Bron:

| 244 x gelezen

Trial By Error: The Lancet publiceert klaagzang van gepassioneerde GET/CGT-verdedigers

14 februari 2022.

The Lancet publiceerde pasgeleden een gekwelde klaagzang van aanhangers van graduele oefentherapie/cognitieve gedragstherapie/ [GET/CGT] voor ME/cvs. (Of CVS/ME, zoals deze auteurs de ziekte per se willen noemen in wat degenen die bekend zijn met het debat zullen herkennen als een kleuterachtige driftbui.) Deze gepassioneerde leden van de ideologische GET/CGT-brigade, allemaal uit Noord-Europese landen, stampen met hun spreekwoordelijke voetjes op de grond over de nieuwe klinische richtlijn voor ME/cvs van het Britse National Institute for Health and Care Excellence.

Volgens de nieuwe richtlijn, die in oktober werd gepubliceerd, beveelt NICE GET niet langer aan en mag CGT alleen geadviseerd worden als ondersteunende zorg, niet als een behandeling voor de ziekte zelf. De Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention namen enkele jaren geleden een soortgelijke beslissing en verwijderden van hun site meerdere verwijzingen naar de beruchte PACE-studie, een belangrijk fundament van de GET/CGT-benadering. Tijdens het uitgebreide beoordelingsproces stelde NICE zelf vast dat de kwaliteit van het bewijs ter ondersteuning van de effectiviteit van deze interventies, inclusief van de PACE-studie, ofwel “zeer laag” ofwel gewoon “laag” was.

De vijf auteurs van dit Lancet-commentaar zijn (in volgorde van auteurschap) Signe Flottorp, Kjetil Brurberg, Per Fink, Hans Knoop en Vegard Wyller. Flottorp, Brurberg en Wyller zijn allemaal Noors, Fink is Deens en Knoop is Nederlands. Het zijn allemaal bekende spelers op dit gebied. Net als hun mede-GET/CGT-brigadiers in het VK en elders, hebben ze in het verleden dubieuze uitspraken gedaan als het gaat om ME/cvs. En ze mogen mij ook echt niet.

(Even terzijde: in een onlangs op Twitter geposte brief uit 2020 beschreef Flottorp mij als een “ME-activist”. Ik persoonlijk beschouw het woord “activist” niet als een belediging, tenzij de spreker of schrijver het op een beledigende manier gebruikt, zoals Flottorp deed in haar brief. Of ik nu een “activist” ben of niet, ik ben een academicus volksgezondheid bij één van ‘s werelds grootste onderzoeksinstellingen, en het is ongepast om die kwalificatie weg te laten wanneer mijn werk in een professionele context wordt besproken. Op zich kan je mij wel een “activist” noemen als het gaat om het bepleiten van mijn standpunten, maar dan zijn ook Flottorp en haar collega’s “activisten” in hun pleidooi voor hun eigen standpunten.)

In hun Lancet-commentaar voeren de auteurs misleidende argumenten aan door te beweren dat NICE het fout begrepen heeft. Ten eerste lijken ze verbijsterd over het idee dat richtlijnen kunnen veranderen, zelfs na meer dan een decennium. Ze lijken te geloven dat het opnieuw beoordelen van de wetenschappelijke basis vooral bedoeld is om een bestaande richtlijn opnieuw te bevestigen, want ze schrijven bijvoorbeeld dit:

“Hoewel we de inspanningen van de richtlijncommissie toejuichen, is het opmerkelijk dat de aanbevelingen in de NICE-richtlijn van 2021 aanzienlijk verschillen van de vorige, en dat ze geen CGT en GET vermelden als middelen om CVS/ME te behandelen. De nieuwe richtlijn biedt versterkt bewijs, maar een grote verschuiving in interpretatie. Hoe kan zoiets?”

Het doel van de herziening van een richtlijn is natuurlijk om de beschikbare gegevens te evalueren en tot bijgewerkte conclusies te komen – niet alleen om oude conclusies klakkeloos te herhalen. Hun bezwaar lijkt te zijn dat er sinds 2007, toen de vorige richtlijn werd gepubliceerd, “versterkt bewijs” voor de CGT/GET-benadering naar voren is gekomen, maar dat de commissie deze bevindingen om onverklaarbare redenen heeft verworpen.

