Bron:

| 2352 x gelezen

In de dagen na de publicatie van “Detection of MLV‐related virus gene sequences in blood of patients with chronic fatigue syndrome and healthy blood donors” op 23 augustus 2010 in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS) van de hand van Shyh-Ching Lo, Harvey J. Alter en collega’s aan de Food and Drug Administration, National Institutes of Health en Harvard Medical School, heeft de CFIDS Association of America veelgestelde vragen (FAQ) verzameld. Ze hebben antwoorden gevraagd van een reeks deskundigen die vertrouwd zijn met deze studie, het opkomende onderzoeksveld naar XMRV en andere muizen leukemie retrovirussen, de kwestie van bloedveiligheid en de daarmee samenhangende berichtgeving in de media.

Hieronder vindt u een selectie van vragen en antwoorden over de Lo/Alter-studie.

Alle vragen en antwoorden vindt u via deze link.


Vraag:

Bent u van mening dat de PNAS studie ontworpen is als een validatie of als replicatiestudie van de Lombardi et al. studie?

Antwoord:

De PNAS studie werd gestimuleerd door de Science publicatie en door de negatieve studies die daarop volgden. We hebben onze populatie van CVS-patiëntenstalen getest en controles zonder vooringenomenheid (bias). Dat wil zeggen dat we geen verwachting hadden in een of andere richting, maar gewoon wilden weten of we XMRV in onze stalen konden vinden of niet. Zoals later bleek, vonden we geen XMRV, maar nauw gerelateerde polytrope muizen leukemie virussen (MLVs). Het sterke verband van de MLVs met CVS die geïdentificeerd werd in onze patiëntenpopulatie was gelijkaardig aan het sterke verband tussen XMRV en CVS gerapporteerd door Lombardi et al. De rol van MLVs in het CVS ziekteproces is echter nog niet duidelijk.

Harvey J. Alter, MD, MACP, Chief, Clinical Studies & Associate Director for Research, Department of Transfusion Medicine, National Institutes of Health and Shyh‐Ching Lo, MD, PhD, Medical Officer, Division of Cellular and Gene Therapies, Federal Drug Administration 


Vraag:

U zit al lang in dit onderzoeksveld en heeft aanwijzingen gezien die verschillende infectueuze agenten met CVS associeert. Wat zijn uw ideeën over deze bijzondere studie?

Antwoord:

Op basis van mijn ervaring van met patiënten te praten en van hen te onderzoeken, denk ik dat de meest waarschijnlijke verklaring van hun ziekte bij de meeste van de CVS-patiënten is dat ze aan een soort chronische infectie lijden. Ik denk dat het zeer aannemelijk is dat de infectie van een soort is dat niet volledig opgeruimd kan worden door het immuunsysteem, hoewel dat nog niet bewezen is. Ik denk dat het erg plausibel is dat de belangrijkste symptomen van CVS veroorzaakt worden door een aanval van het immuunsysteem op ziekteverwekker(s) die betrokken kunnen zijn, hoewel dat nog niet bewezen is. Tot slot, aangezien de symptomen die ervaren worden in de hersenen, denk ik dat het erg aannemelijk is dat de immuunsysteem moleculen die de symptomen kunnen veroorzaken of geproduceerd worden in de hersenen (omdat de infectie zich daar bevindt) of de hersenen bereiken via de bloedcirculatie, hoewel dat nog niet bewezen is.

Deze studie heeft sterke aanwijzingen gevonden dat een groep retrovirussen die voor het eerst ontdekt werden bij besmette muizen, ook veel patiënten met CVS kan besmetten, en ook enkele gezonde bloeddonoren. Andere studies, zowel gepubliceerd als ongepubliceerd, hebben dat echter niet teruggevonden. Alle laboratoria die deze vraag bestudeerd hebben, dienen samen te werken om te proberen te begrijpen waarom ze verschillende resultaten bekomen hebben. De PCR technieken die de basis vormden van de meeste van deze studies zijn erg lastig: ze kunnen vals positief zijn en ze kunnen vals negatief zijn. Dr. Lo’s laboratorium heeft veel moeite gedaan om verschillende soorten vals positieve resultaten uit te sluiten, zoals uitgelegd in onze paper. We hebben ook enkele redenen voorgesteld waarom andere studies vals negatieve resultaten verkregen zouden hebben, maar dat is slechts speculatie.

Samengevat handelt onze studie of zou onze studie niet de vraag moeten afhandelen of muizen retrovirussen geassocieerd kunnen zijn met CVS. Het is één studie, één stuk bewijs. Wetenschappelijke conclusies vereisen meerdere studies en meerdere soorten bewijsmateriaal. Er moet meer werk gedaan worden, in het bijzonder tussen de laboratoria die reeds betrokken zijn in de studie van deze vraag, om te begrijpen waarom hun resultaten verschillend zijn. Zelfs als er geconcludeerd wordt dat deze virussen vaak aanwezig zijn bij patiënten met CVS, zal dat niet bewijzen dat de virussen de oorzaak zijn van CVS. Dus we zijn nog een lange weg van de finish in het verkrijgen van solide antwoorden op deze belangrijke vragen.

A.L. Komaroff, MD


Vraag:

Er is geen informatie in het artikel opgenomen over de 12 patiënten wiens stalen naar Dr. Lo gestuurd waren in de vroege jaren 1990. Door welke criteria werden zij gediagnosticeerd? Waren er bepaalde klinische kenmerken bij deze patiënten die hen onderscheidt van andere patiënten die u toen zag of hebt gezien in de jaren sindsdien?

