dit vervolg op de post te schrijven.

Het is zeker waar, zoals hij opmerkte, dat sommige factoren of indicatoren waarde kunnen hebben bij het voorspellen van uitkomsten – met andere woorden, prognostische waarde – zonder direct betrokken te zijn bij het in stand houden van de betreffende ziekte. Misschien houden de factoren, wat ze ook mogen zijn, verband met of begeleiden ze het mechanisme dat een ziekte feitelijk in stand houdt zonder dat ze rechtstreeks betrokken zijn bij die instandhouding.

De fout in het argument van Dr. Grin, zoals ik het zie, is dat de beschrijving die hij aanhaalde van de studiedoelen, niet de enige manier was waarop de auteurs zelf hun onderzoek inkaderden. De kop zelf vermeldde bijvoorbeeld geen “prognose” of “prognostisch effect”. Er stond expliciet dat het onderzoek ging over de “impact” van angst, depressie en persoonlijkheidsstoornissen “op de uitkomst van patiënten met functionele zwakte van de ledematen”. De conclusie van het abstract gaf aan dat de studie “geen bewijs vond dat depressie of angst het resultaat beïnvloedde” – wederom zonder prognose of prognostisch effect te noemen. Ondanks de bezorgdheid van Dr. Grin geven deze zinnen in gewoon Engels aan – althans voor mij – dat de studie onderzocht of angst en depressie factoren waren die de ziekte in stand hielden.

Met andere woorden, als de auteurs een subtiel maar duidelijk onderscheid wilden maken tussen de begrippen prognostisch effect en instandhouding, dan zijn ze daar niet in geslaagd. Misschien zijn ze het eens met Dr. Grins lezing van wat ze schreven; zo ja, dan hadden ze beter hun best moeten doen om zichzelf uit te leggen. Terwijl Dr. Grin suggereerde dat ik deze twee begrippen op een problematische manier door elkaar haalde, is mijn antwoord dat de auteurs zelf verantwoordelijk waren voor een dergelijke vermenging. Ik citeerde alleen hun woorden.

In zijn reeks tweets schreef Dr. Grin onder andere het volgende: “ik hoop dat anderen de paper daadwerkelijk lezen in plaats van u op uw woord te geloven.” Daar ben ik het zeker mee eens! Ik denk dat als anderen de studie lezen, ze zullen ontdekken dat het inderdaad ondubbelzinnig lijkt te stellen dat, volgens de beschikbare gegevens, angst en depressie geen instandhoudende factoren blijken te zijn – niet alleen dat ze geen voorspellende waarde hebben. Als dat niet de bedoeling was, raad ik de auteurs aan om een verduidelijking of corrigendum in te dienen. Vanuit mijn perspectief houdt de interpretatie van Dr. Grin geen stand.

© David Tuller voor Virology Blog. Vertaling admin, redactie NAHdine, ME-gids.

Geef een reactie

Zijbalk

Volg ons
ma
di
wo
do
vr
za
zo
m
d
w
d
v
z
z
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
1
2
3
4
Geen Evenementen
Recente Links