In de ogen van deze mensen was de publicatie van de belangrijkste resultaten van de PACE-studie in 2011 in hetzelfde tijdschrift een belangrijke gebeurtenis – een belangrijk onderdeel van dat zogenaamde “versterkte bewijs”. De auteurs citeren de PACE-studie meerdere keren, alsof het nog steeds een wijdverbreide geloofwaardigheid geniet van mensen buiten hun doorgewinterde fanclub. Ze citeren niet het artikel uit 2018 in BMC Psychology dat de PACE-bevindingen effectief weerlegde. (Ik was coauteur van dat artikel.)

Als NICE het bij het verkeerde eind had in zijn evaluatie van PACE, dan geldt dat ook voor de meer dan 100 experts van Harvard, Columbia, University College London, Stanford, Yale, Berkeley, enz., die hun handtekening zetten onder een open brief aan The Lancet die gehakt maakte van de studie. De brief vermeldde de “onaanvaardbare methodologische fouten” van PACE en vroeg om een ​​onafhankelijk onderzoek. Aan Berkeley hebben mijn epidemiologische collega’s PACE tijdens lezingen gebruikt als pedagogisch hulpmiddel – een case study over hoe je een klinische proef beter NIET uitvoert. Kortom, de studie is een methodologische en ethische ramp.

Dus Flottorp en haar collega’s mogen de PACE-studie zo vaak citeren als ze willen. Maar jammer genoeg voor hen, ondermijnt hun afhankelijkheid van die studie hun eigen positie. Het roept ook twijfels op over hun wetenschappelijk oordeel en inzicht.

**********

De auteurs van het commentaar in The Lancet stellen dat de NICE-richtlijn zichzelf tegenspreekt omdat ze ME/cvs definieert op basis van zelfgerapporteerde symptomen, maar vervolgens studies met zelfgerapporteerde resultaten degradeert. De meest valide manier om de resultaten van interventies te beoordelen, zo benadrukken ze, is via uitkomsten die dezelfde zelfgerapporteerde symptomen beoordelen, en niet via objectieve markers.

Dat is sofistisch. De PACE-onderzoekers brachten eerder al hetzelfde dwaze punt naar voren. Als dit zou kloppen, waarom namen ze dan zelf de moeite om vier objectieve uitkomsten op te nemen in hun zogenaamde “doorslaggevende” studie van GET en CGT? Uiteindelijk verwierpen ze de objectiviteit van hun eigen objectieve resultaten pas nadat de resultaten niet overeenkwamen met de positieve rapporteringen op hun subjectieve metingen.

Hans Knoop, een van de coauteurs van het commentaar, gebruikte zelf een objectieve maatstaf voor activiteit, nl. actigrafie, waarbij deelnemers een sensor dragen die hun beweging gedurende een bepaalde periode monitort. In sommige onderzoeken naar psycho-gedragsmatige behandelingen voor ME/cvs heeft deze maatregel nulresultaten opgeleverd, ondanks positieve rapporteringen op de subjectieve maatstaven. In een recent interview over een controversieel lopend onderzoek naar CGT voor langdurige COVID suggereerde Knoop dat objectieve resultaten in dit soort onderzoeken ontoereikend zijn omdat de resultaten de positieve rapporteringen op subjectieve maatstaven niet ondersteunen.

Dit is wat hij zei: “We hebben [in de huidige studie] alleen subjectieve primaire en secundaire uitkomstparameters… In eerder onderzoek hebben we aangetoond dat er geen correlatie is tussen de objectieve en subjectieve uitkomstparameters.” Objectieve uitkomsten laten vallen omdat ze niet ‘correleren’ met subjectieve uitkomsten is een vreemde methodologische strategie. En ze is ook moeilijk verdedigbaar, aangezien er geen bewijs is dat de objectieve uitkomsten ontoereikend zijn, buiten het feit dat ze niet overeenkomen met subjectieve uitkomsten.