Antwoord:

Ik kan me niet de gegevens van deze patiënten herinneren aangezien dit bijna 20 jaar geleden was. Mijn kliniek zag toen alleen CVS en ze zijn tamelijk hetzelfde als wat ik vandaag zie van 26 staten en 7 landen. Ik heb een poster presentatie klaar voor de International XMRV Workshop op 7-8 september met betrekking tot de detectie van XMRV/MLV/HGRV in mijn praktijk uitgevoerd op 47 opeenvolgende patiënten van oktober 2009 tot december 2009. Deze 47 patiënten zijn vrij goed gekarakteriseerd met inbegrip van het percentage overlappende diagnoses (FM, MCS, Lyme, PDS, schimmelziekte), KPS (Karnofsky schaal), leeftijd, geslacht en geografische spreiding. De gegevens zijn, denk ik, buitengewoon, maar ik kan er niet over spreken tot na de 8ste.

Paul R. Cheney, MD, PhD, De Cheney Clinic

Antwoord:

Alle patiënten van wie ik de stalen opstuurde voor studie op dat moment, voldeden aan de 1988 Holmes Criteria voor CVS. Ik heb altijd gevoeld dat de activiteitenbeperking tot het denkbeeldige 50% niveau cruciaal was voor de diagnose.

David S. Bell, MD, FAAP, Lyndonville, N.Y.


Vraag:

Zoals gepresenteerd werd op de Cold Spring Harbor Laboratory (CSHL) conferentie over retrovirussen (mei 2010) en vermeld werd in de Wall Street Journal’s Health Blog, heeft het Whittemore Peterson Institute (WPI) gag sequenties gevonden die een grotere variabiliteit reflecteren geamplifieerd uit de PBMC’s van CVS-patiënten dan origineel gerapporteerd werd voor XMRV. Komen de varianten die u geïdentificeerd hebt overeen met de vier MLV varianten die beschreven zijn in de PNAS paper, of vertegenwoordigen zij een nog grotere diversiteit binnen deze familie van gamma retrovirussen?

Antwoord:

De varianten gepresenteerd op CSHL waren exact de varianten die beschreven zijn in de Lo et al. publicatie. Het abstract was ingestuurd einde februari / begin maart door onze medewerker Dr. Kathryn S. Jones en zij rapporteerde dat de merendeel van de patiënten gerapporteerd door de Lombardi et al. hadden zowel xenotrope als polytrope MLVs. Dit is consistent met de antistoffen en serologische gegevens gepresenteerd in Lombardi et al. die grotere sequentie variatie suggereerden gezien XMRV VP 62-specifieke PCR negatieve patiënten in figuur 1 [in de originele Science paper] inderdaad XMRV-gerelateerde virussen huisvestten die gedetecteerd konden worden door de antilichamen die alle bekende xenotrope, polytrope en ecotrope retrovirussen herkenden.

Het is jammer dat maakt niet uit hoeveel gegevens we ook gepresenteerd en gepubliceerd hebben (Mikovits et al., Virulence, 30 juli 2010) die meer sequentievariatie suggereert als een valide wetenschappelijke verklaring voor negatieve studies zowel bij CVS als prostaatkanker, onze gegevens niet kritisch geëvalueerd werden maar bekritiseerd werden met niet-ondersteunde beweringen van contaminatie.

We feliciteren Dr. Alter en waarderen oprecht zijn verklaringen die ons werk verdedigen en definitief stellen dat zijn werk de gegevens in Lombardi et al. bevestigden en alle beschuldigingen dat er ooit contaminatie in het spel was in ons werk de kop indrukte. We hebben elke mogelijke controle gedaan en nooit was er enig bewijs van contaminatie. Nu het verband tussen een menselijke gamma retrovirus familie en CVS stevig vastgesteld is, kan de wetenschappelijke gemeenschap hopelijk samenwerken om vooruitgang te boeken in het onderzoek om de rol van deze virussen in ziekte te begrijpen en om zo spoedig mogelijk behandelprotocollen te ontwikkelen.

Judy A. Mikovits, Onderzoeksdirecteur, Whittemore Peterson Institute


Vraag:

Veel berichtgeving was vergezeld van foto’s van veldmuizen of laboratoriummuizen, zoals deze van CNN. Suggereert of bewijst deze studie (of een van de andere papers) dat XMRV en/of MLVs sequenties bij mensen door direct contact met muizen of andere knaagdieren komen?

Antwoord:

XMRV en virale sequenties gerapporteerd door Lo et al. zijn nauw verwant aan een aantal muizen leukemie virussen wat het zeer waarschijnlijk maakt dat de virale voorouders voortkomen uit muizen voorafgaand aan mensen te besmetten. Het is echter niet bekend hoe of wanneer dit zich heeft voorgedaan, of dat er intermediaire gastheren zijn tussen muizen en mensen. Er is geen aanwijzing dat deze virussen verspreid worden door insecten die muizen bijten, deze route van overdracht verschijnt bij sommige andere virussen, zoals het West Nijl Virus bijvoorbeeld, maar niet met retrovirussen zoals XMRV.

Robert H. Silverman, PhD, Mal and Lea Bank Chair and Professor, Department of Cancer Biology, Lerner Research Institute, Cleveland Clinic


© Vertaling ME-Gids.net van een deel van de FollowUp FAQs to the Study by Lo, Alter et al., September 2010 CFIDSLink

Geef een antwoord

Zijbalk

Volg ons
ma
di
wo
do
vr
za
zo
m
d
w
d
v
z
z
29
30
31
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
1
2
Geen Evenementen
Recente Links