Bovendien gaat de bezorgdheid over subjectieve maatstaven niet per se over subjectieve maatstaven. De bezorgdheid gaat specifiek over de vooringenomenheid die inherent is aan niet-geblindeerde onderzoeken die uitsluitend steunen op subjectieve uitkomsten voor het rapporteren van succes. Bij geblindeerde studies of in combinatie met objectieve uitkomsten kunnen subjectieve metingen uiteraard een belangrijke rol spelen.

De auteurs van de commentaren spreken ook hun verbazing uit dat sommige leden van de NICE-commissie “een negatieve mening hadden over de geëvalueerde interventies”, en ze verwezen daarbij naar een draadje op het online forum Science For ME (waarvan ik lid ben). Blijkbaar zien ze zelf niet in hoe ironisch deze uitspraak is.

Voorstanders van GET/CGT doen hetzelfde al vele jaren en uitten regelmatig positieve meningen “over de geëvalueerde interventies”. De 21-koppige NICE-commissie omvatte veel van dergelijke promotoren. Hoewel drie leden tegen het einde besloten om zichzelf uit de commissie te verwijderen, deden de meesten dat niet – en ik veronderstel dat degenen die overbleven, inclusief maar niet beperkt tot de vijf patiëntenvertegenwoordigers, akkoord waren met de definitieve versie van de richtlijn.

De auteurs van het commentaar lijken te geloven dat een minderheid in de NICE-commissie erin geslaagd is om professoren en hooggekwalificeerde clinici te dwingen om gefundeerd bewijs te negeren en in te stemmen met ongerechtvaardigde aanbevelingen. Hoogstwaarschijnlijk waren de argumenten die werden aangevoerd om de CGT/GET-benadering te ondersteunen, even weinig overtuigend als de hier geschetste argumenten, en werden ze daarom terecht verworpen. De auteurs verwijzen herhaaldelijk naar inzendingen die aan NICE zijn gedaan tijdens het consultatieproces voor de richtlijn. Vermoedelijk was het algemene oordeel van de NICE-commissie dat deze inzendingen niet overtuigend waren. Het feit dat NICE het perspectief van de auteurs op de zaak in kwestie niet overnam, betekent niet dat NICE deze beweringen heeft genegeerd. Integendeel, NICE heeft ze afgewezen.

De auteurs concluderen dat de verschillende zogenaamde “tekortkomingen in het richtlijnproces suggereren dat het niet werd gedreven door wetenschap, maar door ideologie – dat wil zeggen, sociaal bepaalde percepties van de werkelijkheid die worden gekenmerkt door bijvoorbeeld onvoldoende corrigerende effecten van ervaringen en inherente verdedigingsmechanismen tegen kritiek.” Deze uitspraak getuigt van een indrukwekkend gebrek aan zelfbewustzijn. Mag ik er nogmaals op wijzen dat deze groep geen gevoel heeft voor ironie?

Het hele artikel leest als een collectieve psychologische projectie. De auteurs verwijten anderen van dingen die ze zelf hebben gedaan. Selectief lezen van de literatuur? Check! Ideologie verkiezen boven wetenschap? Absoluut! Hun standpunt is hypocriet en onhoudbaar. Ze staan ​​aan de verkeerde kant van een afbrokkelend paradigma, en ze voelen de bui hangen. In dit tendentieuze document komen ze over als verbijsterd, verward en zelfs bang.

© David Tuller voor Virology Blog. Vertaling Abby, redactie Zuiderzon, ME-gids.


Trial by Error: mijn reactie op vooraanstaande Noorse arts die probeert mijn werk als “activist” te denigreren

David Tuller, DrPH, Virology Blog, 18 februari 2022

Bijgewerkt op 2 maart 2022:

Gisteren ontving ik een attent briefje van professor Miek Jong in reactie op mijn recente brief aan haar (zie hieronder) over de pogingen van een vooraanstaande Noorse arts om mijn werk te denigreren door mij te beschrijven als een “activist”.

Ik heb professor Jong het volgende antwoord gestuurd:

Beste Miek,

Heel erg bedankt voor je vriendelijke reactie. Wat leuk dat je ervaring hebt opgedaan aan Berkeley en UCSF!

Ik vind het niet erg dat mijn werk in dit debat wordt genoemd. Wat ik verontrustend vind, is dat dr. Flottorp en haar collega’s blijkbaar iedereen die tegen hun standpunten is, wegzetten als “activist”, ongeacht hun professionele en academische kwalificaties of de waarde van hun kritiek. Bovendien doen ze dat alsof het woord “activist” automatisch betekent dat iemand geen legitiem standpunt kan hebben.

Als patiënten tijdens een interventie te horen krijgen dat ze enkel beter worden als ze niet erkennen dat ze een ziekte of symptomen hebben, en dat ze zelfs geen negatieve gedachten mogen hebben, dan is het vanzelfsprekend dat hun antwoorden op subjectieve vragen over hoe zij zich voelen, doordrenkt zullen zijn van vooringenomenheid. Dit zou niet controversieel of verwarrend mogen zijn voor ervaren onderzoekers, maar blijkbaar is het dat wel.

Veel succes met het bewaken van het fort tijdens dit debat!

Vriendelijke groet,

David

David Tuller, DrPH
Senior Fellow Volksgezondheid en Journalistiek
Center for Global Public Health
School of Public Health
University of California, Berkeley

In mijn vorige post [link Klaagzang] over een klaagzang van Noord-Europese leden van de ideologische GET/CGT-brigades, vermeldde ik dat de hoofdauteur, Signe Flottorp, mijn werk had geciteerd in een brief uit 2020. In dat botte bericht karakteriseerde ze mij als een “bekende ME-activist”. De brief maakt deel uit van een briefwisseling die blijkbaar via een aanvraag in het kader van Vrijheid van Informatie is verkregen en op sociale media werd gedeeld.

Dr. Flottorp is de onderzoeksdirecteur van het Noorse Nationale Instituut voor Volksgezondheid. De ontvanger van het bericht was Miek Jong, het hoofd van NAFKAM, een bureau dat informatie verzamelt over alternatieve medische behandelingen. Tijdens de uitwisseling klaagde dr. Flottorp bij dr. Jong over een NAFKAM-rapport waarin werd gewaarschuwd tegen het Lightning Process (LP). Een van haar klachten was dat NAFKAM geen gewag maakte van de resultaten van de pediatrische LP-studie, uitgevoerd door kinderarts Esther Crawley, een professor aan Bristol University met een methodologische en ethische beperking.

In een reactie op dr. Flottorp linkte dr. Jong naar Virology Blog, meer bepaald naar een bericht over een brief die ik namens mezelf en andere experts had opgesteld over het LP-onderzoek in kwestie:

“De studie die je noemt van Crawley et al in 2018, is niet opgenomen in ons informatieblad over LP omdat de methodologie van de studie zwaar bekritiseerd werd na publicatie door een groep van 21 wetenschappers van hoog aangeschreven universiteiten wereldwijd (https://www. virology.ws/2018/01/30/trial-by-error-a-letter-to-archives-of-disease-in-childhood/), en ze zat nog steeds onder beraad bij het vakblad toen ons laatste informatieblad over LP werd gepubliceerd in 2018 (https://adc.bmj.com/content/104/10/e3).”

In haar weerwoord schreef dr. Flottorp dit:

“U stelt dat NAFKAM de gegevens uit de Crawley-studie over LP in 2018 niet in een informatieblad heeft gebruikt vanwege de kritiek van een groep van 21 wetenschappers van hoog aangeschreven universiteiten wereldwijd. Ten eerste: dit is een ander argument dan het argument dat NAFKAM voortgaat op systematische reviews, niet op primaire studies. Ten tweede: de brief die u citeert, is opgesteld door David Tuller en gepubliceerd op zijn Virology Blog. David Tuller is een bekende ME-activist, ondersteund (ook financieel) door ME-patiënten (informatie van de webpagina van ME-foreningen). Het vakblad (Archives of Disease in Childhood) heeft de studie niet ingetrokken, maar een gecorrigeerde versie opnieuw gepubliceerd. Toen ik uw antwoord las, werd ik me ervan bewust dat David Tuller ook de strijd van de ME-activisten tegen de geplande Noorse LP-studie steunt in een Virology Blog van 2 mei – Trial By Error: Noors studievoorstel over Lightning Process. In deze blog linkte hij naar een door google vertaalde blog van Nina Steinkopf, Omstridt LP-studie er ikke godkjent enda.”

Na een hele woordenstroom eindigde Dr. Flottorp haar brief met deze eis:

“Omdat ik erg teleurgesteld ben door jouw antwoord, moet ik herhalen dat ik NAFKAM verzoek om intrekking en ontheffing van de waarschuwing tegen LP die in 2011 werd uitgegeven en werd herhaald op 02.03.20.”

**********

OK. Aangezien dr. Flottorp mijn naam en werk vernoemt, vond ik dat de situatie een interventie van mijn kant rechtvaardigde. Ik heb de volgende brief gestuurd aan dr. Jong:

Beste dokter Jong,

Het is mij ter ore gekomen dat Signe Flottorp, onderzoeksdirecteur van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid, mij en mijn werk vermeld heeft in een bot bericht dat op 13 mei 2020 naar u is gestuurd. (Ik heb dr. Flottorp in CC geplaatst.) Dit bericht, dat ging over het rapport van NAFKAM over het Lightning Process, is blijkbaar verkregen via een aanvraag in het kader van Vrijheid van Informatie. Het stond onlangs op Twitter. In de brief pleitte dr. Flottorp sterk tegen het NAFKAM-rapport omdat ze de inhoud niet goedkeurde.

Als onderdeel van haar betoog vernoemde dr. Flottorp mijn naam – correct – als de organisator van een brief over de pediatrische studie uit 2017 over het Lightning Process, gepubliceerd door Archives of Disease in Childhood, een vakblad van BMJ. De hoofdonderzoeker van die studie, Esther Crawley van de Universiteit van Bristol, is ook betrokken geweest bij een studievoorstel over het Lightning Process in Noorwegen. Een eerder voorstel voor die studie werd vorig jaar afgewezen door de federale ethische autoriteiten, omdat er blijkbaar sprake was van belangenconflicten en een problematisch onderzoeksontwerp. Mijn verzet tegen het voorstel, zoals uiteengezet in de blog die door dr. Flottorp in haar brief wordt aangehaald, was gebaseerd op de onmiskenbare gebreken in het voorstel en daarmee samenhangende bedenkingen over LP.

In haar brief aan u karakteriseerde dr. Flottorp mij als een “ME-activist”. (Ik heb geen ME, en ik heb ook geen naasten die de ziekte hebben.) Persoonlijk beschouw ik het woord “activist” niet als minachtend – tenzij het op een minachtende manier wordt gebruikt, zoals het gebruikt werd door dr. Flottorp. Wat mijn status als “activist” ook is, ik ben lid van de faculteit Volksgezondheid van University of California, Berkeley, één van ‘s werelds meest toonaangevende onderzoeksinstellingen.

Mijn verslaggeving over slecht onderzoek op het gebied van ME/cvs en aanverwante aandoeningen is mijn academisch project. (Mijn standpunt wordt ondersteund door donaties via crowdfunding die rechtstreeks aan UC Berkeley worden gedaan.) Het is ongepast dat iemand die mijn werk in een professionele context bespreekt, mijn academische kwalificaties weglaat. Bovendien wordt Virology Blog, de wetenschappelijke site waar ik veel van mijn werk post, beheerd door Vincent Racaniello, Hoogleraar Microbiologie aan de Leerstoel Higgins van Columbia University. (Hij staat ook in CC bij dit bericht, net als Cesilie Aasen van het Noorse Directoraat van Volksgezondheid, die in CC stond bij het bericht van dr. Flottorp.)

Kortom, ik ben een “activist” omdat ik mijn best doe om twijfelachtige wetenschap onder de aandacht te brengen. Als zodanig pleit ik sterk voor mijn standpunten, net zoals dr. Flottorp en haar collega’s “activisten” zijn in hun sterke pleidooi voor hun eigen overtuigingen.

Wat betreft de pediatrische studie over Lightning Process zelf, is het de moeite waard om precies uit te leggen wat Dr. Crawley en haar collega’s hebben gedaan en waarom ik daar bezwaar tegen had. Bij het uitvoeren van het onderzoek rekruteerden en verzamelden de onderzoekers gegevens van meer dan de helft van de deelnemers vóór de registratie van de proef. Daarna besloten ze om primaire en secundaire uitkomsten om te wisselen.

BMJ voert – net als alle grote medische uitgevers – al jarenlang een beleid waarbij studies geweigerd worden als deelnemers al werden gerekruteerd vóór registratie. Dit beleid is specifiek ontworpen om vooringenomenheid te voorkomen door middel van strategieën zoals selectieve uitkomstrapportage en precies het soort omwisseling van uitkomsten na registratie die plaatsvond in de pediatrische studie in kwestie.

In dit specifieke geval zorgde de uitkomstwissel ervoor dat de onderzoekers de resultaten op een andere manier konden rapporteren. De oorspronkelijke primaire uitkomst – aanwezigheid op school na zes maanden – had een nulresultaat. De herziene primaire (en voordien secundaire) uitkomst – zelfgerapporteerde fysieke functie – gaf een positief resultaat. Dr. Crawley en haar collega’s wisselden de ​​objectieve maatstaf van functie (aanwezigheid op school) om met een subjectieve (zelfgerapporteerde fysieke functie), nadat er al gegevens waren verzameld van meer dan de helft van de steekproef. Dit stelde hen in staat om de studie te hypen op basis van de herziene primaire uitkomst.

Archives of Disease in Childhood zou het manuscript vermoedelijk simpelweg hebben verworpen als de auteurs hadden onthuld hoe ze de studie daadwerkelijk hadden uitgevoerd. Maar wat gebeurde er? Wel, dr. Crawley en haar collega’s waren niet eerlijk in hun beschrijving van hun werk. Ze beschreven dit onderzoek – waarin meer dan de helft van de deelnemers werd geworven vóór registratie – alsof het ging om een volledig prospectief onderzoek. En ze vermeldden niet dat ze resultaten hadden omgewisseld nadat ze al gegevens hadden verzameld van meer dan de helft van de deelnemers.

Het is moeilijk in te beelden hoe dit onjuiste verslag van de studie per ongeluk kan zijn gebeurd. Hoe het ook tot stand kwam, de situatie lijkt naar mijn mening zeker te voldoen aan de standaarddefinitie van wetenschappelijk wangedrag. In ieder geval toont een LP-onderzoek dat op subjectieve uitkomsten vertrouwt, vooral één ding aan: zieke mensen die een programma volgen waarin ze keer op keer moeten bevestigen dat ze gezond zijn en ontkennen dat ze zich ziek voelen, zullen achteraf vaker melden dat het goed met ze gaat en dat ze zich niet ziek voelen, dan zieke mensen die zo’n programma niet hebben gevolgd.

Zoals dr. Flottorp opmerkte, heb ik een brief geschreven over de pediatrische LP-studie die werd ondertekend door een groep zeer gediplomeerde experts. Andere experts kozen ervoor om samen met mij de brief te ondertekenen, niet omdat ik een overtuigende “ME-activist” ben, maar omdat iedereen die de feiten beoordeelt, kan zien dat er iets niet pluis is met de studie – ze schond de kernprincipes van wetenschappelijk onderzoek.

Na het probleem meer dan een jaar te hebben onderzocht, erkende Archives of Disease in Childhood de problemen die ik had gedocumenteerd. Het vakblad besloot echter om de studie niet in te trekken (en ik kan alleen maar aannemen dat dit een poging was om hun gezicht te redden). In plaats daarvan publiceerde het een correctie van 3000 woorden en een herziene versie – met exact dezelfde bevindingen. Het publiceerde ook een “noot van de redactie” van 1000 woorden, waarin gewrongen logica werd gebruikt om de besluitvorming van het vakblad te verdedigen. Ik ben van mening dat BMJ, door de studie niet in te trekken, hun verantwoordelijkheid om de integriteit van de wetenschappelijke literatuur te beschermen, ernstig geschonden hebben.

Nadat de herziening was gepubliceerd, stelde ik nog een brief op – dit keer aan de toenmalige hoofdredacteur van BMJ, Fiona Godlee. De nieuwe brief werd ondertekend door meer dan 70 experts van Harvard, Columbia, University College London, Berkeley en vele andere topuniversiteiten van over de hele wereld, plus tientallen patiënten- en belangenorganisaties. Hier is een belangrijk gedeelte:

“De noot van de redactie legt uit dat het vakblad de kwestie over de uitkomstenwissel onderzocht heeft door “bevestiging te vragen bij de auteurs dat de wijziging van de primaire uitkomst niet beïnvloed werd door (positieve) bevindingen in de haalbaarheidsfase”. Dit is een verbijsterende uitspraak. We kunnen toch niet verwachten dat mensen, die onderhevig kunnen zijn aan vooringenomenheid, een onpartijdig en betrouwbaar oordeel vellen over of hun beslissing al dan niet beïnvloed is geweest door mogelijke vooringenomenheid. Een studieontwerp moet normaal gezien proberen om vooringenomenheid tot een minimum te beperken, net omdat mensen meestal blind zijn voor hun eigen vooringenomenheid. Het kan toch niet dat gerenommeerde wetenschap in toonaangevende vakbladen “bevestiging” moet gaan vragen bij onderzoekers over of ze al dan niet hebben kunnen weerstaan aan hun natuurlijke neiging om zich bij de selectie van primaire uitkomsten te laten leiden door hun eigen belangen.

In verband met die bevestiging van de onderzoekers uit Bristol, is het bovendien belangrijk om te onthouden dat ze in hun publieke versie van de feiten belangrijke informatie weglieten over studieregistratie en uitkomstverwisseling. Archives of Disease in Childhood had deze paper nooit gepubliceerd, als deze twee grote fouten niet waren gemaakt: 1) de onderzoekers gaven de redacteurs geen correct verslag van hoe de studie was uitgevoerd; en 2) de onaanvaardbare tekortkomingen van de paper werden door het vakblad niet opgemerkt of aangepakt, ondanks hun plicht om de paper te onderwerpen aan een gedegen proces van peerreview en redactioneel toezicht.

Archives of Disease in Childhood is dus overgegaan tot herpublicatie van positieve primaire resultaten, die ontstonden na uitkomstenverwisseling, in een studie die niet voldeed aan de strikte vereisten die er net zijn gekomen om uitkomstenverwisseling en andere manieren van selectieve uitkomstenrapportering tegen te gaan. Op die manier geeft het vakblad de onderzoekers van Bristol een pluim voor hun gebrek aan oprechtheid en hun methodologische misstappen.” 

De volledige brief aan Dr. Godlee staat hier te lezen. Ik schreef ook een artikel over heel deze verontrustende zaak voor de online gezondheidssite STAT dat hier te lezen is.

Mijn excuses voor de lengte van dit bericht. Maar toen ik het bericht van dr. Flottorp las dat blijkbaar twijfel zaaide over mijn motivaties, naar mij verwees met een benaming die zij als denigrerend beschouwt (“ME-activist”) én geen melding maakte van mijn functie aan Berkeley, voelde ik de behoefte om uitgebreid te reageren. En ik wilde het belangrijkste punt onderstrepen: de pediatrische studie in kwestie was een methodologische en ethische ramp. Als mijn werk in het onthullen van flagrante fouten in de studie en mijn verzet tegen de LP-studie voor volwassenen die dr. Flottorp promoot, van mij een “activist” maakt in haar ogen, dan is dat maar zo.

Vriendelijke groet,

David

David Tuller, DrPH
Senior Fellow Volksgezondheid en Journalistiek
Center for Global Public Health
School of Public Health
University of California, Berkeley

© David Tuller voor Virology Blog. Vertaling Abby, redactie Zuiderzon, ME-gids.


Lees ook

Geef een antwoord

Zijbalk

Volg ons
<< jun 2022 >>
mdwdvzz
30 31 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 1 2 3
Geen Evenementen
Recente Links
Loading